Voorstanders onverdoofd slachten willen tegenstanders verdoven

Facebooktwittergoogle_plusmail

Dieren onverdoofd slachten is een barbaarse daad en in een ontwikkelde samenleving staat de wet boven de godsdienst. Daarmee is alles gezegd wat over het onverdoofde slachten van dieren om godsdienstige motieven moet worden gezegd. Maar omdat die twee nuchtere vaststellingen door velen niet worden aanvaard, loont het misschien de moeite iets dieper in te gaan op de drogredenen waarmee het onverdoofde slachten door sommige groepen wordt verdedigd.

 

Niet minder dan 48 moslimorganisaties willen de Vlaamse minister voor Dierenwelzijn, Ben Weyts (N-VA), in gebreke stellen omdat hij op grond van een Europese verordening het onverdoofd slachten van schapen op tijdelijke slachtvloeren verbiedt. In erkende slachthuizen mag dat nog wel. Het protest tegen die beslissing nam in moslimmiddens, en inmiddels ook in joodse middens, nog toe toen bekend werd dat Ben Weyts een volledig verbod op onverdoofd slachten nastreeft. De moslimorganisaties verwijten Weyts dat hij geen overgangsperiode voorziet en dat er in de erkende slachthuizen onvoldoende plaats is om op het Offerfeest van eind september alle schapen onverdoofd te slachten.
Maar de moslims, en nu ook de gelovige joden, kanten zich vooral tegen Weyts’ beslissing omdat die ‘de gelovigen in de kern van hun geloof raakt’. En daarmee zijn we bij de kern van de zaak. Als een wet zegt dat onverdoofd slachten (voorlopig alleen op tijdelijke slachtvloeren) verboden is, dan geldt die wet voor iedereen. Daar hebben moslims en gelovige joden het echter moeilijk mee. Zij leven nog altijd in de archaïsche veronderstelling dat de godsdienst boven de wet staat.
Vele niet-moslims, laat ons maar zeggen autochtone Belgen of westerlingen, zien dat nog altijd niet in. Als men sommige (ook niet-gelovige) mensen, die het goed menen met de moslimbevolking, zegt dat de wet boven de godsdienst staat, stelt men een lichte aarzeling vast. Als men erop wijst dat iemand vanwege zijn godsdienst toch ook niet kan zeggen dat hij vanaf nu links gaat rijden op de weg, want rechts rijden is nu eenmaal de wet, en dat om dezelfde reden de wet op het onverdoofd slachten ook door moslims moet worden gerespecteerd, zeggen die mensen dat dat laatste ‘toch iets anders is’.  Hoezo? De wet is toch de wet en die geldt toch voor iedereen? Zo hoorden we ook dat ‘wij’ vroeger toch ook varkens keelden. Zeer zeker, maar nu doen we dat niet meer. Omdat we hebben ingezien dat als dieren geslacht worden, dat best zo pijnloos mogelijk gebeurt. Dat is vooruitgang. We mogen daarom niet aanvaarden dat sommigen die vooruitgang afwijzen en om godsdienstige redenen blijven vasthouden aan een praktijk uit de zevende eeuw.

Wet boven godsdienst

Hoe moeilijk het voor de moslimorganisaties is om een democratische samenleving van de 21ste eeuw te aanvaarden, blijkt uit de lachwekkende pogingen die ze ondernemen om het onverdoofd slachten te verdedigen. Zo zou de Vlaamse regering dat onverdoofd slachten als een ‘Vlaamse culturele traditie’ moeten erkennen om aldus aan de Europese regelgeving te ontsnappen en zou men ook het plaatsen van kerstbomen in de huiskamer moeten verbieden als men het onverdoofd slachten verbiedt. Vanzelfsprekend weten de moslimorganisaties dat het hier om wat minder geslaagde grappen gaat, maar ze maken zich nog liever belachelijk dan toe te geven dat de wet de voorrang heeft op de godsdienst.
Dat bleek ook uit de reactie van een vertegenwoordiger van de moslimorganisaties: ‘Over verdoofd of onverdoofd slachten discussiëren we niet, dat is theologie’. Theologie? Een ontwikkeld land wordt niet bestuurd op grond van een of andere theologie, maar wel van democratisch verkozen wetten. In dezelfde zin zei een Antwerps PVDA-gemeenteraadslid dat het onverdoofd slachten moest worden toegelaten ‘uit respect voor de moslims en voor de godsdienstbeleving’. Dat iedere godsdienstbeleving onderworpen is aan de wet, is de man blijkbaar ontgaan. Erger nog is dat we volgens hem achterhaalde praktijken moeten dulden uit respect voor de moslims. Wie respect heeft voor de moslims bevordert de ontvoogding van die mensen. Dat is iets wat zogenaamd linkse partijen de voorbije decennia niet wilden inzien. Zij verwarren nog altijd sympathie voor migranten met sympathie voor een achterlijke cultuur.
Dit alles overstijgt de discussies over ‘aanpassen’ of ‘integreren’ van migranten. Het gaat erom mensen die uit een feodale en patriarchale cultuur komen, waar de godsdienst de alles bepalende norm is, te doen inzien wat een hedendaagse samenleving is. Die samenleving is verre van volmaakt, maar de wet staat er boven de godsdienst; godsdienst is er een privé-aangelegenheid; mannen en vrouwen zijn er gelijk; er wordt niet naar een profeet uit de zevende eeuw en de tradities van herdersvolkeren van toen verwezen en er bestaan zelfs dierenrechten.
Terug naar de slachtvloer. Naast de onhoudbare redenen die moslims inroepen om het onverdoofd slachten te verdedigen (godsdienst, traditie), weigeren ze ook ieder alternatief, zoals het spreiden van het Offerfeest over een drietal dagen (waardoor er meer plaats vrijkomt in de erkende slachthuizen waar onverdoofd slachten nog wel mag) of het schenken van geld in plaats van het slachten van een schaap, wat volledig in overeenstemming is met de islam.
 
Heil Hitler

Alsof de herrie over het onverdoofd slachten van schapen niet volstond, deden de Belgische joodse organisaties er nog een schepje bovenop door zich eveneens tegen een mogelijk toekomstig totaalverbod op onverdoofd slachten te kanten. Want het onverdoofd slachten van runderen lijkt een fundamenteel bestanddeel van het joodse geloof te zijn.  Voor Pinkas Kornfeld, ondervoorzitter van het Forum der Joodse Organisaties is zo’n totaalverbod ‘onbespreekbaar’. Moslims en joden: één strijd. Toch zijn er tal van landen waar het onverdoofd slachten volledig verboden is, zoals  Zwitserland. Maar wat doen de Zwitserse joden? Ze laten hun runderen in Frankrijk onverdoofd slachten en voeren het vlees dan in. Hoever kunnen achterlijkheid en hypocrisie gaan?
Voor Michael Freilich, hoofdredacteur van Joods Actueel, kan een totaalverbod op onverdoofd slachten zelfs het einde van de joodse gemeenschap in België betekenen. Hij sleurt er niemand minder dan Adolf Hitler bij die destijds een verbod op onverdoofd slachten oplegde. Het lijkt de hoofdredacteur te ontgaan dat Hitlers verbod een van de vele maatregelen was om de joden te treffen. Het was er Hitler trouwens niet alleen om te doen het ‘joodse ras’ te discrimineren en te kwellen, maar wel om het uit te roeien. En dat deed hij tot en met de Endlösung. Hopelijk ontdekken onze joodse vrienden het verschil tussen het vermoorden van mensen en het zo pijnloos mogelijk slachten van dieren.
Een totaalverbod op onverdoofd slachten zal er evenwel niet snel komen. In de Vlaamse regering zijn CD&V en Open VLD tegen. CD&V-parlementslid Sonja Claes pleit in dit verband voor het behouden van godsdienstige riten. Wil ze dan ook de besnijdenis van meisjes behouden? Ook Karel Verhoeven, hoofdredacteur van De Standaard, slaat de bal volledig mis als hij in de krant van 10 augustus 2015 beweert dat ‘respect voor religieuze vrijheid een onaantastbare pijler is van de democratie’. Hij ziet niet in dat ‘religieuze vrijheid’ een zeer rekbaar begrip is en geen alibi kan zijn om barbaarse gebruiken toe te laten en dat in ieder geval de wet boven de godsdienst staat.
Maar bij de politieke partijen spelen uiteraard electorale motieven. Joden en moslims trekken immers ook naar de stembus. En over politieke partijen gesproken, het kon niet anders dan dat de tegenstanders van onverdoofd slachten in het kamp van de racisten en islamofoben werden geduwd. Dat deed ondermeer de modeontwerpster Rachida Aziz in een opiniestuk in De Standaard van 11 augustus 2015. Is het zo moelijk te begrijpen dat democraten die vurige tegenstanders zijn van extreemrechtse en nationalistische partijen als het Vlaams Belang en de N-VA, ter verdediging van de democratie en uit respect voor de moslims tegen ondemocratische en achterlijke praktijken zijn?