Een participatieve democratie is onverenigbaar met een leninistische logica

edgardolander
Facebooktwittergoogle_plusmail

Gesprek met Edgardo Lander, Venezolaans socioloog

Er is geen participatieve democratie als het volk zich volgens een leninistische verticale logica organiseert en als het olierentesysteem nog wordt versterkt. Er vond in Venezuela geen grondige culturele verandering plaats die de logica van de eindeloze rijkdom had kunnen wijzigen.

 

 

Als je een foto bekijkt is het erg moeilijk om zich een idee te vormen van wie Edgardo Lander is. Een koele, reflexieve blik, hoewel die gaat smelten van zodra hij glimlacht. Zijn zin voor humor is een efficiënt wapen om de onvermijdelijke spanningen op te vangen van zodra je spreekt over de maatschappij in Venezuela. Zijn bril werkt als een lokmiddel om nieuwsgierige blikken af te wenden, maar niet zo voor de camera. Telkens wanneer hij een ‘klik’ hoort, merk je dat hij zich ongemakkelijk voelt. Wellicht zullen we hem nooit met pak en das zien, want Lander, socioloog aan de universiteit van Caracas met een doctoraat van Harvard, hoort bij het kleine groepje van groen links, hij is een verbeten tegenstander van het neoliberalisme en hij is, op de eerste plaats, een libertair.

Hij gaat uit van linkse standpunten en hij probeert antwoorden op zijn vragen te vinden door het Bolivariaanse proces te legitimeren op basis van wat al bestaat, met een versterking van de olierente. Toen de zogenaamde Bolivariaanse revolutie zich in 2005 socialistische noemde, begon een verticale, leninistische organisatie van de gemeenten en van de gemeenschapsraden en werd alles rood en rood. Er kwam een eind aan de autonomie en aan de participatieve democratie. Een democratisch model is moeilijk te verzoenen met het autoritaire karakter, de korpsgeest en de ondoorzichtigheid van de militairen. De ‘misiones’ (de sociale projecten) zouden het sociale weefsel versterken, maar met de economische crisis, de inflatie en de schaarste, heeft het volk alles behalve gereageerd met solidariteit, wel met individualisme en concurrentie.

De electorale logica verstikt de politieke mogelijkheden

Verschillende generaties in Venezuela hebben alleen de olierente gekend. Toch was er tijdens de IVde en ook tijdens de Vde republiek een verhaal om daar bovenuit te komen. Waarom is het toch zo moeilijk om dit achter ons te laten?

Er zijn verschillende redenen voor. Ten eerste zitten we al een eeuw aan die olie vast, en tegelijkertijd aan een politiek model, een soort Staat, een subjectiviteit en een verwachting, een begrip van wat Venezuela is en van wie wij, Venezolanen, zijn. Wij zijn een rijk land. We hebben aardolie, en we hebben recht op die aardolie.

Die ideeën zitten er diep in en zijn een deel van ons DNA. Het is meteen de achtergrond voor alle politieke debatten en voor alle conflicten in die hele periode. De overwaardering van de munt, de ‘Dutch disease’ en het rentekapitalisme zijn allemaal goed gekend. Zowel in academische kringen als in het politieke discours moet daar voortdurend naar verwezen worden, politici moeten er af en toe over praten. Men gaat er van uit dat iedereen de problemen wel degelijk ziet. Maar in feite, op korte termijn, zullen de belangen van het bedrijfsleven en van de regeringspartij ervoor zorgen dat het systeem wordt bestendigd.

De politici zeggen, als ze dit thema aansnijden, dat als ze het model echt willen aanpassen, ze meteen worden afgezet.

Er zit een structurele en culturele dimensie aan vast, terwijl ook de verkiezingen niet over het hoofd mogen gezien worden. Op structureel vlak is het erg moeilijk om tegen het gezond verstand van de samenleving in te gaan. In Venezuela bestaat er een heel ruime visie op wat rechten zijn, en een heel beperkte visie op het feit dat deze rechten slechts duurzaam zijn met collectief werk, met een gemeenschappelijke inspanning. Er is veel olie en weinig verantwoordelijkheid.

Tegen de stroom ingaan, is dan ook erg moeilijk zonder culturele verandering. We kunnen wel naar iets meer concreet kijken. Het beleid wordt in zeer sterke mate bepaald door de verkiezingsconjunctuur, wat betekent dat er wordt gewerkt aan een aantrekkelijk verkiezingsprogramma. Elk belangrijk besluit, ook een verhoging van de benzineprijs, wordt gemeten in termen van impact op de volgende verkiezingen.

De electorale berekeningen bepalen zowat alles, waardoor veranderingen bijna onmogelijk worden. Men kan niet verder, men kan zich geen ander land inbeelden, omdat je werkt op basis van wat al bestaat. In die zin zijn verkiezingen zeer behoudsgezind, ze zijn een bevestiging van het gezond verstand. Wie daarbuiten treedt, wordt gestraft.

Maatschappelijke insluiting met overheidsuitgaven is niet duurzaam

Sommigen beweren dat de tijd rijp is voor een afstraffende stem, want met de daling van de olieprijzen valt er nog weinig te verdelen. Is dat voldoende, of spelen er nog andere elementen mee, de verwachtingen, of een ander politiek denken? Wat is uw mening hierover?

Nee, een afstraffende stem is in geen enkel geval voldoende. In het politieke debat en in het collectieve bewustzijn beseft men nog steeds niet wat er nu precies in crisis is. Zowel de politieke als de economische crisis wordt toegeschreven aan de dalende olieprijzen, alsof we met een olieprijs van 100 dollar geen problemen zouden hebben.

Asdrubal Baptista zei zeer terecht dat de olie-inkomensten per capita in Venezuela al sinds de jaren ’80 aan het dalen zijn. Wat betekent dat we in een langdurige crisis zitten en dat een productiemodel, gebaseerd op rente en herverdeling, opnieuw rente en herverdeling, niet houdbaar is. Toch is het dat wat altijd gebeurt.

… al honderd jaar lang, zoals U al zei

Al heel erg lang. Men had kunnen denken dat er nu eindelijk een kans was om een stap verder te zetten, mocht men hebben beseft dat de olierente dit soort Staat heeft gecreëerd, dit soort beleid en dit soort gezond verstand. Toen Venezuela middelen in overvloed had, en een regering met een uitzonderlijk grote legitimiteit, zoals Chávez wel degelijk had, mocht men toen de samenleving hebben kunnen aanzetten om in te gaan tegen het gezond verstand, maar nee, men heeft toen, op basis van het al bestaande, de legitimiteit verder versterkt.

In plaats van te zoeken naar veranderingen in het productiemodel en naar een andere denkwereld over de samenleving die we willen, waar we naar toe willen, heeft men de logica van de herverdeling versterkt met het idee dat democratie en insluiting mogelijk worden met overheidsuitgaven. En dat is uiteraard onmogelijk.

Is het niet omdat de uitgaven nog onvoldoende zijn?

Als antwoord op de uitsluiting, op de verslechterende levensstandaard wegens het neoliberalisme, zijn overheidsuitgaven uiteraard verantwoord, maar dan enkel als antwoord op een moeilijke situatie en een transitie naar iets anders. En uiteraard is het beter middelen te geven aan de meerderheid van de bevolking, in plaats van enkel aan de kapitaalbezitters, zoals vroeger.

Maar met het oog op echte duurzaamheid kan het niet. Politiek-cultureel gezien kan het niet omdat de logica van de rentementaliteit wordt bevestigd, het rijke land waarvan we al spraken. Het is evenmin mogelijk gelet op het feit dat de olierente, hoe groot ze ook wordt, nooit voldoende zal zijn om de stijgende verwachtingen van de bevolking echt te bevredigen. We staan nu voor een lange weg, met de terminale crisis van dit rentemodel. Het probleem is dat we niet weten hoe we een landing moeten maken, en het wordt onvermijdelijk een noodlanding. Het probleem wordt ook niet opgelost met een electoraal verlies van de regering, of met een afzettingsreferendum een jaar later.

Niemand zegt iets over waar we staan, noch in de politieke debatten, noch in de regeringsprogramma’s. De twee machtsmogelijkheden staan lijnrecht tegenover elkaar, op een klein detail na: beide dachten – tenminste bij de laatste verkiezingen van Chávez – aan een olieproductie van 5 miljoen vaten per dag, tegen het eind van deze legislatuur. Over alle andere punten was men het oneens, behalve dan over het versterken van dit olierentemodel. Daarover bestaat er eensgezindheid, terwijl het juist dat is wat moet besproken worden. Het probleem met de olierente in Venezuela is dat er een olierenteconsensus bestaat.

De polarisering herleidt alles tot de korte termijn

U beweert dat er in Venezuela geen besef is van wat er nu precies in crisis is. Hoe komt dat?

Er is één conjunctuurelement dat niet voor de hand ligt. De politieke polarisering heeft zo’n vormen aangenomen dat het denkvermogen ernstig werd aangetast. Alles wordt zwart of wit, er is een soort filter dat alles verandert in regering of oppositie. Er is een onvermogen om verder te kijken dan de conjunctuur, om te zien wat er ons als samenleving overkomt.

Denkt U dat we zijn afgestompt met die polarisering?

Ik weet niet of ik het afstomping mag noemen, maar zeker is dat het intellectuele denken verarmt, want door de polarisering wordt alles bekeken in het nu, het onmiddellijke. Er was en er is geen ruimte in de Venezolaanse samenleving om iets verder te kijken, om de waan van de dag te overstijgen, om zich af te vragen, ‘wat overkomt ons land’? ‘Waar willen we naar toe?’ ‘Hoe komt het dat de voorstellen die nu op tafel liggen wel rekening houden met dit, maar niet met dat?’.

In de universiteiten is dit dramatisch. In de Bolivariaanse Universiteit bestaat er een trend om een dogmatisch officieel discours te volgen, in plaats van een discussie te voeren over de uitdagingen en over hoe de samenleving kan veranderen. Het gebeurt ook in de autonome universiteiten, waar zich een gezond verstand van de oppositie heeft genesteld. Waar vindt het debat dan plaats? Als U gaat zoeken in de pers of op televisie, dan zal U merken dat het erg beperkt blijft.

Onlangs heeft de UCAB (Universidad Católica Andres Bello) een aantal voorstellen gelanceerd, als iets uitzonderlijks, maar men ziet dat sommigen zich verschansen in een ideologische loopgracht, waar men zich prima voelt. Is dat geen erg onverantwoorde houding?

Het is onvoorstelbaar onverantwoordelijk, want dit is een zaak die niet enkel voor Venezuela belangrijk is. We leven vandaag in een wereld die volkomen verschillend is van die waarin tot voor kort beleid werd gemaakt. Ten eerste staan we voor het feit dat het beschavings- en groeimodel van de samenleving het leven op aarde onmogelijk maakt. We komen geleidelijk aan dichterbij een grens die met alle zekerheid zal leiden tot onomkeerbare en rampzalige natuurveranderingen. Het overleven van de menselijke soort is lang niet zeker als we verdeer gaan met de vernielingen, met de ontbossing, met de uitstoot van broeikasgassen, met klimaatverandering, met overbevissing, enz.

We moeten inzien dat we te maken hebben met een crisis van ons beschavingsmodel dat met het kapitalisme hegemonisch is geworden en dat deel uitmaakt van onze subjectiviteit, voor ieder van ons. Het werd een wens, een verwachting, een begrip … We zien het leven als materieel welzijn, als toenemende overvloed. Dit is collectieve waanzin, niet door onwetendheid, maar door kennis. We weten het, maar desondanks gaan we verder met die waanzin, met die niet-duurzame vernietigingen. Desondanks doen we verder.

Het fantasme van het geweld en de burgeroorlog

Het resultaat van de parlementsverkiezingen of van een afzettingsreferendum zullen er niet toe leiden dat het probleem van de noodlanding wordt opgelost. In de 19de eeuw had Venezuela te maken met ‘montoneros’ en in de 20ste eeuw met staatsgrepen. Staan we nu opnieuw voor een gewelddadige ingreep?

Waar ik bang van ben, en het meest bang van ben, is dat er in Venezuela een periode van politiek geweld begint. De Venezolaanse maatschappij is bijzonder gewelddadig. Kijk maar naar de statistieken van de moorden. Maar vanuit het oogpunt van de politieke confrontatie, en met uitzondering van de periode van ‘La salida’ in 2014, is het geweld nooit uitgegroeid tot grootschalig politiek geweld.

Niemand die ons echter kan zeggen wanneer zo iets zou kunnen gebeuren. De wapens zijn erg breed – ‘democratisch’ – verspreid in dit land, je kan geen acties en reacties voorzien, en van zodra een geweldspiraal  begint is die moeilijk onder controle te houden. Dit heeft niets meer te maken met wat de regering of de oppositie willen. Dit is een reële bedreiging.

Net zoals ook de planeet verder gaat met de vernietiging van het menselijke leven, gaan wij verder met onze politieke waanzin. Hoe komt dat toch?

Ik denk dat dit alweer te maken heeft met het korte-termijndenken en met de algehele polarisering. Het betekent dat de schuldigen altijd de anderen zijn, die van de andere kant. Wij zijn vreedzaam, rustig, terwijl de regering repressief en dictatoriaal is, of, omgekeerd, de anderen werken voor de CIA. De epistemologische dimensie van de polarisering is de geblokkeerde kennis van alles wat verder gaat dan het onmiddellijke en zelfs van dingen die vanzelfsprekend zouden moeten zijn. Zelfs al zijn sommige zaken vrij goed gekend, ze worden terzijde geschoven. De blik van de gepolariseerde conjunctuur bepaalt alles en dat leidt tot collectieve blindheid. Het is die blindheid die er kan voor zorgen dat dingen een richting uitgaan die niemand wil. En toch gaat men verder. Ik beweer niet dat we op weg zijn naar politiek geweld of een burgeroorlog. Ik wil niet dat men begrijpt dat dit mijn pronostiek is. Maar we nemen geen maatregelen om ervoor te zorgen dat het niet gebeurt.

De ruimte voor de electorale confrontatie tussen twee tegengestelde modellen is nu afgesloten. Dat is dus voorbij. Wat moeten we dan doen? Welke alternatieven heeft deze samenleving om de grote bestaande problemen aan te pakken?

Ik zou zeggen dat we eerst en vooral moeten beseffen in wat voor situatie we leven. Het betekent dat we verder kijken dan de huidige conjunctuur, verder dan wie de verkiezingen wint of verliest. We moeten zien dat we in een logica zitten met een buitengewone inertie, waardoor alle problemen uit het debat worden geweerd. Terwijl we de problemen juist moeten benoemen, we moeten wijzen op de olierente, maar ja, dat is een litanie geworden en als dusdanig zinloos.

Er zijn verantwoordelijkheden en mogelijkheden alom. Ik wees al op de noodzaak om de universitaire ruimte opnieuw te claimen, als een geschikte plaats om samen na te denken over de mogelijkheden van dit land. Maar in Venezuela is dit feitelijk een verloren zaak. De academische productie is radicaal verarmd, en dat is heel erg jammer, want een mono-ideologische intellectuele productie bereikt niets.

De leninistische logica tegen het solidaire sociale weefsel

Zijn de universiteiten dan geen slaven van het vrije denken?

Dat zegt men. Maar er zijn ook andere terreinen waarop men zoekt en zich organiseert. Ik denk aan het georganiseerde volk. De belangrijkste politieke inzet van het chavismo was precies dat, de kracht van het volk, het gemeen, de raden, de technische watergroepen. Maar dit project van de volksorganisatie in Venezuela was van bij het begin gekenmerkt door een grote contradictie.

Aan de ene kant was er het zelfbestuur, het sociaal beleid gericht op het organisch sociale weefsel van het volk – het mooiste voorbeeld was het begin van ‘Barrio Adentro’: er zijn statistieken nodig, want als je niet weet wie de zwangere vrouwen zijn, als er geen contact is met de instellingen om geneesmiddelen te krijgen, wat kan een Cubaans arts dan doen? Dan werkt het systeem niet, dan gebeurt er niets, en dat wist men bij de start – maar toen het Venezolaanse proces zichzelf socialistisch ging noemen, in 2005, komt er een erg geïnstitutionaliseerde organisatie om de hoek kijken en het wordt de Staat die leidt en controleert. Het was een leninistische logica in de relatie tussen Staat en samenleving.

Veel bureaucratischer?

Ja, maar ik verwijs vooral naar de leninistische logica van de verticaliteit.

Waarvan we weten waar die doe leidt.

Precies. Het is niet dat we vanaf nul moeten herbeginnen alsof er niets in de wereld zou zijn gebeurd. We kennen de geschiedenis. Wat is er dan gebeurd? In het proces van opbouw van het sociale weefsel, van het gemeen, van gemeenschapsraden, van volksmacht, zit er een permanente contradictie tussen de stimulans om te organiseren – en dit was zeer reëel, want door de partijlogica van de vroegere perioden was er erg weinig organisatie –, met nieuwe en verscheiden vaak rijke  experimenten, maar tegelijkertijd met de contradictie dat men afhangt van overheidsmiddelen en rekening moet houden met die leninistische logica. Die rood-rode gemeenschapsraden zijn er een karikatuur van.

Als je nadenkt over een ander democratisch model, van onder op, vanuit zelfbestuur en de pluraliteit van gemeenschappen, dan zie je dat je behoefte hebt  aan de organisatie van het volk met alle verscheidenheid vandien.

In feite wordt de participatieve democratie de kop ingedrukt

Inderdaad. Naarmate die logica de bovenhand haalt, wordt de participatieve democratie de kop ingedrukt. Ik wil er op wijzen dat dit in Venezuela op verschillende plekken tot erg uiteenlopende realiteiten heeft geleid. Soms is er wel degelijk sprake van een echte volksorganisatie, en dat heeft dan te maken met concrete kenmerken van de mensen die er wonen, of ze vroeger al politieke ervaringen hadden, of ze naar het chavismo konden kijken vanuit een andere ervaring, dan wel, integendeel, of dit hun eerste keer was om te vergaderen en samen over concrete problemen te praten, om tellingen te organiseren om de prioriteiten vast te leggen, om te mogen vragen ‘Wat is dat autonomie?’.

Ik denk dat geleidelijk aan de verticale controlelogica de bovenhand heeft gehaald, met de karikatuur van de rood-rode gemeenschapsraden. Maar er werd hoe dan ook een brede ervaring opgedaan, en de volksraden blijven op veel plekken actief, men blijft reageren. Maar als je dan ziet hoe het Venezolaanse volk heeft gereageerd op de crisis van de afgelopen twee jaar, op de inflatie en op de schaarste, dan vraag je je af, wat is er dan gebeurd met dat solidaire sociale weefsel? Blijkbaar was het allemaal veel brozer dan we eerder dachten, en de antwoorden op de crisis zijn niet solidair maar wel individualistisch en competitief geweest. Volgens gegevens van Datanalisis zijn 70 % van de mensen die in de rij staan voor de winkels ook diegenen die de goederen doorverkopen.

Men zou kunnen denken dat die volkse experimenten ook goed waren om het autoritarisme in te dijken. Maar als er een leninistische logica in het spel is en het antwoord op de crisis individualistisch en competitief is, dan is er misschien geen politiek antwoord en blijven de mensen gewoon thuis.

Aan welk of wiens autoritarisme denk je dan?

Niet van de regering, misschien wel door het doortrekken van de leninistische logica, wat dan een totalitaire Staat kan betekenen.

Ik denk dat zo’n autoritaire oplossing, door de grondwet te schenden mocht de regering vrezen de verkiezingen te verliezen [inmiddels heeft de regering de verkiezingen verloren, nvdr]], of een buiten-grondwettelijke oplossing vanwege de anderen, wat vorig jaar duidelijk werd overwogen en wat helemaal geen oplossing was om de democratie te herstellen, eigenlijk heel erg onwaarschijnlijk is.

Na de periode van uitermate politisering is de Venezolaanse bevolking vandaag wel moe. En ik zie geen grote passie, noch ten voordele van de regering, noch voor een mobilisering ten voordele van een ander alternatief. Als de opiniepeilingen uitkomen en de oppositie wint de parlementsverkiezingen, dan is dat geen gevolg van een brede mobilisatie, denk ik, maar van een afstraffend stemgedrag. De mensen hebben genoeg van de dagdagelijkse moeilijkheden. Nogmaals, wat mij zorgen baart is dat, los van de wil van de PSUV (regeringspartij) en van de meerderheid van de MUD (coalitie van oppositiepartijen), er een spiraal van geweld op gang komt, met niet te overziene gevolgen. Naarmate december dichterbij komt, stijgt de spanning. Nogmaals, geen van beide kanten is bezig met de voorbereiding van een burgeroorlog. Maar de burgeroorlogen die we kennen zijn nooit een gevolg van een oorlogsverklaring. Zo gebeurt dat niet.

Er is ontzettend veel corruptie

Hoe groter de crisis, hoe zichtbaarder de corruptie wordt. Wakkert ook dat de politieke moeheid niet aan en het verlangen om het geweer van schouder te veranderen?

Dit is een bijzonder complex en algemeen probleem. In de deviezenhandel is er ontzettend veel corruptie van de privé-sector geweest. Dit is niet enkel een regeringsverantwoordelijkheid. De corruptie is in de huidige Venezolaanse samenleving iets normaal geworden, en de grens tussen het aanvaardbare en het onaanvaardbare verdwijnt. De corruptie zit ook diep in de samenleving. De manier waarop de ‘bachaqueo’ verloopt (het opkopen en doorverkopen van schaarse goederen), net zoals de sluikhandel met de producten van de extractienijverheid, zijn vormen van corruptie. Het klopt niet dat dit stedelijke maffia’s zijn. Er werd mij verteld dat in een rij wachtenden, mensen die blijkbaar van de oppositie waren, zeiden: We moeten stemmen voor de regering, want dank zij de regering zijn er deze lange rijen voor de winkels en kunnen wij een handeltje drijven dat goed opbrengt. Dit is ethisch verval.

Bij de corruptie is het leger ook erg betrokken, toch wordt daar weinig over gesproken in Venezuela.

Dat is een erg belangrijk punt. Als we ons afvragen waarom we staan waar we staan met het chavismo, dan moet rekening worden gehouden met de militairen. De militaire cultuur is per definitie verticaal en autoritair en in strijd met een democratie op basis van gelijkheid, horizontalisme en participatie. Het zijn twee tegengestelde culturele modellen.

U gelooft niet in een alliantie tussen politiek en militairen?

Ik denk dat de manier waarop de militairen massaal aanwezig zijn in het overheidsbestuur de democratie heeft belemmerd, o.m. omdat democratie transparantie vereist en de militaire logica het omgekeerde wil.

Ik denk bijvoorbeeld dat de primaire vormen van corruptie veel met de militaire instellingen hebben te maken, met die bijzonderheid dat militairen een korpsgeest kennen, zodat de aanklacht, het onderzoek en de controle veel moeilijker worden. De regering heeft ook op veel steun kunnen rekenen van de militairen, zodat ze nog nauwelijks kunnen aangeklaagd worden. Het leger wordt onaantastbaar.

Als je ziet wat er gebeurt met de sluikhandel aan de grens of met de goudwinning in Guyana, dan merk je dat men de controle kwijt is. Overal is de Nationale Garde of zijn er militairen bij betrokken. Wat we horen van de deelstaat Bolivar is dat telkens wanneer er zich een nieuwe groep militairen komt vestigen, er de eerste weken allerhande verandert en dat dan weer snel de  normale corruptiepraktijken hernemen.

De Staat heeft in die omstandigheden geen instrumenten om de illegale activiteiten te doen stoppen, omdat de bestaande instrumenten mee schuldig zijn aan datgene wat men wil controleren of reguleren. Als men de democratie wil herstellen zal men de militairen uit het bestuur moeten weren.

Is er een Bolivariaans proces? Of niet? Of is het afgelopen?

We kunnen toch stilaan een balans opmaken na vijftien jaar. Als proces van maatschappelijke verandering is het fundamenteel mislukt. Het is mislukt omdat men het rentemodel nooit in twijfel heeft willen trekken en dat was een onontbeerlijke voorwaarde voor verandering. Als men daaraan niet raakt is niets nog mogelijk. Het proces is ook mislukt omdat men de logica van het zogenaamde reële socialisme heeft willen herhalen, wat betekent dat men vanuit de Staat de maatschappij wil veranderen. Een top-down reorganisatie, en uit ervaring weten we dat dit niet kan.

Het is onmogelijk, maar het is ook een tragedie

Inderdaad, een tragische onmogelijkheid, maar met gevolgen. Ik denk dat we absoluut uit de manicheïstische valstrik van de Staat versus markt moeten geraken. We moeten leren dat de samenleving veel meer is dan zwart of wit. De samenleving is een geheel van manieren van leven, een sociaal weefsel, instellingen, collectieve praktijken. Wanneer een samenleving wordt onderworpen aan een verticale Staatslogica of aan een logica van vermarkting van alles, dan kom je tot een situatie waarin noch het leven, noch de democratie mogelijk zijn. 

Interview afgenomen door Hugo Prieto, gepubliceerd in Contrapunto.com, 9 augustus 2015 (vertaling Francine Mestrum)

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.