Duizend bommen en granaten, en bijna evenveel vragen

Facebooktwittergoogle_plusmail

Het blijft een raadsel. Toen de Belgische luchtmacht ruim veertig jaar geleden voor toen 30 miljard frank nieuwe gevechtsvliegtuigen wou aanschaffen betoogden een goeie vijftienduizend mensen daartegen. 750 miljoen euro, ocharme. Maar nu een aankoop op til is van meer dan 5 miljard euro (voor 34 vliegtuigen ipv 102 toen) terwijl ondertussen wordt beknibbeld op duizend-en-een maatschappelijke noden, beweegt in Vlaanderen niet veel. Toch niet omdat de minister van Defensie toen een Franstalige christendemocraat was, en nu … neen toch ?!

Rond die geplande aankoop haken trouwens wel meer vragen in elkaar, van erg specifieke tot meer algemene, en zelfs fundamentele. Of omgekeerd.   Is het bijvoorbeeld geen tijd om, in de internationale omgeving zoals die sinds 1989 is geëvolueerd, het concept ‘defensie’ zelf grondig te her-denken  Voor welke gevaren moeten we beducht zijn? Tegen welke vijand moeten we ons verdedigen? Is ‘klassieke’ oorlogsvoering met zogenaamd gesofistikeerd wapentuig echt de beste aanpak in conflicten die zich aandienen?

Dit kleine koninkrijk heeft in het verleden voldoende bewezen dat het zich niet op eigen kracht kan verdedigen. Bondgenootschappen zijn dus geen slecht idee. Alleen: moeten die louter defensief optreden of mogen ze ook andere opdrachten uitvoeren? En is elk lid van het bondgenootschap dan verplicht voluit aan elke operatie mee te werken, of kan over aard en omvang van de inzet ook worden gepraat?   Budgettair niet onbelangrijk tenslotte: zo’n bondgenootschap is toch geknipt om  een rationele taakverdeling tussen de veschillende leden uit te dokteren. Want je hoeft waarachtig geen genie inzake begroting en/of strategie te zijn om te beseffen dat een kleine lidstaat zijn bescheiden krachten hopeloos verspilt wanneer die worden verdeeld over de drie traditionale gevechtsterreinen (land, zee, lucht). Via een goed doordachte taakverdeling kan daarentegen elk lid afzonderlijk zijn schaarse middelen optimaal concentreren.

Voorbeeldig

Over al die vragen zijn al talloze bladzijden geschreven; aan leerrijke inzichten ontbreekt het hoegenaamd niet. Daarom is des te merkwaardiger dat die vragen nauwelijks aan bod komen nu het koninkrijk België zinnens is om in de komende vijftien jaar maar liefst 9,2 miljard euro aan nieuw militair materiaal uit te geven. Nu de grootste Vlaamse én Belgische partij ook het departement Defensie beheert, wil zij kennelijk bewijzen hoe goed zij het meent met het koninkrijk, en vooral aantonen dat België opnieuw een voorbeeldige Navo-partner wil worden. Tot elke prijs, dat mag je wel zeggen.

9,2 miljard, dat is niet niks. Dus draaien de lobby-machines op volle toeren. Eerst tussen de verschillende ‘wapens’ (land-, zee- en luchtmacht) over de verdeling van de koek. En nu die is vastgelegd gaat het tussen mogelijke leveranciers van al dat dure wapentuig. De luchtmacht blijkt – met minstens 5 miljard euro – de grootste slokop. En laat nu precies dààr de pijnlijkste vragen rijzen. Over de noodzaak van de geplande aankoop. Over de criteria voor de keuze, over de chantage en geheimdoenerij die daarmee gepaard gaan. En over de prijs-kwaliteit verhouding bij de verschillende toestellen die in aanmerking komen – geen onbelangrijke vraag tenslotte wanneer het gaat om vijf miljard … en meer.

Keuze

Theoretisch kan uit 5 toestellen worden gekozen; in werkelijkheid blijken Saab, Dassault, Eurofighter en Boeing nauwelijks nog in het plaatje voor te komen, en is de sluipende besluitvorming ten voordele van de F-35 al ver gevorderd. Merkwaardig is dat, want de F-35 – pompeus “joint strike fighter” (JSF)  genoemd – is veruit het duurste toestel. Maar (zo zeggen ettelijke militaire en andere experts, ook in België, die deze aankoop onverantwoord achten) de aanbesteding werd dan ook ‘op maat’ geschreven voor Lockheed Martin. Onder meer omdat werd gespecifieerd dat het nieuwe toestel ook atoombommen moet kunnen dragen – vanuit Kleine Brogel, bijvoorbeeld, waar ze officieel niet bestaan.

U las goed: vele Belgische militairen zijn hoegenaamd niét gewonnen voor de F-35. Omdat die peperdure aanschaf ten koste gaat van andere ‘noodzakelijke’ aankopen, mopperen zee- en landmacht. Omdat, zo zeggen ook kritische luchtmacht-officieren, een grondig vernieuwde versie van de F-16 veel minder kost en vrijwel alle nuttige taken aankan, terwijl rond de F-35 nog ernstige twijfels bestaan qua veiligheid en prestaties.

Die twijfels bestaan overigens ook bij andere Navo-partners, óók in de VS zelf. Maar aangezien Nederland al voor de F-35 heeft geopteerd, heet het dat België in feite geen andere keuze meer heeft, gezien de nauwe samenwerking tussen beide korpsen.

Ontwikkeling

Lockheed Martin, het grootste militaire concern ter wereld, werkt al sinds eind vorige eeuw aan de ontwikkeling van de ‘joint strike fighter’, en betrok daar ook andere Navo-lidstaten bij, waaronder Nederland.

Het ontwikkelingsproces werd evenwel een aaneenschakeling van vertragingen, kostenstijgingen, wijzigingen en tekortkomingen. De niet-aflatende problemen dreven zelfs het Pentagon tot wanhoop; in 2011 werd de constructeur uitdrukkelijk gewaarschuwd dat niet oeverloos uit de staatskas kon worden geput. Ook de VS-Senaat toont zich erg sceptisch, ondanks het feit dat LM in liefst 40 deelstaten beloofde dat ze konden rekenen op een deel van de productie. Bij velen in de VS staat JSF thans voor “jeopardizing state funds”: het in gevaar brengen van de staatsfinancies.

Want ondanks de opeenvolgende vertragingen, aanpassingen en kostenstijgingen blijven, luidens rapporten voor de VS-Senaat, ernstige twijfels bestaan m.b.t. veiligheid en prestaties van de F-35. Zelfs de peperdure ‘stealth’-functie (die een toestel zogezegd ‘onwaarneembaar’ maakt voor radar) blijkt dubieus, en zal waarschijnlijk al achterhaald zijn in 2020, wanneer China en Rusland al meer gesofistikeerde toestellen zullen ontwikkeld hebben. Terwijl alleen optimisten nog geloven dat tegen die tijd een operationeel toestel kan geleverd worden.

Prijs

Vragen te over dus. En dan is de aankoopprijs nog niet te berde gekomen, want  daarover heerst nog steeds de grootste onduidelijkheid. Helemaal onlogisch is dat niet. Van concept via tekentafel tot prototype zijn de ontwikkelingskosten voor zo’n vliegtuig immens; naarmate die kost over méér verkochte toestellen kan worden verdeeld, wordt elk afzonderlijk toestel dan uiteraard goedkoper (voorzover dat woord hier op zijn plaats is).

Nederland is destijds als mede-ontwikkelaar in het project gestapt en heeft daar al ongeveer een miljard Euro voor uitgegeven. Daar staat dan tegenover dat het als co-producent de toestellen tegen een ‘vriendenprijs’ zal kunnen aankopen. Niettemin raamt een parlementsrapport daar de aankoopprijs op minstens 121,6 miljoen Euro per stuk; dat rapport is ook bijzonder kritisch over de hoge onderhoudskosten. Gevolg: om budgettaire redenen zal Nederland minder dan de helft van het geplande aantal toestellen kopen: 37 i.p.v. 85.

Ook andere Navo-partners hebben ondertussen hun bestelling drastisch teruggeschroefd, zelfs wanneer ze bij de ontwikkeling van de F-35 betrokken waren (en zijn): de Britten schroefden hun bestelling terug van 150 naar 48 toestellen, de Italianen van 130 naar 90, de Noren van 85 naar 52.  Canada en Japan “achten zich niet meer gebonden”. In België was voorheen sprake van 40, nu van 34 toestellen.

Lockheed Martin beweert steevast dat de uiteindelijke prijs wel zal dalen … als maar voldoende toestellen worden verkocht. Dat blijkt echter uitermate twijfelachtig geworden; bovendien heeft Lockheed eerder een kwalijke dan een goede reputatie inzake geloofwaardigheid en integriteit.

Aap

Kortom: de ‘stukprijs’ dreigt dus flink dreigt te stijgen, zeker voor landen die niet hebben meebetaald voor de ontwikkeling van het toestel. Waarnemers ramen de meerprijs op (minstens) 25 %. Een eenvoudige berekening leert dan dat België per stuk 152 miljoen € zou moeten dokken (zonder onderhouds- of brandstofkosten, welteverstaan). Voor 34 JSF maakt dat 5,17 miljard €. Maar daarenboven komt hier een onsmakelijke aap uit de mouw: de exploitatiekosten van de JSF zijn fabelachtig, zelfs als-ie niét vliegt. Exclusief brandstofkosten worden de uitgaven voor onderhoud en ‘upgrading’ geraamd op 7,2 miljoen Euro per jaar en per toestel. Geen wonder dat de Nederlandse Rekenkamer zich daarover zeer kritisch heeft getoond, en dat de F-35 daar al “een Fyra met vleugels” wordt genoemd. In België levert die raming – voor 34 toestellen die aan de grond blijven – een bedrag op van ongeveer 245 miljoen euro. Per jaar, elk jaar opnieuw. Pikant detail voor de vaderlandse lezer: onderhoud en ‘upgrading’ voor heel Europa worden toevertrouwd aan de Italiaanse firma Alenia Aermacchi, hier te lande bekend en berucht als producent van de Agusta-helicopter…

Die pijnlijke herinnering roept nog een andere kwestie op.  In het dossier van de F-35 kan men immers onmogelijk de kaart uitspelen van ‘solidariteit’ met de vele mensen die aan een baan zullen geraken dank zij de economische ‘compensaties’ voor deze monster-aankoop. Zo’n compensaties waren er wel voor de F-16 en werden beloofd voor de Agusta. Maar in dit geval hoeft niemand zelfs maar op beloften te rekenen aangezien België (anders dan Nederland) niet bij de mede-ontwikkelaars hoort.

Dwingende(r) noden

De sluipende besluitvorming draait dus rond een som van (eenmalig) 5,1 miljard euro +  een kleine 250 miljoen jaarlijks. Dat zijn geen onaardige bedragen. In de vele sectoren waarin momenteel drastisch bespaard ‘moet’ worden, gaan mensen dan allicht aan het dromen wat je met zoveel geld zou kunnen doen. Je kan nu eenmaal moeilijk beweren dat in dit land geen dwingender noden meer bestaan dan de ‘behoefte’ aan 34 gesofistikeerde gevechtsvliegtuigen.

De vraag is dan ook gewettigd waar dat geld vandaan zal komen. Als de regering dat geld niet kan of wil halen waar het echt zit, dan vraagt een mens zich af wat voor drastische besparingen verder nog op til zijn. Uit een grote, solidaire crowd funding zullen die miljarden alvast niet komen, want een recente opiniepeiling wees uit dat hooguit één ondervraagde op vier voor de dure aankoop te vinden is.

Het parlement hoeft zich alvast die vraag niet te stellen. Want de voorzitter van de commissie Defensie (mevrouw Groseman, N-VA, die dat wél eiste toen ze in de oppositie zat) vindt een extra zitting over de geplande vliegtuig-aankoop niet nodig. En dat het Vlaamse vredesinstituut – een onafhankelijk instituut bij het Vlaams Parlement – een eerder kritisch advies uitbracht, wie maalt daarom? Defensie is geen Vlaamse bevoegdheid, toch?