Plan B? Plan C? Hoe zit dat nu met de Europese linkerzijde?

55d8dd7f7e5f3
Facebooktwittergoogle_plusmail

Op 9 februari lanceert Yannis Varoufakis, in een kort vorig leven Minister van Financiën van de Syriza-regering in Griekenland, zijn nieuwe ‘paneuropese beweging’ in Berlijn. Het wordt een ‘plan C’ genoemd.

Van 19 tot 21 februari lanceren een aantal progressieve Europese persoonlijkheden hun ‘plan B’ in Madrid.

En het gekke is, ook onder die oproep voor ‘Plan B’ staat de handtekening van Varoufakis.

Wat kan de toekomst van deze  bewegingen zijn?

 

Dat de Europese linkerzijde er in 2015 nog steeds niet in geslaagd is een sterke oppositiebeweging uit te bouwen heeft alles te maken met haar verdeeldheid. Zeker, ze is er ook veel te laat aan begonnen, tot aan het Franse ‘neen’ tegen het grondwettelijk verdrag in 2005 was er bijzonder weinig belangstelling voor Europese politiek. In 1992, toen het Verdrag van Maastricht moest worden goedgekeurd, is men even van dichterbij gaan kijken, men zag dat het niet goed was, en men trok zich weer terug. Er is de afgelopen jaren dus wel een enorme vooruitgang geboekt, in eigen land zowel als in andere lidstaten van de EU, en dat is bijzonder positief.

De grote verdeeldheid is echter nooit opgelost en de kans is groot dat ze ook nu nog roet in het eten gooit. De eensgezindheid is groot in het verwerpen van het Europese soberheidsbeleid, gelukkig maar. De verdeeldheid zit hem in het doel dat men uiteindelijk wil bereiken. Voor een aantal bewegingen moet het beleid worden bijgesteld in een sociale en democratische richting, wat er wel kan toe leiden dat een aantal instellingen, zoals de Europese Centrale Bank (ECB), zullen moeten aangepast worden en dat de verdragen geamendeerd moeten worden. Pas dan, zo wordt gezegd, zal men kunnen afstappen van een neoliberaal beleid. Voor anderen valt er echter niets te amenderen. Het ‘DNA’ van de EU is neoliberaal, de soevereiniteit van de nationale staten wordt uitgehold, de EU is in wezen zelfs anti-democratisch en op sociaal vlak valt er dan ook niets van te verwachten. Die laatste groep is wel zo verstandig het anti-EU standpunt te vertalen in ‘we willen een ander Europa’, maar in wezen zijn het toch vaak de supranationale kenmerken – de Europese Commissie – van de EU die men viseert. Ook al wordt het niet altijd met zoveel woorden gezegd, het ‘ander Europa’ is vaak een ‘Europa van de nationale staten’ zoals de Gaulle dat destijds al voorstond.

Waar situeren ‘plan B’ en ‘plan C’ zich op deze as?

Voor Varoufakis en zijn ‘plan C’ is het eigenlijk erg duidelijk. De man heeft zijn standpunten van de afgelopen jaren niet veranderd. Hij wil de EU democratiseren en transparanter maken. Zijn redenen hiervoor zijn expliciet en werden het duidelijkst verwoord in de inmiddels beroemde uiteenzetting op het subversieve forum in Zagreb in 2013. Varoufakis noemt zichzelf een ‘wankel marxist’ en stelt uitdrukkelijk dat het niet verstandig zou zijn om vandaag de teloorgang van het kapitalisme te bepleiten, aangezien de linkerzijde geen progressief alternatief beschikbaar heeft, de regressieve krachten een humanitair bloedbad zouden aanrichten en de linkse hoop voor generaties lang verloren zou gaan. Dat standpunt werd in een artikel in Neues Deutschland op 2 januari van dit jaar nog eens herhaald.

In zijn toespraak in Frangy-sur-Bresse op 23 augustus 2015, op bezoek bij ex-minister Arnaud Montebourg, maakt hij zijn voorstellen concreet: ‘we moeten de bestaande Europese instellingen aanpassen aan wat de mensen nodig hebben, door die bestaande instellingen op een creatieve manier te gebruiken’. De grote problemen van de schuldenlast, de banken, het gebrek aan investeringen en de armoede moeten ‘ge-europeaniseerd worden’, zo zei hij, niet met nieuwe instellingen, niet met verdragswijzigingen, niet met een verdere federalisering en verlies van soevereiniteit, maar door de problemen door een Europese bril te bekijken en ze vanuit dat perspectief nationaal aan te pakken.

Het voorlopig manifest dat voor de vergadering van 9 februari werd opgesteld is redelijk vaag en heeft eigenlijk maar één grote eis: het democratiseren van de instellingen, wat uiteraard geen klein bier is. Maar het valt op dat het taalgebruik veel radicaler is geworden. Het is nu ‘de hele Brusselse bureaucratie’ die wordt voorgesteld als de vijand van de democratie, alsof Dijsselbloem (voorzitter van de eurozone) of Juncker (voorzitter van de Commissie) geen politici zijn, en alsof het niet de nationale regeringen zijn die in de Raad de Europese voorstellen afblokken … Varoufakis weet dat natuurlijk, en moet dus specifieke redenen hebben om het anders voor te stellen. Maar hij herhaalt dat het zinloos is te zoeken naar een oplossing door een stap terug te zetten richting nationale staten. Varoufakis vermeldt vier breekpunten die overeenkomen met vier termijnen. Het eerste en onmiddellijk punt is dat er meteen volledige transparantie moet komen in de besluitvorming in de eurozone, de handelsbesprekingen en de ECB. Over zes maanden tot een jaar moeten de nationale regeringen weer een mogelijkheid krijgen om de armoede aan te pakken. Over twee jaar moet een Constituante worden opgezet met Europese politieke krachten (en dus niet nationale partijen die op Europees vlak een alliantie aangaan, maar in omgekeerde richting) en die moet dan tegen 2025 haar beslissingen voorleggen. Als het mislukt, aldus de tekst, dan moet de EU in 2025 worden afgewezen als zijnde in strijd met de menselijke waardigheid.

‘Plan B’

‘Plan B’ is eigenlijk al veel langer in voorbereiding. Een eerste vergadering was gepland in november 2015 in Parijs, maar door de aanslagen heeft men dat moeten uitstellen. De aanleiding voor de oproep is de ‘financiële staatsgreep’ van 13 juli 2015 tegen de Syriza-regering in Griekenland. De bedoeling van de conferentie in Madrid is een sterke beweging te vormen die de bestaande alternatieven voor het soberheidsbeleid vorm kan geven. Waar deze oproep staat op de bovenvermelde as wordt duidelijk uit wat er in staat: het zijn de Europese instellingen en haar ‘technocratie’ die alle schuld krijgen voor wat er fout gaat. Volgens deze tekst zijn het de EU-instellingen die xenofoob zijn en geen oplossing willen voor de vluchtelingencrisis (alsof er geen Commissievoorstellen zijn die door de lidstaten werden afgewezen of niet worden uitgevoerd), het is de EU die openbare diensten privatiseert en de sociale rechten afbouwt (alsof het niet de nationale regeringen zijn die dergelijke maatregelen goedkeuren in de Raad en vervolgens nationaal uitvoeren). De lijst van ondertekenaars vermeldt verder de namen van mensen die in het verleden duidelijke anti-EU-standpunten hebben ingenomen: Alexandra Strickner, Tom Kucharz, Eric Toussaint, Susan George, Olivier Besancenot, Kenneth Haar, Zoe Konstantopoulos… Opvallend is de afwezigheid van een aantal Fransen op de lijst, zoals Bernard Cassen of Christophe Ventura. Misschien werden ze niet gevraagd, misschien hebben ze goede redenen om er niet aan mee te doen.

Kiezen en delen

Twee initiatieven die op het eerste gezicht een verschillende richting uitgaan. Het zou een erg positief teken kunnen zijn die voor het eerst aan mensen en bewegingen een duidelijke keuzemogelijkheid biedt. Werk je mee tegen de EU en voor een ander soort Europa of werk je mee aan het democratiseren van de bestaande EU?

Toch zijn er elementen die alweer doen twijfelen. Varoufakis stond aanvankelijk niet bij de ondertekenaars van ‘plan B’, nu plots wel. De stijl van ‘plan C’ doet vermoeden dan er toch wat invloed is geweest op Varoufakis. Hij heeft zeker gelijk als hij wijst op de de-politisering van het huidige EU-beleid, maar stellen dat dit ‘slangenei’ van bij het begin in het integratieproces zat, is eigenlijk zeggen dat er niets kan veranderen. Dat het de ‘bureaucratie’ zou zijn die zich afzet tegen de democratie, zou er eigenlijk op wijzen dat de nationale regeringen in de Raad voortdurend op democratisering aansturen en daar worden geblokkeerd, terwijl net het omgekeerde aan de hand is. De vluchtelingencrisis, en de acties die momenteel tegen Polen worden opgezet bewijzen het. Dat Varoufakis het Europees parlement herhaaldelijk als ‘vijgeblad’ beschrijft, toont aan dat hij het nooit van dichtbij heeft gezien, of, dat hij zich laat beïnvloeden.

‘Plan B’ en ‘Plan C’ gaan aanvankelijk een verschillende richting uit, maar het is niet uitgesloten dat ze uiteindelijk toch weer dichter bij elkaar komen. Het gebeurt trouwens ook niet zelden dat uitgesproken anti-EU-mensen uiteindelijk gaan beseffen dat ze wel degelijk een Europees beleid nodig hebben. ‘Ander Europa’ is er een voorbeeld van. Hoe dat ‘ander Europa’ er dan uiteindelijk kan uitzien blijft een open vraag, maar het gaat duidelijk niet in de richting van meer integratie. Het Britse ‘Red Pepper’ dat altijd tot de eurosceptici kon gerekend worden, pleit nu voor behoud van het VK in de EU, een ander voorbeeld. En dat Varoufakis die in eerste instantie niets tegen die integratie heeft, en ook nooit afstand heeft willen nemen van de Euro – zijn afgewezen plannen van afgelopen zomer bestonden in het invoeren van een tijdelijke parallelle munt – nu zo sterk hamert op het belang van nationale parlementen, doet twijfel rijzen over wat hij eigenlijk wil. Ook zijn oproep om een ‘paneuropese’ beweging te vormen is bizar, want dit was vroeger de roep van de Franse gaullisten die zich tegen de EU keerden.

Een beweging met wie?

Twee bewegingen die de Europese progressieven een duidelijke keuze aanbieden, één voor verandering, democratisering en herpolitisering vanuit de bestaande instellingen, en één voor een radicale verandering met andere instellingen en verdragen, het zou m.i. een geweldige stap vooruit kunnen zijn om concrete alternatieven uit te werken en om mensen een keuze aan te bieden.

Alleen moet die keuzemogelijkheid dan wel duidelijk zo worden voorgesteld. De tekst van Varoufakis gaat niet de goede richting uit, en bij de anderen zijn er net iets te veel die twijfel zaaien. De kans is groot dat er opnieuw in de grootste onduidelijkheid wordt gewerkt, en we weten uit ervaring dat zonder duidelijk doel voor ogen er ook moeilijk een duidelijke strategie kan worden uitgestippeld. Het voorbeeld van de Belgische PVDA toont dit goed aan: men stond vierkant achter de uitgesproken pro-Europese Syriza-regering, maar de bijgewerkte tekst van Peter Mertens uit ‘Hoe durven ze?’ stelt dat we geen ‘nieuw verflaagje’ nodig hebben. ‘We hebben een andere basis nodig, andere fundamenten … dat veronderstelt een heel ander Europa’. Tja, wat is het dan? Dat veel linkse mensen op facebook dwepen met standpunten van Nigel Farage van UKIP doet de wenkbrauwen fronsen.

En vooral, om een sterke Europese beweging uit te bouwen moet je in eerste instantie vertrouwen kunnen hebben in elkaar, een gemeenschappelijk doel hebben. Als dit opnieuw niet lukt, verwacht ik ook niet dat die sterke beweging er ooit komt.

Kortom, we staan op een ontzettend moeilijk maar belangrijk kruispunt. De Europese integratie is zienderogen aan het ontbinden, de geopolitieke crisis, de gevolgen van de eurocrisis in Griekenland, de vluchtelingen, het bedreigde Schengen-verdrag, de moeilijkheden in Midden-Europa, de dreigende Brexit … er zal een wonder moeten gebeuren om al die wonden te helen en het is lang niet zeker dat dat er komt. Misschien valt de Europese Unie uit elkaar, en dat zal niet een gevolg zijn van de linkse oppositie. We gaan dan inderdaad naar datgene wat Varoufakis vreest, de triomf van het nationalisme en van uiterst rechts.

De voorstanders van meer nationale invloed in het Europees beleid hebben tot vandaag niet beseft dat ze al lang hebben wat ze blijven vragen. De Europese Commissie is tijdens het Barroso-tijdperk alle macht verloren, ze werd aan de kant gezet tijdens de Griekenlandcrisis en kan vandaag haar plannen voor de opvang van vluchtelingen niet waar maken.

Is het teveel gevraagd aan de talrijke bewegingen die zich nu wel degelijk met het Europees beleid bezig houden, om ook duidelijke standpunten in te nemen? Om te zeggen wat hun doelstellingen zijn en met wie ze die willen bereiken? De tijd dringt, het zou dramatisch zijn dat we moeten vaststellen dat de linkerzijde geen enkele invloed heeft gehad op de toekomst c.q. teloorgang van de Europese Unie.

Francine Mestrum

 

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.