Een zoektocht naar het DNA van onze tijd

Facebooktwittergoogle_plusmail

De Amerikaans-Nederlandse Saskia Sassen is econoom en socioloog en vanuit die wetenschappelijke grenspositie gaat zij in ‘Uitstoting’ op zoek naar de onderliggende systeemdynamiek, die aan de basis ligt van de verschillende vormen van uitstoting. Sassen reikt een paraplubegrip aan waaronder een heel breed gamma aan uitstotingsmechanismen schuilgaat. Dat is de sterkte, maar misschien ook de zwakte van dit werk. ‘Uitstoting’ is geen gemakkelijk boek, maar wel een fascinerende oefening in maatschappij-analyse van een creatieve denker die op een ambitieuze manier op zoek is naar het DNA van onze tijd.

Van inschakeling naar uitsluiting

Saskia Sassen, professor aan de Columbia University van New York en vooral bekend door haar vele publicaties over globalisering en internationale migratie, was enkele maanden geleden te gast in Antwerpen op Mind the book. Zij vroeg toen aan interviewer van dienst Gui Goris hoe de titel van haar nieuw boek Expulsions zou vertaald worden. ‘Uitstoting’, zei de MO*-hoofdredacteur en de Nederlands-Amerikaanse knikte instemmend. Expulsion kan worden vertaald als uitbanning, uitsluiting, uitwijzing, verbanning of verjaging, maar ‘uitstoting’ dekt volgens haar beter het brede concept dat zij in dit boek introduceert in haar intellectuele zoektocht naar het DNA van onze tijd. Zij ziet een evolutie van het keynesianisme, een systeem  waarin mensen werden ingeschakeld, naar de globalisering die zich doorzet vanaf de jaren tachtig van vorige eeuw en die geleid heeft tot dynamieken waarin mensen worden uitgestoten.

Systemische overeenkomst

Sassen heeft het echter niet alleen over sociale  maar ook over de economische en ecologische uitstoting. Onder die term brengt zij verschillende processen en omstandigheden samen die doorgaans niet met elkaar verbonden worden. Een voorbeeld: ‘Is er een systemische overeenkomst tussen de huidige sterke stijging van het aantal ontheemden in Sub-Saharisch Afrika en de steile toename van langdurig werklozen en mensen die meermaals in de gevangenis belanden in de Verenigde Staten? Tussen de verarmde middenklasse in Griekenland en de verarmde middenklasse in Egypte, ondanks het totaal verschillende politiek-economischs systeem? Tussen de grote mijnexploitatie in het Russische Norilsk en die van Zortman-Landusky in Montana (VS), beide verantwoordelijk voor de chronische toxiciteit in hun streek? (p. 27). Het boek van Sassen is een ronduit ‘ja’ op haar eigen vraag. Zij ontwaart onder heel verschillende ontwikkelingen gelijkenissen die volgens haar het echte verhaal van onze tijd vertellen. De talloze voorbeelden die ze in het boek geeft overstijgen de traditionele opdelingen, zoals stedelijke omgeving versus platteland, Noord versus Zuid, Oost versus West, communisme versus kapitalisme. Iets kan er Russisch of ‘Amerikaans’ uitzien, maar zijn die geografische aanduidingen uit een vroeger tijdperk nog wel zinvol om de eigen tijd te begrijpen? Daarom wil Sassen overgaan tot een conceptuele hercodering.

Op de grens van het systeem

Saskia Sassen is geïnteresseerd aan wat zich afspeelt aan de grenzen van sociale, economische en ecologische systemen en dat moet ons niet verbazen want als econoom en socioloog is Saskia Sassen in haar vakgebied zelf een grensgeval. Vanuit die wetenschappelijke in-between positie gaat zij op zoek naar wat zij zelf een onderliggende systeemdynamiek noemt die aan de basis ligt van de verschillende vormen van uitstoting. Op die manier transformeert zij zichzelf bijna van een breed georiënteerde sociale wetenschapper naar een creatieve filosofische denker die inderdaad op een ambitieuze manier op zoek is naar het DNA van onze tijd. Zij focust in haar boek bij voorkeur op extreme situaties die volgens haar evoluties aan de oppervlakte kunnen brengen die anders, in mildere omstandigheden, minder duidelijk zouden zijn.

Complexiteit van financiële systemen

Sassen schrijft een complex boek over een complexe materie. Dé kapitalist, en de complottheorie daaraan verbonden, verwijst zij naar het rijk der fabelen. De ‘onderdrukker’ is volgens haar niet te identificeren als een persoon of organisatie, maar is in toenemende mate een complex systeem – een assemblage – van mensen, netwerken en machines zonder een duidelijk centrum. Waar komt dan die ‘brutaliteit’ vandaan die in de ondertitel van haar boek staat?  Dat ligt volgens haar in de tendens om niet langer in industriële productie te investeren, maar steeds meer middelen naar de financiële sector te brengen. Sassen laat er geen twijfel over bestaan dat er wel degelijk sprake is van brutaliteiten in wat zij het gefinancialiseerd kapitalisme noemt dat de grenzen van haar eigen logica heeft bereikt. Dat is tevens haar antwoord op de vraag hoe complexiteit aanleiding kan geven tot brutaliteit. Zij verwijst hiervoor naar de financiële spitstechnologie en de slimme jongens en meisjes van onder andere Lehman Brothers bij het opstellen van ingewikkelde rommelhypotheken – het deed me denken aan ‘Het kan niet waar zijn’ van Joris Luyendijk – die op zich niet brutaliserend zijn, maar wanneer ze ingeschakeld worden in een logica van excessieve winstmarges dat wel worden. Als voorbeeld geeft Sassen de CO²-emissiehandel.   Daarnaast ziet zij ook een zeer gevaarlijke trend naar het herdefiniëren van de economische ruimte. Hoe meer economieën krimpen, hoe meer zo’n herdefiniëring zich opdringt. Een groot deel van de werklozen en de armen worden uit de statistieken gestoten, waardoor ‘de economie’ terug presenteerbaar wordt, want er kan dan een lichte groei opgetekend worden van het bbp per inwoner. Haar conclusie is bikkelhard: ‘De realiteit lijkt eigenlijk meer op een soort economische versie van etnische zuivering waarbij problemen gewoon geëlimineerd worden.’ (p.56) Uitstoting in het kwadraat dus.

De logica van uitstoten

Na een theoretische inleiding onder de titel ‘Een barbaarse selectie’ volgen vier kloeke hoofdstukken waarin de auteur haar uitgangspunten aan de hand van heel veel cijfermateriaal onderbouwt. ‘Krimpende economieën, toenemende uitstotingen’ focust op wat Sassen het Globale Noorden noemt. Zij gaat in op de verschillende manieren waarop economische groei bewerkstelligd kan worden en op de gevolgen ervan. Vervolgens wordt de globale ongelijkheid onder de loep genomen. Met Griekenland als voorbeeld wil Sassen duidelijk maken hoe door de huidige opgedreven systemen het ‘gewone’ vandaag evolueert naar extreme toestanden. In het volgende hoofdstuk ‘De nieuwe wereldmarkt voor grondbezit’ geeft Sassen voorbeelden uit het Globale Zuiden om te wijzen op een andere uitstotingslogica: wanneer een onderneming of een buitenlandse overheid grote delen land verwerft om er palmen te telen voor biobrandstof dan leidt dat tot de uitstoting van flora en fauna, kleine boeren en rurale productieketens. Maar het zorgt ook voor meer bedrijfswinsten en een groei van het bbp van het betreffende land. De veroorzakers hiervan noemt zij ‘een roofzuchtige formatie’. In hoofdstuk drie ‘het financiële systeem en zijn “vermogens”’ beschrijft de auteur hoe bescheiden huishoudens die een eenvoudige woning willen kopen, ingeschakeld worden in het financialiseringssysteem. Sassen focust hier met voorbeelden voornamelijk uit de USA op het mechanisme van securitisatie. Dat is de herlocatie van een gebouw, een goed of een schuld in een financieel circuit waar die zaken verhandelbaar worden en dus telkens opnieuw gekocht en verkocht kunnen worden op markten dichtbij en veraf. Zij beschrijft haarfijn hoe de financiële sector de huizenmarkt heeft gebruikt om een beleggingsinstrument te ontwikkelen. Dat heeft geleid tot een hypotheekcrisis met beslagnemingen van woningen die, benadrukt Sassen, niet veroorzaakt werd door het onverantwoordelijk gedrag van gezinnen die een hypotheek genomen hadden, maar wel van de beleggers van kredietrisicoswaps die door de toename van beslagleggingen hun ‘verzekering’ wilden inwisselen. Zo’n 35 miljoen mensen werden door die hypotheekcrisis getroffen. In 2008 verloren gemiddeld 10.000 Amerikaanse gezinnen per dag hun huis.   In het laatste hoofdstuk ‘Dood land, dood water’ bestudeert Sassen de ecologische uitstoting zowel op het land als in het water op wereldschaal, van de Dominicaanse Republiek tot Peru en van Rusland tot de Verenigde Staten. In de vier hoofdstukken van dit boek maakt zij overvloedig gebruik van beschikbaar cijfermateriaal dat zij interpreteert binnen haar concept van uitstoting.

Oefening in maatschappij-analyse

Ik kan mij voorstellen dat de leden van de Vooruitgroep en auteurs van ‘Wereldvreemd in Vlaanderen’ die in hun boek op zoek gingen naar, dixit Eric Corijn, ‘een andere verknoping van een meerlagige politiek’ in ‘Uitstoting’ zeker hun gading zullen vinden. ‘Uitstoting’ is ongetwijfeld een ambitieuze poging van een gedreven onderzoeker om het DNA van onze tijd in kaart te brengen. Om haar interpretatie van een complexe werkelijkheid te staven en beter in beeld te krijgen houdt Sassen heel veel statistische gegevens tegen het conceptuele licht dat ze erop laat schijnen. Mede daardoor is ‘Uitstoting’ geen gemakkelijk boek geworden, maar wel een fascinerende oefening in maatschappij-analyse waarvan je niet vrolijker wordt. Sassen reikt een paraplubegrip aan waaronder een heel breed gamma aan uitstotingsmechanismen schuilgaat. Dat is de sterkte, maar misschien ook de zwakte van dit boek. Het blijft hangen op een algemeen analyseniveau. Anders dan Piketty of Stiglitz focust Sassen niet op de concentratie van kapitaal in de handen van de één procent. Zij analyseert de onderkant van de samenleving waar de uitstoting van grote groepen plaatsgrijpt. Natuurlijk, Saskia Sassen is geen activist zoals Naomi Klein die in haar laatste boek ‘No time’ niet alleen het extractivisme analyseert en wat de gevolgen ervan zijn voor het klimaat, maar tevens de klimaatverandering als katalysator ziet voor verandering naar een betere wereld. Je moet van Saskia Sassen in dit boek geen progressief antwoord verwachten op de maatschappelijke uitdagingen van de steeds groeiende sociale ongelijkheden en de dreigende ecologische crisis. Terloops verwijst ze toch naar de alternatieve overlevingseconomieën die meer en meer opkomen  en die functioneren in een andere economische ruimte. Het is slechts in de laatste zinnen van haar besluit dat aarzelend de aanzet tot een hoopvol perspectief wordt aangereikt. Daarin houdt ze een pleidooi voor het conceptualiseren van datgene wat uitgestoten werd. ‘Het zijn potentieel, de nieuwe ruimtes voor ontwikkeling – de ontwikkeling van lokale economieën, nieuwe geschiedenissen en nieuwe vormen van erbij horen.’ (p. 262) Het is dat spoor dat Oikos-coördinator Dirk Holemans in zijn nawoord verder wil ontwikkeld zien: ‘Samen kunnen we goedaardige formaties opbouwen die ontwikkelingspaden naar meer levens- en omgevingskwaliteiten uitzetten. Ze zullen ons niet in de schoot komen vallen – rijken hebben nog nooit vrijwillige hun privileges afgestaan. Het is weer tijd om, zonder naïef te zijn, grote dromen na te streven.’ (p. 266)

Uitstoting, brutaliteit & complexiteit in de wereldeconomie
Saskia Sassen
Acco
2015
335
9789462922372
Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.