Turkijes regionale en internationale kopzorgen

Turkije4
Facebooktwittergoogle_plusmail

Vanaf de val van het Ottomaanse Rijk heeft Turkije zich ontwikkeld tot een baken van seculiere moderniteit in een traditionele islamitische omgeving. Mustafa Kemal Ataturk deed in de jaren 1920 beroep op het westen om het land te moderniseren. De resterende tachtig jaar van de 20ste eeuw is Turkije de belangrijkste bondgenoot van de Verenigde Staten in de regio geweest. Na de Tweede Wereldoorlog ontving het via het Marshallplan hulp van de VS; in 1952 werd het land lid van de NAVO en sinds 2005 probeert het ook lid te worden van de EU. Voorlopig evenwel zonder succes. “De toetredingsonderhandelingen worden geblokkeerd ten gevolge van volledig politieke en willekeurige redenen”, haalde president Erdogan daarover nog recent uit. (1)’

De  concurrenten

De meeste aandacht van Ankara gaat echter uit naar de crisis die zich afspeelt aan zijn zuidergrens. Het crisisgebied strekt zich uit van Syrië tot Irak. De twee landen zijn een oorlogsgebied geworden waar IS en allerlei andere soennitische, sjiitische en Koerdische belangengroepen, de overhand willen krijgen. Iran, Saoedi-Arabië, Israël en Turkije proberen in de algemene chaos die er heerst hun pionnen uit te spelen.

Elk van die landen heeft haar eigen strategische belangen. Het sjiitische Iran wil zich ervan verzekeren dat in Irak geen agressieve soennitische staat geïnstalleerd wordt om niet opnieuw in een situatie te belanden zoals onder Saddam Hoessein die de Irak-Iran oorlog met zich meebracht waarbij, volgens conservatieve tellingen, zeker 150 duizend Iraniërs omkwamen. Iran’s strategie bestaat eruit om antisoennitische troepen in de regio te ondersteunen. Dat gaat via de versterking van Hezbollah in Libanon, de Alawieten-minderheid in Syrië  – voor het ogenblik nog steeds onder leiding van Bashar al-Assad – bijstand aan het Iraakse leger – dat door sjiieten wordt geleid – en steun aan sjiitische milities in Irak. Voor de Verenigde Staten en het westen is Iran, hoewel het tot nog toe niet met zoveel woorden wordt gezegd, een welkome bondgenoot in de strijd tegen IS. De actuele realiteit in het Midden-Oosten is dan ook niet onbelangrijk geweest bij het afsluiten van het  recente nucleaire akkoord.

De Saudi’s treden in eigen land hard op tegen IS sinds het, in aanvulling op haar operaties in Irak en Syrië, recent ook zelfmoordaanslagen heeft uitgevoerd gericht tegen de sjiitische minderheid in het, niet onbelangrijk, olierijke oosten van het land en in het aangrenzende Koeweit. Voor Saoedi-Arabië blijft Iran echter de grootste vijand. Riyad is beducht voor een Irak en Syrië dat onder de invloed van Iran zou staan en een gevaar zou vormen voor het koninklijke huis van  Saud. Ook de gebeurtenissen in Jemen worden vanuit dat perspectief gezien. Saudi-Arabië wil de invloed van Iran in de hand houden en heeft daardoor een gemeenschappelijke belang met Israël om in Syrië en Irak naast de bestrijding van IS ook de door Iran gesteunde milities in bedwang te houden. Wie de Saoedi’s in Syrië en Irak ondersteunen is nier helemaal duidelijk maar ze spelen er een tactisch en opportunistisch spel.

Israël zit ongeveer in een zelfde situatie als Saoedi-Arabië. Zij bevechten Iran maar hun huidige grootste bezorgdheid is om ervoor te zorgen dat de Hasjemieten in Jordanië aan de macht blijven. Dat is voorlopig de beste garantie om infiltratie van IS in Jordanië te voorkomen. Voorlopig lijkt hen dat te lukken en Saoedi-Arabië en Israël doen er beiden hun voordeel bij. Ondertussen kijkt Israël in Syrië de kat uit de boom. Bashar al-Assad is geen vriend maar beter een zwakke al-Assad dan een sterk IS. Verder is een burgeroorlog in Syrië voordelig want dat beperkt de directe bedreiging van Israël. Het conflict dreigt echter uit de hand te lopen en de kans bestaat dat een van de partijen wint. In die zin moet Israël al-Assad enigszins ondersteunen en, o ironie, daardoor zitten ze in hetzelfde kamp als Iran, terwijl het wel met het soennitische Saoedi-Arabië samenwerkt om de door Iran ondersteunde milities te controleren.

IS en de Koerden

Turkije is een groot tegenstander van het al-Assad regime in Syrië en IS was dus logischerwijze een bondgenoot omdat dat ook tegen al-Assad is. Er deden trouwens sterke geruchten de ronde dat Turkije IS genegen was en hielp. De Turken weten echter dat de jihadisten, welk op het ogenblik ook hun relatie met hen is, kunnen evolueren en dat het van een Arabisch platform snel in een anti-Turks platform kan veranderen.

Het Turkse probleem is dat er geen laag-risico opties zijn.  Toen de VS in 2003 Irak binnenvielen waren de Turken een sterke bondgenoot. Zij weigerden echter toe te staan dat de invasie vanop hun grondgebied zou gebeuren. Sindsdien was de relatie van de twee landen iets problematischer geworden. In het huidige conflict met Syrië wilden de Turken de VS wel helpen als die zich ertoe engageerden het al-Assad-regime omver te werpen en akkoord ging met, zoals premier Davutoglu verleden jaar oktober zei:  ‘… we have already made our position clear: There has to be a no-fly zone and a safe haven must be declared” (2). Voorwaarden waar Washington tot nog toe niet op wilde ingaan. Er bestond immers geen vertrouwen in de leefbaarheid van een anti-IS regeringsalternatief en de mogelijkheid bestond dan ook dat IS de macht zou overnemen. Een bufferzone aan de zuidergrens van Turkije betekende dat er grondtroepen moesten geleverd worden. Wie zou daarvoor kunnen of willen instaan? Enkele maanden geleden, in maart, zijn VS en Turkse militairen op de basis van Incirlik en Hirfanlı in de provincie Kırşehir. uiteindelijk dan toch  begonnen met de training van de ‘gematigde’, versta geen Koerden, Syrische oppositie. Waarschijnlijk zullen dat de troepen moeten worden die de bufferzone op de grond dienen te beveiligen.

De coalitie tegen IS is echter wel afhankelijk van de steun van de Koerdische peshmerga’s. Terwijl IS-posities vanuit de lucht gebombardeerd worden wordt er op de Koerden gerekend om het terreinwerk te doen. De nachtmerrie van de Turkse regering echter was niet IS maar de mogelijkheid dat er een Koerdische republiek zou gecreëerd worden in het noorden van Syrië of Irak. Wat kon leiden tot een zelfde ambitie van de Turkse Koerden in het zuidoosten van Turkije.

Al die elementen waren oorzaak voor Turkse kopbrekens. Haar positie leek er één te zijn van kijken, wachten en vermijden zichzelf teveel te engageren in wat dan ook. Het was niet het ogenblik om zelf tussen te komen maar ook niet het ogenblik om de VS en de NAVO teveel te steunen of tegen te werken. Het resultaat was echter dat Turkije niet het ‘referentieland‘ in het Midden-Oosten werd waar president Erdogan en premier Davutoglu van droomden. Integendeel, het werd een land zonder een duidelijk omschreven plan van wat het realistisch probeerde te bereiken, een land dat reageerde op gebeurtenissen die het zelf niet in de hand had.

Turkije2

Daar bovenop was de pro-Koerdische Democratische Partij van de Volkeren (HDP) ook nog schuldig aan het feit dat het bij de verkiezingen van begin juni uiteindelijk 13% van de stemmen behaalde en daarbij Erdogan’s ambitie voor een uitgebreid en sterk presidentieel regime fnuikte. Er zijn aanwijzingen dat de partij onder druk van Erdogan, de ‘geestelijke leider,’ zich sindsdien eerder voorbereidde op nieuwe, vervroegde verkiezingen in plaats van in coalitie met een andere partij aan de vorming van een regering te werken. Velen beweren dat de overheid door het gebruik van de anti-Koerdische sentimenten van nationalistische Turken probeert haar vooraanstaande politieke positie van voor de verkiezingen terug te winnen. Als er vervroegde verkiezingen gehouden worden rekenen ze erop dat de HDP stemmen zal verliezen en de drempel van 10% niet meer haalt en effectief uit het parlement verdwijnt. De AKP zal dan volgens hun berekening steun terugwinnen en weer de absolute meerderheid in het parlement behalen.

Bij dit scenario moesten echter de VS en de NAVO-bondgenoten betrokken worden. Na de verkiezingen kwamen de onderhandelingen over het gebruik van de Incirlik basis in een stroomversnelling terecht. De basis mocht gebruikt worden voor het bombarderen van IS-posities terwijl het principe van de bufferzone werd aanvaard en Turkije ook de Koerden van de PKK mocht aanpakken. De onevenredige wijze waarop Turkije haar militaire operaties tegen de PKK uitvoert vergeleken met haar campagne tegen IS maakt de motieven van de AKP bijzonder duidelijk.

Ondanks het tromgeroffel van verleden week over de overeenkomst is de situatie op het terrein echter in niets veranderd. De Turken bleven zich verzetten tegen bombardementsvluchten vanop de basis van Incirlik (3). Voor Ankara is de PYD (Democratische Unie Partij) gewoon de Syrische tak van de PKK en ondersteuning van de Koerdische militanten van de PYD maakt volgens Turkije geen deel uit van de overeenkomst. Het was pas in het eerste weekend van augustus dat de eerste gewapende drones vanop de luchtmachtbasis van Incirlik uitvlogen (4) ter ondersteuning van het handjevol door Amerikaanse troepen getrainde Syrische strijders, de zogenaamde New Syrian Force (NSF). In feite krijgen die 60 of zo guerrilla’s hun eigen luchtsteun via Amerikaanse precisie-geleide raketten. Het is duidelijk dat eventuele luchtsteun aan de Koerden niet vanop een Turkse basis zal zijn. Het resultaat is dat Erdogan en de Turkse regering wat dit betreft hun slag thuishalen. De Koerden van hun kant zijn voor de elfendertigste keer verraden. Of zoals Robert Fisk in de The Independent schreef: “The Kurds were born to be betrayed” (5).

Oekraïne en Rusland

Hoewel de Turken minder betrokken zijn bij de crisis in Oekraïne dan bij die in het Midden-Oosten kan hun geografische positie een rol gespeeld hebben bij de politieke omzwaai van verleden week in verband met IS en de Koerden. Turkije grenst aan de Zwarte Zee met aan de overkant Rusland en Oekraïne. Sebastopol op de Krim is slechts iets meer dan 500 km verwijderd van Istanboel of Ankara. Turkije beheerst ook de Bosporus, de verbinding van de Zwarte Zee met de Middellandse Zee. Mochten de gemoederen tussen de VS en Rusland oplopen zijn de Turkse luchtmachtbasissen ‘ideaal’ gelegen.

Binnen de context van de Oekraïne-crisis is de Zwarte Zee van kapitaal belang. Niet alleen is de haven van Sebastopol in de Krim de uitvalsbasis van de Russische vloot maar de Zwarte Zee is ook van vitaal belang voor de Russische handel. De Bosporus is een smalle zeestraat en tegelijkertijd de enige passage die de Zwarte Zee verbindt met de Middellandse Zee. In het geval van een conflict zal de Russische zeemacht vanuit Sebastopol onmiddellijk willen tussenkomen.  De Verenigde Staten en de NAVO van hun kant zullen dan waarschijnlijk ook zeestrijdkrachten willen sturen naar de Zwarte Zee om hun activiteiten in de regio te ondersteunen. Gezien het voorbehoud dat Turkije tegenover de VS en de NAVO vertoont kijken die uit naar een alternatief. Dat alternatief zou een beter samenwerken met Roemenië kunnen zijn. Niet alleen ligt dat land ook aan de Zwarte Zee, het is een docieler NAVO-lid en het land hoort bovendien ook tot de EU. Allemaal redenen die waarschijnlijk een soepeler houding genereren dan die van Turkije. De ontwikkelingen in de Zwarte Zee regio kunnen eventueel in een richting evolueren  die niet zo voordelig is voor Turkije zelf. Een situatie die Ankara niet kan negeren en goed in de gaten zal willen houden.

Sinds de Montreux Conventie van 1936 valt de Bosporus onder Turkse controle (6). Dat betekent dat Turkije garant staat voor alle commercieel verkeer maar dat het ook de toelating heeft trafiek tegen te houden van landen waarmee het in oorlog is. Alle landen die aan de Zwarte Zee grenzen mogen er militaire operaties uitvoeren terwijl landen die er niet aan grenzen beperkingen kunnen opgelegd worden. Alleen oorlogsschepen onder de 15.000 Ton mogen er opereren. Bovendien is hun aantal beperkt tot 9 stuks met een totale tonnage van maximum 30.000 Ton. Daar bovenop zijn ze er slechts toegelaten voor een maximumduur van 21 dagen en bestaan er beperkingen op het soort wapens op de schepen en de types van schepen, enz.

Turkije3

Hoewel semantiek en interpretaties van de voorwaarden al vaker van toepassing geweest zijn beperkt de Conventie toch de mogelijkheid van de VS of de NAVO om strijdkrachten naar de Zwarte Zee te sturen. Turkije staat volgens het internationale recht borg voor de correcte toepassing van het verdrag. Het heeft wel al menigmaal de wens geuit om ervan verlost te worden en de volledige soevereiniteit over de Bosporus te krijgen. Voordeel is echter wel dat Ankara zich kan beroepen op het internationaal verdrag om de toegang van oorlogsschepen naar de Zwarte Zee tegen te houden of te beperken en de verantwoordelijkheid van de beslissing daardoor kan ontlopen.

In het geval er een reëel conflict met Rusland ontstaat zal Turkije echter partij moeten kiezen. Het land is lid van de NAVO en als die formeel beslist deel te nemen aan een conflict binnen het Zwarte Zee gebied zal Ankara moeten kiezen. Geeft Turkije zijn relatie met de NAVO en de Verenigde Staten voorrang of zal Ankara gebruik maken van de Conventie om conflicten in de Zwarte Zee te controleren? Hetzelfde kan trouwens gezegd worden voor luchtoperaties vanop de luchtmachtbasis in Incirlik. Zal Turkije die wel laten gebruiken bij een conflict in het Zwarte Zee gebied? Zelfs voorafgaand aan haar eigen betrokkenheid bij een conflict met Rusland, zou er een potentieel gevaarlijke diplomatieke crisis kunnen ontstaan.

De zaken worden er niet eenvoudiger op doordat Rusland de eerste handelspartner is van Turkije. Het land profiteert ook van het door Rusland gedecreteerde importverbod van Europese landbouwproducten. Dat kwam er als antwoord op de Europese sancties. Hoewel het zijn afhankelijkheid van olie uit Rusland ook drastisch verminderd heeft importeert het nog steeds veel Russische olie en gas. Rusland en Turkije zijn ook partners in ‘Turkish Stream’, de pijplijn die gas vanuit Rusland door de Zwarte Zee naar Turkije zou voeren en van daaruit dan weer naar Europa. De gesprekken daarover zijn echter opgeschort omdat Turkije partner in de distributie van het gas wil zijn terwijl Rusland daar voorlopig niet voor open staat.

Ondertussen bouwen de Verenigde Staten en de NAVO een nieuwe sterke alliantie uit met de Baltische landen, Polen en Roemenië. De officiële bedoeling is om elke Russische ‘opmars’ naar het Westen te verhinderen. Turkije zou de logische zuidelijke partner zijn binnen deze structuur. De Turken waren trouwens betrokken bij militaire oefeningen met Roemenië en de Verenigde Staten in de Zwarte Zee. Maar ook hier wilde Turkije zich, net zoals bij zijn Midden-Oosten politiek, niet te snel en te ver engageren en vermeed het elke te nauwe betrokkenheid bij de alliantie.

Europa en de EU

Turkije heeft lang geleden gevraagd om lid te kunnen worden van de EU. Het feit dat dat tot nog toe niet is doorgegaan is de laatste tien jaar voor Ankara een zegen gebleken want de Turkse economische prestaties steken met kop en schouder uit boven die van eender welk euroland, Duitsland inbegrepen. Voor de seculieren in Turkije is het lidmaatschap van de EU echter een garantie voor het behoud van het seculiere karakter van de Turkse maatschappij (7). De seculieren denken immers dat de islamisten in het geheim de radicale islam voorstaan en er langzaam maar zeker naartoe werken. De houding van de regerende AKP van Erdogan daarentegen is dubbelzinniger. De partij blijft vragen naar het lidmaatschap, maar is best tevreden er buiten te staan. Het wilde de verweving met de EU niet op de gebieden die voor de seculieren belangrijk zijn en anderzijds hebben ze niet moeten participeren in de last van de Europese economische crisis.

Ankara krijgt in Europa te maken met een tegenstelling. Turkije heeft grote economische banden met een Europa in crisis en waarvan haar vroegere erfvijand Griekenland op het ogenblik de focus is. Op het moment is de vluchtelingencrisis en de dreiging van terrorisme in Europa echter nog belangrijker. Veel Turken in Europa zijn moslim en de behandeling van de Turken in het buitenland is een belangrijke politieke kwestie in Turkije. Ankara heeft willen deel uitmaken van Europa maar noch de huidige economische realiteit noch de behandeling van moslims in Europa pleiten voor die relatie.

De afstand met Europa groeit maar ondertussen kunnen het gewicht van de economische realiteit en de investeringen van Turkije in het zuidoosten van Europa niet ontkend worden. Terwijl Europa uit elkaar dreigt te vallen (het arme zuiden versus het rijke noorden) lijkt Turkije steeds meer invloed te krijgen in dat zuidoostelijk deel van Europa. Het kan daardoor een soort alternatieve economische ‘weldoener’ worden voor de armere landen in het zuidoosten.

© Francis Jorissen, 2015

Voetnoten:

(1) Zie: http://www.todayszaman.com/anasayfa_erdogan-says-turkeys-eu-accession-talks-blocked-arbitrarily_380249.html

(2) http://www.military.com/daily-news/2014/10/14/turkey-no-new-deal-with-us-on-using-air-base.html

(3) http://www.voanews.com/content/us-turkey-differ-over-how-to-fight-is-from-turkish-air-base/2886887.html

(4) https://foreignpolicy.com/2015/08/03/pentagon-armed-drones-from-turkey/?utm_content=buffer63bf1&utm_medium=social&utm_source=twitter.com&utm_campaign=buffer

(5) http://www.independent.co.uk/voices/comment/turkey-conflict-every-regional-power-has-betrayed-the-kurds-so-turkish-bombing-is-no-surprise-10420106.html

(6) http://www.globalsecurity.org/military/world/naval-arms-control-1936.htm

(7) http://www.commongroundnews.org/article.php?id=21166&lan=en&sid=1&sp=1&isNew=0

Francis Jorissen woont in het midden van nergens ergens in Frankrijk, nieuwsgierig, schrijver en free-lance journalist, activist, would-be wereldreiziger en geïnteresseerd in Rusland, de landen die ooit behoorden tot wat men toen 'Het Oostblok' noemde en het Midden-Oosten