Onvrede in het Middenrijk

China strike
Facebooktwittergoogle_plusmail

Zwarte maandag, zwarte donderdag, nogmaals zwarte maandag, de zwarte dagen volgen elkaar bij de grote Chinese beurzen snel op. De marktprijzen van olie en zoveel mineralen zakken wereldwijd in elkaar, deels omdat er ongerustheid is over de Chinese economie. Die economische problemen gaan bovendien gepaard met stijgende sociale onrust in China. Niet dat er grote arbeidersopstanden zijn, maar het aantal stakingen en andere massa-acties neemt de jongste maanden snel toe. De maatschappelijke orde is niet in gevaar, maar dit is zeker niet het moment waarop de Chinese Communistische Partij (CCP) de teugels gaat loslaten.

Beurzen

De Chinese leiders waren 25 jaar geleden zwaar onder de indruk van de implosie van zowel Sovjetsysteem als Sovjet-Unie. Zij hadden op het einde van de jaren 1970 al wel gekozen voor een “socialisme met Chinese trekken”, een “socialistische markteconomie” die de deur op een kier zette voor kapitalisme met Chinese trekken. Na de implosie van het Sovjetsysteem keken ze meer dan ooit de kant op van Lee Kuan Yew, de vorig jaar overleden leider van Singapore die op een autoritaire manier van die staat een ontwikkeld kapitalistisch eiland maakte. Orde en markt, dat was het.

Het “socialistisch karakter” van de “socialistische markteconomie” bestaat er dan vooral in dat de Communistische partijleiding de grote beslissingen in handen houdt, wat niet altijd in overeenstemming is met marktmechanismen. Zoals nu op de beurzen. Beijing trachtte vanaf de zomer vorig jaar met overheidsingrijpen de beursschommelingen onder controle te brengen. Op twee zwarte dagen gingen de beuren van Shanghai en Shenzen dicht telkens de koersdaling aan 7% kwam. Maar de “markten” verteren dat niet, de inefficiënte maatregel werd ingetrokken. De “socialistische markteconomie” houdt dus in dat de overheid voortdurend moet schipperen tussen markt en ingrijpen.

Voorspellers

Hoe dan ook, de euforie van een jaar geleden toen China een grote slag thuishaalde met de oprichting van de “nieuwe wereldbank”, de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB), is verleden tijd. Nu volgt nagenoeg de ganse wereld angstig elk cijfer dat uit China komt, als het slecht gaat in het Rijk van het Midden, laat zich dat snel elders voelen. China staat niet op instorten, maar de voorspellers die nog een jarenlange ongebreidelde groei voorzagen en speculeerden over het zeer nabije jaar waarin China de VS economisch zou overvleugelen, staan voor schut. De socialistische markteconomie ontsnapt niet aan de mechanismen van het kapitalisme met zijn overproductie.

Ondanks de planificatie is er inderdaad een zeer groot overaanbod in het vastgoed en sommige industriële sectoren. Volgens regeringsbronnen is er in vijf jaar voor minstens 6 biljoen euro uitgegeven aan onproductieve projecten. Er is een ontzaglijke schuldenberg van zowel bedrijven regionale en lokale overheden als andere. Massa’s ondernemingen zitten diep in de schuld, lang gold dat  ‘the sky was the limit’. Maar stijgende kosten, onder meer hogere lonen, en dalende prijzen, maakten dat er vooral in de industrie zware verliezen worden gemaakt.

Het gaat wel om interne schuld, net zoals het geval is voor Japan waar in het begin van de jaren 1990 een enorme zeepbel uiteenspatte. Japan worstelt sindsdien wel met stagnatie en deflatie, maar blijft niettemin een zeer solide economie.

Staken

De vrees van de Communistische Partij is wel dat de sluimerende sociale onvrede ruimere vormen aanneemt. In 2015 telde ‘China’s Labour Bulletin Strike Map’ 2774 omvangrijke sociale protestacties, het dubbele van het jaar ervoor. Het gaat hier wel om massale acties, want daarnaast zijn er tienduizenden kleinere manifestaties uit onvrede over corruptie, pollutie, justitie, sociale problemen…
Het aantal acties steeg gevoelig in het laatste kwartaal van 2015, toen de onrust over de economie steeds groter werd. De arbeiders ondervonden het immers aan den lijve in de vorm van bedrijfssluitingen en niet uitbetaling van hun lonen.

Het niet betalen van lonen is trouwens de belangrijkste oorzaak voor stakingen en straatacties: meer dan twee derde van alle conflicten hadden daar mee te maken, er werden daarnaast 168 conflicten met eisen voor hogere lonen opgetekend. Vooral in de bouw gebeurt het al jaren dat arbeiders niet worden uitbetaald en dat de aannemer verdwijnt. Daar die ondernemers vaak (corrupte) banden hebben met politiek en politie, worden ze niet verder lastig gevallen. Nu is dat ook meer en meer het geval in de industrie en de mijnbouw. De bazen voelen zich sterk omdat ze zich beschermd voelen. Wie staakt of op straat komt, riskeert kennis te maken met de politieknuppel.

Droom

Er zijn de voorbije weken vooral stakingen in de provincie Guangdong (het uiterste zuidoosten, naast Hongkong) omdat de industriële achteruitgang zich in deze ‘fabriek van de wereld’ sterkst laat voelen. Alleen al in december waren er 57 conflicten. In korte tijd zijn daar rond 50 advocaten opgepakt, meestal tijdelijk, die opkomen voor de arbeiders. Verscheidene stakingsleiders zijn en blijven opgepakt. De politie kiest in de regel (en in opdracht) de kant van de bazen in “Rood China”.

Die stakingsleiders hebben niets te maken met de officiële vakbonden. “We zullen hier zeker niet iets dulden als Solidarnosc in Polen”, verzekerden Chinese gesprekspartners me in 1982, toen ze fier meldden dat in de “speciale economische Shenzhen” de westerse investeerders voorwaarden zouden krijgen die ze nergens anders ter wereld zouden vinden. Waaronder de garantie dat er geen syndicale activiteiten zouden zijn.

De acties zijn in de context van China allemaal nog kleinschalig. Maar wat als de “Chinese droom van welvaart”, zoals president-partijleider Xi Jinping hem heeft geschetst, niet uitkomt? Het regime kan prat gaan op zeer grote verwezenlijkingen, maar veel Chinezen, zeker de jongere generaties, hebben ondanks de groeiende ongelijkheden, de verwachting dat hun welvaart blijft groeien. De dienstensector doet dat nog, maar de terugval in de industrie, gekoppeld aan andere problemen zoals de enorme milieuvervuiling en vooral de blijvende corruptie, werpen grote schaduwen over de droom. Xi en de partij zullen er alles aan doen om de “stabiliteit” te handhaven, de dagelijkse repressie bewijst dat.

(Zie ook Uitpers 8 juli 2015, Chinese en andere zeepbellen. En Uitpers 18 augustus 2015, Xi is er niet gerust in)

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.