Maleisië, misbruik van antiterreur

Kuala Lumpur
Facebooktwittergoogle_plusmail

Maleisië wordt bedreigd door islamistische terroristen, maar de regering van premier Najib Razak waakt. Er wordt niets onverlet gelaten om de terroristen buitenspel te zetten, in spoedtempo worden maatregelen genomen die allerlei vrijheden aan banden leggen en ruim armslag geven om ordeverstoorders allerhande op te sluiten. Toevallig vallen die maatregelen wel samen met een grote protestbeweging tegen premier Najib, verdacht van corruptie op grote schaal.

Radicale islam

Volgens een recente peiling sympathiseert 11 % van de Maleisische moslims (60 % van de 30 miljoen inwoners) met Daesh (IS). Dat maakt dan toch rond 1,5 miljoen volwassen Maleise moslims. Enkele honderden jonge Maleisiërs strijden bij Daesh (IS) en regelmatig wordt alarm geslagen voor dreigende aanslagen. Dat verscherpt nog de toenemende etnische spanningen tussen Maleiers en de andere volksgroepen, in de eerste plaats de Chinese – rond 27 % van de bevolking.

Het jihadistische gevaar is verre van denkbeeldig. De leidende groep binnen het regerende Nationaal Front, de Maleise Umno, heeft wel boter op het hoofd. Ze heeft de voorbije jaren fundamentalistische moslimleiders in het noorden van het land aangemoedigd om hun staten te islamiseren, terwijl de regering de invloed van fundamentalisten in de justitie en het regeringsapparaat zelf deed toenemen. Het Nationaal Front rond de Umno hoopte zo het verlies aan Chinese kiezers te compenseren met steun van Maleise fundamentalisten. In 2013 haalde het Front slechts 47 % van de stemmen, maar nog wel een meerderheid van zetels.

Maleisië is eind september officieel toegetreden tot de internationale coalitie van de VS om Daesh te bestrijden. Kort daarvoor was een kleine groep jihadisten opgepakt die volgens de politie van plan was aanslagen te plegen in de toeristische buurt van Kuala Lumpur.

Corruptie

Volgens de oppositie zijn al die veiligheidsmaatregelen echter onderdeel van een steeds autoritairder beleid dat elke kritiek monddood wil maken. Vooral dan de kritiek op de persoon van de premier. Die had in april al een wet op terreurbestrijding doen goedkeuren die zeer ruim kan worden geïnterpreteerd om critici de mond te snoeren.

In juli schreef de Wall Street Journal dat er op de persoonlijke bankrekening van de premier bijna 700 miljoen dollar was gestort waarvan de oorsprong onbekend is. Na wekenlang acties van de oppositie en van kritiek in zijn eigen partij, liet Najib Razak weten dat het ging om giften van personen uit het Midden Oosten die zo zijn verkiezingsfonds wilden steunen. Vanwaar die gulheid? Eind augustus waren 200.000 opposanten in gele shirts, kleur van de oppositie, op straat gekomen om te eisen dat hij zou aftreden. Maar de premier reageerde met autoritaire maatregelen en dreigementen via de grotendeels door hem gecontroleerde media.

Het islamistisch gevaar komt nu als geroepen om elke oppositie het zwijgen op te leggen als zijnde staatsgevaarlijk. Hij kreeg het wel hard te verduren in zijn eigen partij, Umno, maar kritische ministers werden prompt uit de regering gegooid en vervangen door fervente Maleise chauvinisten en voorstanders van verdere islamisering van staat en samenleving. Voor de premier en zijn omgeving is de zaak van de 700 miljoen dollar daarmee afgesloten en was alles een complot gesteund door buitenlandse media.

Met vuur spelen

Najib Razak speelt echter met vuur. Maleisië, tot voor kort een “Aziatische groeitijger” genoemd, zit met een economische kater, onder meer ten gevolge van de zwaar dalende olieprijzen. De Umno wakkert het Maleise chauvinisme en tegelijk verdere islamisering aan om zo op een meerderheid te kunnen rekenen. Maar dat maakt de spanningen alleen maar erger, vooral tegen de achtergrond van die economische crisis.

“Kijk, daar ligt Cyberjaya, onze Silicon Valley”, zegt een jonge Maleier trots. “En dat is van ons, dat zijn daar 99 % Maleiers, geen enkele Chinees”, vertelt hij er ongegeneerd bij. Dat is een onderdeel van de in 1965 gelanceerde Bumiputra, het beleid ten gunste van de Maleise bevolking, de “autochtonen” want Chinezen en Indiërs zijn aangevoerd door de Britse kolonisten… Het was de bedoeling om zo het levensniveau van de Maleiers te doen stijgen tot het niveau van de Chinezen, en dat is dan ook gebeurd.

Eetkraampjes

Die politiek ‘nationale preferentie’ is officieel wel afgezwakt, maar blijft in de feiten bestaan. Een Chinees met een eetkraam betaalt rond 25 keer meer taks dan een Maleier; de Chinees heeft op een toerist na alleen Chinese klanten, een Maleier alleen Maleise eters. Sociale woningen zijn voorbehouden aan Maleiers. Voor Chinese jongeren is het moeilijker de gewenste studierichting te volgen, waardoor velen dan maar naar het nabije Singapore trekken waar Chinezen de dienst uitmaken.

Bij een betoging ten gunste van Umno half september trokken Maleise activisten in rode shirts naar Petaling straat, de winkelkern van de Chinese wijk in Kuala Lumpur waar ze een plundertocht wilden houden. De politie kwam tussenbeide, want niemand is hier de bloedige botsingen van het jaar 1969 vergeten. Het incident herinnerde er wel aan dat de spanningen niet geweken zijn. Jihadisten, etnische spanningen en een autoritair corrupt bewind, het is een explosieve cocktail.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.