Recht op sterven: een niet erkend mensenrecht

Facebooktwittergoogle_plusmail

De dood blijft een taboe. Dat werd nog maar eens bewezen door 65 hoogleraren, psychiaters en psychologen die er onlangs in een open brief voor pleitten het recht op euthanasie op grond van psychisch lijden uit de euthanasiewet te schrappen. De dood wordt nog altijd beschouwd als iets verschrikkelijks dat zo lang mogelijk en tot iedere prijs moet worden vermeden. Bovendien wil onze samenleving nog altijd niet aanvaarden dat iemand zelf beslist wanneer zijn of haar leven mag worden beëindigd. Er is dus nog werk aan de winkel om het idee ingang te doen vinden dat sterven een normale zaak is en dat het recht om zelf te beslissen over zijn levenseinde een elementair mensenrecht is dat spijtig genoeg nog niet erkend is.

 

In hun open brief die op 8 december 2015 in De Morgen werd gepubliceerd, pleitten de ondertekenaars ervoor euthanasie op grond van psychisch lijden uit de euthanasiewet te halen, omdat ‘de uitzichtloosheid van psychisch lijden onmogelijk objectief kan worden vastgesteld’. Alleen de subjectieve inschatting van de betrokkene speelt hier en die biedt volgens de ondertekenaars onvoldoende rechtszekerheid. Als ze echt met het lot van hun patiënten zouden begaan zijn, zouden ze ervoor pleiten dat de vereiste dat het lijden ‘uitzichtloos’ moet zijn uit de wet wordt gehaald. Waarom moet een mens eerst lichamelijk en/of geestelijk lijden en moet dat lijden op de koop toe uitzichtloos zijn alvorens hij of zij het leven mag beëindigen?

Daarnaast geven de 65 ondertekenaars blijk van een onvoorstelbaar misprijzen voor de wens van de betrokkene. Die wordt afgedaan als ‘subjectief’. Over zelfbeschikkingsrecht hebben deze academici nog nooit nagedacht. Ze lijden blijkbaar aan een dwangneurose die wil dat een mens moet blijven leven, zelfs ondanks zwaar lijden en zelfs tegen zijn uitdrukkelijke wil in. Als ze trouwens willen dat een mens zo lang mogelijk blijft leven, moeten ze maar eens naar de talloze getuigenissen luisteren waaruit blijkt dat de mogelijkheid van euthanasie mensen gemoedsrust biedt en de moed om door te gaan.

De 65 hebben blijkbaar nog niet ontdekt dat we niet geboren worden om te blijven leven, maar wel om te sterven. En als we al niet kunnen beslissen over het begin van ons leven, dan mogen we toch beslissen over het einde ervan. Het getuigt toch van een grote barbaarsheid te eisen dat mensen eerst zwaar moeten lijden en dat hun lijden zelfs uitzichtloos moet zijn alvorens ze hun leven mogen beëindigen. Wie een ziekteproces wil doorstaan, ook als het uitzichtloos en ondraaglijk wordt, heeft daartoe vanzelfsprekend het volste recht. Ook dat is zelfbeschikkingsrecht. Maar wie oordeelt dat zijn leven best wordt afgerond moet dit, ook als hij kerngezond is, op een menswaardige manier kunnen doen.

Alleen dan kunnen tragische toestanden vermeden worden, waarop we nu de totaal misplaatste woorden ‘zelfmoord’ of ‘zelfdoding’ plakken. Vooral dat woord ‘zelf’ stuit velen tegen de borst. We mogen niet zelf over ons levenseinde beslissen, maar een dronken chauffeur, een gangster, een arbeidsongeval, een oorlog mogen dat wel. We vinden dat dan telkens wel zeer erg, maar ja dat zijn dingen die nu eenmaal gebeuren. Als we er maar niet zelf een punt achter zetten. We staan er zelfs niet bij stil dat mensen die hun leven willen beëindigen daartoe nog altijd hun toevlucht moeten nemen tot gruwelijke praktijken zoals verhanging, een kogel door het hoofd, het doorsnijden van de polsen, verstikking, verdrinking, een overdosis  of andere wanhoopsdaden. Al die gruwelen kunnen worden vermeden als mensen op een menswaardige wijze, door een injectie, pil of drankje, afscheid kunnen nemen.

Kortom, leven en laten leven, ja zeker. Maar ook sterven en laten sterven en bij voorkeur met respect voor ieders wil en op een waardige wijze.