Rusland aan zet in Syrië

Facebooktwittergoogle_plusmail

De oorlog in Syrië is een nieuwe gruwelijke fase ingetreden. Internationale en regionale machten schaken als nooit te voren en raken openlijker betrokken bij het Syrische drama. Het potentieel tot internationale escalatie is enorm en de perspectieven voor een duurzame politieke oplossing ogen erg mager.

 

Nieuwe vredesgesprekken in Genève begin februari, kwamen nooit op het niveau die naam waardig. Ze sprongen af voor ze überhaupt konden beginnen. Het daaropvolgend akkoord dat in München in de schoot van de Internationale Steungroep voor Syrië (ISSG, met daarin alle betrokken internationale actoren) werd gesloten lijkt ook een maat voor niets te worden. Dat vraagt een ‘stopzetting van de vijandelijkheden’ en een ‘humanitaire toegang’ tot de in het nauw gedreven burgers. Wat ook de op papier gemaakte afspraken en mooie principes over het einddoel moge zijn, de belangen van de verschillende internationale en lokale actoren liggen erg ver uiteen. Zolang een partij overtuigd is van een militaire overwinning, zijn er geen drijfveren voor een duurzaam politiek compromis, laat staan voor een traject dat moet uitmonden in een pluralistisch democratisch Syrië.

Op dit ogenblik heerst de ruwe werkelijkheid met op korte termijn weinig aantrekkelijke opties: een sektarisch islamistisch en conservatief regime of een seculier autoritair systeem dat geen politieke oppositie tolereert. Het is de pest of de cholera.

 

Rusland

Rusland is duidelijk aan zet. En dat is al zo sinds eind september vorig jaar toen Moskou zich militair verregaand engageerde aan de zijde van het Syrische leger. De luchtsteun die het verleent aan het Syrische leger en diens bondgenoten (sjiitische milities uit de regio) leveren inmiddels militaire resultaten op met de verovering van Aleppo, de twee grootste stad in het noorden, in het vooruitzicht. Maar de wijze waarop dit gebeurt zorgt voor onnoemelijk veel leed van burgers die massaal op de vlucht zijn geslagen. Rusland, dat beschuldigd wordt burgerdoelen te viseren, toont zich gruwelijk pragmatisch en probeert verschillende strategische objectieven met één groot offensief te realiseren: het verankeren van de Russische positie in Syrië, het veiligstellen van de daarbij horende gasbelangen in het Levant-bekken voor de Syrische kust en, op hoger niveau, een goede onderhandelingspositie afdwingen rond Oekraïne, de Krim en/of de militaire opbouw van de NAVO in Oost- en Centraal-Europa.

Minister van Buitenlandse Zaken Kerry moet danig tussen de belangen van zijn coalitiepartners schipperen dat hij weinig kan inbrengen tegen de Russische vastberadenheid in Syrië. Rusland maakt de VS al sinds de Oekraïne-crisis duidelijk dat de wereld opnieuw multipolair is en dat de VS daar voortaan rekening zullen moeten mee houden.

 

Washington ondergaat

Washington lijkt de Syrische ontwikkelingen vooral te ondergaan. ‘Regime change’, het belangrijkste objectief twee jaar geleden, heeft plaats geruimd voor de strijd tegen de Islamitische Staat. De VS leidt daarvoor een internationale coalitie die met haken en ogen aan elkaar hangt. De Amerikaanse minister van Defensie, Ashton Carter, uitte zijn frustratie over ontgoochelende bijdrages van bepaalde coalitiepartners, zoals Turkije. Turkije maakt er geen publiek geheim van dat het andere prioriteiten heeft, meer bepaald de strijd tegen de Koerdische Democratische Unie Partij (PYD) en haar militaire vleugel, de Volksbeschermingseenheden (YPG). Deze Syrische Koerden zijn op het terrein een alliantie aangegaan met Arabische, Assyrische, Turkmeense en Armeense milities in het platform van de Syrische Democratische Krachten. Voor Erdogan gaat het om ‘terroristen’ wegens hun nauwe banden met de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Hij breidde dan ook midden februari zijn verwoestend militaire offensief tegen de PKK en Koerdische jongerenmilities in eigen land uit naar Noord-Syrië. In een poging de opmars van de YPG en haar bondgenoten ten noorden van Aleppo te stuiten, voerde het Turkse leger verschillende artillerie-bombardementen tegen hen uit. Dat is behoorlijk vervelend voor de VS. Washington beschouwt de YPG als de meest succesvolle militie in de strijd tegen de Islamitische Staat, nadat ze afgelopen jaar grote terreinwinst heeft geboekt tegen de extremistische organisatie.

De Turkse interventie kan best omschreven worden als zowel een wanhoopsdaad in een poging om een leidende rol te spelen in Syrië, als gevaarlijk voor de internationale stabiliteit. Rusland lijkt niet van plan om Turkse gevechtsvliegtuigen in het Syrische luchtruim tolereren. Zeker niet na het incident vorig najaar, toen het Turkse leger een Russisch gevechtsvliegtuig neerhaalde. Doet het dat toch, gezien de huidige nationalistische sfeer in de Turkse pers en Erdogans machtsstreven, dan is de vraag hoe de andere NAVO-partners zullen reageren. Hoewel het Turkse leger de laatste decennia heel wat aan macht heeft ingeboet, lijkt het toch niet zomaar bereid om nog verder in het Syrische avontuur van Erdogan mee te stappen.

 

De relaties tussen Ankara en Washington zijn behoorlijk verzuurd geraakt. Op 10 februari haalde Erdogan zelfs uit door te stellen dat de VS verantwoordelijk is voor een “zee van bloed” door de PYD/YPG te steunen. “Bent u met ons of met deze terroristische organisatie”, aldus een furieuze Erdogan.

 

De Saudische agenda

Saudi-Arabië, dat aan de zijde van de VS deelneemt aan luchtbombardementen, zit eveneens op een andere lijn dan Washington. Riyad heeft zich van in het begin met het Syrische conflict gemoeid door wapens en militaire steun te leveren aan de Syrische oppositie. Daaronder extremistische islamisten die samen strijden met groepen als Jabhat al-Nusra (Al Qaida) die op de Amerikaanse terreurlijst prijken. De recente Saudische aankondiging dat het bereid is om grondtroepen in te zetten om te strijden tegen de Islamitische Staat is dubbelzinnig maar kan Washington toch goed uitkomen. Als dat terreinwinst oplevert, gaat die niet naar Rusland en het Syrische regime, wat ten goede kan komen aan toekomstige onderhandelingsposities met Rusland. Kan… want het Saudische koningshuis en haar proxi’s zouden wel eens andere plannen kunnen hebben. Op de veiligheidsconferentie in München zei de Saudische minister van Buitenlandse Zaken al-Jubeir immers dat een overwinning op de Islamitische Staat direct verbonden is met de verwijdering de Syrische president Bashir al-Assad. Hij zei dat Assad de “enige meest effectieve magneet vormt voor extremisten en terroristen” en hem omverwerpen is “ons objectief en we zullen daarin slagen”.

 

 

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers