Afghanistan, ze blijven nog even, IS komt

Kunduz1
Facebooktwittergoogle_plusmail

VS-president Barack Obama had het misschien liever anders gezien, maar de VS houden 9800 manschappen op vier basissen in Afghanistan. Veertien jaar na het verdrijven van de Taliban, na 2300 dode Amerikaanse militairen, na de vele talrijke “vergissingen” zoals onlangs het bombardement op een ziekenhuis in Kunduz, na meer dan 50 miljard aan hulp… staan Washington en de Navo voor schut. Het is voor onbepaalde tijd blijven of op termijn Afghanistan – of een deel ervan – opgeven. Aan de Taliban, of aan IS.

Schok

“De Afghaanse strijdkrachten zijn niet zo sterk als ze zouden moeten zijn. In enkele gebieden laat de veiligheid nog te wensen over”. Zo luidt de uitleg van Washington om het stationeren van Amerikaanse troepen op vier basissen (Kaboel, Bagram, Jalalabad en Kandahar) te verantwoorden. En die uitleg klopt. Dat de Taliban eind september zonder veel moeite een grote stad, Kunduz, konden innemen, gaf een schok in Washington en bij de Navo in Brussel.

Er was grootscheepse Amerikaanse interventie nodig om die stad na een week weer in handen te krijgen. Dat de Amerikaanse luchtmacht daarbij bewust een ziekenhuis bombardeerde, werd afgedaan als “nevenschade” en afgewenteld op de Afghanen. Kunduz maakte duidelijk dat de regering in Kaboel voor haar overleven volledig op Amerikaanse bijstand is aangewezen. En dat zal in een nabije toekomst niets anders zijn. Vandaar dat Washington nu de deur openlaat voor een langer verblijf. De Britten volgen dat voorbeeld.

Op de loop

Afghanistan mag weer niet in handen vallen van de Taliban, zo luidt het. Is alles dan voor niets geweest? Staan de Taliban op het punt weer de baas te worden in Kaboel? Hun operatie in Kunduz heeft alleszins op de Navo in Brussel grote indruk gemaakt. Hun goed gecoördineerde agressieve manier van opereren, de sterke motivatie die erachter vermoed wordt.

Maar vooral, wat meest indruk maakte, was de zwakte van de regeringstroepen die op de loop gingen zodra Taliban de stad binnentrokken. Obama gebruikte een eufemisme als hij zei “dat ze nog niet zo sterk zijn als zou moeten”.  Kaboel mag dan wel over 195.000 militairen en 150.000 politiemanschappen beschikken, de slagkracht ervan is zeer pover. Het gaat niet zozeer om uitrusting of opleiding, maar ook om motivatie. De Taliban – en de andere groepen die de regering in Kaboel bestrijden – hebben de aanslagen op leger- en politieposten verder opgevoerd. Dat geeft die manschappen het gevoel een makkelijk doelwit te zijn waar weinig tegenover staat. De verdediging van een erg corrupt bewind is geen grote aanmoediging.

Omdat het vertrouwen van Washington in de Afghaanse strijdkrachten zo erg klein is, tracht VS-generaal John Campbell, hoofd van de Amerikaanse troepen in dat land, zelf de touwtjes in handen te nemen. Bij zover dat hij in Kaboel de echte minister van Defensie wordt genoemd. Voor veel Afghanen een bijkomend bewijs dat ze met een bezettingsleger te maken hebben en dat de eigen regering niets voorstelt.

Verlamd

Want wie regeert in Kaboel. Meer dan een jaar na de verkiezingen en een jaar na de zeer moeizame vorming van een regering van “nationale eenheid”, blijft de regering verlamd door vele interne tegenstellingen. Die verdeeldheid heeft weinig te maken met politieke meningsverschillen, veel met belangenconflicten tussen clans – waarvan sommige betrokken zijn bij de bloeiende opiumproductie en – smokkel.

Die verlamming van Kaboel en de zwakte van zijn leger, zijn niet de enige troef van de Taliban. De blijvende aanwezigheid van Amerikaanse troepen is voor hen een sterk propagandawapen, zij strijden immers tegen vreemde bezetters die niet bepaald populair zijn in het land.

De Taliban kunnen daarenboven blijven rekenen op sterke steun vanuit Pakistan, van de Pakistaanse legertop. Washington is er in al die jaren niet in geslaagd zijn Pakistaanse “bondgenoot” op andere gedachten te brengen. De Pakistaanse legerchefs blijven Afghanistan door anti-Indiase ogen zien. De Taliban en compagnie zijn in dat opzicht verkiesbaarder dan de huidige regering in Kaboel waar India nogal wat vrienden heeft.

Etnisch

En dan de etnische factor. De Taliban zijn bijna uitsluitend Pathanen. Ze kunnen in de overwegend Pathaanse gebieden op heel wat sympathie rekenen. Zoals in de provincie Kunduz die ze voor driekwart controleren en waar talrijke stadsbewoners de voorbije maanden uit hun huizen waren verdreven in een regeringscampagne tegen de Taliban. In Kunduz was er voor de Talibanaanval een conflict tussen de door president Ashraf Ghani (Pathaan) aangestelde gouverneur (Pathaan) en de politiechef (Tadzjiek), aangesteld door premier Abdullah Abdullah (gemengd Pathaan-Tadzjiek).

De Taliban hebben hoe dan ook een stevige voet aan de grond in de Pathaanse gebieden. Vandaar een plan B voor de feitelijke opdeling van Afghanistan, met de overwegend Pathaanse regio’s in zuid en oost onder controle van de Taliban, de rest voor de erfgenamen van de Noordelijke Alliantie die de Taliban vijf jaar lang bevocht en vooral bestaat uit Tadzjieken, Oezbeken, Hazara’s en andere minderheden. Maar wat met Kaboel? En met de vetes onder niet-Pathanen die ze vaak met de wapens uitvechten.

Zwakke plekken

Toch hebben de Taliban ook enkele zwakke plekken. Zoals de Pathaanse maatschappij zijn ze verdeeld in clans met elk hun eigen belangen, die meestal erg materieel zijn. Het duurde twee jaar na de dood van mollah Omar eer een opvolger werd bekendgemaakt, mollah Achtar Mohammed Mansour. Volgens lokale kenners heeft het Mansour, een rijke zakenman, veel geld gekost om steun te werven.

De Taliban zijn het volgens diezelfde bronnen onderling oneens over onderhandelingen met Kaboel. Er zijn al talrijke contacten geweest, onder meer op initiatief van de Golfmonarchieën. Maar de leidergs van de Taliban zijn wel eensgezind in de eis dat de buitenlandse troepen weg moeten, wetende dat dan voor hen de weg naar Kaboel open ligt.

De Taliban zijn wel niet de enige tegenstanders van Kaboel. Er is ook het netwerk van de Haqqani’s dat nauw, maar autonoom, met de Taliban samenwerkt. Deze groep werkte tot ver in de jaren 1990 nauw samen met de VS, vader Haqqani kreeg onder Amerikaanse impuls een ministerpost aangeboden. De voorbije jaren pleegde deze groep talrijke aan slagen in Kaboel, onder meer op de ambassades van de VS en van India. En er is de groep van Gulbuddin Hekmatyar, leider van Hezb-i-islami en de favoriet van de Amerikanen en van Saoedi-Arabië tot eveneens ver in de jaren 1990, die als eerste minister van de regering tussen 1992 en 1995 Kaboel bijna dagelijks bestookte.

IS

In juli schaarde Hekmatyar zich verrassend achter nieuwkomer IS. Kort daarvoor hadden de Taliban IS gewaarschuwd weg te blijven uit Afghanistan. In de provincie Nangahar kwam het zelfs tot gevechten tussen de twee groepen. Mollah Mansour riep de chef van IS, Al-Baghdadi, op te stoppen met het rekruteren van strijders onder de Taliban. Nogal wat Taliban staan achter de visie van IS dat Afghanistan en Pakistan één geheel vormen, Chorasan en lopen over.

De concurrentie van IS vormt een ernstige bedreiging voor de Taliban. De steun van Hekmatyar is een flinke duw in de rug van IS, want die beschikt over een goed bewapende en opgeleide krijgsmacht. Hekmatyar is altijd een extreme fundamentalist geweest, maar in de strijd tegen het communisme kon dat in westerse ogen geen kwaad.

Bezorgde Russen

De komst van IS verontrust Moskou in hoge mate. De Taliban zijn een lokaal probleem, IS vormt daarentegen een bedreiging voor andere landen in de regio. Terwijl alle aandacht ging naar de Russische tussenkomst in Syrië, werd weinig gelet op de Russische aankondiging begin oktober dat Rusland militaire versterking stuurt naar zijn basis in Tadzjikistan. Het is de grootste Russische basis buiten eigen land, niet ver van de grens met Afghanistan. Kunduz ligt slechts 70 kilometer van de grens met Tadzjikistan.

Die aankondiging kwam er kort na een ongewone ontmoeting in Grozny, hoofdstad van Tsjetsjenië. Daar ontving Ramzan Kadyrov de Afghaanse vice-president Rashid Dostom. Kadyrov is zelf een militiechef die op grote schaal oorlogsmisdaden beging en als goede vriend van Poetin in zijn republiek de grootste moskee van Europa bouwde en de sharia invoerde. De Oezbeek Dostom is een van de beruchtste krijgsheren van Afghanistan.

Dostom onderstreepte het gevaar dat IS voor Afghanistan en de ganse regio vormt. In Tadzjikistan, een vroegere Sovjetrepubliek en goede bondgenoot van Moskou, is er al meer dan 20 jaar een guerrilla van islamisten waarmee IS vanuit Afghanistan front zou kunnen vormen. Rusland en Tadzjikistan voelen zich daarmee rechtstreeks door IS bedreigd. IS waar enkele duizenden Tsjetsjenen deel van uitmaken.

Bijgevolg, aldus Dostom, heeft Kaboel net zoals Syrië, Russische steun nodig. Moskou zal wel meer dan twee keer nadenken eer het zich opnieuw in Afghanistan waagt. Het zou liefst van al zien dat de Amerikanen daar blijven om de islamisten te bestrijden. De VS kunnen doen in Afghanistan wat ze willen, net zoals Rusland dat wil doen in Syrië…

Vluchten

Omdat stabiliteit en veiligheid na 14 jaar oorlog heel ver zoek zijn, brengen rijke Afghanen kapitaal en familie naar veiliger oorden, naar fiscale paradijzen aan de Golf. Minder rijke Afghanen die net genoeg hebben (of kunnen lenen) betalen mensensmokkelaars om tot in Europa te geraken waar het tenminste veiliger is. Met het risico dat een of andere regeerder oordeelt dat Kaboel een veilige plek is.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.