Brazilië en de nieuwe rechterzijde

Dilma
Facebooktwittergoogle_plusmail

‘Dit is een coup. Er is geen ander woord voor. Het is een coup’: het zijn de woorden van de ex-president van Brazilië, Lula da Silva, op een vakbondsvergadering in Sao Paulo eind maart. Het zijn harde woorden en men zou kunnen veronderstellen dat de ex-leider die enkele dagen eerder werd ondervraagd in en corruptiezaak zijn hachje wil redden met ver overtrokken beschuldigingen. Typisch voor de linkerzijde, kan men denken. Toch zijn er erg goede redenen om aan een staatsgreep te denken, en het is geen toeval dat de progressieve protesten tegen de politieke spelletjes van de rechterzijde al maandenlang werken met de slogan: ‘No vai ter golpe’, er komt geen coup.

 

 

 

Een kort overzicht

 

Twee elementen bepalen de moeilijke politieke situatie in Brazilië vandaag.

 

In 2014 begon een gerechtelijk onderzoek naar de vergaande corruptie bij het overheidsbedrijf Petrobras, de oliemaatschappij. ‘Lava Jato’ (de ‘snelwas’, zoals voor auto’s) is geen zaak tegen een onschuldige of toevallige uitschuiver, maar tegen een wijdverbreid corruptieschandaal waar nagenoeg alle grote ondernemingen en politici van bijna alle partijen betrokken zijn. Een paar miljardairs zitten al in de cel. Deze corruptie is geenszins ingevoerd door de linkse PT (Partido do Trabalho) van president Lula, maar kenmerkt sinds jaar en dag het Braziliaanse politieke systeem. Tijdens de eerste ambtstermijn van Lula was er de ‘mensalao’, het systeem waarmee stemmen in het parlement werden afgekocht met een leuk bedrag. Diverse politieke verantwoordelijken werden ervoor vervolgd en zaten een gevangenisstraf uit. Lula zelf bleef altijd buiten schot. Daar is nu verandering in gekomen met vermoedens van fraude bij de ‘aankoop’ van een mooi appartement aan zee, in feite een cadeau van een bouwonderneming, zo wordt gezegd.

 

Een tweede element is de poging om huidig president Dilma Rousseff, eveneens van de PT, af te zetten. Dit heeft echter helemaal niets met corruptie te maken – Dilma blijkt maagdelijk blank – maar met de manier waarop ze geld tijdelijk van een overheidsbank naar de staatskas zou hebben versluisd, en nadien terug gestort om op het eind van het jaar de begroting sluitend te maken. Het is een mechanisme dat al sinds President Cardoso (1995-2003) wordt gebruikt, maar nu plots als problematisch wordt bestempeld. Het staat helemaal niet vast dat dit een strafbaar feit zou zijn dat door de grondwet als verantwoording voor een afzettingsprocedure kan gelden. Vandaar dat over een ‘coup’ wordt gesproken.

 

Tel daarbij de zware economische crisis met een sterke daling van de grondstoffenprijzen en een verzwakking van de Chinese vraag – een harde klap voor de Braziliaanse economie – en alle ingrediënten voor een ernstige politieke crisis zijn aanwezig.

 

Een verziekt politiek systeem

 

De situatie is werkelijk paradoxaal: corruptie moet bestreden worden, zoveel is zeker. Maar het gebeurt niet gauw dat het een door en door corrupte rechterzijde is die een iets minder corrupte linkerzijde aanvalt. Niemand heeft President Rousseff ooit van iets kunnen beschuldigen, Lula stond acht jaar lang boven elke verdenking. Van de 65 parlementsleden in de Commissie die over de afzettingsprocedure moet beslissen, zijn er niet minder dan 37 – meer dan de helft – beschuldigd van corruptie. De Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, Eduardo Cunha, wil de president afzetten terwijl hij tientallen miljoenen Dollar ontving van Petrobras en rekeningen heeft in Zwitserland en andere fiscale paradijzen.

 

Op 29 maart heeft de coalitiepartner van de PT, de PMDB (Braziliaanse Partij voor Democratische Beweging, de grootste Braziliaanse partij zonder duidelijke ideologie) zijn steun aan de regering opgezegd en de ministers gevraagd hun post te verlaten. Erg scheutig zijn die daar echter niet op, en tot vandaag is geen enkel ontslag gevallen.

 

Wil Rousseff het vel redden, dan moet tegen de tweede helft van april wel voldoende parlementaire steun gevonden worden en er ontbreken momenteel zo’n honderd stemmen. Lula werd in de regering opgenomen – kwatongen beweren dat dit met zijn inbeschuldigingstelling te maken heeft, omdat hij zo enkel door het Hooggerechtshof kan vervolgd worden – en moet nu als superonderhandelaar de nodige stemmen bij elkaar rijven. De rechter die Lula had aangepakt wordt er nu zelf van beschuldigd ten onrechte gemaakte geluidsopnamen te hebben vrijgegeven.

 

Men kan zich afvragen hoe het op zo’n korte tijd zo sterk bergaf is kunnen gaan in Brazilië. Lula werd acht jaar lang op handen gedragen en verliet het presidentieel paleis met steun van 82 % van de bevolking. Dilma Rousseff werd na haar eerste ambtstermijn in 2014 herkozen, weliswaar met een marge van niet meer dan 3 %, maar met een meerderheid. Bijna onmiddellijk daarna zijn de aanvallen begonnen.

 

Het is duidelijk dat de verliezer van deze verkiezingen, Aecio Neves van de PSDB (Sociaal-Democratische Partij van Brazilië), zijn  nederlaag niet kan verwerken. De rechterzijde is al meer dan tien jaar van de macht verwijderd en vindt dat het nu wel lang genoeg heeft geduurd. Via de stembus lukt het niet om de macht opnieuw te veroveren, vandaar dat nu naar andere middelen wordt gezocht.

 

Echter, in de buitenlandse pers wordt dit politiek probleem gelinkt aan het corruptieschandaal, terwijl het juist de offensieve rechterzijde van vandaag is die het zwaarst in de juridische problemen zit. Mocht Rousseff effectief worden afgezet, dan ziet men niet zo gauw een opvolger, want nagenoeg iedereen – behalve zijzelf – zit in juridisch slechte papieren. Het politieke systeem is volledig verziekt.

 

Rousseff is wel veel van haar populariteit verloren, en de pers dringt er daarom aan op ontslag.  Maar waarom zou ze? Er kan haar niets verweten worden en de afzettingsprocedure is een politiek spel dat volkomen los staat van elke corruptie. Wel wordt de linkerzijde langzaam aan toch wakker. De ontgoocheling in de PT is groot, wegens het economisch beleid dat hooguit als een ‘sociaal neoliberalisme’ kan worden gezien. Op 31 maart – de 52ste verjaardag van het begin van de militaire dictatuur in 1964 – zijn er in het hele land massabetogingen ter ondersteuning van Dilma en van de democratie gehouden. Tegelijk werd gepleit voor een rechtvaardig belastingsysteem, een verdediging van het arbeidsrecht en van de sociale zekerheid.

 

En nieuwe rechterzijde

 

Volgens de Argentijnse econoom Jorge Bernstein van de Universiteit van Buenos Aires, is het echter fout om in deze crisis enkel een revanche van de oude rechterzijde te zien. De linkerzijde zit volgens hem ook fout om de schuld vooral aan de media te willen geven.

 

Er is een vandaag een kaalslag bezig in Brazilië, zo stelt hij, natuurlijke rijkdommen worden geplunderd, de economische activiteiten zijn meer illegaal dan legaal en hoe dan ook is de grens tussen beide aan het vervagen. Megamijnbouw en belastingfraude brengen hel veel op, het economische systeem is aan het ontbinden, maar men denkt er niet aan het opnieuw op te bouwen. Eerst plunderen, dan zien we wel…

 

Het is erger dan dat, stelt de Uruguayaanse intellectueel Raul Zibechi. Want er is wel degelijk een nieuwe rechterzijde in de maak, in feite is ze aan haar opmars begonnen in 2007, tijdens het ‘mensalao’ schandaal. Het begon met enkele rechtse studenten aan de overheidsuniversiteiten, vroegere bastions van de linkerzijde. Ze organiseerden zich in een ‘Alliantie voor de Vrijheid’ en werden gefinancierd door anti-communisten in de Verenigde Staten. Het grootschalige protest kwam pas in 2013 en vooral 2014 op gang maar de beweging is al jaren in de maak en zich aan het vormen. Ze kan leven met de  nieuwe ethische thema’s, zoals abortus, het homohuwelijk en de liberalisering van marijuana, maar meent dat de quota’s voor zwarten aan de universiteiten neerkomt op het ‘invoeren van racisme’ in Brazilië! De ‘bolsa familia’, de uitkeringen voor miljoenen arme gezinnen, wordt als pervers omschreven. De beweging is tegen alle partijen. Die rechterzijde van de hogere middenklasse heeft vandaag de straten ingenomen en spreekt ‘de stem van het volk’ – tégen corruptie. De linkerzijde staat er bij en kijkt er naar, verdeeld als altijd.

 

Weer achtertuin

 

De crisis in Brazilië kan ook niet begrepen worden zonder de bredere geopolitieke context. Dit is lang  niet de eerste ‘grondwettelijke’ staatsgreep in Latijns Amerika. In 2009 werd president Zelaya van Honduras, volkomen ten onrechte, in pijama in een helikopter afgevoerd omdat hij de grondwet zou hebben geschonden. In 2012 werd President Lugo van Paraguay in een spoedprocedure in het Parlement afgezet.

 

De Verenigde Staten zijn terug en claimen hun achtertuin weer op. Brazilië is wel een grote brok. De achtste economie ter wereld kan niet zonder gevolgen gedestabiliseerd worden. De geopolitieke gevolgen, o.m. voor China en Rusland – de BRICs partners – , zullen niet uitblijven. In Argentinië is de buit al binnen, volkomen legaal via de verkiezing van een zeer rechtse regering. In Bolivië leed Evo Morales zijn eerste nederlaag in een referendum over zijn herverkiezing. In Ecuador liet Rafael Correa weten niet opnieuw kandidaat te willen zijn. In Venezuela is het gewoon wachten tot de rijpe appel in de mand valt, als een gevolg van wanbeheer door links en politieke manipulatie door rechts. Als dat gebeurt zullen de Verenigde Staten 20 % van alle oliereserves ter wereld onder hun controle hebben. Een voorzichtige toenadering tot aartsvijand Cuba kan in zo’n context geen kwaad.

 

Eens te meer staat de democratie in Latijns Amerika op het spel. Eens te meer zal men kunnen zeggen: alles werd geprobeerd, niets is gelukt … Van de gewapende strijd naar de neoliberale democratie naar de electorale overwinning van links. Het is normaal dat sommigen gaan twijfelen aan de haalbaarheid van alternatieven. Het sociaal beleid van Lula heeft miljoenen mensen uit de armoede gehaald, maar nu de uitkeringen weer in gevaar zijn wordt dat de regering kwalijk genomen. Wie werd geholpen denkt nu ‘middenklasse’ te zijn maar is geenszins geëmancipeerd tot sociale en politieke actor. Armoedebestrijding, zo werd eens te meer bevestigd, is lang niet genoeg.

 

De Latijnsamerikaanse linkerzijde werd lang als voorbeeld gezien in West-Europa. Nu alles weer op de helling komt, zullen we ook hier eens goed moeten nadenken. Ook hier stuit het economisch systeem op zijn grenzen en is het politiek systeem aan het ontbinden. Een nieuwe rechterzijde staat klaar om de macht over te nemen, hoewel ze hier wel sterk aan het verleden doet denken. Een vluchtelingencrisis en terrorisme maken de bevolking angstig. Ze vraagt om bescherming en die zal haar worden geboden. Tegelijk wordt de sociaal-economische bescherming afgebouwd. Over slechts één ding is de linkerzijde het eens: we hebben liefde en verbondenheid nodig. Slik.

 

Francine Mestrum

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.