Islamitische Staat komt onder druk

ramadi
Facebooktwittergoogle_plusmail

Met Amerikaanse luchtsteun zijn de Iraakse troepen er in geslaagd Ramadi, de hoofdstad van de woestijnprovincie Anbar, te heroveren op Islamitische Staat (IS of Daesh). Dit nadat de radicale islamisten zich er in mei meester van hadden gemaakt. De Iraakse eerste minister Haider al-Abadi verkondigde in zijn enthousiasme over de zege dat IS in 2016 volledig uit Irak zal worden verdreven.

Aan overdrijvingen ontbreekt het nooit als de regering een succes boekt in Irak. Zo werd de aanval op Mosoel, de tweede grootste stad van Irak, die in juni 2014 in de handen van IS viel, al meermaals in het vooruitzicht gesteld. Maar dat zal zeker nog heel wat voorbereidingen vergen. Te beginnen met de herovering van de hele provincie Anbar, met onder andere de stad Fallujah.

Maar het is wel een feit dat de strijd tegen IS, in Irak en Syrië, om diverse redenen in 2015 in een stroomversnelling is gekomen. In de eerste plaats omwille van de verbluffende successen van IS en de afschuwwekkende wreedheden die daarmee gepaard gingen.Verder omdat IS overal ter wereld snel aanhang won tot in Europa toe en dat continent op stelten zette door bloedige aanslagen in Parijs, met een Belgische inbreng. Er moest dus echt ingegrepen worden door het Westen, ook omdat het in de regio buiten spel dreigde te worden gezet door het grootscheepse en succesvolle Russische luchtoffensief in Syrië tegen de rebellen in dat land vanaf 30 september.

Van al-Zarqawi tot al-Baghdadi

IS is voortgekomen uit de door de Jordaniër Abu Musah al-Zarqawi in 1999 opgerichte Organisatie voor Monotheïsme en Jihad (Jamaat al-Tawhid en Jihad), die zich aansloot bij Al-Qaeda. Eén van haar doelwitten was het omverwerpen van de Jordaanse monarchie, maar door de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 ging alle aandacht naar de strijd tegen de Amerikaanse bezetter. Al-Zarqawi kwam in 2006 om bij een Amerikaans bombardement. Kort daarna werd zijn organisatie omgedoopt tot Islamitische Staat in Irak (ISI), waarvan ene Ali Ibrahim Awwad Ibrahim Ali Muhammad al-Badri al Samarrai; beter bekend onder zijn oorlogsnaam Abu Bakr al-Baghdadi, in mei 2010 de leider werd.

Toen in Syrië in maart 2011 de nog steeds voortdurende burgeroorlog uitbrak deed al-Baghdadi pogingen één organisatie te vormen met het in Syrië opererende Nusra-front (Jabhat al-Nusra li Ahli al-Sham of Steunfront voor het volk van Syrië), dat daar het filiaal van Al-Qaeda was. Al-Baghdadi kondigde in april 2013 de fusie aan, die de naam ISIS of ISIL (Islamitische Staat in Irak en de Levant[Sham])  kreeg. De Arabische afkorting daarvan is Daesh, die in de Arabisch wereld nog altijd wordt gebruikt om IS aan te duiden. De leiders van het Nusra-front wezen de eenmaking af en kregen gelijk van Ayman al-Zawahiri, de leider van Al-Qaeda sedert de dood van Osama bin Laden. ISIS werd uit Al-Qaeda gezet.

Dat hinderde al-Baghdadi niet. In tegendeel. In maart 2013 maakte hij zich meester van Raqqa, de hoofdstad van de gelijknamige provincie in het noordoosten van Syrië. Iets waarvan het belang toen niet werd ingezien. Het Westen was er alleen maar blij mee dat de Syrische regering van Bashar al-Assad nog meer terrein had moeten prijs geven. Anders was het toen ISIS in juni 2014 met verrassingsaanvallen grote delen van het noorden van Irak, met onder andere de stad Mosoel kon inpalmen. De Iraakse soldaten en de Koerdische peshmerga sloegen in paniek op de vlucht. De Iraakse hoofdstad Bagdad en de Koerdische hoofdstad Erbil (Hewler in het Koerdisch) lagen in het bereik van ISIS. Gesteund door die veroveringen riep al-Baghadi zich op 29 juni 2014 uit tot kalief, met de roepnaam Ibrahim, en ISIS werd ingekort tot IS, Islamitische Staat zonder meer.

Internationale coalitie

De Amerikanen en hun bondgenoten zagen Irak al helemaal ingepalmd worden door IS en stuurden versterkingen en wapens, waarmee de verdere opmars van IS naar de hoofdsteden kon worden gestuit. In september werd er een internationale coalitie tegen IS opgericht, waarvan de meeste deelnemende landen, waaronder België, zich beperkten tot de verdediging van Irak. Onder sterke druk van de internationale publieke opinie werden de Amerikanen gedwongen in te grijpen toen de Syrische Koerden in Kobani, aan de grens met Turkije, in september 2014 dreigden onder de voet te worden gelopen door IS-strijders. Het was nochtans sterk tegen hun zin. De Koerdische Democratische Eenheidspartij (PYD) leunt immers sterk aan bij de Turks-Koerdische  Arbeiderspartij (PKK), de aartsvijand van de islamistischeTurkse president Recep Tayyip Erdogan, een NAVO-bondgenoot.

Het gebrek aan enthousiasme van de Internationale Coalitie bij het aanpakken van IS bleek toen een jaar na de oprichting ervan de balans van haar acties werd opgemaakt. Die was zeer negatief. Niet alleen hadden alle Arabische Golfstaten, die ook worden genoemd als geldschieters van IS en andere terroristische groepen in Syrië en Irak zich al snel teruggetrokken om hun aandacht aan hun uitzichtloze oorlog in Jemen te wijden, ook was er grote territoriale winst voor IS in Syrië in Irak.

Al in augustus 2014 bestormde IS de Iraakse provincie en stad Sinjar (Shengal in het Koerdisch), een in grote mate door Jezidi’s, aanhangers van een syncretistische godsdienst, bewoond gebied. Ook hier gingen Iraakse en Koerdische strijdkrachten in paniek op de vlucht, met achterlating van al hun materieel. Duizenden Jezidi-mannen werden afgemaakt. Vrouwen en kinderen werden meegenomen als huis- en seksslavinnen. Enkel dankzij de Volksbeschermingseenheden (YPG) van de Syrisch-Koerdische Democratische Eenheidspartij  kon een deel van de Yezidi’s, die er in de bergen omsingeld zaten, worden gered. In mei dit jaar kwam met de verovering van Ramadi bijna de hele provincie Anbar in IS-handen. Nog in mei maakten IS-troepen zich meester van de werelderfgoedstad Palmyra in Syrië, waar zij, zoals in Mosoel en omgeving, heel wat van dat erfgoed vernietigden.

Geen boter maar kanonnen

IS kon blijkbaar ongehinderd met hele colonnes vrachtwagens en zwaar materieel oprukken zonder enige interventie van de geallieerde luchtmachten. Geen wonder dat soms de vraag wordt gesteld wat de bondgenoten ter plekke deden met hun vliegtuigen. De Belgische luchtmacht had gedurende negen maanden F-16 gevechtsvliegtuigen in Jordanië, tot ze in juni jl. werd afgelost door Nederland. Kostprijs: zowat 5 tot 6 miljoen € per maand of in totaal ruim 50 miljoen € over de balk gegooid geld, waarmee de regering heel wat concrete noden zoals lonen voor gerechtsmedewerkers, onderhoud en bouw van nieuwe overheidsgebouwen enz. had kunnen betalen. Eerder al verspilde België, door tien jaar aanwezigheid in Aghanistan met F-16’s, 600 miljoen €. Resultaat daar: eveneens zero. De huidige rechtse, evenals de vorige door socialisten geleide regeringen gaven/geven duidelijk de voorkeur aan kanonnen boven boter. En volgend jaar, als de Nederlanders terugkeren is het weer aan België om geld te gaan verkwisten in het Midden-Oosten.

Blijvende dubbelzinnige houding van het Westen

Het eerste tegensucces van de Iraakse regering kwam er op 31 maart 2015 toen Tikrit, de stad van de terechtgestelde president Saddam Hoessein, die ook in juni 2014 door IS was bezet, kon worden heroverd. Een tweede succes in de strijd had niets te maken met de coalitie noch met de Syrische of Iraakse regeringen. Het betreft het verdrijven van IS uit Tall Abyad in juni jl. door de Syrische Koerden. Daardoor maakten ze een verbinding tussen de Koerdische enclaves Qamishli en Kobani aan de grens met Turkije. Kenschetsend voor de dubbelzinnige houding van de westerse oorlog tegen IS, is het verbod dat de Koerden van de VS kregen om de verbinding te maken met de derde Koerdische enclave, Afrin, aan de grens met Turkije ten noordwesten van Aleppo. Door die verbinding zou heel de Syrische noordelijke grensstreek afgesloten zijn door de Koerden, waardoor bevoorrading van IS over land vanuit Turkije onmogelijk zou worden. De Amerikanen lieten duidelijk verstaan dat de Koerden daarvoor niet moeten rekenen op enige Amerikaanse wapenhulp. Ze springen hier president Erdogan bij, die zich ook dreigt met hand en tand te verzetten moesten de Koerden naar Afrin willen oprukken. Om de Koerden dat duidelijk te maken, vuren de Turkse troepen over de grens af en toe salvo’s in hun richting af.

Merkwaardig was ook dat nadat de herovering van de stad Sinjar op 13 novemberr jl. de Amerikanen voor het eerst een aanval uitvoerden op tankwagens die bij Deir ez-Zor, in het oosten van Syrië, olie kwamen laden bij bronnen in handen van IS, voor onder meer export via Irak naar Turkije. Journalisten die voor de verovering van de stad Sinjar, de daarbij gelegen burcht bezochten, die in handen was van Koerdische peshmerga, konden vaststellen hoe elke dag een paar honderd tankwagens met Syrische olie voorbijreden. Van de Koerdische militairen kregen ze te horen dat de peshmerga verbod hadden gekregen van de Amerikanen en van hun politieke leiders in Arbil, om die trafiek aan te vallen of te verstoren. Nochtans is de opbrengst van de olie één, zoniet  de belangrijkste inkomstenbron van IS

Toen de Amerikanen op 16 november naar eigen zeggen 116 tankwagens bij Deir es-Zor vernietigden, probeerden ze uit te leggen dat ze dat tot dan toe nooit hadden gedaan om “humanitaire redenen”, om burgerlijke slachtoffers te vermijden, om onschuldige burgers geen noodzakelijke brandstof te ontzeggen. Weinig geloofwaardig van een land dat al jaren, o.a. met drones, duizenden burgerlijke slachtoffers heeft gemaakt in Afghanistan, Pakistan en Jemen. Daar wordt dat dan afgedaan als “collateral damage”, onbedoelde nevenschade.

 Als men bedenkt dat Washington na 1991 honderdduizenden Iraakse burgers heeft gedood, vermoord of laten creperen om Saddam Hoessein onder druk te zetten, dan lijkt het “humanitaire”  argument klinkklare nonsens. Denken we maar aan Madeleine Albright, die in 1996 als Amerikaans ambassadeur bij Verenigde Naties doodleuk liet verstaan dat de dood van 500.000 Iraakse kinderen haar eigenlijk geen barst kon schelen. Of aan alle Amerikaanse presidenten, met als laatste Barack Obama naar aanleiding van de Gaza-oorlog van 2014, die massamoorden, ook op Palestijnse kinderen, door Israëlische soldaten geen probleem vinden. Moet kunnen, zo denken ook de meeste Europese leiders.

Russische interventie

Op 17 december ten slotte boekte de Iraakse regering een derde succes dit jaar met de herovering van Ramadi. Het wijst er op dat de zaken in Bagdad, onder Amerikaanse druk en met Amerikaanse steun, ernstiger worden aangepakt. Soldaten moeten niet alleen soldij incasseren, maar worden nu verplicht er ook iets voor te doen en niet bij het minste gevaar op de vlucht te slaan.

Die ernst heeft ook veel te maken met de interventie van de Russische luchtmacht in Syrië vanaf 30 september. Vooral omdat de Russische acties uiterst efficiënt leken in vergelijking met die van de westerse anti-IS-coalitie. Meer en meer gebied keert terug in regeringshanden. Verzetsenclaves worden via onderhandelingen opgeruimd. Een offensief ter bevrijding van Palmyra is in voorbereiding.

Met andere woorden, de Amerikanen, die de situatie maar lieten verrotten in de hoop president Bashar al-Assad weg te krijgen en een pro-westerse paljas in diens paleis te installeren, dreigden buiten spel te worden gezet. Daarom zijn ze actiever gaan optreden met hun luchtmacht. Daarom hebben ze, evenals vele westerse leiders, hun eis voor een direct vertrek van Bashar al-Assad al laten vallen en wordt er nu met man en macht aan gewerkt om via onderhandelingen toch iets van de westerse belangen te redden.

Verliest de kalief zijn rijk?

De toekomst van kalief Ibrahim ziet er momenteel niet echt goed uit. De opgedreven bombardementen hebben al effect gesorteerd. Groepen IS-strijders geven er de brui aan en trekken met materiaal en al de Turkse grens over. De aantasting van de inkomstenbronnen dwingt IS ertoe te besparen op de soldij van zijn strijders en op de lonen van zijn ambtenaren, technici en andere medewerkers die met goed geld werden aangetrokken om van IS ook werkelijk een staat te maken met openbare diensten en al.

Een streep door de rekening is de ineenstorting van de olieprijs. Niet alleen voor de opbrengst van de eigen bronnen, maar ook omdat de grote financiers op het Arabische schiereiland in geldnood beginnen te geraken. Saoedi-Arabië heeft bewust gewerkt aan de enorme daling van ruim 60 % van de olieprijs om landen als Iran en Rusland te treffen. Maar ook om de productie van schalie-olie in de VS uit de markt te prijzen.

Saoedi-Arabië zou naar verluidt in 2016 op de geldmarkt actief worden om de putten in de begroting te financieren. Volgend jaar zal het tekort op de begroting 87 miljard dollar bedragen. De regering in Ryad heeft daarom al een reeks prijsverhogingen en nieuwe belastingen aangekondigd, die tot onrust onder de bevolking zouden kunnen leiden. En dat kan koning Salman zeker missen nu er ook in de koninklijke familie wordt gemord over de ondoordachte manier waarop de nieuwe regering handelt en zo vijanden maakt.

Het land heeft nog wel een flinke spaarpot, maar experts hebben uitgerekend dat als de olieprijzen nog voor een langere periode laag blijven – en oliedeskundigen denken dat dit het geval zal zijn – de reserves van Saoedi-Arabië opgesoupeerd zullen zijn.

Het land zit met heel wat kosten en verplichtingen. De oorlog in Jemen zou 200 miljoen dollar per dag kosten of 6 miljard dollar per maand. Tel daarbij subsidies en ander financiële hulp aan landen als Egypte en Pakistan, die als noodzakelijke bondgenoten worden gezien. De vraag is dan ook of er niet bespaard zal worden op steun aan rebellenbewegingen allerhande. Zeker nu de olierijke landen aan de Golf internationaal meer en meer met de vinger worden gewezen omdat ze islamistische extremisten hulp geven en zelf het tegendeel zijn van democratie die het Westen zegt te verdedigen.

Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.