Ondertussen in Latijns Amerika …

familia-580x292
Facebooktwittergoogle_plusmail

De spanningen tussen Venezuela en Colombia lopen op. De Braziliaanse president Dilma Roussef zit in nauwe schoentjes. In Mexico werd president Peῆa Nieto in verlegenheid gebracht door een internationaal rapport over de 43 studenten die vorig jaar werden verdwenen. In Ecuador groeien de protesten tegen Rafael Correa aan … Tijd voor een kort overzicht. Wat gebeurt er in dit ‘progressieve’ continent?

 

 

 De economische groei is aan het vertragen. Het zat er aan te komen en zoals kon worden verwacht leidt het tot chaos in heel Latijns Amerika. Het slechte nieuws is dat de grondstoffenprijzen door de schuld van de financiële sector eerst sterk zijn gaan stijgen en daarna pijlsnel zijn gaan zakken. De criminele activiteiten van negen banken in de financiële sector hebben de afgelopen twee jaar tot boetes van 300.000 miljoen dollar geleid. Alle theorieën over exportgeleide groei zijn in de prullenbak terecht gekomen, samen met alle politieke stellingen over hoe de vrijhandelsakkoorden de stagnatie van de jaren ’80 en ’90 zouden overwinnen. Ook het hele discours over hoe de buitenlandse reserves de buitenlandse handel zouden beschermen kan overboord gegooid worden. Wij, aan deze kant van de Rio Bravo, wisten dat ze het fout hadden, maar de meeste mensen geloofden er wel in en de media zorgden ervoor dat al die nonsens als een geopenbaarde waarheid werd ontvangen. Wat kunnen we nu doen?

Professor Hoekman stelt in zijn jongste boek: “In de periode tussen midden de jaren ’80 en midden de jaren ’00 waren er twee belangrijke geopolitieke en één economische ontwikkeling. Ten eerste, de val van de Berlijnse muur en de herintegratie van de landen van Midden- en Oost-Europa in West-Europa; ten tweede, de herintegratie van China in de wereldeconomie, na de invoering van een exportgeleide groeistrategie die leidde tot het lidmaatschap van China in de WTO; en ten derde een sterke uitbreiding van zogenaamde mondiale waardeketens door grote fabrikanten en distributiebedrijven, met de uitbesteding van productie in verschillende landen. Na 2008, zo stelt hij, kan de handel niet langer gezien worden als een motor voor groei, noch voor de industrielanden, nog voor de groei-economieën.

Dit is een probleem voor iedereen, voor zij de geloven en voor zij die niet geloven in een Pan-amerikaanse of regionale integratie en voor al wie dacht dat de groeiende export een oplossing zou bieden voor de economische problemen van de jaren ’80. De huidige slechte resultaten zijn helemaal niet tijdelijk, omdat de fenomenen  niet tijdelijk zijn. De instorting van de grondstoffenprijzen wijst erop dat er financiële manipulaties in het spel waren waardoor de prijzen tussen 2008 en 2012 sterk werden verstoord. Vooral de goudmarkt wordt er sterk door gehinderd. De rentevoeten in de VS zijn nog steeds negatief, maar doordat men een stijging verwacht is er een neerwaartse druk op de prijzen. Wie zei dat de positieve ruilvoet permanent was, moet zijn woorden weer inslikken met de bittere saus van het ongelijk. De ruilvoet is weer negatief, zoals steeds, en de rentevoeten in de VS zijn nog niet gestegen.

De meest Hayekiaanse landen van de regio, zoals Peru, Colombia, Mexico en Chili, met hun gemeenschappelijk geloof in de Pan-amerikaanse integratie met exportgeleide groei zitten in een heel ongemakkelijke positie. Er zijn studentenprotesten en betogingen tegen de corruptie in het land van Bachelet, boeren vechten voor hun recht op zuiver water en tegen de mijnbouw in sommige valleien van Peru, Colombia en Mexico. Maar ook aan de andere politieke pool die meer post-neoliberaal is, zoals Ecuador, zijn er protesten tegen het staatsgeweld, de te hoge prijzen en het eindeloos herverkiezen van de president, één van de zestien grondwetswijzigingen die onlangs werden voorgesteld. In Uruguay, het land van de Frente Amplio (Breed Front), waar Pepe Mujíca tot voor kort regeerde, werd onlangs gestaakt door de onderwijzers van de middelbare scholen. Er is ook protest tegen het soberheidsbeleid dat voor 2016 wordt aangekondigd. In Bolivë is er gewelddadig protest tegen de economische loop der dingen. Venezuela lijdt al twee jaar lang onder zware protesten wegens de hoge inflatie en de productschaarste die er een gevolg van is.

In Brazilië wordt er geprotesteerd tegen de massale corruptie van de regering van Dilma. De betogers stellen echter ook vast dat er geen alternatief is, aangezien de regering die de president kan vervangen ook wordt beschuldigd en Dilma zelf helemaal niet. De middenklasse die zich altijd heeft verzet tegen de PT (de arbeiderspartij) speelt haar rol. De corruptie in Brazilië is endemisch, nieuw is wel het feit dat er nu een onderzoek is en dat de verantwoordelijken voor de rechtbank worden gedaagd. In werkelijkheid echter zijn de protesten gericht op de muntdevaluatie (van 1,6 tot 3,2 reales voor een dollar) en de daaruit volgende stagnatie van de productie, de werkgelegenheid en de lonen. De inflatie is  niet nieuw. In de jaren ’60 was ze bijzonder hoog maar toen waren er helemaal geen protesten. Dat de situatie nu anders is, heeft te maken met het feit dat ze nog in het geheugen van de mensen is gegrift. Brazilië is ook het land dat het sterkst wordt getroffen door de ontwikkelingen in de wereld. In 2014 was er een groei van 0,1 %, of eigenlijk nul; voor 2015 verwacht men -1,5 % met een inflatie van 8,5 %!

In Paraguay zijn de leraren in staking met een eis voor een minimumloon van 350 dollar en gezinstoelagen van 20 dollar per kind. In Mexico gaan alle protesten over de doden en vermisten. Het jongste schandaal, begin augustus, betreft een vermoorde journalist die naar de hoofdstad was gekomen om te ontsnappen aan de bedreigingen van de gouverneur van Veracruz. Hij werd er vermoord, samen met vier vrouwen, inclusief de meid, in hun appartement. Eén van de vier vrouwen was een activiste die eveneens werd bedreigd in Veracruz. De begroting voor 2016 is nog niet bekend, maar men verwacht een scherp soberheidsbeleid.

Van protest naar protest

Er zijn blijkbaar twee soorten protesten bezig. Eén gaat over de economie, en de ander over de eindeloze herverkiezingen. Zoals met Fujimori, de Peruviaanse president in 1998, is een herverkiezing altijd een netelig probleem voor de publieke opinie.

In Bolivië is het thema verschillend: het is de algemene verbetering van de situatie die aanleiding geeft tot nieuwe is druk. Het BBP steeg in 2013 met 6,9 %, 5,4 % in 2014 en wellicht 4,5 % in 2015, het hoogste cijfer van heel Latijns-Amerika. Het is in die context dat de mensen in Potosí zich roeren voor 26 infrastructuurprojecten die de regering had beloofd, waaronder een internationale luchthaven, een hydro-electrische centrale, ziekenhuizen en fabrieken voor cement, kalk en glas. In dit land dat jarenlang door zijn leiders werd verwaarloosd is er nu welvaart. De reactie van de Boliviaanse regering op deze spanningen is eveneens verschillend. Terwijl er in Ecuador met geweld werd gereageerd, is er in Bolivië een aanval op de oude NGO’s die het land decennia lang hebben verlamd.

Normaal gezien behoren milieu-activisten tot de linkerzijde, maar in Bolivië zijn ze eerder rechts. Groen is het nieuwe rood, zoals men zegt in Frankrijk, maar in Bolivië is groen het nieuwe wit. En dat is de kern van het verhaal. Vice-president García Linera haalde scherp uit naar CEDIB, een prestigieus en oud documentatiecentrum met dertig jaar ervaring. Ook CEDLA, een internationaal geroemd onafhankelijk onderzoekscentrum, kreeg het te verduren, kort na de viering van zijn veertigste verjaardag. Stichting Milenio, met 25 jaar ervaring, gesponsord door de Konrad Adenauer Stichting, met banden met de Duitse christen-democratie, kreeg er van langs; en Stichting Tierra, gesteund door ALOP en met historische banden met de Nederlandse ontwikkelingssteun, was eveneens de pineut. Ze waren allemaal het doelwit van de regeringsuitvallen.

Bolivië heeft de hoogste groei van heel Latijns Amerika, het beste beleid voor inkomensverdeling en één van de hoogste investeringsratio’s van de regio. Evo Morales zit vast op zijn stoel, waardoor de regeringsangst nodeloos en onverklaarbaar is. Maar op de achtergrond speelt IBIS, een Deense NGO die in 2013 werd uitgewezen met als enige verklaring dat het de regering wilde destabiliseren, zoals ook vandaag weer wordt gezegd over de andere NGOs. De vraag is of iemand echt gelooft dat eender welk politiek regime kan bestaan zonder interne oppositie? Betekent regeren niet ook dat je in dialoog gaat met je tegenstanders? Of zou de Boliviaanse regering een stalinistische visie hebben op politiek? In dat geval staat ze vrij eenzaam in de wereld.

Over het algemeen zijn er overal in Latijns Amerika protesten tegen het economisch beleid, aan de linker- en aan de rechterzijde, na alle gefrustreerde en decennialang aangehouden beloften over onze intrede in de ‘eerste wereld’, ‘net zoals Chili’, en dat we daarom moeten ‘werken zoals in Chili’, en met min of meer autoritaire regeringen zouden we allemaal gaan gelijken op Chili. Er kwamen meer vrijhandelsakkoorden en alles wat niet neoliberaal was werd ongeloofwaardig bevonden. In alle landen wachten mensen op die ‘eerste wereld’. In Chili was men er bijna, maar blijkbaar toch niet echt genoeg als je kijkt naar de protesten en de politieke eisen.

Gemeten in koopkrachtpariteit heeft Chili een BBP dat drie keer zo hoog is als dat van Bolivië, het dubbele is van dat van Peru en Colombië, en anderhalve keer dat van Brazilië. Als mensen er zich niet goed voelen, komt dat door het gebrek aan perspectieven voor jongeren en door alle niet ingeloste beloften.

Een probleem voor links

Over het algemeen kan men stellen dat de linkse regeringen zoals die van Venezuela, Bolivië en Ecuador vrij slecht reageren op de politieke eisen, terwijl juist zij het meest respect zouden moeten hebben voor de sociale vraagstukken. Zij werden verkozen door het volk. Als een herverkiezing in twijfel wordt getrokken, dan zou Ecuador een referendum moeten houden over de vraag of het volk dat wil, en of er een grondwetswijziging moet komen. Anders gaat Correa meer op Fujimori lijken dan, zeg maar, op Dilma. Dat kan geenszins het politieke wezen van zijn regering zijn, nog volledig los van alle beschuldigingen van de rechterzijde, en soms ook van de linkerzijde.

Bolivië is een geval apart, aangezien de herverkiezing van Evo Morales zo goed als vast staat. Een eindeloze herverkiezing – die niet op de agenda staat – zou daar verandering in kunnen brengen. Het is ook wat Fujimori zijn hoofd heeft gekost. De Peruviaanse leider had de steun van Washington vanaf dag één van zijn staatsgreep, en er was een plan voor door de Wereldbank gesponsorde economische hervormingen. Fujimori werd afgezet ondanks al deze steun en de absolute controle van de inlichtingendiensten van alle oppositiebewegingen. De eenzaamheid van de linkse regeringen mag er niet toe leiden dat ze zich gaan gedragen als de rechterzijde, met geweld en met repressie. De grondstoffenprijzen zijn terug op hun historische niveau gevallen en er komt geen sterke economische groei, noch in Europa, noch in de verenigde Staten, noch in China. Bovendien is er een gigantisch internationaal financieel probleem in de maak.

In een brief aan vrienden schreef de Boliviaanse vice-president: ‘ in deze context van vrijheid van meningsuiting heb ik er op gewezen dat vier NGOs hebben gelogen en hun reactionair politiek activisme hebben verhuld onder de mantel van de ‘niet-gouvernementele activiteit’. Als CEDIB, CEDLA en anderen zich richten tot de rechterzijde, is dit een mening zoals alle andere en dit hoeft het Boliviaanse sociale en politieke proces niet te verstoren. Stichting Milenio is altijd rechts liberaal geweest en Tierra kan als centrum-links worden bestempeld. Hoe dan ook kan de oppositie de regering helpen, zoals elke kritiek een progressieve regering kan helpen. Als deze instellingen de waarheid verdoezelen, is de situatie natuurlijk anders. De oplossing voor elke probleem van leugens is de waarheid aan het licht brengen. De instelling sluiten of ze aanvallen is geen goed antwoord. Men moet kunnen aantonen waar er bedrogen wordt. De vraag die dan rijst, is of dit alles wel verantwoord is om Evo te laten herverkiezen.

In deze context van protesten in heel Latijns-Amerika is het normaal dat rechtse regeringen hard reageren, maar het heeft heen enkele zin dat ook linkse regeringen dit doen. Of de wereld staat op zijn kop. Het doel van de linkerzijde kan  niet zijn om zichzelf permanent te laten herverkiezen. Allen die in dit continent gestreden hebben voor sociale rechtvaardigheid en zich hebben verzet tegen de derde verkiezing van Fujimori in Peru, wisten dat de staat volledig in handen was van de inlichtingendiensten en enkel gericht op een  bestendiging van het regime. Is dat wat ook de linkerzijde moet doen als ze aan de  macht is? Het is een vreselijk voorbeeld en het eind van het verhaal in Peru was vrij brutaal, eerst met het vertrek van de president uit Peru, dan met ballingschap en uiteindelijk met een levenslange gevangenisstraf, allemaal wegens een foute politieke berekening. Dat voorbeeld mag zeker niet worden gevolgd door de linkse regeringen van nu. Zij moeten voorbeelden van bescheidenheid en eerlijkheid zijn. Het was Lodewijk XIV die zei: ‘Ik ben de staat’. Daarna was het Stalin die Trotsky vervolgde met eenzelfde argument. Hij liet ook Kondratiev vermoorden omdat die zei dat er economische cycli waren.

In verband met het milieu verwijst Garcia Linera, de Boliviaanse vice-president, uiteindelijk ook naar ‘het ideologische kader dat door het imperialisme wordt gemaakt en gefinancierd’. In Peru wordt Eduardo Gudynas van hetzelfde beschuldigd, maar dan door de andere kant. De mijnbouwbedrijven  beschuldigen de anti’s ervan ‘chavistas’ te zijn. Ik weet niet waar de vice-president de Spaanse wetenschapper Joan Martinez Alier zou plaatsen en zijn volgelingen van ‘Ecología política’. Of paus Franciscus die na een succesvol bezoek aan het land en zijn Encycliek ‘Laudato Si’, over de zorg voor ons gemeenschappelijke huis, heel wat conservatieven slapeloze nachten heeft bezorgd. Jeb Bush zei dat hij zeker niet zou luisteren naar de beleidsadviezen van de paus. De milieuagenda staat haaks op wat de internationale en de Boliviaanse rechterzijde wil. Wat hebben de regering van Evo Morales en die internationale rechterzijde gemeenschappelijk? Waarom bestrijdt de vice-president de internationale linkerzijde met onjuiste data? Niet alle internationale NGOs zijn agenten van het imperialisme en niet alle standpunten over milieu zijn dezelfde als die van USAID (de ontwikkelingssamenwerking van de Verenigde Staten).

We staan momenteel op een kruispunt en progressieve regeringen moeten een voorbeeld stellen, ze moeten tonen waar  ze voor staan, niet door hun tegenstanders iets in de weg te leggen en niet door op hun burgers te slaan. We moeten  nu nadenken over wat we in de toekomst willen doen in een internationale context die niet meer dezelfde is als in 2003 en met een dominante economische theorie waarvan we nu weten dat ze achterhaald is. Er zijn veel ernstiger vragen dan die over het aan de macht blijven of niet, over altijd gelijk hebben of niet. Meestal gelijk hebben is meer dan goed genoeg.

(Vertaald door Francine Mestrum)