Verkiezingen Venezuela: De moeilijkste uitdaging voor de Bolivariaanse revolutie

Venezuelaverkiezingen
Facebooktwittergoogle_plusmail

Venezuela gaat op 6 december naar de stembus om de parlementsleden te verkiezen. Door een samenloop van omstandigheden zal dit een van de moeilijkste uitdagingen voor de Bolivariaanse revolutie worden sinds de eerste verkiezing van Hugo Chávez in 1998. Zoals altijd zijn er de extreem ondemocratische oppositie en de oorlogszuchtige imperialistische provocaties. Daarbovenop bevindt het land zich door een combinatie van nationale en internationale factoren in een zeer moeilijke situatie. De revolutie zal voltooid worden ofwel zal ze verslagen worden.

De ineenstorting van de olieprijs, de mislukte pogingen om de kapitalistische markt te reguleren en de sabotage van de economie, uitgevoerd door de privésector, hebben ervoor gezorgd dat de regering geen brede sociale hervormingen meer zal kunnen doorvoeren, zonder de productiemiddelen in eigen handen te nemen. De leiders van de Bolivariaanse revolutie die weigeren dat te doen bereiden de nederlaag voor.

De afgelopen drie jaar is de economische situatie in Venezuela er hard op achteruitgegaan. De prijs van de Venezolaanse olie op de wereldmarkt is ingestort. In 2013 bedroeg de prijs van een vat ruwe olie nog ongeveer 100 dollar, in 2014 zakte hij naar 88 dollar en in 2015 was de gemiddelde prijs 47 dollar. In de tweede week van november zakte hij verder naar 37 dollar per vat. Hierdoor is het voor de regering zeer moeilijk om te investeren in sociale programma’s en in de invoer van voedsel en andere producten van de wereldmarkt.

Het BBP van Venezuela steeg met 1,3 procent maar daalde daarna met 4 procent in 2014. De voorspellingen voor 2015 geven aan dat het verder zal dalen met 7 tot 10 procent. De inflatie bedroeg vorig jaar al 68,5 procent. Daarna stopte de Venezolaanse Centrale Bank met het publiceren van de cijfers. President Maduro zei dat de inflatie dit jaar 85 procent zal bedragen, maar vele basisproducten kennen al een geaccumuleerde jaarlijkse inflatie van meer dan 100 procent. Het IMF voorspelt een inflatie van 159 procent voor het hele jaar in 2015.

Sommige van deze problemen kunnen teruggevoerd worden tot de tijd van de patronale lock-out en sabotage van de economie in 2002-2003. De regering Chávez besloot toen een prijscontrole in te voeren voor basisproducten om zo de koopkracht van het volk, de arbeiders en de armen, te garanderen. Het was een bescherming tegen het hamsteren en de speculatie van een handvol privéfirma’s die de voedselproductie en –distributie in handen hebben in Venezuela.

Tegelijkertijd werd deviezencontroles ingevoerd om kapitaalvlucht te voorkomen. Deze maatregelen hadden enkel een effect op korte termijn en konden de revolutie een adempauze geven. Maar op lange termijn veroorzaakten ze een enorme verstoring van de economie die nu meer zichtbaar wordt. Het is steeds duidelijker dat de kapitalistische markt niet gereguleerd kan worden. Elke poging daartoe leidt tot ontwrichting, sabotage en opstand vanwege de privé-eigenaars van de productiemiddelen.

De privésector heeft achterpoortjes gevonden om de prijscontroles te omzeilen en te saboteren. In plaats van ‘normale’ rijst te produceren, die onderhevig is aan prijscontrole, maken ze rijst met toegevoegde aroma’s of kleurstoffen, die niet onder de controle valt. Telkens er verkiezingen waren haalden ze in aanloop ervan producten van de markt om kunstmatige schaarste te creëren of om de regering te dwingen de prijscontroles te versoepelen of op te heffen.

Het meest recente voorbeeld daarvan was de prijs van eieren. Dit basisproduct is een van de belangrijkste bronnen van proteïnen voor de Venezolaanse bevolking. Begin 2014 werden ze verkocht aan de prijs van 100 bolívar per karton van dertig stuks. Een jaar later steeg de prijs met 200 procent tot 300 bolívar. Eind oktober 2015 kostte een karton van dertig eieren meer dan 1000 bolívar. De regering besloot in te grijpen en bracht de maximum toegestane prijs omlaag naar 420 bolívar. Met als onmiddellijk resultaat dat er praktisch geen eieren meer te verkrijgen waren omdat de producenten weigerden te verkopen aan de officiële prijs. En zo zijn er vele voorbeelden.

De regering is uiteindelijk verplicht de nationale reserves aan te spreken om grote hoeveelheden basisproducten te importeren, die dan aan gereguleerde prijs verkocht worden in de staatswinkels. Hierdoor heeft de bevolking een beperkte toegang tot basisproducten aan lage prijzen. Maar omdat de producten schaars zijn ontstaat er een zwarte markt waar ze verkocht worden aan het vijf- of tienvoudige van de officiële prijs. Het regeringsoptreden heeft een massale vermindering van de nationale deviezenreserve als bijkomend gevolg.

De regering reageerde op een verkeerde manier op de sabotage en op de economische uitputtingsslag. Er worden wel regelmatig controles uitgevoerd en maatregelen genomen tegen de individuele bedrijven of personen die verantwoordelijk zijn voor het achterhouden van de goederen. Maar daarna volgen dan toegevingen aan verschillende privésectoren, door het verhogen of het opheffen van de reguliere prijzen. Op dit ogenblik vraagt Fedenaga – de vereniging van privéveehouders – een verhoging van de vleesprijs met 330 procent en van de melkprijs met 960 procent.

De situatie is nu onhoudbaar geworden. Gewone werkende mensen zijn gedwongen om uren in de rij te staan om toegang te krijgen tot kleine hoeveelheden producten aan gereguleerde prijs in de staatswinkels. Om de rest van de basisbehoeftes te vervullen moeten ze woekerprijzen betalen.

De deviezencontrole, die oorspronkelijk bedacht werd om kapitaalvlucht te voorkomen, heeft de economie ook ernstig ontwricht. In plaats van hun geld te investeren in de productie, vinden kapitalisten het veel winstgevender om goedkope dollars van de staat te gebruiken om goederen te importeren en deze dan weer op de binnenlandse markt te verkopen tegen prijzen aan de dure wisselkoers van de zwarte markt.

Andere, nog gewetenlozer gangsters, krijgen goedkope dollars van de staat, waarmee ze containers vol schroot importeren, onder het voorwendsel dat het om onderdelen gaat. De goedkoop verkregen dollars verkopen ze dan rechtstreeks op de zwarte markt. Aan officiële preferentiële wisselkoers betalen importeurs tussen de 6 en 12 bolívar voor een dollar. Op de zwarte markt was een dollar 187 bolívar waard begin 2015, en bij het schrijven van dit artikel meer dan 890 bolívar. Aan de officiële vrije wisselkoers (SIMADI) is een dollar iets minder dan 200 bolívar waard.

Er zijn geen volledige cijfers beschikbaar, maar op een gegeven moment maakte de regering bekend dat in 2013 ongeveer 20 miljard dollar illegaal besteed werd door de private sector. De regering had het geld aan hen uitgekeerd via het toenmalige gunstige CADIVI systeem. Nog steeds ontvangt de privésector jaarlijks tientallen miljarden dollar uit de staatskas aan een gunstige wisselkoers.
De ontwrichting van de normale economische activiteit leidde ook tot een scherpe daling van privé-investeringen. Private bedrijven werken immers liever illegaal via het gebruik van de wisselkoersen dan te investeren in de productie. De deviezencontrole zorgt ervoor dat de inkomsten van de olie-industrie rechtstreeks in de zakken van de parasitaire oligarchie terecht komen. De harde-valutareserves zijn gezakt van ongeveer 30 miljard dollar in 2010 naar 20 miljard dollar begin 2015 en 14,8 miljard dollar begin november. Venezuela moet in 2015 en 2016 ongeveer 15 miljard dollar aan buitenlandse schulden terugbetalen.

Dit enorme onevenwicht in de economie voedt ook de corruptie en de zwarte markt, die met elkaar verbonden zijn.
Gedurende vele jaren, na de mislukking van de patronale lock-out in 2002-2003, toen de regering de controle verwierf over de oliemaatschappij PDVSA, kon de Bolivariaanse revolutie enorme bedragen investeren in sociale projecten, zonder fundamenteel het privébezit van de kapitalisten aan te tasten.

De verwezenlijkingen zijn verbazingwekkend. Het aantal universiteitsstudenten steeg enorm (van 800.000 naar 2,6 miljoen), gratis gezondheidszorg, daling van de armoede van 48 procent naar 27 procent, de uitroeiing van het analfabetisme, vermindering van het ondervoedingsniveau (van 21 procent naar 5 procent), enorme uitbreiding van de ouderdomspensioenen (van 380.000 begunstigden naar 2,1 miljoen), meer dan 800.000 nieuwe huizen en volledig gemeubelde appartementen werden gebouwd voor de mensen in nood, enz.
Dit alles versterkte de steun voor de Boliviaanse revolutie die 18 van de 19 democratische verkiezingen en referenda won tussen 1998 en 2003. De sociale verworvenheden gingen samen met een revolutionair proces, een explosie van activiteit en organisatie van de massa’s, de arbeiders en de armen. Fabrieken werden bezet en kwamen onder arbeiderscontrole. Gemeenschapsraden werden opgericht en het volk nam actief deel aan de politieke activiteiten.

De omstandigheden die dit allemaal mogelijk maakten dreigen nu te verdwijnen. De economische situatie en de verminderde olie-inkomsten zullen er snel voor zorgen dat er niet meer massaal geïnvesteerd kan worden in de sociale projecten. De pogingen van de overheid om de sociale investering op peil te houden en uit te breiden zijn in deze situatie mee verantwoordelijk voor de inflatie. De geldhoeveelheid (M2) is gestegen van 1,2 biljoen bolívar in januari 2014 naar 2 biljoen bolívar in januari 2015 en staat nu op een recordhoogte van 3,5 biljoen bolívar. En als de geldcirculatie stijgt, zonder dat de productie van goederen evenredig toeneemt, leidt dat tot inflatie.

De sabotage van de economie door de private monopolies heeft het systeem van prijscontroles kapot gemaakt. Het revolutionaire enthousiasme van het volk is aangetast door al deze factoren, maar ook door de toenemende bureaucratie en corruptie.

Hier bovenop komt dan nog de voortdurende imperialistische druk van de Verenigde Staten via grensconflicten met de buurlanden Colombia, en recent ook Guyana, intimidatie van Venezolaanse regeringsambtenaren, constante beschuldigingen in de media, laster en vooringenomenheid. Een recent voorbeeld van deze provocatie is de schending van het Venezolaanse luchtruim door een Amerikaans vliegtuig van de kustwacht gedurende meer dan 3,5 minuten in de regio van Los Monjes op 6 november. Onthullingen van klokkenluider Snowden bevestigen ook dat de Amerikaanse Geheime Dienst (NSA) vanuit de ambassade in Caracas de communicatie van honderden ambtenaren van staatsoliebedrijf PDVSA gehackt heeft. Stel u voor dat de rollen omgekeerd zouden zijn en Venezuela dit zou riskeren bij de VS. Tot slot is het ook het vermelden waard dat de recent verkozen conservatieve president van Argentinië, Macri, olie op het vuur gooide door in zijn eerste persconferentie te stellen dat Venezuela uitgesloten moest worden van Mercosur.

Onder deze omstandigheden is er een groot gevaar dat de oppositie goede resultaten zal halen bij de parlementsverkiezingen, waarbij ze de meerderheid van de stemmen en zetels zouden kunnen halen. Dit zou een ramp betekenen. Ze zullen deze positie gebruiken om een offensief tegen president Maduro te starten en om de vele sociale verworvenheden terug te draaien. Als dat gebeurt dan is het niet de fout van het volk, maar van de reformistische leiders die er steeds voor gekozen hebben de heersende klasse niet te onteigenen, te rekenen op de welwillendheid van de privésector en te proberen de kapitalistische markt te reguleren.

De uitslag is echter nog geen uitgemaakte zaak. Ook de oppositieaanhangers zijn gedemoraliseerd nadat hun opstand van 2014 verslagen werd en er verdeeldheid heerst onder hun leiders. Maar de marge waarmee de huidige regering de presidentiële verkiezingen in 2013 (0,3 procent) en de parlementsverkiezingen in 2010 (0,9 procent) won, is zo klein dat er slecht 200.000 stemmen of onthoudingen nodig zijn om de balans te doen omslaan.

De Venezolaanse revolutionaire massa’s hebben iedere keer al aangetoond dat ze over een groot bewustzijn beschikken en ze hebben het lot van de Bolivariaanse revolutie al vaak bepaald. De revolutionaire gevoelens zijn nog niet verdwenen maar ze zijn wel verzwakt door economische moeilijkheden en het kennelijke onvermogen van de regering om er op een beslissende wijze iets aan te verhelpen. Ze zijn zich maar al te goed bewust van de gevaren van een overwinning voor de rechterzijde en zouden op het allerlaatste moment kunnen reageren.

In oktober lekte er nog een telefoongesprek tussen de eigenaar van Polar (Venezuela’s grootste privévoedselproducent), Lorenzo Mendoza, en Ricardo Haussmann van de Harvard universiteit. Deze laatste was Minister van Planning  in Venezuela onder de rechtse regering van voor Chávez en tegelijkertijd voorzitter van het IMF-Wereldbank Comité voor Ontwikkeling. Het gesprek onthulde de plannen van de oppositie dat, als ze aan de macht zouden komen, ze een lening van 40 miljard dollar bij het IMF zouden vragen. Een lening bij het IMF komt altijd met een addertje onder het gras en zou het land in een wurggreep houden.

Zelfs als de Bolivariaanse revolutie de verkiezingen van 6 december wint, waar alle marxisten voor zullen vechten met alle middelen die ze hebben, zullen de economische problemen niet verdwijnen. Er zijn al gezaghebbende stemmen in de Bolivariaanse beweging die harde actie en radicale maatregelen eisen.

Er kan slechts op één manier omgegaan worden met de problemen waarmee de revolutie nu geconfronteerd wordt. Dit werd ook al aangehaald door Hugo Chávez voor zijn dood in zijn beroemde speech: “Het roer omgooien (Golpe de Timón)”, waarin hij pleitte voor de opbouw van een socialistische maatschappij die de burgerlijke staat zou vervangen door een staat gebaseerd op de gemeenschappen.
Eén ding is zeker: de pogingen om het kapitalisme te reguleren hebben gefaald. Tenzij er een scherpe bocht gemaakt wordt, zal de Bolivariaanse revolutie verslagen worden.

Jorge Martín

 

Dit artikel verscheen eerder op de website van ‘handen af van Venezuela

Volg de campagne Handen Af van Venezuela op www.facebook.com/groups/handenafvanvenezuela/