Aylan en Galip

vluchtelingen turkije
Facebooktwittergoogle_plusmail

Tima, de tante van Aylan en Galip, de twee jonge kinderen die woensdag aanspoelden op een Turks strand, emigreerde meer dan 20 jaar geleden naar Vancouver in Canada. Ze wilde via een speciaal visum, waarbij de aanvrager de financiële verantwoordelijkheid draagt over de vluchteling, haar broers Mohammed en Abdullah en hun gezinnen naar Canada halen. Omdat de waarborgen die ze daarvoor op tafel moest leggen duur waren trachtte ze eerst haar oudste broer Mohammed naar Canada te brengen. Als dat lukte zou ze een nieuwe aanvraag indienen voor het gezin van Abdullah met de twee kinderen Aylan en Galip.

 

De aanvraag voor Mohammed werd in juni uiteindelijk door de Canadese immigratiedienst verworpen wegens ‘incompleet’ en ‘vormfouten’. Het lijkt weinig waarschijnlijk dat een aanvraag voor Abdullah en zijn gezin een ander resultaat zou opgeleverd hebben.

Politiek en bureaucratie hebben het gezin Kurdi parten gespeeld. Net zoals duizenden andere Koerdische Syriërs in Turkije er het slachtoffer van zijn.
Het begint al bij de complexiteit om in Turkije als vluchteling erkend te worden.

Er zitten honderdduizenden Syriërs opeengepakt in kampen aan de Syrische kant van de grens met Turkije. Ze wachten er op een kans om de grens naar Turkije over te steken. Hun lotgenoten die, soms al jarenlang, aan de Turkse kant van de grens in kampen zitten hebben echter niet veel meer reden om tevreden te zijn. Ze krijgen er slechts tijdelijke bescherming. Dat houdt in dat ze op zeker ogenblik (willekeurig bepaald door de politiek) kunnen teruggestuurd worden.

In Turkije zijn de mensen die voor het oorlogsgeweld op de loop zijn immers geen vluchtelingen maar ‘gasten’. Turkije is weliswaar een van de ondertekenaars van het VN-vluchtelingenverdrag van 1951, maar als gevolg van een geografische uitzondering die in het originele document is opgenomen, is het land enkel verplicht om vluchtelingen uit Europese landen te accepteren als dat ten gevolge was van “gebeurtenissen die voor 1 januari 1951 hadden plaatsgevonden”. Die geografische en tijdsbeperking werd in 1967 door een bij het Vluchtelingenverdrag behorende Protocol teniet gedaan. Turkije heeft dat Protocol van 1967 echter nooit getekend. Dit betekent dat Turkije het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing acht op vluchtelingen die het slachtoffer zijn van gebeurtenissen van na 1951.  De kans als niet-Europeaan om in Turkije door de UNHCR (Vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties) als vluchteling erkend te worden is dan ook bijzonder klein. De ‘gasten’ van Turkije krijgen daardoor geen toegang tot alle juridische waarborgen die elders aan vluchtelingen toegekend worden. Een gegronde reden voor veel (Koerdische) Syriërs, Irakezen… om elders meer zekerheid te zoeken en uit Turkije te willen vertrekken naar ‘veiliger’ oorden. Aangezien ze echter niet als vluchteling erkend zijn kunnen ze ook geen “Convention Travel Document”, het internationaal reisdocument dat door het VN-vluchtelingenverdag voorzien is, krijgen. De Turkse regering weigert immers uitreisvisa te geven aan ongeregistreerde vluchtelingen die geen officieel paspoort hebben. Een ware Catch-22 situatie.

Lees ook  Westen heeft nooit veel respect gehad voor burgers

Een andere mogelijkheid om uit Turkije weg te geraken is een inreisvisum krijgen vanuit een ander land. Zoals gezegd, Tima kreeg in juni een negatief antwoord van de Canadese immigratiedienst voor haar oudste broer Mohammed. Hij kon met zijn gezin Turkije niet legaal uit en Canada niet legaal in. «Ik probeerde hen te sponsoren en mijn vrienden en buren hielpen mij met de bankwaarborgen maar we kregen ze er niet weg.» Hetzelfde lot zou Abdullah’s gezin waarschijnlijk beschoren zijn.

In Turkije zitten honderdduizenden ‘gasten’ vast door een regel die 64 jaar geleden misschien relevant kan geweest zijn maar vandaag vooral compleet absurd. Een regel die profiteert aan een politiek die de instroom van vluchtelingen in Europa een halt wil toeroepen. Dezelfde regel die de ‘business’ van de mensensmokkelaars doet floreren.

Francis Jorissen woont in het midden van nergens ergens in Frankrijk, nieuwsgierig, schrijver en free-lance journalist, activist, would-be wereldreiziger en geïnteresseerd in Rusland, de landen die ooit behoorden tot wat men toen 'Het Oostblok' noemde en het Midden-Oosten