Vergeet TTIP, kelder CETA!

Facebooktwittergoogle_plusmail

“De aarde is een plat vlak, varkens kunnen vliegen, TTIP is prachtig !”. Met die fraaie slogan pakten tegenstanders uit tijdens een van de vele betogingen tegen het op stapel staande transatlantisch handels- en investeringspartnerschap. Als dat verdrag ook maar de helft van de weldaden zou inhouden die voorstanders beloven, waarom groeit dan in steeds meer landen en steeds bredere kring het verzet ertegen? Wat of wie kan je nog geloven? Ligt de waarheid halfweg tussen de gruwelverhalen van tegenstanders en de sprookjes van voorstanders?   Zo simpel is het niet. Om elementair inzicht te verwerven in een kwestie waarvan het belang nog veel te vaak wordt onderschat, is er nu gelukkig het boek van Ferdi De Ville en Gabriel Siles-Brügge, dat haast gelijktijdig verscheen in het Engels en het Nederlands. Naar aanleiding daarvan verscheen op 15 februari in uw eigenste Uitpers een bijzonder lezenswaardig gesprek dat Lode Vanoost voerde met De Ville (1). Die geeft daarin duidelijk de essentie weer van de argumenten pro en contra. En eindigt op een bemoedigende én aansporende noot: het is ondertussen lang niet meer zeker dat het vermaledijde TTIP er ook echt komt, maar waakzaamheid blijft geboden. Om in alle omstandigheden te zorgen dat akkoorden van dat slag voortaan meer dan in het verleden de (toch al minimale…) Europese sociale, ecologische, ethische en doodgewoon democratische normen zouden respecteren.

Die waakzaamheid is hoognodig. Want, zo waarschuwt De Ville zelf, terwijl nu de aandacht vooral gaat naar het afblokken van TTIP, staat een paard van Troje voor de deur dat geen greintje minder gevaarlijk is.

Dat paard heet officieel CETA: Comprehensive Economic and Trade Agreement tussen Canada en de EU. De onderhandelingen daarover zijn afgerond, het akkoord moet alleen nog door de diverse parlementen worden goedgekeurd. Zodra dat is gebeurd, kunnen grote bedrijven de EU-regelgeving aanvallen via een of ander dochterbedrijf in Canada … want ook in het CETA is een bizarre ‘arbitrage’ ingebouwd die als twee druppels water gelijkt op de vermaledijde ISDS in het TTIP.

Maarrr …goedgekeurd is dat akkoord nog niet. Het kan nog worden tegengehouden door het Europees Parlement, door het nationale parlement van een van de EU-lidstaten, en … in het wonderbaarlijke federale koninkrijk België zelfs door een van de deelstaatparlementen.   Dus moeten die parlementen maar ’s hun tanden laten zien. Dat is misschien niet bepaald hun gewoonte, maar er staat nu echt wel veel op het spel. De Ville en andere TTIP-critici argumenteren terecht dat de op til zijnde akkoorden niet zozeer moeten gezien worden als touwtrekken tussen landen of handelsblokken, maar veeleer als een krachtproef tussen ‘big business’ en democratisch besliste regelgeving. In dat opzicht is het CETA-verdrag geen haar beter dan het TTIP. En het zou meteen voor allerlei multinationals de poorten openen om via Canadese filialen toch de aanval in te zetten op regelgeving die de winstmaximalisering zou ‘hinderen’. Als het niet met de stormram TTIP kan, dan maar met het CETA-paard van Troje? De vertegenwoordigers des volks weten wat hen te doen staat…

(1) Lode Vanoost, ‘Of TTIP er komt, is niet zeker. Maar we moeten blijven strijden voor eerlijke handel’, Uitpers, 15.02.2016

TTIP. Het transatlantisch handels- en investeringsverdrag. Een nuchtere analyse van beloften en kritieken
Ferdi De Ville en Gabriel Siles-Brügge
Academia Press (Lannoo)
2016
156