Oekraïne drijft “vrienden” tot wanhoop

Poro-saakasj
Facebooktwittergoogle_plusmail

Twee jaar na de “Maidan-revolutie” lopen er weinig Oekraïners rond die vinden dat ze baat hadden bij die zogenaamde revolutie.  De oligarchen zitten nog stevig in het zadel en ze kunnen daarbij rekenen op hun collega, president Petro Porosjenko. Die benoemde onlangs Micheil Saakasjvili, gewezen president van Georgië, tot grote corruptiebestrijder. Die man wordt in zijn vroeger land beschuldigd van onder meer machtsmisbruik en diefstal van overheidsgeld. Het IMF vindt de toestand in Oekraïne zo bedenkelijk dat het bij monde van voorzitster Christine Lagarde dreigt  met stopzetting van de financiële steun.

Partners van de president

Het IMF vindt namelijk dat de strijd tegen corruptie veel te traag verloopt, en dat is dan nog een eufemisme. Minister van Economische Zaken Aivaras Abromavicius, een Litouwer, hield het begin februari voor bekeken en nam ontslag. Hij had sinds zijn aanstelling al een en ander meegemaakt en zag geen verbetering. Hij klaagde daarbij openlijk de invloed aan van Igor Kononenko, lid van de Energiecommissie van het parlement, die volgens Abromavicius “twijfelachtige figuren” aan het hoofd van openbare bedrijven plaatst om elke hervorming te saboteren.

Kononenko is een goede vriend en partner van president Porosjenko, zelf een oligarch aan het hoofd van een imperium van snoepgoed, scheepswerven taxibedrijven en media – waaronder tv-station Kanal 5 dat de minister van “Informatie”, Joerji Stets,  levert. Hij behoort tot de groep rond Porosjenko die erop uit is posities over te nemen van andere oligarchen die minder in genade staan.  Premier Arseni Jatsenjoek heeft zijn eigen getrouwen.

Oud en nieuw

De oligarchen richtten de voorbije twee jaar allerlei privémilities op die ze ten dienste van de regering stellen om zo hun trouw te bewijzen. Af en toe moet wel iemand worden geofferd, zoals Jatsenjoeks vriend Nikolaj Martynenko die moet opstappen na onderzoeken van  de Zwitserse en Tsjechische justitie. Het doet allemaal een beetje denken aan  de strijd tussen “oude” en “nieuwe” oligarchen nadat Poetin in 2000 Jeltsin als president van Rusland opvolgde.

Lees ook  Uit de USSR ontsproten 15 staten (2)

Er is ook nog Viktor Sjokyn, volgens velen de meest gehate man van Oekraïne, maar niettemin al een jaar lang procureur-generaal met de zegen van de president.  Die functie houdt onder meer in dat bevriende oligarchen tegen betaling daar klacht kunnen indienen tegen concurrenten, een gebruikelijk middel in de strijd  onder oligarchen. Sjokyn heeft er deskundig voor gezorgd dat de hervorming van het gerechtsapparaat dode letter bleef. Sjokyn is ook al een vriend en partner van Porosjenko. Voor de president is een onafhankelijke justitie zeker geen prioriteit.

Corruptiebestrijder

Het oligarchisch systeem zoals het ontstond en groeide na de implosie van het Sovjetsysteem blijkt dus zeer taai, “revoluties” zoals de Oranje van 2004 of Maidan van 2014 hebben er geen vat op. De heren en dames (zoals ex-premier Joelia Timosjenko) maakten fortuin met de dubieuze privatiseringen na 1991 en met wijdverbreide corruptie en diefstal van staatseigendommen.

Daarom moet het dan ook niet echt verwonderen dat Petrosjenko de Georgische ex-president Micheil Saakasjvili (foto, links, naast Porosjenko) aanwijst tot baas van de corruptiebestrijding. Hij had hem vorig jaar al tot gouverneur van Odessa benoemd, nu dus corruptiebevechter. Saakasjvili is in eigen land aangeklaagd wegens grof machtsmisbruik en verduistering van overheidsgeld voor minstens 5 miljoen euro. Hij zou dus moeten weten hoe corruptie te bestrijden. Zijn aanstelling heeft het IMF alvast niet gerustgesteld.

Naar eigen zeggen is Saakasjvili Oekraïener geworden (hij verloor krachtens de Georgische wet die geen dubbele nationaliteit toestaat de Georgische) uit haat tegen Rusland. Het was Saakasjivili die in 2008 een oorlog begon in Zuid-Ossetië wat leidde tot een oorlog met Rusland en tot een militair fiasco.

Lees ook  Moorden in Moskou

Armoede

Oekraïne heeft de IMF-kredieten zeer hard nodig, want de economie doet het erg slecht. Porosjenko heeft de bevolking een tijdje kunnen doen geloven dat dit door de oorlog met de Moskougezinde federalisten uit de oostelijke gebieden komt, alsof het extreme roofkarakter en de nationalistische koers van het regime geen schuld treft.

Resultaat is alleszins een economische crisis: het bruto product zakte in 2014 met7,5%, vorig jaar met 9 %. Oekraïne heeft nu het laagste minimumloon van Europa, de inflatie holt de al zo lage koopkracht verder uit, talrijke gepensioneerden en werklozen leven in armoede. Wie de kans heeft, stapt in de zogenaamde “parallelle economie” die natuurlijk weinig in de staatskas brengt, terwijl de “gewone economie” dat ook al weinig doet.

Bijna een jaar geleden kwam het IMF dan, wel erg aarzelend, met een krediet van 16 miljard euro gespreid over vier jaar. Dat maakt deel uit van een hulpplan van bijna 40 miljard euro. Zowel IMF als EU waren om duidelijke politieke redenen (anti-Moskou) voor Oekraïne veel milder dan voor Griekenland, maar er is steeds meer twijfel of dat wel terecht was. Het IMF koppelde allerlei voorwaarden aan dat krediet. Onder meer ernstige corruptiebestrijding en een hervorming van het bankwezen dat bedolven zit onder de “slechte leningen”. Zelfs de VS-ambassadeur werpt nu echter uit wanhoop de armen in de lucht.

Hysterie

Maar in Kiev blijft de nationalistische hysterie intussen schering en inslag. Vorig jaar al werden de symbolen uit de Sovjettijd verboden, wat o.m. problemen gaf voor het vertonen van films uit de Sovjetperiode. Eind vorig jaar werd ook de Communistische Partij  (CP) buiten de wet gesteld.

Lees ook  Geen vrolijke keuze voor Oekraïners

Die Communistische Partij stelt nauwelijks iets voor en is allesbehalve communistisch. Maar voor de nationalisten in Kiev is dit een symbool:, namelijk afrekenen met al wat niet in het nationalistisch kader past. Uiterst-rechts past daar natuurlijk wel in. De CP is vooral een gemakkelijke zondebok in de ideologische oorlog die Kiev voert om al zijn mislukkingen te verdoezelen.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.