De neerslag van Corbyn

corbyn
Facebooktwittergoogle_plusmail

Met de zege van Jeremy Corbyn aan het hoofd van de Britse Labourpartij heeft al wat links is in Europa weer nieuwe moed gekregen. Na de ontgoocheling van deze zomer over de draai van het Griekse Syriza is dat wel meer dan welkom. Links in Europa kreeg dit jaar al enkele opstoten van enthousiasme maar bijna evenveel koude douches. Deze keer gaat het om een historische massapartij in een van de grootste lidstaten van de EU, een partij die kans maakt om er over te regeren. En het gaat om een leider die niet door een apparaat maar wel door de basis van zijn partij is geplebisciteerd, tegen het partijapparaat in. Redenen om weer vertrouwen te krijgen in de kansen van links in Europa.

Het eerste grote moment van hoop in 2015 was de zege van Syriza in de Griekse verkiezingen, het volk had gesproken. Datzelfde volk sprak nogmaals in het referendum over het soberheidsplan, dat het met 62 % verwierp. Het volstaat om de huidige verkiezingscampagne in Griekenland te bekijken, om te zien hoe het enthousiasme is bekoeld, in Griekenland en bij “Europees links”.

Syriza

Dat heeft deels ook te maken met de illusoire verwachtingen die links over Syriza had. Deze partij, of beter bundeling van uiteenlopende groeperingen, werd alom voorgesteld als een radicale socialistische beweging, linkse extremisten volgens veel media. Nochtans is Syriza niet meer (geweest) dan een socialistische beweging die met haar programma niet verder ging dan wat de linkse unie rond François Mitterrand, socialistisch president van Frankrijk van 1981 tot 1995, voorstelde.

Het was zelfs bescheidener dan dat, want de nationalisaties in Frankrijk gingen verder dan wat Syriza voorstelde. In feite staat (of stond) Syriza op de politieke schaal niet linkser dan traditionele socialistische partijen enkele decennia geleden – toen ze het neoliberalisme nog niet zo fel geïntegreerd hadden. Syriza zou perfect zijn plaats kunnen vinden in de Socialistische Internationale van niet zo lang geleden.

Na Syriza komt Podemos, luidde het begin dit jaar. De verwachtingen in de nieuwe Spaanse linkerzijde waren nog hoger gespannen dan voor Griekenland het geval was. Sommigen zagen Podemos al regeren. De zege van onafhankelijke linkse kandidaten in de gemeenteraadsverkiezingen in Madrid en Barcelona maakten de euforie nog groter. Maar recente opiniepeilingen zijn al veel minder optimistisch voor de kansen van Podemos dat blijkbaar de terugslag ondervindt van de Griekse kater.

Labour

In het Verenigd Koninkrijk staan er geen verkiezingen op de agenda, Corbyn kan zich ontpoppen als oppositieleider. Zijn zege is in de eerste plaats een massale afwijzing van het blairisme, van het zogenaamde ‘New Labour’. De oproepen van Tony Blair om zeker niet voor Corbyn te stemmen, hebben compleet averechts gewerkt: Corbyn werd voor velen de anti-Blair, de kandidaat die met zijn afwijzing van het ‘soberheidsbeleid’ (verarmingsbeleid) en zijn pacifisme terug aansloot bij ‘oud’ Labour.
Want ook al werd Corbyn door de rechtse media én door het establishment van zijn eigen partij afgeschilderd als een gevaarlijk extremist, wat hij voorstelt ligt volledig in de lijn van wat Labour tot aazn Blair altijd al verdedigde. Corbyn is een terugkeer naar de roots van Labour als partij van sociale bescherming, van goede en betaalbare collectieve voorzieningen. Als er een breuk is met het naoorlogse Labour, ligt dat vooral op internationaal vlak, Labour is naoorlogs altijd een trouwe Atlantische partij geweest, vriendelijk voor Navo en vooral VS. Tony Blair ging daarin het verst, hij werd een papegaai van Washington. Op dat vlak is Corbyn nog het meest de anti-Blair. De oud-premier heeft nu kunnen meten hoe de achterban van Labour over hem denkt, hij wordt ronduit gehaat.

Het establishment van Labour huivert. Misschien willen sommigen zelfs wel het experiment herhalen van David Owen die zich in 1981 afscheurde van Labour en samen met enkele andere leiders de al lang ter ziele gegane Social Democratic Party oprichtte. Dat establishment vond Labour al veel te links met Ed Milliband, die na de verkiezingen van mei aftrad. Labour moest weer naar het midden, vond het apparaat, maar de basis vindt dat dus niet.

Europese hoop

Podemos en Corbyn zijn nu de lichtbakens voor links in Europa, links van de sociaaldemocratie. Vandaar veralgemenen dat links in Europa in opmars zou zijn, is al te voorbarig.

Kijken we alleen al naar de andere grote lidstaten. In Italië blijft links nagenoeg afwezig, de pogingen om links van de regerende Democratische Partij (PD) tot een bundeling te komen, halen voorlopig weinig uit. Enkele bekende leden hebben de PD verlaten, maar het blijft huilen met de pet op. In Frankrijk is het links van de PS één grote ellende. De groene EELV is uiteen gevallen, de leiders van de twee parlementsfracties hebben nu een eigen, regeringsgezinde partij opgericht. Het Front de Gauche (communistische PCF, Parti de Gauche …) is uiteen aan het vallen. Links er van is uiterst-links zwakker dan ooit.

Die Linke in Duitsland heeft van plaatselijke bestuursdeelnamen, zoals in Berlijn, geen succes gemaakt. In de drang om met de Groenen en de SPD te kunnen regeren, is een groot deel van Die Linke bereid tot grote toegevingen. Over Polen kan men kort zijn, er is links weinig te melden links van de zieltogende sociaaldemocratie. En elders in Centraal-Europa en de Balkan zijn er al evenmin lichtpunten, in verscheidene landen is het uiterst-rechts dat het ongenoegen over de gevolgen van de kapitalistische mondialisering kapitaliseert. In de rest van de EU is de toestand niet veel beter, waar radicaal links (links van sociaaldemocratie) bestaat, trappelt ze meestal ter plaatse.

Voorbeeld

De zege van Corbyn is in die context wel meer dan een strohalm, vooral omdat Corbyn met zijn campagne rechtstreeks naar de achterban duidelijk heeft gemaakt dat een links discours tegen het verarmingsbeleid van regeringen en EU wél kan lonen. In die optiek is het een opsteker voor alle linksen die denken dat ze sociaaldemocratische partijen naar links kunnen trekken. Die partijen blijven zich “centreren”, meer en meer naar rechts opschuiven, en verliezen daarmee gewoon elke hoor- en zichtbaarheid, ze maken geen verschil. Bij veel van die partijen is het probleem dat zo veel militanten er al zijn uitgestapt, dat ze voorlopig de wapens hebben neergelegd in afwachting van betere tijden.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.