Eerherstel voor Afrika’s verloren leider Patrice Lumumba

Facebooktwittergoogle_plusmail

Het boek ‘Lumumba – Africa’s Lost Leader’ van Leo Zeilig is een evenwichtig eerbetoon aan het grootste icoon van Afrika. Boeken over Lumumba bezondigen zich meestal aan contraproductieve idolatrie of postkoloniale rancune. Zeilig toont dat het anders kan. Een aanrader voor vertaling!

Patrice Lumumba blijft inspireren. Het houdt niet op. De allereerste democratisch verkozen regeringsleider van Congo heeft amper tien weken zijn land bestuurd en één grote toespraak gehouden. Het mocht niet zijn. Zijn discours voor waardigheid en respect voor Afrikaanse zelfbeschikking was onaanvaardbaar. Dat nemen sommigen hem tot vandaag kwalijk.

Postkoloniale rancune

In grote lijnen kan je twee uitersten in de publicaties over zijn persoon onderscheiden. Eerst en vooral zijn er die auteurs (meestal blanke Europeanen) die het nodig vinden de man vanuit nauwelijks verholen rancune over het ‘verlies’ van ‘onze Congo’ en ‘ons Afrika’ af te kraken als een moorddadige communist, een seksueel gefrustreerde maniak die er alles aan heeft gedaan om zoveel mogelijk blanken af te maken (na de vrouwelijke exemplaren te hebben verkracht).

Zowat alles wat Patrice Lumumba ooit deed of zei wordt door deze schrijvers geherinterpreteerd om hun grote gelijk te bevestigen. Nu openlijk racisme niet langer politiek correct is verhullen ze hun schandschriften in een liberaal, zelfs progressief klinkend discours. Dat gaat dan van ‘ik ben geen racist, maar dat maakt me niet blind voor de wreedheden die ook zwarten hebben begaan’, eventueel lichtjes gekruid met een ondertoon van ‘het koloniaal systeem was niet netjes, en dat van die lijfstraffen en zo, dat was er ver over, maar voor de rest was Congo er toch beter aan toe dan nu’.

Een zeer vlot geschreven voorbeeld van die trend is Congo van David Van Reybrouck. Alom geloofd voor zijn literaire verdiensten, en inderdaad, briljant geschreven maar zijn boek behoort tot de eerder subtiele, zacht paternalistische versie van deze postkoloniale literatuur.

Niet zo subtiel maar bikkelhard is het recente ‘Katanga 1960-1963 – Mercenaries, Spies and The African Nation That Waged War on the World’ van Pools journalist Christopher Othen. De man zet zich onder meer actief in voor asielzoekers in zijn land. Geen evidentie in Polen. Een man met eerlijke geloofsbrieven, zou je zeggen. Tot je zijn boek leest.

Lumumba is niet het hoofdonderwerp van zijn boek, dat gaat over de afscheiding van de Congolese provincie Katanga, maar hij komt er niet fraai uit. Lumumba geeft blijkbaar uit de losse pols bevelen aan leger en politie, alsof hij daar inderdaad de opperste baas over is vlak na de onafhankelijkheid, en beveelt rechtstreeks moorden en verkrachtingen van blanken, ‘hoe meer hoe liever’…

Nog een voorbeeld van recente Lumumba-bashing, met iets meer academisch jargon overgoten, is ‘Death in the Congo – Murdering Patrice Lumumba’ van Emmanuel Gerard en Bruce Kucklik. Belgische betrokkenheid bij de moord is niet zo groot volgens deze heren. België stuurde alleen maar troepen “om zijn burgers te beschermen”. De VS en de Sovjet-Unie gebruikten ondertussen Congo als strijdtoneel voor de Koude Oorlog.

Blonde prostituees

Volgens deze auteurs was Lumumba voor de VS aanvankelijk wel OK, tot hij tijdens zijn bezoek aan de VN in New York om een blonde prostituee vroeg. Dat zou dan het wantrouwen van de VS tegen zijn persoon hebben veroorzaakt. Er is niets in de historische archieven dat op iets dergelijks wijst – de Amerikaanse veiligheidsdiensten hielden zeer gedetailleerde rapporten bij met intieme details over alle staatsleiders die bij de VN op bezoek kwamen. Niets daarover in hun verslagen over Lumumba.

Een en ander blijkt terug te gaan op een bewering van één ex-CIA-agent, die dat 15 jaar later vertelde aan een student die een eindwerk maakt over Congo. Zoiets even vermelden is altijd handig om het onderwerp van je misprijzen netjes te plaatsen waar het thuishoort.

Het concept van de wilde inboorling die naar onze reine vrouwen lust… het zit veel dieper en gaat veel verder terug in de tijd dan Keulen 2016.

De verloren leider van Afrika

Niets van dit alles in het kleine boekje (148 pagina’s) van Leo Zeilig. Zeilig is socioloog, hoofdredacteur van het Britse Review of African Political Economy en geeft les aan de University of London. Hij schreef eerder al over Afrika, Congo en Frantz Fanon.

Lumumba – Africa’s Lost Leader dateert al van 2008 maar werd zopas opnieuw uitgegeven in een geactualiseerde versie met bijkomende informatie uit recent vrijgekomen archieven.

Lumumba is aanvankelijk een brave ‘évolué’ die vanuit zijn arm dorpje als ‘briljant student’ van zijn Belgische bazen voor zijn ijver op school beloond wordt en zijn lagere school mag afmaken. Hij mag daarna naar de postschool om klerk te worden in een postkantoor. Daarmee bereikt hij zowat het summum van wat de Belgische kolonisator toelaatbaar acht voor de inboorlingen, het uitzicht op een baantje als lagere bediende bij de koloniale overheid. Verder dan dat mag niet. Die Congolezen zijn immers nog niet rijp om op eigen benen te staan.

Van Stanleyville naar Leopoldville

Het is pas als hij zijn plattelandsdorpje Onalua verlaat en naar Stanleystad gaat (het huidige Kisangani) dat Lumumba begint te ondervinden wat het koloniaal systeem echt is. Zijn bewondering voor ‘de orde van de Belgen’ en alles wat Franstalig is blijft echter groot. Alleen de dagelijkse vernederingen vallen hem zwaar. Stilaan begint hij te ijveren voor een waardige vorm van het kolonialisme, waar de zwarten respectvol worden behandeld en degelijk worden begeleid op de weg naar zelfbeschikking.

Zijn echte politieke ontwaken begint pas wanneer hij naar de hoofdstad Leopoldville gaat (Kinshasa). Daar ziet hij voor het eerst Belgen die respectvol met Congolezen praten, maar wordt hij ook uitgemaakt voor ‘weg, vieze aap’ wanneer hij argeloos een blanke dame de weg vraagt op straat. (Lumumba is overigens niet zijn echte naam, zie het boek voor verdere uitleg).

Zeilig spaart tussendoor de kritiek op zijn persoon niet. Lumumba trouwt driemaal kort na elkaar, verwaarloost zijn gezin voor zijn politieke activiteit en aarzelt niet om geld van postrekeningen te gebruiken om die activiteiten te financieren (niet om zich persoonlijk te verrijken). Dat komt hem duur te staan en hij vliegt achter de tralies.

Het voorrecht een ‘évolué’ te zijn

In de gevangenis geniet hij als ‘évolué’ een relatieve voorkeursbehandeling. Geen beschimmelde, overbevolkte koten voor hem, want évolués krijgen een eigen cel, normaal eten en regelmatige bezoeken. Bovendien, Lumumba kan de vele lege uren vullen met lezen. Hij verslindt boeken en kranten.

Zijn kennis ontwikkelt zich encyclopedisch. Ongewild bereidt hij zich zo voor op zijn later leiderschap, dat hij met die grondige kennis van zaken kan opleggen aan zijn strijdmakkers. Hij leert daar ook op amper twee jaar vloeiend Frans spreken.

Eenmaal de onafhankelijkheid van 30 juni 1960 nadert wordt het boekje meer dan een biografie van de Lumumba; en groeit uit tot een handig overzicht van de Congolese geschiedenis in die woelige periode. Lumumba ‘radicaliseert’ door de dagelijkse ervaring van de werkelijkheid van het koloniaal bestel.

Tot afgrijzen van de Belgische elite wint Lumumba de eerste democratische verkiezingen en verbaast hij nog meer door er toch in te slagen een coalitieregering te vormen. Nauwelijks 36 jaar oud, vier jaar nadat hij nog een ondergeschikte klerk was in een postkantoor, leidt hij de eerste democratische regering van Congo.

De toespraak

Lumumba’s ongeplande toespraak op de onafhankelijkheidsceremonie maakt van hem definitief het Afrikaanse icoon dat hij sindsdien is gebleven. Net tevoren had de Belgische koning Boudewijn ook een toespraak gehouden, die nog altijd veel te onbekend is.

De volledige tekst van beide toespraken hoort in ieder lesboek geschiedenis. Vandaag leest de toespraak van Lumumba als een accurate en zeer acceptabele omschrijving van het kolonialisme. Toen tekende hij er wel zijn doodsvonnis mee. Amper zes maand later werd hij vermoord.

De toespraak van koning Boudewijn daarentegen leest vandaag als een tenenkrullend gênante getuigenis van het diepgewortelde racisme van de Belgische elite. De Belgische media dachten er toen anders over. We kijken vandaag meewarig terug op krantenartikels van die tijd, maar… is die Eurocentrische eigendunk wel verdwenen?

Ken je geschiedenis

Welke jonge Belg weet vandaag nog dat ons land ooit een kolonie had? Wie weet nog wie Lumumba was? Hoeveel jongeren kunnen Mobutu plaatsen en de rol die België, de VS, Frankrijk en het IMF speelden in de instandhouding van zijn regime, dat Congo heeft gemaakt tot de menselijke hel die het vandaag is?

Met dit boek krijgen Lumumba, Congo en Afrika terug een beetje recht op hun eigen geschiedenis. Het handige, kleine formaat van dit boek maakt dit een leesbare introductie voor de geïnteresseerde leek. De fans zullen het wellicht wat te braaf vinden, maar dit boek is dan ook niet voor hen bedoeld. Wie meer wil weten vindt doorheen de tekst en achteraan talloze suggesties voor verdere studie.

Deze recensie verscheen eerder in De Wereld Morgen

Lumumba - Africa's Lost Leader
Leo Zeilig
Haus Publishing
2008 (updated 2015)
148
978-1-908323-94-1
Politieke analyse vanuit het standpunt van de slachtoffers, geen 'objectieve-neutrale' desinformatie maar duidelijke keuzes. Ontmaskering van de mythe dat politiek ingewikkeld zou zijn, enkel uitlegbaar door zelfverklaarde 'experten'. Doorprikken bevooroordeelde berichtgeving om de wereld beter te begrijpen.