Damascus probeert zo normaal mogelijk te leven

IMG 0051afgesn licht
Facebooktwittergoogle_plusmail

De mainstreammedia hebben in het conflict in Syrië elke schijn van onpartijdigheid laten vallen. Alles wat er in Syrië gebeurt lijkt de schuld te zijn van één man: president Bashar al-Assad. Verslaggevers allerhande, sommige zelfs betaald door landen als Qatar, bezoeken nooit Damascus en het regeringskamp. Laat staan dat ze dit aan het woord zouden laten. Paul Vanden Bavière deed dit wel, van 27 augustus tot 2 september. Hij werkte er in het kader van een missie van het (Nederlandse) Comité van Syriërs in het Buitenland, waarvan Syrisch-orthodoxe christenen de drijvende kracht zijn. Hier volgt zijn eerste verslag.

 

 

Midden in een gesprek met Ahmad Badr al-Din, groot-moefti van de Syrische Republiek sedert juli 2005, dus lang voor de oorlog in 2011 in Syrië begon, is er plots een hevige knal te horen. Geen enkele Syriër in het ontvangstkantoor van de moefti kijkt op. Het gesprek gaat gewoon verder alsof er niets is gebeurd. Nadien horen we dat een mortiergranaat is ingeslagen in het centrum van Damascus bij het ministerie van onderwijs. Balans: drie doden en zes gewonden. Een andere granaat iets verder weg maakt een einde aan het prille leven van een babymeisje en kwetst 22 andere mensen. De schuldigen van deze actie tegen burgers zijn niet alleen de terroristen, zo vertellen de Syriërs, maar ook het Westen dat hen steunt en bewapent.

De klap was wel een schok voor de bezoekers. De eerste dagen van ons verblijf in Damascus leek alles zoals bij bezoeken vóór 2011 te gaan: een drukke netjes onderhouden stad, veel mensen in de winkelstraten, zoals de hoofdstraat van de Soek Hamidiyeh, de grootste soek van heel Syrië (zie foto pvb: de soek kort voor de avondlijke sluitingstijd). Restaurants en cafés doen nog altijd goede zaken. Wel af en toe wat geluid op de achtergrond van explosies of overvliegende gevechtsvliegtuigen, ook soms rookwolken in de verte. Sommige dagen was er weinig te horen en op zo’n dag waren we gearriveerd. Wel viel op dat er omwille van de veiligheid veel militaire controleposten waren om wagens op wapens en explosieven te onderzoeken.

De Syriërs, zo leek het, proberen zo normaal mogelijk te leven ondanks de doden die er geregeld te betreuren vallen. Als er ergens een granaat neerkomt, doet iedereen gewoon voort. Men tilt er ogenschijnlijk niet zwaar aan. Zo vertelt de Syrisch-orthodoxe aartsbisschop Dionysius Jean Kawak ons achteloos dat hij enige tijd geleden zijn kantoor weer binnenkwam en merkte dat er granaatscherven door het raam waren in terechtgekomen.

Frontlinies

De waarschuwingen dat Damascus niet veilig is, zijn zeker niet ongegrond, ook al doet de regering er alles aan om de gasten te beschermen. De frontlijnen liggen dichtbij. Er is het Palestijnse vluchtelingen kamp Yarmoek ten zuiden van de stad, dat in april in handen viel van Islamitische Staat (IS) met medewerking van de Palestijnse islamitische verzetsbeweging Hamas, die de Gaza-strook controleert. De Palestijnse ambassadeur in Damascus, Anwar Abdul Hadi, zegt dat Hamas het principe heeft geschonden dat de Palestijnse vluchtelingen zich niet mogen mengen in de binnenlandse zaken van hun gastland. “De mensen van Hamas hebben ons in deze oorlog betrokken door in 2013 Yarmoek en andere kampen binnen te trekken. Op 1 april 2015 haalden ze IS binnen. Nu is 70 % van het kamp bezet door IS en Jabhat al-Nusra. Van de oorspronkelijke 200.000 bewoners schieten er maar 5.000 over. Maar het toelaten van IS veroorzaakte een scheuring binnen Hamas: 150 van de 450 Hamas-strijders verlieten het kamp”, aldus Hadi.

Het Syrische leger houdt zich momenteel nog op de vlakte rond het kamp en heeft liefst een onderhandelde oplossing. “We hebben al herhaaldelijk geprobeerd de kwestie op te lossen, maar het probleem is dat de bezetters wachten op orders van Saoedi-Arabië en Qatar”, besluit de ambassadeur.

Een veel belangrijker front is de Ghouta, een landbouwgebied dat begint ten noordoosten van Damascus, en grotendeels in handen is van terroristische groepen. Van daaruit bestoken ze geregeld Damascus. Zo’n aanval op 12 augustus kostte toen het leven aan dertien mensen. Het bombardement had niet toevallig plaats net voor het bezoek van de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Mohamad Javad Zarif, aan de Syrische hoofdstad. De Syriërs reageerden een paar dagen later en zouden daarbij meer dan 100 mensen hebben gedood toen een projectiel op een plaatselijke markt terecht kwam.

Dit was aanleiding tot een vrije tribune in De Standaard, die een oproep was tot actie tegen president Assad. (1) Uiteraard vergeet de auteur te vermelden dat de terroristen ook geregeld onschuldige slachtoffers maken in Damascus. (Naar schatting is ruim de helft van de ongeveer 240.000 dodelijke slachtoffers aan regeringskant gevallen). Evenmin vertelt hij dat dit het werk is van ene Zahran Alloush, de leider van “Het Leger van de Islam”, de sterke man van Douma, op 7 km van Damascus, die de lokale man van Saoedi-Arabië is. Hij wordt in de Ghouta beschouwd als een oorlogsprofiteur die meer bekommerd is om de opbrengsten van de zwarte markt dan om echt oorlog te voeren tegen het Syrische leger. Ter plekke is hij echt onpopulair, zozeer zelfs dat er betoogd wordt tegen hem. Dit weet nochtans de Franse anti-Assad-krant Le Monde te vertellen. (2)

Vluchtelingen

Frontlinies in de nabijheid, brengen onvermijdelijk vluchtelingen mee. Damascus heeft een 5 miljoen inwoners. De vice-gouverneur van Damascus, dr. Ahmad Nabulsi weet ons bij een bezoek aan het Opvangcentrum Saadallah Wannous (3) te vertellen dat Damascus 1,2 miljoen vluchtelingen telt. “Omdat Damascus één van de meest veilige provincies van Syrië is”, aldus dr. Nabulsi.

Het Wannous-centrum geeft onderdak aan zo’n 250 mensen van samen 49 gezinnen. Het Wannous-centrum is een school die werd vrijgemaakt voor dit doel. De niet al te grote klaslokalen zijn met houten beschotten in twee gedeeld. Gezinnen met soms 4 à 5 kinderen beschikken zo over een halve klas. Alle ondersteuning wordt uitgevoerd door vrijwilligers, die onder meer voor voedselpaketten zorgen. De kinderen gaan naar de dichtstbijgelegen scholen. Volwassenen krijgen beroepsopleiding om zelfredzaam te worden. Op de vraag of de regering internationale steun krijgt voor de vluchtelingen, luidt het antwoord negatief. “Noch van de Europese Unie, noch van de Verenigde Naties. Enkel het Rode Kruis helpt wat”.

Tentenkampen zijn er niet te zien in Damascus. Echt veel wordt er niet gebedeld in de stad, minder dan in de meeste Europese hoofdsteden. Minister van Sociale Zaken, mevrouw Rima Kadri, merkt op dat het de regeringspolitiek is in regeringsgebied geen tentenkampen op te zetten, maar de mensen een echt dak boven het hoofd te geven. Daardoor zijn de vluchtelingen niet zichtbaar in het straatbeeld.

De minister onderstreept ook dat “hulp alleen niet voldoende is. We willen ons inzetten voor onderwijs en opleiding zodat de mensen niet afhankelijk blijven. We willen dat de burgers die alles verloren terug zelfredzaam worden echt onderwijs krijgen en bv. microbedrijfjes kunnen oprichten”. De minister merkt fijntjes op dat uit door de regering gecontroleerde gebieden er maar weinig mensen naar Europa vluchten. “In de ongecontroleerde gebieden verdrijven de terroristen de mensen die hun mening niet delen. We betreuren het vertrek van de Syriërs vanuit oorlogsgebied naar Europa. Het zijn ontwikkelde jongere mensen, die we nodig hebben. Wij als Syrische regering zullen ons inzetten om ze terug te krijgen. We willen ze terug om hen hun waardigheid terug te geven, want in het buitenland worden ze soms beledigd”.

Dat de Syriërs niet massaal de regeringsgebieden ontvluchten uit schrik spreekt de demonisering van Bashar al-Assade door de mainstreampers- en politici tegen. Wel zijn de jihadisten van IS, van Jabhat al-Nusra (het Steunfront [voor het volk van Syrië]), Ahrar al-Cham (de Vrije mannen van Syrië) e.a., zoals de talloze filmpjes op tv, internet en de sociale media bewijzen wel degelijk “bloeddorstige duivels”. Geen wonder dat maar weinig of geen Syriërs hun heil in de door hen veroverde gebieden willen zoeken.

Volgens gegevens van internationale organisaties is de helft van de Syrische bevolking van 24 miljoen mensen op de vlucht. Naar schatting vier miljoen in totaal naar Libanon, Turkije, Irak en Jordanië. En vandaar uit naar Europa. Sommigen in Damascus denken dat de huidige massale toevloed vanuit Turkije een bewuste politiek is van de Turkse regering, die de vluchtelingenkampen langs de Syrische grens leeg aan het maken is om verdere kosten – president RecepTayyip Erdogan schatte de gedane kosten onlangs op 6 miljard dollar – te voorkomen.

Minderheden

IMG 0042Alhoewel het klimaat normaal en ontspannen lijkt in Damascus, leeft er een onderhuidse vrees voor de toekomst. Dit vooral bij de minderheden voor de toekomst: de 12 à 15 % alawieten (een tak van de sjiieten), de 3 % andere sjiieten, de 10 % christenen, de 3 à 4 ´% druzen. Ook een belangrijk deel van de meerderheid van de soennieten ziet een islamitisch bewind niet zitten.

Vele mensen worden liever niet gefotografeerd of willen hun naam niet kwijt uit vrees dat die gegevens opgepikt zullen worden door de salafistische netwerken over de hele wereld en zij daardoor op een zware lijst zouden kunnen terechtkomen. Het zou hun eigen leven en hun familie en verwanten in levensgevaar kunnen brengen.

De historische gebeurtenissen vanaf de Eerste Wereldoorlog zijn nog altijd diep in het geheugen gegrift van de christenen. Niet alleen was er de Armeense genocide in 1915, waarbij naar schatting 1,5 miljoen mensen omkamen. In datzelfde jaar werden ook de Syrisch-orthodoxe christenen, ten noorden van het huidige Syrië, en de Assyriërs (4) in het uiterste zuidoosten van Turkije, aan het drielandenpunt tussen Turkije, Irak en Iran slachtoffer van “Sayko”, het zwaard waarmee hun, door geen enkel land erkende genocide wordt aangeduid. De overlevende Assyriërs kwamen in Irak terecht, vele Syrisch-orthoxen werden nog in de jaren 1920 op bevel van Atatürk de grens met Syrië over gejaagd.

Over de cijfers, zoals die van de Armeense genocide, wordt al jaar en dag gediscussieerd.  Aartsbisschop Dionysius Jean Kawak (zie foto pvb: Aartsbisschop Kawak naast een vaandel ter herdenking van de 100ste verjaardag van de genocide op de Syrisch-orthodoxe christenen in de ontvangsthal van het patriarchaat in Damascus), houdt het tijdens een gesprek op het patriarchaat van de Syrisch-orthodoxe kerk in de oude stad van Damascas op “500.000 Syrische christenen die in 1915 martelaar werden”.

Die herinnering en de systematische politiek van IS en andere jihadistische groepen om de christenen te bekeren, te verdrijven, te doden of ze op zijn minst de “djizja”, de islamitische taks voor christenen en joden te doen betalen, wegen op de christelijke gemeenschappen. Aaartsbisschop Kawak betreurt het dat vele christenen vertrekken wegens het gebrek aan veiligheid, maar ook omwille van de economie. “Alles wordt hier duur, de christenen zoeken elders een nieuw leven, in het bijzonder voor hun kinderen”, aldus de aartsbisschop. Hij wijst erop dat Syrië een seculiere staat was, waar tot vijf jaar geleden nooit naar iemands godsdienst werd gevraagd. Hij hoopt dan ook dat het geweld in Syrië zou stoppen. “We moeten daartoe de internationale gemeenschap bewegen geen steun meer te geven aan die mensen”.

De moeilijke situatie, met oprukkende terroristen, heeft ervoor gezorgd dat de christenen tot de ferventste aanhangers van president Bashar al-Assad behoren. Ze kunnen hiervoor rekenen op de hulp en steun van de diaspora van al jaren geleden geëmigreerde Syrische christenen, die hopen dat de westerse regeringen uiteindelijk hun steun aan de terroristen, die hun geloofsgenoten in Syrië bedreigen, zouden stopzetten.

Voetnoten

(1) Chams Eddine Zaougui, Waarom mag Assad zomaar zijn gang gaan?, De Standaard, 22-23.08.15.

(2) Benjamin Barthe, En Syrie, l’indignation et l’impuissance, Le Monde 19.08.15.

(3) Een befaamd Syrische toneelauteur, die in 1997 overleed.

(4) De terminologie is niet altijd duidelijk. Soms wordt het woord Assyriërs gebruikt voor diverse christelijke kerken in Turkije, Syrië en Irak (met uitzondering van de Grieks-orthodoxe kerk). Maar er zijn theologische geschillen, vooral over de natuur van Christus tussen de verschillende groepen.

 

 

 

 

Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.