Strijd tussen soennieten en sjiieten escaleert

Sjeik Nimmer
Facebooktwittergoogle_plusmail

De nieuwjaarswensen en –intenties van Saoedi-Arabië sloegen op tweede nieuwjaarsdag in als een bom. De terechtstelling van sjeik Nimr Bakr al-Nimr (56) (zie foto), de gerespecteerde leider van de sjiieten in Saudi-Arabië, toont dat koning Salman (80), zijn zoon en minister van defensie prins Muhammad ibn Salman (30), en kroonprins en minister van buitenlandse zaken Muhammad ibn Nayef (57), het trio dat bijna een jaar aan de macht is, de confrontatie met de sjiieten in de hele  regio, vooral met Iran, wil laten escaleren.

 

De bekendmaking van de executie van al-Nimr leidde onmiddellijk tot manifestaties in het oosten van Saudi-Arabië, waar de meerderheid van de twee miljoen sjiieten in het soennitische koninkrijk woont. Ook werd betoogd in Bahrein, Libanon en zo verder tot in de sjiitische gebieden in Pakistan en India. In Irak werden uit wraak twee soennitische moskeeën vernield. Ernstige incidenten deden zich eerder voor in Teheran, waar een bijgebouw van de Saudische ambassade werd bestormd. In Mashhad, de tweede grootste stad van Iran, werd het Saudische consulaat belaagd.

De Iraanse president Hassan Rohani veroordeelde de aanvallen scherp. Maar in Riad, de Saudische hoofdstad, had men daar geen oren naar. De regering verbrak de diplomatieke en commerciële betrekkingen met Iran, zette alle luchtverkeer stil en verbood de Saudiërs nog naar Iran te reizen. Ook Bahrein, een eilandstaatje in de Golf met een sjiitische meerderheid maar een soennitische koning, de Verenigde Arabische Emiraten en Soedan namen gelijkaardige maatregelen tegen Teheran.

Regionale repercussies

De executie van de sjeik, ook al gebeurde die in een “pakket” van 47 terechtstellingen om te verdoezelen dat het om een specifieke wraakmaatregel ging, zal echter zware gevolgen hebben. Vooreerst in de regio, in Iran, Jemen, Syrië en Irak, mogelijks ook in Bahrein.

Het conflict met Iran wordt door de executie ten top gedreven. De vraag is of  akkoord dat vorig jaar – zeer tegen de zin van Saudi-Arabië en Israël – door de permanente leden van de Veiligheidsraad plus Duitsland werd gesloten over afbouw en diepgaande controle van het Iraanse atoomprogramma in ruil voor de geleidelijke opheffing van de economische en financiële sancties tegen Iran nog houdbaar is.

Dat zullen we snel weten, want de afbouw van de sancties zou nog deze maand moeten beginnen. Indien niet, dreigt er een bewapeningswedloop te ontstaan, tot en met een atoombom. Iran mag dan wel over gesofistikeerde wapens zoals raketten beschikken, het is in feite onderbewapend. Een luchtmacht heeft het zo goed als niet. De enige luchtverdediging zijn Russische S-300 luchtdoelraketten die na jarenlang aanslepen nog in het stadium van levering en installatie zijn. Ook degelijk rollend materieel zoals tanks ontbreekt. Teheran zal dus verplicht zijn veel nauwer te gaan samenwerken met Rusland om te voorkomen dat Israël of de Verenigde Staten en zijn bondgenoten in de aanval zouden gaan tegen de Iraanse kerninstallaties. Jaren van onderhandelen zouden uiteindelijk niets hebben opgeleverd. De wereld kan er een stuk onveiliger door worden.

De oplossing van de conflicten in Jemen en in Syrië, waar het ook draait om een strijd tussen soennieten en sjiieten, en waarover nog deze maand opnieuw moest worden gepraat, dreigt op een fiasco uit te lopen als Saudi-Arabië niet meer met Iran onderhandelen. Met een mogelijke nieuwe stroom van vluchtelingen richting Europa.

Inmenging in burgeroorlog

Een nefaste beslissing van het nieuw trio aan de macht in Riad, dat wou demonstreren dat het van aanpakken wist, was een gewapende interventie in wat in wezen een burgeroorlog in Jemen is – die dan weer een uitloper is van de Arabische lente, waardoor president Ali Abdullah Saleh in 2011 moest aftreden. Dat gebeurde in de grootste verwarring, waarvan de zeidi’s, een tak van het sjiisme, die al jaren guerrilla voerden om meer rechten te krijgen, gebruik maakten om op te rukken naar de hoofdstad Sanaa en vandaar naar de zuidelijke havenstad Aden. De houthisten, zo genoemd naar de leidende zeidi-familie, gingen daarvoor, paradoxaal genoeg, een alliantie aan met oud-president Saleh, tegen wie ze jaren lang hadden gestreden. Voor Riad echter, zat Iran, dat inderdaad de houthisten steunt, achter de opmars. Het had dus door gewapend in te grijpen de kans zijn rivalen in Teheran een klap toe te brengen.

De oorlog werd echter geen succes. Wel werden laag gelegen gebieden en de zuidelijke havenstad Aden heroverd op de houthisten. Op vele plaatsen, onder meer in Aden, kwamen echter leden van Al Qaeda en ook van IS in de plaats. Het offensief noordwaarts, richting Sanaa, stokte eens de strijd gestreden moest worden in het ruwe bergland. Ondanks de steun die Saudi-Arabië kreeg van de meeste landen van de Golfsamenwerkingsraad, onder meer van de Verenigde Arabische Emiraten, die daarvoor huurlingen uit Colombia en andere Latijns-Amerikaanse landen inzetten. De houthi-rebellen brachten de oorlog ook naar Saudi-Arabië, waar ze dorpen en steden bestoken. Dit als vergelding voor de verliezen van al zowat 6.000 levens van Jeminitische burgers door de Saudische bombardementen op burgerdoelen – met medewerking en steun van de Verenigde Staten.

Ook Saudi-Arabië verloor al  burgers en, evenals de Emiraten, vele militaire “martelaars”. Om dan nog niet te spreken over de kostprijs: 200 miljoen $ per dag of 6 miljard $ per maand. Veel geld nu het koninkrijk door de ineenstorting van de olieprijs de tekorten opstapelt, zijn reserves moet aanspreken en geld gaan lenen op de financiële markten.

Daar het offensief was vastgelopen begreep Saudi-Arabië dat er een andere oplossing moest worden gevonden. Er werd onderhandeld en halfweg december werd er nog eens een bestand afgesloten. De Saudi’s hebben dit nu opgezegd “wegens de aanhoudende raketaanvallen op steden in Saudi-Arabië”. De kans dat de in Zwitserland begonnen vredesgesprekken op 14 januari alsnog zullen worden voortgezet is zo goed als nihil. Geen van beide kanten lijkt daar nog bereid toe. Wat Saudi-Arabië nu nog wil of kan is niet duidelijk. Op veel toegeeflijkheid van de sterk anti-Amerikaanse houthisten moeten ze momenteel niet rekenen. Die veroordeelden de executie van al-Nimr als een “flagrante schending van de mensenrechten”.

Vredesplan voor Syrië op de helling

Ook later deze maand moeten er, in het kader van een stappenplan ter oplossing van het conflict, onderhandelingen beginnen over een bestand en de vorming van een interim-regering in Syrië, die dan binnen de 18 maanden algemene verkiezingen in het land zou organiseren. Een bijna onmogelijke onderneming aangezien in principe “terroristische groepen” uitgesloten moeten blijven van deelneming aan de regering. Jordanië kreeg de ondankbare taak een lijst op te stellen van de “terroristische groepen” en manoeuvreerde al om door Saudi-Arabië gesteunde terroristische groepen wit te wassen. In feite zijn alle gewapende groepen in Syrië terroristische groepen en werken ze geregeld samen met groepen zoals Islamitische Staat (IS) en met Al-Nusra, de lokale afdeling van Al Qaeda.

Zonder intens overleg tussen Iran, dat de regering van president Bashar al-Assad ook met soldaten steunt, en Saudi-Arabië, dat dankzij zijn wapenleveringen en financiële steun invloed kan uitoefenen op een aantal groepen, lijkt enige vooruitgang niet mogelijk. Dit tot grote ontsteltenis van het Westen dat met lede ogen opmerkt dat de alliantie van Syrië, Iran, het Libanese Hezbollah en Rusland, steeds meer gebied terug onder regeringscontrole brengt. Als het zo voorgaat komt er het vooruitzicht dat het conflict met de wapens ten voordele van president al-Assad wordt beslecht. Dan blijft de door Saudi-Arabië gehaatte alawitische regering van president al-Assad – de alawieten vormen ook een deel van de sjiitische familie – aan de macht. En het Westen kan dan ook niets meer uit de brand kan slepen ten dienste van zijn belangen.

De strijd tegen IS in Irak

Moqtada al-Sadr. Wie kent hem nog, de fel anti-Amerikaanse en nationalistische sjiitische Iraakse leider, die met zijn “Leger van de Mahdi” na de Amerikaanse invasie en bezetting van Irak in 2003, volop ten aanval ging tegen de bezetters? Na de executie van al-Nimr kwam hij nog eens scherp uit de hoek tegen Saudi-Arabië en tegen de Amerikaanse troepen, die in december 2011 officieel Irak verlieten. Maar inmiddels in 2014 terugkeerden en behoeve van de strijd tegen de soennitische IS, dat in het kielzog van haar vroegere Saudische weldoeners, de sjiieten als ketters beschouwt, die zonder meer mogen worden afgemaakt.

Het rommelt al langer bij de sjiitische milities in het door de sjiieten geregeerde Irak. Zij beginnen steeds meer en meer de Amerikanen opnieuw als bezetters te zien. Als het tot een breuk komt tussen de sjiitische milities en de regering, wordt de strijd in Irak tegen IS zeer problematisch. Dan komt de politiek van de regering voor verzoening tussen sjiieten en soennieten in het gedrang. En kan IS, met steun van de Iraakse soennieten, die worden gesteund door Saudi-Arabië, nog lang grote gebieden onder zijn controle houden.

Hoe zit het dan met de onlangs door Saudi-Arabië opgerichte Islamitische Militaire Alliantie, gericht tegen “het terrorisme”? Zoals het nu naar uit zien, dreigt die alliantie volslagen waardeloos te zijn en dreigt Saudi-Arabië zowel in Syrië en Irak in het verliezende kamp terecht te komen.

Interne oppositie

De Saudische politiek in de regio is het voorbij jaar geregeld onder vuur genomen door leden van de koninklijke familie van zowat 7.000 prinsen. Die verwijten het regerende trio al te voortvarend en te agressief te werk te zijn gegaan. Met Jemen als mooi voorbeeld. Dat ondergraaft de stabiliteit van het regime. Door de executie van al-Nimr heeft het regime ruim tien procent van zijn eigen bevolking tegen zich in het harnas gejaagd en moet het rekening houden met toenemende onrust in het oosten van het land.

Maar het regime staat ook onder druk van een militant deel van zijn soennitische achterban. Al Qaeda, destijds opgericht door de Saudi’s in samenwerking met Washington om oorlog te voeren tegen de Sovjet-troepen in Afghanistan, en al enige tijd ook IS, zijn zeer actief in het koninkrijk. De twee groepen zitten ideologisch wel op de lijn van het wahhabisme, een sterk conservatieve variante van het soennisme, die de officiële leer is in het koninkrijk, maar ze hebben niets op met koningen en de regerende familie al-Saud. Vooral vanaf 2004 begon Al Qaeda met een reeks aanslagen, gevolgd door IS dat vooral sjiitische moskeeën viseerde. Onder de 47 zaterdag  2 januari terechtgestelden bevonden zich een groot aantal Al Qaeda-leden, die naar aanleiding van die aanslagen werden gearresteerd. Ook één van hun geestelijke leiders, Fares al-Shuwail, werd onthoofd. Of de man de aanslagen steunde is niet duidelijk. Wel is zeker dat sjeik al-Nimr een uitgesproken tegenstander van de monarchie was, die opkwam voor rechten voor de sjiieten in het oosten en eventueel zelfs hun afscheiding van het koninkrijk bepleitte, maar nooit opriep tot geweld. In feite kreeg hij de doodstraf voor zijn opinies, omwille van zijn kritiek op het koningshuis. Het regerende trio vond dat dit de zwaarste straf moest krijgen. Maar bracht zichzelf daardoor ook internationaal in diskrediet.

Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.