In Molenbeek, een warme stadsbiografie

Facebooktwittergoogle_plusmail

Na zijn succesvol boek ‘In Brussel’, waarin hij de nieuwe inwoners een gezicht en een verleden geeft, onderneemt historicus Hans Vandecandelaere nu een reis doorheen de gelaagde werkelijkheid van Oud-Molenbeek. Samen met Oud-Borgerhout behoort het ten onrechte tot de meest geframede en gemediatiseerde stadswijken van België. (1) De auteur focust op het hybride karakter van een boeiende, niet makkelijke buurt die ondanks haar achterstelling toch een nieuwe dynamiek aan het ontwikkelen is. ‘In Molenbeek’ is de warme biografie van een vermaledijd stadsgedeelte in een boeiende transformatie.

‘Wordt het geen tijd dat journalisten eens overgaan tot een andere lectuur van de wijk en ophouden om mijn zaak op te sluiten in een context van kansarmoede?’ Dat vraagt de eigenaar van een piepkleine boekwinkel met filosofie, wetenschap, talen en godsdienst in Oud-Molenbeek aan de auteur. Dat is een zeer terechte vraag, want gemiddeld moet een Oud-Molenbekenaar meer verantwoording afleggen dan een inwoner van Elsene of Kapelle-op-den-Bos. Dat weet Brusselaar en stadsgids Vandecandelaere zeer goed.

Puzzelstukjes

Op zijn tweejarige reis langs scholen, kerken, moskeeën, jeugdhuizen, sociale diensten, kunstenaarsateliers, concertzalen en voormalige fabrieken ontmoet hij imams, pastoors, doorstromende en afhakende jongeren, OCMW-ambtenaren, politieagenten, straathoekwerkers, dokters, loft- en kelderbewoners, druggebruikers, getalenteerde commerçanten en huisjesmelkers, maar ook cultuurfilosofen, antropologen, sociaal geografen en artiesten allerhande. Vandecandelaere slaagt erin om verscheidene deuren open te krijgen die hem naar heel verschillende milieus leiden. Het is opvallend dat de auteur veel meer spreekt met ‘gewone mensen’ dan wel met politici. De naam van Philippe Moureaux wordt wel enkele keren in niet ongunstige zin gebruikt, maar Vandecandelaere gaat hem niet opzoeken voor een interview.

In de tien hoofdstukken van dit boek kom je al die informanten en commentatoren tegen. Sommigen al wat meer dan anderen. Cultuurfilosoof Eric Corijn en antropoloog Eric Leman behoren duidelijk tot zijn favorites. Het zijn stuk voor stuk terreinkenners, ervaringsdeskundigen of  wetenschappers die hem helpen puzzelstukjes in elkaar te schuiven over de geschiedenis van de wijk, over de impact van de kleine huisvestingscrisis, over armoede en gezondheid, over de kleinhandel, de formele en informele sector, over de Marokkaanse-Belgische meerderheidsgroep, maar ook over de nieuwe instromers en de toenemende hybriditeit.

Wie deze eerder saaie opsomming leest, verwacht zich aan een wetenschappelijke studie met veel cijfers en een hoog abstractieniveau, maar dat is gelukkig niet de insteek noch de stijl van Vandecandelaere, die zich andermaal ontpopt tot een journalist met een zeer goede pen die de veelheid aan informatie op een zeer bevattelijke manier weet te presenteren. Dat bewijst hij ook in de hoofdstukken  ‘God, de niet zo Almachtige’ waarin hij de dynamiek van de religieus-culturele sociale controle in de publieke ruimte in beeld probeert te brengen, maar ook in ‘Zuignappen’ over de nieuwe attractiviteit van de wijk en in ‘Wijk van de toekomst’ waarin hij succesvolle, aanklampende en afhakende jongeren aan het woord laat. Ook onderwijs komt uitvoerig aan bod in ‘Kennis maakt vrij’ en natuurlijk ook criminaliteit en veiligheid in het hoofdstuk ‘Mentale struikelblokken’.

Gelaagde werkelijkheid

Van al die aspecten probeert Vandecandelaere de ‘gelaagdheid’ op te delven om zo het complexe en vaak ook paradoxale karakter van deze stadswijk in beeld te brengen. Oud-Molenbeek, zoals ook Oud-Borgerhout, kunnen niet in eenvoudige zwartwittermen beschreven worden. Dan blijf je onvermijdelijk in het moeras van de vooroordelen zitten. ‘Achter de rolluiken schuilt een veel grotere diversiteit dan dat het dominante Maghrebijnse straatbeeld nog steeds doet uitschijnen. (p. 105). Deze zin had ook in een boek over Oud-Borgerhout op zijn plaats geweest. Wie Oud-Molenbeek nog steeds het Marrakesh van Brussel noemt is volgens Vandecandelaere blind voor twee essenties: de groeiende impact van de nieuwe migraties en de versplintering van de Marokkaanse meerderheidsgroep in een waaier van subgroepen.

Uit het dal?

Natuurlijk behoort Oud-Molenbeek nog steeds tot de Brusselse ‘arme sikkel’. Alle meetbare sociaaleconomische indicatoren kleuren dieprood: een verschroeiende hoge werkloosheid, slechte luchtkwaliteit, overbevolking, armoede, gebrek aan open ruimte en nijpende kleine huisvesting. En toch ontstaat er in dit boek geen miserabilistisch beeld van Oud-Molenbeek. Zoals Eric Leman zegt: ‘De buurt kan ook een lanceerplatform zijn voor een pijlsnelle opwaartse mobiliteit.’ (p. 74).

Zoals zich dat ook in Oud-Borgerhout begint voor te doen constateert Vandecandelaere dat er een nieuw ondernemerschap in de lift zit. ‘De middenstand kruipt duidelijk uit een dal en vindt opnieuw aansluiting bij de naoorlogse glorie. Alleen zijn de entrepreneurs anders, wat bruiner en vooral meer dan ooit tevoren verbonden met de rest van de wereld.’ (p. 77) Heel wat handelaars maakten de afgelopen tien jaar een kwaliteitssprong en ontvouwen wereldwijde netwerken, van China over Brazilië, Kameroen en de Maghreb tot de Verenigde Staten. Molenbeek wordt stilaan opgenomen in een grootstedelijke dynamiek.

De mentale breuklijn met Brussel-stad wordt volgens de auteur poreus. Zo trekt het Meininger-hotel in de vroegere Belle Vue-brouwerij lowbudgettoeristen uit heel Europa aan. De verlofting van de kanaalzone is ingezet. Ultima Vez, het vermaarde dansgezelschap van Wim Vandekeybus, heeft onderdak gevonden in de Zwarte Vijversstraat en rekruteert geregeld in de buurt. In 2014 was Molenbeek de culturele hoofdstad van de Franse Gemeenschap.

Hybridisering

In dergelijke superdiverse omgeving is er sprake van een snelle en vergaande hybridisering. Neem nu de modieuze djilbab die in Brussel  un attrape-mec genoemd wordt. Vandecandelaere: ‘Eigenlijk zit je volop in het hybride: Marokkaanse achtergrond, Midden-Oostenkledij en op zijn westers willen behagen en  meedoen.’ (p. 148). ‘Voor wie het wil zien is toenemende onzuiverheid wellicht een fundamenteel gegeven voor de volgende jaren,’ merkt de auteur zeer terecht op. (p. 113) Denken over vermenging is meer dan ooit nodig. Niet vanuit een cultureel fundamentalisme (onveranderlijke cultuur, eigenheid van de gemeenschap) dat bij extreem-rechtse, politieke bewegingen in de plaats van het oude racisme komt, maar vanuit een dynamische cultuuropvatting.

“Zuiverheid’ is een slogan die tot segregaties en explosies leidt. Weg ermee. Een beetje meer onzuiverheid, alstublieft, een beetje meer vuil. We zullen er allemaal beter van slapen,” schrijft een polemische Salman Rushdie. (2)  Dat zeggen ook Ico Maly, Jan Blommaert en Joachim Ben Yakoub in hun boek ‘Superdiversiteit en democratie’: ‘Vergeet multiculti; hier is superdiversiteit. Bij wijze van voorsmaakje van de wereld van morgen.’ Daarom hebben zij niet toevallig de Fortstraat in Sint-Gillis, de Gentse Wondelgemstraat en de Berchemse Statiestraat bestudeerd. Volgens Jan Blommaert is Oud-Berchem uitgegroeid tot een heel ‘leefbare’ buurt en zijn verklaring daarvoor is de volgende: ‘Dat is niet dankzij de individuele attitude van de buurtbewoners. Dat is dankzij een effect van structurele aard: convivialiteit in het algemeen belang van de buurt. Als we deze buurt willen laten werken dan moeten we ons conviviaal opstellen tegenover de anderen.’ (p. 144)

Oud-Borgerhout

De inschatting van de ontwikkelingen in ‘mijn’ Turnhoutsebaan is minder positief op het vlak van convivialiteit. Deze as balanceert tussen openheid en geslotenheid. Enerzijds is de Turnhoutsebaan bekend tot in het buitenland. Daarvoor zorgt natuurlijk De Roma voor die mensen van overal aantrekt. Waarschijnlijk is de komst van Rataplan naar de Turnhoutsebaan het beste wat Oud-Borgerhout de laatste jaren is overkomen. Anderzijds is de Turnhoutsebaan voor een stuk een naar binnen gekeerd dorp, waar in plaats van convivialiteit in zijn breedste betekenis eerder vormen van gesegregeerd leven blijven voortbestaan en waar men vaak ‘meer van hetzelfde’ in de vorm van pizzatenten, vis- en nachtwinkels, theehuisjes en bakkers aantreft.

De theehuisjes en de vzw’s met melancholische mediterrane namen – en vaak ook klanten – staan open voor iedereen, maar worden in de praktijk alleen bevolkt door mensen – mannen – van overwegend Marokkaanse origine. Hetzelfde kan gezegd worden van goedbedoelde initiatieven om ‘iedereen’ in Oud-Borgerhout op een gezellige manier bij elkaar te brengen. In de jaren negentig hebben wij met een enthousiast bewonerscollectief vanuit die optiek café Apropoo aan het Krugerpark uit de grond gestampt, dat nu onder de naam Bar Leon, samen met café Mombasa in Oud-Borgerhout, de place to be is geworden van overwegend jonge tweeverdienende gentrifiers. Op deze plekken zie je visueel de gevolgen van wat de sociologen het gentrificatieproces noemen. Gentrificatie is een tweesnijdend zwaard: enerzijds kan het de opwaardering van een buurt sterk in de hand werken, maar anderzijds kan het ook een proces van sociale verdringing op gang brengen. Naar mijn gevoel gaat Vandecandelaere daar iets te gemakkelijk aan voorbij. Hij vermeldt alleen dat er sprake zou zijn van een beginnende sociale verdringing: ‘Het gentrificatieproces concentreert zich voorlopig langs het kanaal. Die zone verloftte grotendeels in enkele jaren.’ (p. 160)

Hybride tekst

De auteur beschrijft met veel empathie de ontwikkelingen in Oud-Molenbeek dat voor hem duidelijk een stuk van zijn sociale habitat is. Dat is het, als niet-Brusselaar, niet voor mij. Hoewel het om een sterke descriptieve tekst gaat had enige visuele duiding in de vorm van enkele foto’s en van een gedetailleerder stadsplan toch welkom geweest. In zijn inleiding vraagt Vandecandelaere zich af: ‘Wie was ik de voorbije twee jaar? Afwisselend historicus en autodidact antropoloog of onderzoeksjournalist? Inderdaad, de auteur is al even hybride als zijn onderwerp. Hij kleurt met gemak buiten de klassieke wetenschappelijke lijntjes – meer dan onderzoekers als Jan Blommaert, Ico Maly, Eric Corijn en Dirk Geldof doen – en dat is naar mijn smaak de grote sterkte van Vandecandelaere. Hij plaatst zich met ‘In Brussel’ en nu ook weer met ‘In Molenbeek’ in een ambitieus journalistiek genre waarin persoonlijke beleving, nuchtere observatie, literatuurstudie en – vooral – veel vragen stellen tot een harmonisch geheel samenkomen.

Voor mij is Vandecandelaere in de eerste plaats een uitstekend journalist waarvan het credo luidt: ‘De journalistiek waarin ik geloof is per definitie meerduidig, meerstemmig en kakofonisch. Ze presenteert geen waarheid, maar laat zien dat er vele waarheden, zelfs tegengestelde waarheden, naast elkaar kunnen bestaan. In essentie draait ze om inzicht en begrip, niet om oordelen. Het is een werkelijkheid waarmee handelaars in ideologieën en installateurs van de pensée unique moeilijk kunnen leven.’ (p. 13). Die uitspraak van schrijver en journalist Pascal Verbeken staat in de inleiding ‘Oud-Molenbeekse kakofonie’ maar is evenzeer op het lijf van Hans Vandecandelaere geschreven. Dichter bij de gelaagde werkelijkheid van Oud-Molenbeek komen en daarover veel vragen stellen. Dat is de bedoeling van de auteur en daarin is hij zeker geslaagd. ‘In Molenbeek’ is de warme biografie van een vermaledijd stadsgedeelte in een boeiende transformatie. En er is meer: de uitdagingen van Oud-Molenbeek zijn die van de rest van het land.

(1) Recensent Walter Lotens is ook de auteur van ‘Groeten uit Borgerhout, dagboek van een buurtbewoner, Lannoo, Tielt, 2010

(2) Salman Rushdie, Op de bres voor het multiculturalisme, een opiniestuk.  De Morgen van 21 december 2005

In Molenbeek
Hans Vandecandelaere
EPO
2015
259
978-94-6267-025-9

Zie ook

In Brussel, een reis door de wereld De cover was me al eerder opgevallen: het is de close up van iemand van ‘vreemde’ origine genomen tijdens de Brusselse Zinneke Parade. Hij (of zij?) kijkt onbevangen in de lens. Etymologisch zou ‘zinneke’ op straathonden slaan die zich vroeger op...
Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.