Het Congres van Wenen, tweehonderd jaar later

Facebooktwittergoogle_plusmail

Louter toeval natuurlijk, die tweehonderd jaar. Het ene congres lijkt hoegenaamd niet op het andere. Het Congres van Wenen dat op 9 juni 1815 plechtig werd afgesloten, was het gevolg van een reeks veroverings- en heroveringsoorlogen in continentaal Europa. Anno 2015 gaat het om een burgeroorlog in één staat in het Nabije Oosten. In 1815 moesten in Europa tal van territoriale en dynastieke bekommernissen met elkaar in overeenstemming worden gebracht. In 2015 wordt een uitweg gezocht uit een kluwen van interne conflicten waardoor heel de Levantijnse regio dreigt te worden gedestabiliseerd. Het verschil is duidelijk. Maar er zijn ook  interessante parallellen.

De eerste en allerbelangrijkste bekommernis in 1815 luidde, over alle tegengestelde belangen en ambities heen: herstel van de gevestigde orde van vóór Napoleon, neen, van voor de Franse Revolutie. Daarover althans waren de vier grote overwinnaars (Britten, Pruisen, Russen en Oostenrijkers) het roerend eens met het verslagen Frankrijk. Er werden wel wat grenzen verlegd, uitgestrekte gebieden wisselden van bezitter, en pal tegen de Franse noordergrens ontstond zelfs een nieuwe staat. Maar nu ook in Frankrijk het ‘ancien régime’ weer triomfeerde, mocht dat land niet te erg worden gestraft voor wat die onverlaten van revolutionairen overal in Europa hadden teweeggebracht. Grote en kleine Europese vorsten wisten immers maar al te goed dat de Franse republikeinse legers aanvankelijk in vele landen als bevrijders waren onthaald. Aan het verder smeulen van die onzinnige democratische ideeën moest snel en grondig een einde worden gemaakt, desnoods met een paar schijnhervormingen. Aldus geschiedde.

Op de conferentie over Syrië zal het niet anders gaan (met dit verschil dat, anders dan Frankrijk in 1814-’15, Assad niet rechtstreeks mee aan tafel zal zitten). Saoedi-Arabië, Turkije én Rusland zijn bepaald niet enthousiast over onzinnige ideeën als democratie. En veel meer nog zijn ze beducht voor wat zich als ‘islamitische staat’ aandient. Dat is eigenlijk een beetje vreemd, aangezien Saoedi-Arabië in feite een islamitische staat ís, en de Turkse president daar, zacht uitgedrukt, niet echt afkerig van zou zijn. Zolang het maar hùn versie van een islamitische staat is…

Voor alle duidelijkheid: democratische ideeën en islamitische staat zijn in de verste verte niet vergelijkbaar of zelfs maar verzoenbaar, integendeel. Maar de paniek bij de zittende machthebbers doet wel erg denken aan de obsessies van 1815. En in de ‘reëel bestaande’ oorlogsvoering worden democraten en islamisten even rabiaat als vijand behandeld. Dat krijg je nu eenmaal met regimes die democratische oppositie al per definitie gelijkschakelen met terrorisme.

Meer nog dan in 1815 geldt in 2015 dat de restauratie van de vooroorlogse gevestigde orde vooropstaat, en liefst met zo weinig mogelijk hervormingen gepaard gaat. Met betrekking tot het Nabije Oosten bestaan ook veel omvattender en radicalere plannen, zowel in zeer cynische als in zeer idealistische zin. Maar daar kan in Wenen natuurlijk geen sprake van zijn. En dus blijft de hele regio een kruitvat.

Tot slot is er nog een andere parallel. Als Wenen 1815 en 2015 één ding gemeen hebben is het alvast dit: wat voor akkoord er ook uit de bus moge komen, het zal altijd volstrekt boven de hoofden van de betrokken bevolkingen gearrangeerd zijn.

En Europa in dit alles? Ach, Europa. Dat is, traditiegetrouw, bereid alle mogelijke dictaturen te tolereren zolang het daar belang bij heeft of denkt te hebben. Toen er bij het begin van de opstand in Syrië nog enige kans bestond om zinvolle actie te ondernemen is dat niet gebeurd. Nu is elke uitkomst goed, als ze maar een einde maakt aan de vluchtelingenstroom. Nobelprijs voor de Vrede, weetuwel.