Burgeroorlog in Burundi

12-18-2015Burundi
Facebooktwittergoogle_plusmail

“Er dreigt geen burgeroorlog in Burundi, we zitten er middenin, la guerre civile est déjà là”.  Een uitspraak van Sylvestre Ntibantunganya, president van 1994 tot 1996. Precies in de periode dat CNDD-FDD op kruissnelheid kwam, de rebellengroep, waarvan de laatste leider, Pierre Nkurinziza, zich in juli tegen de grondwet in voor de derde keer tot president heeft laten verkiezen.

Ntibantunganya weet waarover hij spreekt. Tijdens zijn ambtstermijn was hij onmondig om zijn voormalige politieke medestanders uit de Hutumeerderheid ertoe te bewegen de wapens neer te leggen. Uiteindelijk zette een van zijn voorgangers, Pierre Buyoya, een hogere officier, hem met behulp van het toen nog door Tutsi gedomineerde leger af. Als er iemand met kennis van zaken de politieke toestand in Burundi kan analyseren, dan is Ntibantunganya het wel, senator sinds 2005, een wijze Mushigantahe met ervaring.

Kantelmoment

Waarop steunt Ntibantunganya voor zijn uitspraak? Ongetwijfeld op wat er onlangs in de hoofdstad Bujumbura gebeurd is. Vrijdag 11 december is een kantelmoment. Die ochtend vallen gewapende mannen drie legerkampen aan. Naast die van Ngagara en Muha ook het Institut supérieur des cadres militaires, Iscam, de officierenschool.  De aanvallers, sommigen gekleed in recente legeruniformen, eigenen zich wapens en munitie toe. Militairen uit de kampen sluiten zich bij hen aan. In het vuurgevecht vallen er doden aan de twee kanten maar na enkele uren trekken de aanvallers zich terug in Bujumbura rural, de heuvels rond de stad, waar rebellen zich altijd thuis gevoeld hebben als een vis in het water. Honderden muitende soldaten en politieagenten vergezellen ze.

De repressie van de ordehandhavers die dag is buitensporig. In wijken, bekend als haarden van de oppositie, halen ze jonge mannen uit hun huis. Flink wat onder hen stellen ze standrechtelijk terecht. Tientallen lijken liggen gewoon op straat, verspreid in de wijk. Het aantal dodelijke slachtoffers die dag ligt beslist stukken hoger dan de 87, waarvan de officiële cijfers gewag maken. Vanaf die vrijdag is het geweld in Burundi in die mate geëscaleerd dat je zonder overdrijving kunt stellen dat het conflict tussen het regime van Nkurinziza en wie hem zijn ongrondwettelijke herverkiezing betwist in een nieuwe fase terechtgekomen is.  Gewapende aanvallen op legerdoelwitten, willekeurige moordpartijen.  Het regime is zijn monopolie op het gebruik van geweld kwijt. Burgeroorlog heet dat bij Ntibantunganya.

Laten we proberen om te doorgronden wat er aan de hand is.  Dat is niet eenvoudig. Je moet soms uitgaan van sterke vermoedens en geloofwaardige hypotheses, zonder zeker te zijn van je stuk. Wat volgt, neem ik voor mijn rekening maar is sterk geïnspireerd door een gesprek met bevoorrechte waarnemers, die om uiteenlopende redenen zelf niet naar buiten komen.

Wie zijn de rebellen?

We weten niet precies wie er achter de aanval op de drie kampen zit. Het is zo, sinds het begin van het protest tegen Nkurinziza’s plannen voor een derde mandaat, sinds eind april dus, dat niemand het voortouw genomen heeft van het door een flink deel van de hoofdstedelijke bevolking gedragen verzet.

Toch maken enkele elementen ons wijzer. Zo staat het vast dat de aanvallers steun hadden van legerkringen. Daarop wijzen de uniformen die sommigen droegen en de medestanders die ze in de kampen vonden. In mei ging het initiatief bij de mislukte staatsgreep uit van hogere officieren. Nu zien we dat de ondertussen geradicaliseerde en gewapende oppositie aansluiting gevonden heeft bij dissidenten in het leger.

De strategische terugtocht naar Bujumbura rural is evenmin zonder betekenis. Jarenlang zijn de heuvels de thuishaven geweest van het FLN, een rebellengroep met een uitgesproken Hutukarakter, die tot na de eerste verkiezing van Nkurinziza in 2005 door bleef gaan met haar gewapende acties. Na haar omvorming tot politieke partij hoopte ze om in de stembus haar decennialange inspanningen te verzilveren. Tevergeefs. Dat nu de aanvallers van de legerkampen op 11 december, samen met overlopers uit het leger, in de heuvels een schuilplaats vinden, geeft aan dat de oude garde en nieuwe rebellen, los van hun etnische etiket, de handen in elkaar geslagen hebben. Was historisch de machtsstrijd in Burundi etnisch gekleurd, de voorbije jaren staken CNDD-FDD en FLN elkaar naar de kroon, twee partijen die elk uit een beweging van Huturebellen voortgesproten. De nieuwe allianties overstijgen de etnische breuklijnen. Zo lijkt het toch, voorlopig althans. Hout vasthouden. Nkurinziza’s regime doet immers alles eraan om, als het al niet de Belgen zijn, de Tutsi te brandmerken als de schuldigen voor al het onheil.

Wie op één ochtend drie kampen aanvalt, getuigt van een organisatiekracht, die groter is dan de losse samenhang van de protestbeweging liet vermoeden. We moeten dus op zoek naar figuren die dat potentieel in huis hebben. Vanzelfsprekend denk je dan in de eerste plaats aan generaal Godefroid Niyombare, de leider van de Hemelvaartputschisten, achteraf ondergedoken in Rwanda. Moeten we uitsluiten dat hij betrokken is bij de totstandkoming van een Burundese rebellenbeweging, waarvan de leden gerekruteerd worden onder de Burundese vluchtelingen in Rwanda, of minstens op de hoogte is van dat initiatief? Er zijn geen aanwijzingen dat die militie al actief is maar als dat eenmaal het geval is, dan belanden we, met de internationalisering ervan, in een volgende fase van het conflict.

Een andere welberekende gok. Als de Verenigde Staten van de ene dag op de andere Alexis Sinduhije op hun sanctielijst zetten, omdat ze de oud-journalist en oppositieleider ervan verdenken aanslagen gepland te hebben en guerrillastrijders aangetrokken en getraind te hebben, moeten we dan ook niet aan hem denken als brein van de gewapende weerstand? Na de verkiezingen van 2010 heeft Sinduhije een eerste keer, zij het onvoldragen, stappen in die richting gezet.  De tijd is rijper dan ooit voor een herhaling.

Ten slotte. Is het denkbaar dat er sommigen in de schoot van CNARED, de recente bundeling van opposanten, activisten en ballingen, garen denken te spinnen bij acties, waarin geweld een evidente plaats heeft? Is b.v. voorzitter Léonard Nyangoma, de man die in 1994 de grondvesten voor CNDD-FDD gelegd heeft, omdat hij in doordeweekse politiek geen heil meer zag, absoluut zeker voor eeuwig en altijd een aanhanger van geweldloos verzet?

Je stelt je die vragen, omdat er door de wapens op te nemen iets te verdienen valt. Een verklaring.

De dialoog als redmiddel

De internationale gemeenschap is stilaan wakker geschoten. De Afrikaanse Unie, verondersteld om de kastanjes uit het vuur te halen, is bereid om misschien wel 5000 soldaten te sturen om de vrede te handhaven. Afwachten of ze dat ook zonder het akkoord van Nkurinziza doet.

Ondertussen proberen ze in Oeganda een dialoog op gang te brengen. Van de AU heeft president Museveni de opdracht gekregen om te bemiddelen maar aangezien hij met een permanente rondreis door de provincie, alleen onderbroken om in Kampala paus Franciscus te ontvangen, zijn herverkiezing in februari voorbereidt – voor zijn vijfde (!) termijn, wat hem enigszins ongeloofwaardig maakt -, heeft die poging tot dusver weinig opgebracht. De lijst van 23 genodigden getuigt bovendien van weinig politiek evenwicht. Hooguit twee opposanten staan erop vermeld, onder wie de in België van een aanslag herstellende mensenrechtenmilitant Pierre Claver Mbonimpa, die verleden week in Genève in tranen uitbarstte, toen de Raad voor Mensenrechten van de Verenigde Naties er de toestand in Burundi besprak. Museveni moet zijn huiswerk herdoen van de AU.

Ook de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, pleit voor dialoog, voor hij het sturen van blauwhelmen in overweging wil nemen.

Dialoog, als de burgeroorlog al begonnen is, het is een aartsmoeilijke oefening. Maar is de veronderstelling te boud dat sommige Burundezen erop rekenen te winnen bij de opflakkering van het wapengekletter, met name erkenning als valabele gesprekspartner, mocht het ooit, ergens tot een dialoog, een gesprek of onderhandelingen komen, b.v. over een overgangsregeling? Toen het ruim tien jaar terug, na jarenlang palaveren in Sun City, in Zuid-Afrika, voor het buurland Congo tot een overgangsregeling kwam, zijn diegenen die ooit naar de wapens gegrepen hadden daar goed bediend. Niet de onhandige Tshisekedi, die dacht dat de macht hem als een godsgeschenk in de schoot zou vallen. Die bedenking kan het oplaaiende geweld, in de aanloop naar een mogelijke dialoog, verklaren.

Werk aan de winkel 

Wie de lont uit het kruitvat wil trekken, moet met heel wat factoren rekening houden. Zo mag je beslist de geweldloze manifestanten niet aan de kant laten, ten voordele van wie er dezer dagen de passie predikt.

Je moet ook een uitweg verzinnen voor Nkurinziza. Best mogelijk dat je hem niet uit zijn zetel krijgt voor zijn derde termijn afloopt. Dat is pas over vijf jaar. Je moet dus tijd inbouwen. Op de koop toe is de president populair, met name in de heuvels, bij de arme boeren. Hij heeft een punt gezet achter een aanslepende burgeroorlog – de vorige, wel te verstaan – en in de gezondheidszorg en het onderwijs maatregelen genomen die op bijval onthaald zijn. Moet je wachten tot de achteruitboerende economie de levensstandaard verlaagt en de president vervreemdt van zijn aanhangers of pas je met economische sancties een verrottingsstrategie toe, die dat proces versnelt, al is dat op de kap van de doodgewone en doodarme Burundees? Op één, twee, drie speel je de president en zijn kiezers niet uit elkaar.

Evenmin is uit het oog te verliezen dat de protestbeweging tegen Nkurinziza, onlangs uitgemond in wat oud-president Ntibantunganya ronduit een burgeroorlog noemt, een hoofdstedelijk fenomeen is. Er gaapt een kloof met de rest van het land.  Wat de opposanten uit Bujumbura op het oog hebben, bevalt niet noodzakelijk miljoenen andere Burundezen.

Het besef moet ook groeien dat de Burundese politiek behoefte aan nieuw bloed heeft.  Blijven jongeren zich aangesproken en/of vertegenwoordigd voelen door Nkurinziza, Nyangoma, Sinduhije en Ntibantunganya?  Er is nood aan verdieping van de democratie, een intensieve en tijdrovende bezigheid.

Tijd, een cruciale factor voor een werkbare en duurzame oplossing. Maar heb je die wel, als het land, minstens de hoofdstad toch, in vuur en vlam staat? Op zo’n moment heb je geen tijd te verliezen.

Niet talmen. Mag dat de boodschap zijn voor wie ervoor ijvert om vrede de bovenhand te laten halen en een laaiende, uitslaande brand te voorkomen. De volgende fase in de burgeroorlog kan genocide zijn.

Guy Poppe (°1946) is gewezen radiojournalist bij de openbare omroep VRT. Bij het brede publiek is hij vooral bekend als Afrikaspecialist.