Vandeput legt drie scenario’s over toekomst leger op tafel

Belgisch leger2
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het is nog altijd wachten op het strategisch plan over de toekomst van het Belgische leger tot 2030. Naar verluidt liggen er nu drie scenario’s op tafel. Defensieminister Vandeput kiest zelf voor het maximum met een defensiebudget dat naar 1,6% van het BBP moeten groeien. Het gaat over ettelijke miljarden euro. Maar binnen de regering heerst verdeeldheid.

Een modern uitgerust leger is duur. Een interventieleger zoals dat binnen het NAVO-kader is voorzien, met operaties in het verre buitenland, vergt bovendien meer middelen dan een puur defensieleger. Een moeilijke oefening dus voor onze regering die grote ambities heeft, maar niet de middelen. Het is dan ook nog altijd wachten op het al lang aangekondigd strategisch plan dat de toekomst van het Belgisch leger moet uittekenen tot 2030. Dat was oorspronkelijk aangekondigd voor afgelopen lente, vervolgens werd september in het vooruitzicht gesteld. Maar ook die deadline is niet gehaald. Het is een publiek geheim dat de regeringspartijen er uiteenlopende visies op nahouden wat de toekomst van het leger betreft.

Een leger van 6,3 miljard euro?

Volgens de krant La Libre Belgique (29/09) heeft de minister van Defensie Vandeput (N-VA) nu drie scenario’s op tafel gelegd die telkens corresponderen met een bepaald niveau van militaire uitgaven. Geen van de drie scenario’s komt tegemoet aan de NAVO-norm die stelt dat er binnen de tien jaar (te starten in 2014) ‘gestreefd’ moet worden naar een militair budget dat 2% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) vertegenwoordigt. In het maximale scenario gaat het over 1,6%, waarmee ons land net boven het gemiddelde van de 28 NAVO-landen zou uitstijgen. In reële termen (gebaseerd op de waarde van de euro in 2015) betekent dit dat het defensiebudget tegen 2030 6,3 miljard euro zou bedragen (volgens la Libre Belgique) of nominaal drie keer het huidige budget.

Door de huidige legislatuur wordt voorzien dat het defensiebudget in 2019 2,1 miljard euro bedragen. Om aan het gewenste bedrag van 6,3 miljard euro tegen 2030 te komen zou er vanaf 2019 dus jaarlijks 400 miljoen extra bij moeten komen. Hoewel dit scenario zeer weinig realistisch lijkt, draagt het toch de voorkeur weg van minister Vandeput. Met dat defensiebudget zou ons land nagenoeg ‘full spectrum’ kunnen gaan en de daarvoor vereiste grote investeringen kunnen doen: de vervanging van de F-16’s op volle capaciteit, de aanschaf van twee tot drie fregatten, een anti-rakettenschild (grond-lucht) type Patriot, de aankoop van gevechtshelikopters en -drones, enzovoort, met een troepensterkte die min of meer op peil wordt gehouden, zijnde 27.000 manschappen. Politiek gezien is dit scenario onhaalbaar. Vermoedelijk schuift de minister het enkel naar voor als onderhandelingspositie om vervolgens een tussen-scenario als compromis uit de brand te slepen. Dit compromis-scenario is gebaseerd op een defensiebudget dat 1,35% van het BBP bedraagt. Dat komt overeen met het gemiddelde budget dat de niet-nucleaire staten van de NAVO uitgeven aan defensie. In dit scenario zouden een of meerdere grote investeringen wegvallen, zoals bijvoorbeeld de aankoop van gevechtshelikopters.

In het derde vooropgestelde scenario blijft het defensiebudget ongeveer gehandhaafd op het niveau van voor deze legislatuur, nl. op 1,1% van het BBP. Maar het leger zou dan wel kleiner moeten worden zodat er meer ruimte is voor militaire investeringen. Een andere NAVO-norm bepaalt immers dat 20% van het defensiebudget naar nieuwe militaire investeringen moet gaan. In dit minst ambitieuze scenario voorziet de minister nog twee subscenario’s. In het eerste voorziet hij een troepensterkte van 18.000 manschappen, waardoor het alsnog mogelijk is om de belangrijkste investeringen te doen, meer bepaald de vervanging van de gevechtsvliegtuigen, maar ook de aankoop van mijnenvegers en fregatten wat ten koste zou gaan van de landcomponent. Dat zou betekenen dat er op permanente basis slechts een enkele gevechtseenheid van 200 manschappen in het buitenland kan worden ingezet. In het tweede subscenario behoudt het leger 23.000 manschappen met dus meer mogelijkheden voor buitenlandse operaties, maar moeten de zee- en luchtcomponent een kruis maken over al te grote ambities. De gevechtsvliegtuigencapaciteit en het aantal mijnenvegers voor de marine zouden dus aanzienlijk ingeperkt moeten worden.

Politieke verdeeldheid

De N-VA is de enige partij die voor het maximumscenario wil gaan, maar zoals gezegd kan dat om tactische redenen zijn. De Open VLD wil ‘slechts’ 24 gevechtsvliegtuigen in plaats van de 40 tot 44 die Vandeput wil aanschaffen. De MR wil een combinatie van 24 nieuwe gevechtsvliegtuigen met een upgrade van 18 tweedehandsvliegtuigen die nog niet al te veel vlieguren op de teller hebben staan. De MR wil vooral vermijden dat de luchthaven in Florennes zou gesloten worden in het geval dat de nucleaire taken van de gevechtsvliegtuigen behouden blijven in Kleine Brogel. Daarom speculeert de MR op nieuwe gevechtsvliegtuigen in Florennes en tweedehands F-16 of F-18 gevechtsvliegtuigen die de kernbommen kunnen transporteren in Kleine Brogel. De positie van de CD&V is niet helemaal duidelijk. Uit sommige berichten blijkt dat de partij zich niet budgettair wil vergalopperen aan dit miljardendossier, terwijl anderzijds Pieter De Crem het hardst pleitte voor de aankoop van 40 nieuwe gevechtsvliegtuigen met voorkeur voor de Amerikaanse F-35.

De discussie over het toekomstige defensiebudget en de gevolgen voor het leger speelt zich niet alleen af op partijpolitiek niveau. Vooral in het minimale scenario worden de verschillende componenten van het leger elkaars concurrenten. Dat zal nog een stevige discussie opleveren binnen de legertop.

Van de kant van de oppositie (Sp.a, Groen, Ecolo en PTB/PVDA) is er eensgezindheid over het lot van de gevechtsvliegtuigen, namelijk dat die niet vervangen moeten worden. De PS houdt zich wat meer op de vlakte en wil alles laten afhangen van de Europese context en behoeften. Dat betekent meteen ook dat de nucleaire taken van de luchtcomponent worden afgestoten met als consequentie dat de kernbommen in Kleine Brogel nutteloos zijn geworden. Er ligt trouwens nog altijd een wetsvoorstel klaar – gesteund door de genoemde partijen en de PS – dat de installatie van kernwapens op Belgisch grondgebied wil verbieden. Het is wachten op een ‘geschikt’ moment om het in de betrokken commissies in te dienen. Daarnaast vraagt de oppositie meer transparantie in het hele aankoopdossier en eist ze de inschakeling van het Rekenhof dat op een onafhankelijkere manier de kosten van grote aankoopdossiers kan berekenen. Nu hanteert iedereen immers zijn eigen cijfers.

De vredesbeweging voert campagne tegen de vervanging van gevechtsvliegtuigen. Zij heeft een petitie lopen en wil de druk opvoeren met een nationale manifestatie op 24 april 2016.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers