François Mitterrand: altijd conservatief, nooit socialist

Facebooktwittergoogle_plusmail

Op 8 januari 2016 zal het twintig jaar geleden zijn dat de voormalige Franse president François Mitterrand overleed. Een gelegenheid om nog eens achteruit te kijken naar die merkwaardige figuur aan de hand van een onlangs verschenen biografie. De titel van dit boek geeft meteen de ware aard van het dubbelzinnige personage weer: een politicus die altijd conservatief bleef, maar zich toch wist op te werken tot voorzitter van de socialistische partij; een man die tijdens de Tweede Wereldoorlog eerst voor het collaborerende Vichy-regime werkte om zich nadien bij het Verzet aan te sluiten; iemand die als president de communisten in zijn regering opnam om ze des te beter te kunnen uitschakelen; een man die het in zijn toespraken voor de ontwikkelingslanden opnam, maar zich niet verzette tegen hun onderdrukking; een tribuun die tijdens verkiezingsmeetings uithaalde naar ‘het geld’, maar het kapitalisme altijd trouw bleef dienen of om het met de woorden van de auteur te zeggen: ‘Hij maakte carrière dankzij de arbeidersklasse, waarmee hij zo goed als niets gemeen had’.

Het boek van Philip Short is niet de eerste biografie die aan François Mitterrand werd gewijd, maar ook twintig jaar na het overlijden van de man die van 1981 tot 1995 Frans president was, is het meer dan de moeite waard deze turf van 845 bladzijden te lezen. Laat u niet afschrikken door de dikte van het boek. Hoewel de auteur zich strikt aan feiten en documenten houdt is zijn werk helemaal niet saai, maar leest het als een roman. Dat het leven van François Mitterrand een ware roman was, zal daar wel voor iets tussen zitten. Als BBC-correspondent in Parijs tijdens het presidentschap van Mitterrand was de auteur bovendien goed geplaatst om de gebeurtenissen vanop de eerste rij te volgen.

De dubbelzinnigheid die het hele leven van François Mitterrand (1916-1996) kenmerkte is de leidraad van deze biografie. Mitterrand groeide in een rechts burgerlijk midden op, waar men zelfs monarchistische sympathieën koesterde. Tot het einde van zijn leven bleef twijfel bestaan over zijn lidmaatschap tijdens de jaren dertig van een terroristische groep, de ‘Organisation secrète d’action révolutionnaire nationale’, beter gekend onder de naam Cagoule. Zelf ontkende hij altijd dit lidmaatschap, hoewel hij als student sympathiseerde met leden van deze organisatie. In 1935 liep Mitterrand voorop in een studentenbetoging tegen de toelating van buitenlandse studenten aan Franse universiteiten.

Collaborateur en verzetsstrijder

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Mitterrand, na een kort verblijf in een Duits gevangenenkamp, voor het regime van maarschalk Philippe Pétain dat met de nazi’s collaboreerde. Hij ontving zelfs uit de handen van Pétain een onderscheiding, de ‘francisque’. Na enige tijd begon Mitterrand zowel voor Vichy als voor het Verzet te werken. Pas in februari 1943 brak hij met Vichy.

Niet alleen de dubbelzinnigheid, maar ook de manier waarop hij al zijn keuzes en daden goedpraatte, waren typisch voor Mitterrand. Zo zei hij dat niet alles in de ‘nationale revolutie’ van Pétain per se verkeerd was en dat het einde van het parlementaire regime geen slechte zaak zou zijn. Na de oorlog beoogde hij de vorming van een sterke en autoritaire staat met een nationale eenheidspartij. En bovendien, zo zei Mitterrand, ‘stelde de overgrote meerderheid van de Franse bevolking gedurende min of meer lange tijd haar vertrouwen in maarschalk Pétain’. Van 1984 tot 1992 liet Mitterrand als president ieder jaar bloemen neerleggen op het graf van Pétain. Er dient wel gezegd dat zijn voorgangers de Gaulle, Pompidou en Giscard d’Estaing dat ook deden, maar niet zo regelmatig als Mitterrand.

Die onderhield ook jarenlang goede betrekkingen met René Bousquet, de chef van de Vichy-politie die verantwoordelijk was voor de razzia’s tegen de joden. Na de oorlog maakte Bousquet carrière als lid van de Franse elite. Hij sponsorde de verkiezingscampagnes van Mitterrand. Op het einde van zijn leven zei Mitterrand niet op de hoogte te zijn geweest van het antisemitisme van het Vichy-regime. In de jaren dertig had hij nochtans uitgesproken antisemitische vrienden en tijdens de oorlog werkte hij mee aan magazines van het Vichy-regime die anti-joodse propaganda voerden.

Dubbelzinnigheid als politiek wapen

Dubbelzinnigheid was voor Mitterrand een levenshouding waar hij doelbewust voor koos. Hij citeerde met plezier de zeventiende-eeuwse Franse kardinaal Retz die ooit zei dat ‘men altijd schade ondervindt door uit de dubbelzinnigheid te treden’. Die dubbelzinnigheid, die tekenend was voor zijn houding en activiteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog, hield Mitterrand nadien steevast vol. Zo werd hij in de jaren vijftig zowel door rechtse als door linkse kiezers tot volksvertegenwoordiger verkozen. Hij liet zich door geen enkel ‘isme’ leiden, zeker niet door het socialisme. In 1954 verklaarde hij dat ‘de begrippen rechts en links veel van hun betekenis hebben verloren’.

De fameuze ‘cohabitation’ (een ‘socialistische’ president en een rechtse regering) was voor Mitterrand geen probleem. Toen hij nog in de oppositie zat haalde hij scherp uit naar de Vijfde Republiek en haar instellingen, het werk van Charles de Gaulle, maar eens hij aan de macht kwam voelde Mitterrand zich maar al te goed in die Vijfde Republiek en wijzigde hij er niets aan. Terwijl hij de rechten van de ontwikkelingslanden verdedigde, steunde hij voluit de Britse premier Margaret Thatcher in haar oorlog om de Falklands Brits te houden. Terwijl hij in zijn verkiezingsprogramma voor de oprichting van een ‘grote, eengemaakte en neutrale openbare dienst voor het onderwijs’ pleitte, stelde hij achter de rug van zijn minister van Onderwijs, Alan Savary, het katholieke onderwijs gerust en deed hij het parlement een wet stemmen waardoor de rechten van het privé-onderwijs behouden bleven.

De bewuste dubbelzinnigheid van Mitterrand kan dus ook opportunisme worden genoemd. Alles wat zijn mars naar de macht diende vond hij goed. Zo was hij aanvankelijk in het parlement ingeschreven als onafhankelijke, maar leunde hij wel aan bij de UDSR (Union démocratique et socialiste de la Résistance) een partij die alle niet-communistische geledingen van het Verzet groepeerde. In 1953 werd Mitterrand voorzitter van die partij die in 1964 werd ontbonden. Mitterrand werd in 1947, op dertigjarige leeftijd, voor het eerst minister. Hij was bevoegd voor oudstrijders en oorlogsslachtoffers. Als staatssecretaris voor Informatie was hij in 1948 niet vies voor het betalen van smeergeld aan journalisten en voor de benoeming van vrienden.  Als minister van Binnenlandse Zaken (1954) kantte hij zich tegen de onafhankelijkheidsstrijd in Algerije, maar pleitte hij wel voor een zekere autonomie van het gebied. Als minister van Justitie (1956) verdedigde hij het harde optreden van het Franse leger in Algerije en voor de uitvoering van de doodstraf voor veroordeelde Algerijnse vrijheidsstrijders. Terwijl sommige ministers uit protest tegen de folteringen in Algerije ontslag namen, deed Mitterrand dat niet. Hij hoopte op die manier eerste minister te kunnen worden, wat niet lukte.

Links masker

Nadat Charles de Gaulle in 1958 opnieuw aan de macht kwam als president van de Vijfde Republiek, moest Mitterrand een nieuwe koers uitstippelen. Omdat de Gaulle het centrum en de rechtervleugel van het politieke landschap voor zich had gewonnen, moest Mitterrand in zijn tocht naar de macht de linkervleugel van de SFIO (Section française de l’Internationale Ouvrière), de latere Parti Socialiste, en de communisten het hof maken. Hij maakte er geen geheim van dat hij die laatste wou uitschakelen en eens aan de macht een centrumbeleid zou voeren. Mitterrand werd in 1971 eerste secretaris (voorzitter) van de nieuwe Parti Socialiste. In 1972 werkte hij het zogenaamde gemeenschappelijk programma uit, dat door socialisten en communisten werd onderschreven. Hij wou op die manier de linkse kiezers, die de socialisten niet konden bereiken, voor zich winnen. Voor het overige wou hij de Communistische Partij niet uitschakelen, maar wel tot een bijrol veroordelen. In 1977 stierf het gemeenschappelijk programma een roemloze dood. Toen hij als president in 1981 communisten in zijn regering opnam was het, zoals hij de toenmalige Amerikaanse vice-president George Bush verzekerde, om ze te verzwakken door ze te verplichten zijn beleid te volgen.

Alleen in zijn beschrijving van het economische beleid dat Mitterrand als president voerde, laat Philip Short zich door zijn persoonlijke politieke voorkeur leiden. Zo schrijft hij dat Mitterrand toen hij in 1981 president werd, een links beleid voerde. Zijn eerste regering, onder leiding van Pierre Mauroy, vaardigde inderdaad een aantal sociale maatregelen uit. Maar al in 1982 zei minister van Financiën Jacques Delors dat er een ‘pauze’ in de ‘hervormingen’ moest komen. Onder druk van Delors ging het beleid steeds meer de rechtse toer op, wat Philip Short toejuicht. Hij voegt er waarheidsgetrouw wel aan toe dat Mitterrand in 1983 de ideologische kleren die hij had aangetrokken om aan de macht te komen, eindelijk in de prullenmand smeet. Bij de totstandkoming van het Verdrag van Maastricht (1991) stemde Mitterrand er mee in dat Groot-Brittannië zich niet aan het Europees Sociaal Handvest moest houden. Toen hij in 1981 president werd, stelde hij de Amerikaanse president Ronald Reagan gerust door hem te laten weten dat Frankrijk trouw zou blijven aan het Atlantisch Bondgenootschap en aan ‘de beginselen van de open economie’, waarmee hij uiteraard het kapitalisme bedoelde.

Wie informatie wenst over het kleurrijke liefdesleven van François Mitterrand komt bij Philip Short aan zijn trekken. De auteur hanteert geenszins de stijl van de ‘boekskes’, maar beschrijft Mitterrands privé-leven objectief en zakelijk. Met dat privé-leven heeft uiteraard niemand zaken, tenzij een president op kosten van de belastingsbetalers een afluisterdienst en een speciale politiedienst opricht om zijn privé-leven te beschermen. Maar, zoals Philip Short schrijft, was dat normaal voor een president die als een monarch heerste. En dat is dan weer geen wonder voor iemand die als kind paus of koning wou worden.

François Mitterrand - Portrait d'un ambigu
Philip Short
Nouveau Monde éditions
2015
845
2-36942-212-2