Een Derde Intifada?

derde intifada
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Eerste Intifada begon in december 1987 en was een relatief gecoördineerde massale protestbeweging, een volksopstand die in eerste instantie door lokale comités geleid werd. Er werd voornamelijk beroep gedaan op geweldloze tactieken zoals boycots, non-coöperatie, verbranden van identiteitskaarten en stakingen. Het was een van de meest samenhangende momenten in de geschiedenis van het Palestijnse verzet tegen de militaire bezetting en kolonisering.

 

De opstand culmineerde in 1990 toen de Joodse extremisten van Temple Mount Faithful lieten verstaan dat ze de eerste steen zouden leggen voor de heropbouw van Salomons tempel op al-Ḥaram de al-Šarīf (Arabisch voor nobel heiligdom), in de Westerse wereld beter gekend onder de joodse benaming Tempelberg (Har HaBáyit in het Hebreeuws), daar waar de Al-Aqsamoskee staat. Aangezien zij geloven dat de moskee gebouwd is op de ruïnes van de tempel van Salomon moet de moskee dus noodgedwongen afgebroken worden. Die is voor moslims echter de derde belangrijkste religieuze plaats na de Ka’bah in Mekka en de Masjid an-Nabawi (Moskee van de Profeet) in Medina.

In de protesten die erop volgden stierven in oktober 1990 zeventien Palestijnen onder de kogels van de Israëlische grenspolitie. Meer dan 100 anderen raakten gewond. Tegenover geweldloosheid en het gooien van stenen stelden de Israëli’s de ‘ijzeren vuist‘. Yitzak Rabin was in die tijd minister van Defensie en hij promootte de ‘gebroken botten‘-politiek. De term refereert naar het feit dat benen en armen van stenengooiers worden gebroken, volgens Israël een alternatief voor het schieten met scherp. De uiteindelijke balans bedroeg 1.283 Palestijnse doden en 2.500 vernietigde huizen.

Tweede intifada

De Tweede Intifada in september 2000 begon met het bezoek van eerste minister Ariël Sharon aan de Tempelberg. Voor de Palestijnen een pure provocatie. Daarnaast was er de kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever die gewoon doorging. In tegenstelling tot de Eerste Intifada werd de Tweede gekenmerkt door zelfmoordaanslagen en raketbeschietingen vanuit Gaza maar ook door grootschalige Israëlische operaties, gekend als ‘Defensive Shield‘ waarbij tanks, scherpschutters, helikopters en gevechtsvliegtuigen werden ingezet. Palestijnse wijken en dorpen werden binnengevallen en bezet, een strikte avondklok was van kracht. Er werden massaal arrestaties verricht, huizen afgebroken… Ook werd het werk van ‘pottenkijkers‘ zoals internationaal waarnemers en journalisten moeilijk zo niet onmogelijk gemaakt. Soms werd ook de toegang tot humanitaire hulp en medisch personeel geweigerd of verhinderd. Tijden de Tweede Intifada vielen er ongeveer 4200 Palestijnse en 1100 Israëlische doden.

De Tweede Intifada leidde in 2002 tot het begin van de bouw van de scheidingsmuur of `Israëlische Muur´, ‘ter beveiliging van Israëlische steden en dorpen tegen de terroristen‘. Onrechtstreeks leidde het ook tot de terugtrekking van de Israëli’s uit Gaza in 2005. Hierbij sloopten ze in de ontruimde kolonies alle gebouwen en werd alles wat niet meegenomen kon worden vernietigd.

‘Intifada van de messen’

De huidige golf van geweld, sommigen noemen het al ‘de Intifada van de messen‘, bevat opnieuw elementen van de eerste twee opstanden: geen uitzicht op een (politieke) toekomst, gewelddadige Israëlische repressie, uitbreiding van de kolonies en spanningen in Jeruzalem, in het bijzonder rond de Tempelberg. Het oplaaiende geweld zou een gevolg zijn van het in juli in brand steken van een Palestijns woonhuis door Joodse extremisten. Hierbij kwamen drie mensen om waaronder een baby van 18 maanden.. Een jongen van vier jaar overleefde en ligt nog steeds in het ziekenhuis. Het hek was helemaal van de dam toen enige tijd later ook nog bekend werd dat Israël van plan was om de status quo op de Tempelberg te veranderen en er het bidden door niet-islamieten wilde toelaten.

De opflakkering van geweld in Palestina en Israël, die zogenaamde ‘Intifada van de messen‘, is echter verschillend van de historische Intifada. Zowel structureel als politiek. Bij de Eerste Intifada werkten de PLO (die toen in ballingschap in Tunis zat) en Hamas samen nadat ze de coördinatie van de lokale comités hadden overgenomen. Zeven jaar later, bij de tweede Intifada, waren het weer de politieke leiders die de richting van de opstand aangaven. Die werd toen gekarakteriseerd door de vele zelfmoordaanslagen. Je zou kunnen stellen dat die twee opstanden politieke doelen hadden waar de leiders over konden onderhandelen en die uiteindelijk ook een eind aan de Intifada konden maken.

Hetzelfde geldt vandaag niet. Het protest is eerder organisch en buiten de controle van de Palestijnse leiders gegroeid. Het is meer het werk van wat men tegenwoordig ‘de eenzame wolf‘ noemt. Eventuele banden tussen de vele ‘eenzame wolf‘-aanvallers onderling of met Hamas en Fatah zijn niet gemakkelijk te leggen voor Israël dat er anders nooit moeite mee heeft om beide partijen als verantwoordelijke aan te wijzen voor alles en nog meer. De Israëlische veiligheidsdiensten hebben het moeilijk om de aanvallers vooraf op te sporen. Een van de karakteristieken van de ‘eenzame wolf‘ is immers dat die weinig of niet communiceert en gebruik maakt van alledaagse gebruiksvoorwerpen (mes, auto…) die pas als wapens kunnen omschreven worden op het ogenblik dat ze als dusdanig gebruikt worden.

Fatah heeft afgedaan

Het krediet van Fatah en de Palestijnse Autoriteit (verder PA genoemd) op de Westelijke Jordaanoever is aan verregaande erosie toe. Fatah is vandaag vooral bezig met zijn eigen stabiliteit en politieke overleving veilig te willen stellen. Fatah voelt de hete adem van de grote rivaal Hamas in de nek. Hamas wint op de Westelijke Jordaanoever immers aan populariteit terwijl die van Fatah als sneeuw voor de zon wegsmelt. In september 2014, net na de Israëlische ‘OperationProtective Edge’ in Gaza publiceerde het Palestinian Center for Policy and Survey Research de resultaten van een peiling waaruit bleek dat 61 percent van de Palestijnen voor Ismail Haniyeh, de leider van Hamas, zouden stemmen mochten er op dat ogenblik presidentsverkiezingen worden gehouden. Een jaar later, in september 2015 blijkt uit een nieuwe opiniepeiling van hetzelfde instituut, dat twee derde van de Palestijnen wilden dat huidig president Mahmoud Abbas zou opstappen.

Fatah is voor zijn economische en politieke overleving volledig afhankelijk van Israël. Gezien de tanende steun van de Palestijnse bevolking kan het dan ook zinvol lijken om te proberen een ‘Derde Intifada‘ aan te wakkeren. Het zou een kans zijn om wat legitimiteit terug te winnen en de populariteit van Hamas te counteren. Het nadeel is echter dat daardoor niet alleen de relaties met Israël opgeblazen worden met alle financiële gevolgen van dien, maar dat Fatah ook veel van het internationale krediet verliest dat de laatste jaren moeizaam opgebouwd is (zie kader).

 

De erkenning van Palestina

In november 2012 namen de VN een resolutie aan waardoor Palestina tot ‘waarnemend lid’ werd erkend. Op 14 september 2015 werd de staat Palestina door 136 (70,5%) van de 193 lidstaten van de Verenigde Naties erkend.

Op 30 oktober 2014 erkende Zweden de staat Palestina. Zweden werd daardoor het eerste EU-land (buiten Hongarije, Polen en Slovakije – maar die erkenden het land toen ze nog behoorden tot het voormalige Oostblok). In mei 2015 werd de Palestijnse ambassade, de eerste Palestijnse ambassade in een West-Europees land, in Stockholm geopend.

Eind 2014 stemden o.a. het Britse, Franse en Spaanse parlement met een grote meerderheid voor de erkenning van Palestina als staat. Die stemming heeft daar op regeringsvlak echter niet toe geleid. De diverse regeringen behouden zich het recht voor om dat te doen ‘op het ogenblik dat het opportuun is’.

Op 17 december 2014 werd binnen het Europees Parlement met een grote meerderheid een resolutie gestemd die stelde dat Palestina als staat erkend moet kunnen worden. Vooral een symbolische daad, de formele erkenning is een bevoegdheid van de lidstaten zelf.

Op 31 december 2014 werd in de Veiligheidsraad van de VN een resolutie voorgelegd die eiste dat er een eind zou komen aan de Israëlische bezetting en Palestina als staat zou erkend worden in 2017. De resolutie behaalde echter niet de nodige 9 stemmen om aanvaard te worden. Slechts 8 leden stemden voor (Rusland, China, Frankrijk, Argentinië, Tsjaad, Chili, Jordanië en Luxemburg). Australië en de VS stemden tegen en (soms) onder zware druk van Israël en de VS onthielden zich 5 andere landen, (Verenigd Koninkrijk, Litouwen, Zuid-Korea, Nigeria, en Rwanda).

Op 1 april 2015 traden de Palestijnen toe tot het Internationaal Strafhof (ICC)..

Op 13 mei 2015 kondigde het Vaticaan aan dat het de erkenning van de PLO verschoof naar de erkenning van Palestina.

Hamas van zijn kant heeft meer ervaring met vechten tegen Israël. Het is echter niet daarom dat het vandaag beter gewapend is om een nieuwe Intifada aan te gaan. Gaza is fysiek zodanig geïsoleerd van Israël en de Westelijke Jordaanoever dat het haast onmogelijk is om er nog wapens of strijders binnen of buiten te smokkelen. De steun van Hamas zou daarom vooral retorisch zijn en eventueel ook kunnen bestaan uit raketbeschietingen.

Concurrentie voor Hamas

Maar zelfs dat laatste zal niet meer zijn wat het ooit is geweest. Doe-het-zelf raketten met een beperkte rijkwijdte blijven tot de mogelijkheden behoren maar de voorraad lange afstandsraketten- zoals de Iraanse Fajr-5 of de Syrische Khaibar-1 die Tel Avi en Jeruzalem kunnen bedreigen zijn sinds ‘Operation Protection Edge’ opgebruikt of vernietigd. Ze worden ook niet meer geleverd sinds de verscherpte Egyptische controle aan de Gaza-Sinai grens waar bovendien honderden tunnels werden vernietigd. Op de Middellandse Zee patrouilleert dan weer de Israëlische marine intensiever dan ooit.

Hamas kent ook zijn eigen politieke problemen. Het heeft af te rekenen met concurrentie van de Palestijnse Islamitisch Jihad, IS en andere kleinere groeperingen. Die proberen munt te slaan uit het groeiende ongenoegen over de steeds dramatischer economische situatie in Gaza en het gevoel dat Hamas niet radicaal genoeg is om daar verandering in te brengen. Zo hadden half september de grootste manifestaties in jaren plaats tegen de stroomonderbrekingen. Stroomonderbrekingen zijn er altijd al geweest maar komen nu frequenter voor dan ooit. Hamas zou dan ook geneigd kunnen zijn om zijn positie te verstevigen door een ‘Derde Intifada‘ te ondersteunen. Recent riepen trouwens Hamas-leiders als Mahmoud al-Zahar en Ismail Haniyeh nog op om de aanvallen op Israëli’s te intensifiëren door het gebruik van vuurwapens en explosieven. Als Hamas echt de leiding van die Intifada wil opnemen moet het echter wel rekening houden met de repercussies van Israël. Hamas staat er immers slechter voor dan ooit om daar tegen in te gaan.

Israëls ‘ijzeren vuist’

Israël heeft steeds de strategie gevolgd om de Palestijnse leiders verantwoordelijk te houden voor alles wat er gebeurt in de gebieden die zij ‘controleren‘. De Israëli’s maken zelden of nooit onderscheid tussen wie de raketten vanuit Gaza afvuurt, Hamas, Islamitische Jihad of IS. Op de Westelijke Jordaanoever houdt het de PA verantwoordelijk voor elke gepleegde gewelddaad. De methodes die het daarbij hanteert kunnen moeilijk anders omschreven worden dan als collectieve straffen: in Gaza wordt er gebombardeerd en op de Westelijke Jordaanoever bestaat de tactiek uit massale arrestaties, het gebruik van rubberen en andere kogels, intensivering van de bouw van kolonies, de afbraak van huizen, instellen van de avondklok en het verbod om de Westelijke Jordaanoever te verlaten. Netanyahu en zijn bondgenoten zijn over het algemeen van mening dat het geweld (de terreurgolf) het gevolg is van een diep gewortelde haat tegen Israël en joden en dat, hoe kan het ook anders, de Palestijnse leiders erachter zitten.

De meesten politici uit zijn kamp geloven dat alleen de ‘ijzeren vuist‘ de rust kan herstellen en hun eigen plannen ten goede kan komen. De huidige golf van aanvallen, speelt hen immers in de kaart. Netanyahu en zijn regering – die een aantal kolonisten telt – stellen openlijk dat ze niet van een Palestijnse staat willen weten. Het uiteindelijke doel is de uitbreiding van Israël met de hele of alleszins een groot deel van de Palestijnse gebieden. De huidige golf van geweld schenkt hen de mogelijkheid om te kunnen antwoorden met structurele maatregelen die dat doel dienen.

De visie van de regering en de meerderheid in het parlement over de te voeren politiek wijkt echter af van wat de inlichtingendiensten en (een gedeelte) van het leger voorstaan.

De Israëlische inlichtingendienst ontkent niet dat het aanzetten tot geweld een rol kan spelen maar wijst er ook op dat de (meestal) jonge aanvallers gedreven zijn door frustratie over hun persoonlijke en economische levensomstandigheden. Ze halen hun inspiratie op de sociale media en gaan vaak zelfstandig en improviserend tot actie over. Bij het leger en de veiligheidsdienst gaan er dan ook stemmen op om concessies (vrijlating van gevangenen, uitbreiding van de werkvergunningen in Israël, meer toelatingen voor de bouw van huizen in zone C van de Westelijke Jordaanoever) te doen in ruil voor het stopzetten van het geweld.

Het imago van de Palestijnse leiders zou door duidelijke concessies misschien ook wat opgekrikt kunnen worden waardoor ze het geweld op zijn minst kunnen laten afnemen. Anderzijds ondermijnt samenwerking met Israël dan weer de geloofwaardigheid van de PA en de kans dat ze invloed hebben op het geweld is klein.

Die concessies zijn echter niet aan de orde van de dag, integendeel. Israëlische politici struikelen over elkaar heen met hun eisen voor een nog radicaler en repressiever optreden. Het kabinet van premier Netanyahu veegde elke concessie van tafel, concessies doen is als het ‘belonen van terreur‘. Op de sociale media werd een campagne gevoerd om de hoge officier, hoofd van het centrale commando van het leger, die de voorstellen had gedaan te ontslaan. De gman werd er ook toe gedwongen om in een meeting met de leiders van de extreem-rechtse kolonisten de voorstellen terug in te trekken.

De regering verbood half november eveneens de noordelijke tak van de militante, fundamentalistische Islamitische Beweging wegens banden met Hamas en de Moslimbroeders en oproepen tot geweld. Peilingen gehouden voor het verbod van kracht werd toonden aan dat meer dan de helft van de Palestijnse minderheid in Israël, inclusief christelijke Palestijnen, vond dat de beweging hen vertegenwoordigde. De Israëlische veiligheidsdienst waarschuwde ervoor dat het verbod de woede van de Arabische Israëlische bevolking zou wekken, dat de beweging zijn werking ondergronds zou kunnen verderzetten en dat daardoor haar acties moeilijker te controleren zouden zijn maar het had geen effect op het besluit.

Officieel heeft president Abbas het geweld niet gesteund maar hij is ook, om zich niet zwak te tonen ten opzichte van zijn concurrenten en de Palestijnse bevolking gestopt met het te veroordelen. De Israëli’s zien dat als een regelrechte provocatie en een aanzet tot nog meer aanvallen op Israëlische burgers en soldaten. De Israëlische regering zal Abbas dan ook waarschijnlijk verantwoordelijk blijven houden voor verder geweld. Een goed voorwendsel om daarom zeker geen politieke concessies te doen. De verstandhouding tussen de PA en Israël zal er niet beter op worden.

Veelzeggend is ook dat toen Staatssecretaris John Kerry van de Verenigde Staten eind november een bezoek aan Israël bracht hij met geen woord repte over het heropstarten van de vredesgesprekken.

De frustratie van de Palestijnen en de uitzichtloosheid van de situatie maakt dat steeds meer Palestijnen denken dat er geen kans op verandering is zonder een dramatische actie. Volgens een recente Gallup-peiling staan de Palestijnen vandaag meer open voor gewapende strijd dan dat ze dat de laatste tien jaar ooit waren. Meer dan twee derde van de bevolking gelooft dat de relatie tussen Palestijnen en Israëli’s er alleen maar slechter op kan worden.

Het lijkt er dus niet op dat er snel een oplossing gevonden wordt in Palestina.

Niet dat iemand zich daar illusies over maakt.

 

©Francis Jorissen, 2015

 

 

Francis Jorissen woont in het midden van nergens ergens in Frankrijk, nieuwsgierig, schrijver en free-lance journalist, activist, would-be wereldreiziger en geïnteresseerd in Rusland, de landen die ooit behoorden tot wat men toen 'Het Oostblok' noemde en het Midden-Oosten