WikiLeaks en de wereld volgens de VS

Facebooktwittergoogle_plusmail

Julian Assange vroeg zeventien experten om de uitgebrachte WikiLeaks Files met de Amerikaanse interne correspondentie over een aantal landen te becommentariëren. Die analyses werden gebundeld in het boek ‘The WikiLeaks Files -The World According to US Empire’, met een voorwoord van Julian Assange. Dit boek geeft een fascinerende inkijk in de manier waarop de Amerikaanse regering en zijn functionarissen écht over de rest van de wereld denken en verduidelijkt zo wat de VS doet en waarom.

De mythe van geheimhouding

“Elke dag van de week staan 71.000 (Amerikaanse) burgers op in 191 landen, waar ze 27 verschillende Amerikaanse overheidsdiensten vertegenwoordigen… “ In zijn inleiding geeft Julian Assange, oprichter van WikiLeaks zijn kijk op wat de miljoenen door zijn organisatie uitgebrachte documenten hem vertellen. In totaal zijn meer dan 5 miljoen Amerikanen betrokken bij het verwerken van geheime informatie. “Hoe een staat denkt geheimen te kunnen bewaren met zoveel betrokken medewerkers is een raadsel”.

Assange ontrafelt niet alleen de mythe van geheimhouding in de VS, maar doorprikt die ook in het algemeen. Geheimhouding is inderdaad niet meer dan dat, een mythe. Een groot deel van de geheime documenten van eender welke overheid is alleen maar vertrouwelijk omdat ze voor de eigen bevolking moeten geheim blijven, omdat de betrokkenen met een status van geheimhouding meer belang geven aan wat ze doen dan wat er werkelijk achter zit en omdat massamedia dat spel al te graag meespelen.

Echt geheime informatie, zoals geplande militaire acties, wapensystemen en dergelijk maken slechts een zeer minimaal deel uit van de miljoenen ‘geheime’ documenten die jaarlijks over heel de wereld worden geproduceerd. Waar het werkelijk om gaat is om het onwetend houden van de eigen bevolking én jawel, van de eigen bondgenoten. Het onwetend houden van ‘de vijand’ is eveneens belangrijk, maar is slechts een klein deel van het grote geheel. Massale productie van geheim materiaal heeft vooral het voordeel van de massa, van de schaal. Dat éne echt belangrijke document vinden wordt dan een haast onmogelijke opdracht, de naald in de hooiberg.

Amper negen jaar oud

WikiLeaks, het begon allemaal met een simpel idee van een paar internetnerds. Wie geheime informatie had kon die bij hen kwijt. Het werd zoveel meer. Aanvankelijk waren de mainstream media razend enthousiast. Zolang het ging over corruptie in een of andere Centraal-Aziatische of Afrikaanse republiek of over politici die toch al in ongenade waren gevallen was het prima. Sensatie à volonté.

Dat bleek niet lang te duren. De overgrote meerderheid van informatie die WikiLeaks vond en analyseerde bleek immers over onze eigen regeringen en onze eigen vrienden en bondgenoten te gaan. De video met de onweerlegbare bewijzen van flagrante oorlogsmisdaden door het Amerikaans leger in Irak waren het keerpunt.

Op enkele maanden tijd veranderden WikiLeaks en zijn bekendste gezicht Julian Assange in paria’s. Plots namen dezelfde media ongenuanceerd de beweringen over van overheden die beweerden met deze onthullingen de ‘nationale veiligheid’ werd geschaad, dat ‘agenten in het buitenland’ in levensgevaar werden gebracht enzovoort. De eerste bewijzen moeten negen jaren later nog altijd geleverd worden, maar het kwaad was geschied. WikiLeaks was niet salonfähig meer en werd afgeserveerd.

Niet getreurd, WikiLeaks is ondertussen bij het publiek zo een vaste waarde en bekende huishoudnaam geworden dat het haast niet is te geloven dat de organisatie nog geen tien jaar bestaat. Bovendien, alle denigrerende en misleidende commentaren ten spijt is de organisatie wereldwijd populairder dan ooit bij de publieke opinie .

Indexing the empire

Voor onderzoeksjournalisten die hun werk nog ernstig nemen blijven de onthullingen van WikiLeaks ernorm waardevol onderzoeksmateriaal. In het hoofdstuk ‘Indexing the Empire’ geeft Sarah Harrison een gebruiksaanwijzing. Hoe ga je te werk in deze massa ruwe gegevens? Alleen al voor dat hoofdstuk is dit boek waardevol. Er is echter veel meer.

Het boek weerlegt alvast een onterechte mythe. De uitgebrachte documenten zijn géén bewijzen van daden en beslissingen. Er is nergens dat éne document dat bijvoorbeeld bewijst dat de VS wel degelijk meewerkte aan staatsgrepen in Venezuela en Honduras. Deze documenten zijn vormen van interne correspondentie tussen personen die uitgaan van een aantal ongeschreven assumpties, zoals het evidente recht dat Amerikanen hebben om waar ook ter wereld zich te mengen in binnenlandse aangelegenheden van andere landen. Of de evidentie dat landen, die een politieke koers volgen die de Amerikaanse overheid en economische elite niet bevalt, mogen – moeten – ondermijnd worden. Of die landen democratisch zijn of niet, is daarbij niet relevant.

Je leert vooral uit deze documenten hoe uitvoerders van het beleid denken en doen, je ziet patronen, gedachtengangen, vooronderstellingen, vanzelfsprekendheden verschijnen. Zo leer je onder meer hoe Amerikaanse diplomaten onder elkaar echt over de EU denken. We leren hoe Amerikaanse diplomaten lobbyen om de restrictieve ggo-regels [regels betreffende genetish gewijzigde organisme, nvdr] in de EU onderuit te halen. Dat de VS dat doet is uiteraard geen geheim. Wat je in de Files leert is eerder hoe ze dat doen (of denken te doen) en hoe evident zij het vinden om volledig ten dienste te staan van Amerikaanse bedrijven, zonder rekening te houden met zoiets als het algemeen belang van de Europese én de eigen bevolking.

Yes, we can, overal ter wereld

Zo gaat dat ook met Rusland, Turkije en Israël. Dat dit laatste land voortdurend oorlogsmisdaden begaat wordt niet betwist. Er wordt zelfs vrij gediscussieerd over hoe daar wordt mee omgegaan. Het idee dat die misdaden zouden moeten veroordeeld worden of aangepakt komt echter niet ter sprake.

Zelfs trouwe bondgenoten als Israël ontsnappen niet aan de minachting van Amerikaanse diplomaten. In hun interne nota’s nemen zij bijvoorbeeld de Israëlische bewering dat Iran en zijn vermeende kernwapens een bedreiging zouden zijn voor Israël niet ernstig. Ze twijfelen er zelfs aan of de Israëli’s dat zelf wel echt geloven en dat niet eerder gebruiken als pasmunt om op andere vlakken meer te bekomen.

Idem dito over Syrië. Het omverwerpen van het regime van president Assad staat al jaren op het programma, reeds lang voor de burgeroorlog uitbrak. Niet omdat de man een dictator is, maar omdat hij een anti-westers dictator is (nuance!), die bovendien het lef heeft om op zijn grondgebied een militaire basis toe te laten van aartsvijand Rusland. Want, jawel, in de interne discussies van het Amerikaans diplomatiek en militair personeel is de Koude Oorlog nooit beëindigd.

Iran is eenzelfde verhaal. Dat land moet gestraft worden, niet omdat het een theocratie is – per slot van rekening zijn de nog veel ergere theocratieën van Saoedi-Arabië en konsoorten nog veel erger, maar dat zijn nu eenmaal bondgenoten. Iran is eigengereid en ongehoorzaam, daar wringt het schoentje.

Er volgen nog hoofdstukken over Irak, Afghanistan, over Azië in het algemeen, over Zuid-Afrika en over Latijns-Amerika, met een apart hoofdstuk over Venezuela.

Onderzoeksmateriaal

Voor onderzoekers van de geopolitieke evolutie van de voorbije tien jaar zijn de WikiLeaks Files essentieel materiaal. Dit boek geeft een handige introductie voor wie dieper wil gaan. Het boek is echter ook boeiend op zich. Zelden heeft een boek een dergelijke inkijk gegeven in de interne keuken van het machtigste land ter wereld. Ook al wordt het in de mainstream zo goed als doodgezwegen, dit boek ligt in alle Amerikaanse ambassades, in alle ministeries van buitenlandse zaken ter wereld op de interne leeslijst.

Een van de meest in de media geuite kritieken op WikiLeaks in het algemeen en dit boek in het bijzonder is dat er niet echt grote geheimen in staan. Daarmee wordt de mythe in stand gehouden dat WikiLeaks pretendeert grote geheimen te onthullen, terwijl heel wat in feite geweten is. Dat de VS bijvoorbeeld staatsgrepen steunt en heeft gesteund in de wereld is inderdaad niets nieuws.

Wie WikiLeaks echter ernstig bestudeert ziet iets heel anders. WikiLeaks ‘onthult’ inderdaad weinig, maar dat beweert de organisatie ook niet. Wat WikiLeaks echt doet is zaken onder de aandacht brengen, die de mainstream media al jaren verwaarlozen of negeren. Zo waren de oorlogsmisdaden van het Amerikaans leger in Irak al jaren bekend, maar werd er geen aandacht aan geschonken, tot WikiLeaks de fameuze video op het internet zette, waarop is te zien hoe een helikopter doelbewust ongewapende mensen en een ambulance met gekwetsten beschiet.

De kritische mainstream doorprikt

Door zijn ‘onthullingen’ heeft WikiLeaks dus vooral de mythe van de kritische mainstream media doorprikt. Dat is dan ook een van de voornaamste redenen waarom de organisatie voor hen persona non grata is geworden.

Het boek ‘The WikiLeaks Files’ is vlot geschreven en gepubliceerd in een mooie uitgave. 545 pagina’s (zonder voetnoten en index) is erg veel, maar de hoofdstukken laten zich zeer vlot apart lezen. Ik raad de lezer wel aan om te beginnen met de inleiding van Assange en daarna het vierde hoofdstuk ‘Indexing the empire’ eerst te lezen, alvorens een hoofdstuk te kiezen naar eigen voorkeur.

The WikiLeaks Files -The World According to US Empire
Voorwoord van Julian Assange, bijdragen van Dan Beeton, Phyllis Bennis, Michael Busch, Peter Certo, Conn Hallinan, Sarah Harrison, Richard Heydarian, Dahr Jamail, Jake Johnston, Alexander Main, Robert Naiman, Francis Njubi Nesbitt, Linda Pearson, Gareth Porter, Tim Shorrock, Russ Wellen, Stephen Zunes
VersoBooks, in samenwerking met Wikileaks
624
9781784786212
BRONDe Wereld Morgen
Politieke analyse vanuit het standpunt van de slachtoffers, geen 'objectieve-neutrale' desinformatie maar duidelijke keuzes. Ontmaskering van de mythe dat politiek ingewikkeld zou zijn, enkel uitlegbaar door zelfverklaarde 'experten'. Doorprikken bevooroordeelde berichtgeving om de wereld beter te begrijpen.