Syrische president Assad moet het nu alleen doen

Facebooktwittergoogle_plusmail

De Russische president Vladimir Poetin  verraste het Westen met de aankondiging dat “het grootste deel” van de Russische troepen Syrië zal verlaten. Die kwam er bovendien op de dag dat, vijf jaar geleden, de opstand tegen president Bashar al-Assad uitbrak. En op de dag waarop in Genève een nieuwe onderhandelingsronde tussen de Syrische regering en de oppositie begon. Onderhandelingen waaraan Poetin nu prioriteit geeft.

 

 

De zet van Poetin leidde nogmaals tot speculaties dat de Russen niet in het “Syrische moeras” willen verdrinken en weer meer afstand hebben genomen van Assad. Een vrome wensdroom van de westerse media, die ook geregeld de propaganda ventileren dat ook Iran eigenlijk graag zijn troepen uit Syrië zou willen weghalen. Die wensdroom sluit niet aan bij de realiteit.

Westerse troepen zitten al jaren in “moerassen” in Afghanistan, Irak en Libië. Maar dat is geen reden om de benen te nemen. Officieel vertrokken ze eind 2011 uit Afghanistan, dat ze in 2001 binnenvielen uit wraak voor de aanslag op 9 september op het Twin Towers in New York door Al-Qaeda. Datzelfde jaar verlieten ze ook Irak dat ze in 2003 veroverden om president Saddam Hoessein te verdrijven. Inmiddels zijn de Amerikaanse troepen al teruggekeerd naar beide landen omdat het er blijft verkeerd lopen. In Irak zijn ook vele bondgenoten – binnenkort ook nog eens België – al actief.

In Libië liep de westerse militaire actie in 2011, waarbij kolonel Moammar al-Kadhafi werd vermoord, zo catastrofaal af, dat er een nieuwe operatie in de maak is. Deze keer tegen de Islamitische staat, die daar in opmars is. Een probleem is dat het Westen niet op een goedkeuring van de Veiligheidsraad kan rekenen na het bedrog van 2011, toen een resolutie actie ter bescherming van burgers toeliet, maar geen verandering van regime. Nu zou de nieuwe Libische eenheidsregering, die in december werd gevormd, en nog altijd in Tunesië verblijft, het Westen om een interventie moeten vragen. Probleem is dat het internationaal erkend parlement in Tobroek, dichtbij Egypte, zijn zegen zou moeten geven aan de nieuw gevormde regering. Dat weigert het ondanks zware druk nog altijd. De Libiërs zijn er niet gebrand op nogmaals westerse troepen toe te laten. Wel zijn Amerikaanse, Franse, Britse en Libische special forces al onofficieel actief om inlichtingen te verzamelen en eventuele bondgenoten te rekruteren.

Aan de westerse leiband

Maar er zijn geen lessen getrokken uit de fiasco’s. Integendeel, er werd en wordt nog geprobeerd in Syrië, zoals zo dikwijls al in het verleden, een pro-westerse regimewisseling te realiseren via onder meer de Islamitische Staat. Dat leek aardig te gaan lukken toen de Amerikanen in 2013 volop inzetten op de bewapening en ondersteuning van oppositiegroepen en tienduizenden internationale jihadisten, die dank zij die middelen de regering in Damascus zwaar in de problemen brachten.

De Amerikaanse tussenkomst werd echter gecounterd door de Russische steun aan president Assad met bombardementen vanaf 30 september 2015 en met massale wapenleveringen. Met een succes dat sterk in contrast staat met het “rendement” van de westerse bombardementen. Men vraagt zich af wie of wat ze eigenlijk bestoken in Irak en in Syrië. Merkwaardig is ook dat twee maanden nadat het Britse Lagerhuis op 2 december de uitbreiding van de missie tegen IS in Irak uitbreidde tot Syrië, er slechts zeven IS-leden werden gedood of gewond in Syrië.

Door het ingrijpen van Moskou is het gewapend verzet in Syrië grotendeels ingestort in het zuiden, aan de grens met Jordanië, en in het noordoosten, met name in de provincies Idlib en Aleppo. Er is momenteel ook een offensief aan de gang tegen Palmyra, de stad van de duizend zuilen, die vorig jaar in handen viel van de Islamitische Staat. Kortom de toestand is gekeerd in het voordeel van president Assad. Het ziet er naar uit dat de Syriërs het nu wel enige tijd alleen kunnen.

Zonder al die westerse tussenkomsten, om zgn. geostrategische redenen, zou de wereld er vandaag heel anders uitzien. Geen massale vlucht van mensen uit oorlogsgebieden – Afghanistan, Syrië en Irak – naar Europa. Geen Islamitische Staat, geen Al Qaeda. Maar het was en is nog altijd de westerse politiek om religieuze fundamentalisten op te porren tegen moderniserende regimes, die niet aan de westerse leiband willen lopen. In Syrië werd daarom al de opstand van de moslimbroeders van de jaren 1976-1982 gesteund. Idem in Irak, waar sjiitische milities werden geholpen bij pogingen opstanden te ontketenen tegen Saddam Hoessein. Tijdens de Russische interventie in Afghanistan (1979-1989) om een seculier en progressief regime in het zadel te houden, stuurde het Westen er, met de financiële hulp van Saoedi-Arabië, Al Qaeda en andere obscurantistische groepen en stamhoofden tegen in het veld.

Nog meer oorlog

Men krijgt er echter niet genoeg van. Er is in Europa veel animo voor nieuwe militaire avonturen. Vele landen hebben al hun actie in Irak – die daar gebeurt op verzoek van de regering in Bagdad – eenzijdig uitgebreid tot Syrië, zonder toestemming van Damascus. België volgt wellicht omdat het in juli de Nederlanders gaat aflossen, die al een dergelijke beslissing namen. Ook voor Libië is er weinig of geen verzet tegen de geplande westerse militaire actie. “Nooit meer oorlog” staat te lezen op de IJzertoren, het Vlaams monument ter gedachtenis van de soldaten die in de Eerste Wereldoorlog, 1914-1918, het leven lieten langs het front aan de IJzer. Maar toch is het de regeringspartij Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) die het hardst aan de oorlogskar trekt in België.

Die confrontatiekoers is al jaren wereldwijd gaande. Al kort na de ontbinding van de Sovjetunie eind 1991 werden de nieuwe onafhankelijke staten ingelijfd in de westerse instellingen als Noord-Atlantische Verdragdsorganisatie (NAVO), dit ondanks de Amerikaanse beloften dat dit niet zou gebeuren, en de Europese Unie. Rusland werd de opvolger van de Sovjetunie als boeman voor het Westen. Het werd en wordt geleidelijk omsingeld met meer en meer militair materieel. Te beginnen met de plaatsing van raketsystemen, waarvan werd beweerd dat ze bestemd waren om Iraanse en Noord-Koreaanse raketten tegen te houden. Ook China ligt in het westerse vizier. Daarom wordt de bewapening in de Stille Oceaan opgedreven en wordt o.m.  Japan aangespoord zijn bewapening op te drijven.

Groot Midden-Oosten

In die context kadert het plan voor een Groot Midden Oosten dat de Amerikaanse president George Bush in 2003 lanceerde kort voor hij Irak binnenviel als eerste stap naar de uitvoering van dit plan om het Midden-Oosten in het westerse kamp te drijven. Syrië moest toen al de volgende domino worden om in de westerse schoot te vallen, iets wat mislukte toen bleek dat de Irakezen de Amerikaanse bezetting niet apprecieerden en jaren lang een guerrilla voerden tegen hen. Na Syrië moest ook Iran ee, regimewissel ondergaan. Daarvoor werd de kwestie van de vermeende Iraanse atoombom aangegrepen, die het voorwendsel moest worden voor een westerse aanval tegen het land. Op die manier moest Rusland uit die landen gewerkt worden en van het Midden-Oosten worden afgesneden.

Dit geostrategisch spel is er de oorzaak van dat Iran en Rusland de kant van Syrië hebben gekozen en aan de Syrische kant zullen blijven staan. Dat deed ook de sjiitisch-Libanese Partij van God (Hezbollah) omdat ze zonder steun van Syrië en Iran geen toekomst meer zou hebben. Aldus zou de westerse beschermeling Israël aldus nog een vijand minder zou hebben. Het is dus nogal lichtzinnig te beweren dat Rusland Syrië zo maar zou laten vallen. Niet alle Russische troepen worden weggehaald en kunnen bovendien snel terugkeren mocht het nodig zijn. Dat kan als het vredesoverleg in Genève, zoals velen vrezen, op een sisser zou uitlopen en het Westen opnieuw de oppositie massaal zou gaan steunen in een nieuwe poging een vriendelijker regime te krijgen in Damascus. Plannen worden daartoe als gemaakt. Turkije en Saoedi-Arabië hebben al laten weten dat ze graag een offensief tegen Syrië willen lanceren. Westerse vliegtuigen die naast Irak ook boven Syrië zullen mogen opstreden zullen in geval van zo’n offensief klaar staan om luchtdekking en luchtsteun te geven, ook al zijn die vliegtuigen daar om de Islamitische Staat te bestrijden. Als dat het geval is dan dreigt er, zoals Poetin eerder al verklaarde, inderdaad een Derde Wereldoorlog uit te breken.

Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.