De ontdekking van Griekenland

grieks-bezuinigingsakkoord-bijna-klaar
Facebooktwittergoogle_plusmail

Waar de Griekse crisis vandaan komt

We schrijven 1994, een goede twintig jaar geleden. De Muur is gevallen, Duitsland is herenigd, het Verdrag van Maastricht, met de basisprincipes van de economisch-monetaire unie, is van kracht geworden en de Midden-Europese landen staan klaar om te onderhandelen over hun toetreding tot de Europese Unie.

Maar al wie begaan is met de Europese Unie, zit met de handen in het haar. Want hoe moet het nu verder? Het verdrag van Maastricht is verre van volmaakt, maar men wist tenminste nog min of meer welke richting het zou uitgaan. Wat onvolledig of fout was, kon in de toekomst zeker worden recht getrokken.

Chevènement, de linkse soevereinist die in Frankrijk campagne had gevoerd tégen het Verdrag van Maastricht had het nochtans gezegd: ‘de Muur is gevallen. Er is één slachtoffer: Jacques Delors’. Vandaag blijkt eens te meer hoe erg juist dat was.

De EU bestond toen uit twaalf Lidstaten. Finland, Zweden en Oostenrijk zouden toetreden in 1995. In 2004 kwamen er niet minder dan tien landen bij, Bulgarije en Roemenië volgden en Kroatië is voorlopig de jongste Lidstaat. In 1994 wist iedereen die dat wilde weten dat een grotere EU met de bestaande regels en instellingen nooit zou werken.

Een schot voor de boeg

De CDU/CSU fractie in de Duitse Bundestag publiceerde in september van 1994 een document dat insloeg als een bom en geschiedenis zou maken. Het loont de moeite om dit vandaag te herlezen en de filosofie van Wolfgang Schäuble – hij was de hoofdauteur van het stuk – beter te begrijpen.

Schäuble gaat uit van de geopolitieke situatie van Duitsland. Dank zij de Europese Unie, aldus zijn stelling, is Duitsland voor het eerst in zijn geschiedenis deel gaan uitmaken van het Westen. Dit moet zo blijven, want niets is erger dan een Duitsland ‘in het midden’ dat dan onvermijdelijk verleid zou worden om een ‘Sonderweg’, een eigen specifieke weg te gaan volgen. Duitsland moet uiteraard samenwerken met Midden-Europa en goede relaties onderhouden met Rusland, maar de Frans-Duitse as moet het speerpunt blijven van het Duitse beleid.

Dat kan alleen maar als die as in de Europese Unie sterk staat. Maar zal dat kunnen met een grotere Unie? Mag de Unie uitbreiden als ze niet tegelijk verdiept? Is die verdieping niet de echte voorwaarde om te kunnen uitbreiden? Het zijn lang geen irrelevante vragen en het antwoord van Schäuble is niet ontdaan van logisch denken.

De oplossing, aldus het document, is een soort ‘kerneuropa’, een ‘harde kern’ van landen met een vergelijkbare economische ontwikkeling en een zelfde wil om de EU sterke en democratische instellingen te geven en een gemeenschappelijk buitenlands beleid te laten voeren. Het Europees Parlement moet initiatiefrecht krijgen en er moet een nieuw verdrag komen dat ‘bijna grondwettelijk’ zal zijn. Die harde kern zal bestaan uit Frankrijk en Duitsland, terwijl ook de Benelux-landen er hun plaats in kunnen vinden. Doen we dat niet, aldus nog Schäuble, dan glijdt de EU af naar een onwerkbare inter-gouvernementele instantie. Het is onaanvaardbaar, aldus nog de stelling, dat de traagste in het peloton de snelheid van het hele peloton bepaalt. Dat kan nooit leiden tot een grotere eenheid. De reacties laten zich raden. Stichtend EU-land Italië, met Berlusconi aan het hoofd, is razend. Spanje voelt zich vernederd. De Britse Major is boos, ook al had het VK er zelf voor gekozen niet mee te doen met een aantal nieuwe beleidsvoeringen van de EU (monetaire Unie, Schengen …).

Op datzelfde ogenblik leefden in Frankrijk vergelijkbare ideeën. Ook Balladur dacht aan een kleine cirkel van landen voor een monetaire unie en buitenlands beleid, een groter Europa voor de markten een nog ruimere eenheid voor het hele continent. Mitterrand zag er echter niets in en Juppé kon zich geen Unie indenken zonder Spanje en Italië. Jacques Delors van zijn kant, net Commissievoorzitter af, meende eveneens dat in een toekomstige Unie met 28 lidstaten het onmogelijk zou zijn om enige politieke doelstelling te halen.  Hij had het over ‘verschillende snelheden’.

Interessant aan dit hele verhaal is dat men ook toen al Griekenland – en het VK! – als de twee probleemlanden zag. Toch werd het land enkele jaren later toegelaten tot de euro. Wat we hieruit leren is dat twintig jaar geleden het besef zeer duidelijk aanwezig was dat 1) een politieke unie gewenst en noodzakelijk was voor de monetaire unie en 2) dat dit nooit bereikt zou worden met een groot aantal lidstaten. Dat is juist gebleken en sinds het jongste uitbreken van de Griekse crisis werd herhaaldelijk op de constructiefouten van de euro gewezen, echter zonder dit hele plaatje te bekijken.

De belangen van Duitsland, zo stelde Schäuble, kunnen enkel via de EU verdedigd worden. Landen hebben echter uiteenlopende belangen en daarom moet er uitgebreid én verdiept worden, met een kleine harde kern voor de politieke unie.

De geschiedenis heeft een andere weg gekozen, wellicht omdat het onmogelijk was om belangrijke landen zoals Italië en Spanje uit te sluiten. Denemarken en het VK kozen zelf voor een ‘Sonderweg’ en slechts met erg veel moeite werd hier en daar geraakt aan de noodzakelijke eenparigheid in de Raad van Ministers.

Hoe dan ook is na 1989 de Europese Unie op een geheel andere manier gaan evolueren. Het neoliberalisme werd ingevoerd met de Europese Akte van 1986 en met het Verdrag van Maastricht. Misschien – heel misschien – had dat binnen de perken kunnen blijven als niet ook de Muur was gevallen.  De grote verscheidenheid in de doelstellingen van de verschillende Lidstaten, van Frankrijk en Duitsland, tot het VK en Denemarken en later de Midden-Europese landen, hebben de besluitvorming inderdaad alsmaar moeilijker gemaakt. De machtsverhouding verschoof heel snel van de communautaire Commissie naar de inter-gouvernementele Raad.

De poging om een ‘grondwettelijk verdrag’ te schrijven met democratischer en sterkere instellingen mislukte. De EU dobberde voort, zonder duidelijke richting, met het voluntarisme van sommigen en de remkracht van anderen. De Euro kwam er, zonder politieke unie. Voor een macro-economisch beleid was het wachten op de crisis van 2008 en het Europese ‘semester’. Hoewel er formeel maatregelen kwamen om hier en daar meer democratie in te voeren, werd het beleid alsmaar technocratischer.

Wat de Griekse crisis heeft duidelijk gemaakt is dat achter die technocratie nog een zeer duidelijke niet-democratische ideologie verstopt zit. We moeten de Grieken dankbaar zijn dat ze, ongewild, dit open en bloot hebben gelegd. Niemand mag nog twijfelen aan wat de Europese Unie geworden is. Dit is niet ‘het DNA’ van de instellingen, zoals sommigen beweren, of het ‘ware gezicht’ van de EU, neen, dit is het resultaat van een gebrek aan langetermijnvisie, van geopolitieke verhoudingen (Duitsland heeft het Oosten nodig en Frankrijk heeft het Zuiden nodig) die botsen met de realiteit van de Europese samenwerking, van een gebrek aan institutionele afspraken die beter de ‘eenheid in verscheidenheid’ hadden kunnen opvangen.

Duitsland is met de euro en zijn neoliberaal beleid vanzelf op een ‘Sonderweg’ terecht gekomen, een ‘Einzelweg’. Frankrijk hinkt achterop en als Hollande tot het laatste ogenblik heeft gewacht om steun aan Tsipras te geven, is het ook omdat zijn land slechts met veel moeite aan sancties van de Commissie is ontsnapt. Idem voor Italië, dat evenmin de voorwaarden van het Europese semester respecteert.

Ook het week-end van 11-12 juni 2015 zal de geschiedenis ingaan, met opnieuw Wolfgang Schäuble in de hoofdrol. Waar nog begrip kan worden getoond voor zijn initiatief van twintig jaar geleden, is dat vandaag niet langer het geval. Hij gaf de doodsteek aan het Europese integratieproject – dat wellicht al op sterven na dood was – en zegt nu openlijk dat een Grexit voor hem de beste oplossing is. Zijn redenering is niet langer meer zuiver geopolitiek, er is persoonlijke haat en onverdraagzaamheid bij, een behoefte om te straffen en te vernederen.

De grote verliezer in het hele verhaal is echter niet Griekenland. Het is de Europese Unie zelf die, formeel gezien, wel kan hervormd worden. Er liggen voorstellen op tafel om meer politiek mogelijk te maken. Maar de legitimiteit is na het Verdrag van Lissabon, het begrotingspact, TTIP en nu het Griekse debacle, helemaal verdwenen. Dat de Europese Unie zo laag kon zakken, wie had het kunnen geloven?

De eerste lessen uit de Griekse crisis

Le-ministre-allemand-des-Finances-hospitalise article landscape pm v8Het conservatieve Duitsland heeft nooit geloofd in de houdbaarheid van een monetaire unie met de middellandsezeelanden erbij. Een eerste vraag die daarom moet beantwoord worden is waarom Griekenland – waarvan men wist dat de statistieken niet klopten – er dan toch is bij gekomen en er nu wordt in gehouden.

De Franse president Hollande heeft aan het eind van de onderhandelingsrit een paar hoge ambtenaren naar Athene gestuurd om ervoor te zorgen dat de Griekse voorstellen aan de Europese voorwaarden zouden voldoen. Merkel, die nog nooit uitblonk door daadkracht, gaf uiteindelijk de doorslag door haar minister van financiën Schäuble (foto: Wolfgang Schäuble en IMF-directeur Christione Lagarde) tegen te spreken en te besluiten dat Griekenland in de eurozone bleef.

Daar moet een goede reden voor zijn geweest en die is te zoeken in Washington. Obama was te bang dat een vertrek van een Navo-lidstaat tot geopolitieke verschuivingen zou leiden, een toenadering tot Rusland, verschuivingen in de relaties in het Midden-Oosten en Turkije. Achteraf bekeken moet worden gesteld dat dit wellicht ook de enige zinvolle uitleg is voor de toetreding van Griekenland tot de eurozone.

Het is een soort ‘force majeure’ die Schäuble aardig in de weg moet hebben gezeten, zeker als je dit optelt bij zijn frustratie met de intellectueel en politiek superieure Varoufakis die het lef had de heren ministers aan enkele macro-economische waarheden te herinneren. Goed, de Grieken zouden blijven, maar dan zouden ze ook betalen. De hoogste prijs.

Een andere verklaring is er moeilijk te vinden voor de onaanvaardbare eisen die aan Athene werden opgelegd. Iedereen is het er over eens dat een rechtse regering er veel makkelijker zou vanaf gekomen zijn, en dat de eerste eisen van de eurogroep, begin dit jaar, lang niet zo ver gingen. Doordat Tsipras zo lang stand hield in zijn verzet tegen het soberheidsbeleid en daarenboven zelfs een referendum durfde organiseren, zijn de stoppen bij de onderhandelaars gaan doorslaan. Stel dat er in Spanje ook zo’n links tuig aan de macht komt? En dat de Navo ook dan druk uitoefent?

Wie is de vijand?

De regering Tsipras heeft m.i. twee fouten gemaakt. Ten eerste was er een totaal misplaatst geloof in de rationaliteit van de ministers in de Eurozone. Alle ernstige economen, van Krugman tot Stiglitz, weten dat een soberheidbeleid in een land in recessie alleen nog meer recessie kan veroorzaken. Maar zoals Varoufakis schrijft, ze weten dat wel maar willen het niet horen en willen er geen rekening mee houden. De tweede fout was inderdaad het referendum, een democratische volksraadpleging die voor de ideologisch-technocratische ingesteldheid van de heren en de enkele dame gewoon ongehoord is. Met democratie doorbreek je de stilzwijgende consensus van ‘wij weten best wat we doen’, ‘de mensen’ begrijpen er toch niets van.

Dat Tsipras nauwelijks één week later met het mes op de keel verplicht werd zijn kiezers tegen te spreken, het moet erg zoet hebben gesmaakt.

Het heeft m.i. dus weinig zin om te spreken over het ‘grootkapitaal’ en over ’het Europa van het grote geld’ dat de beslissingen van de eurogroep zouden hebben bepaald. Niet dat de ideologie en de materiële belangen geen rol hebben gespeeld, wel dat de redenen waarom er is gebeurd wat er is gebeurd veel ingewikkelder, verscheidener en psychologischer zijn. Mochten de heren nog enig rationeel vermogen hebben gehad, ze zouden misschien naar een politieke vergelijk hebben gezocht. Juncker en Hollande hebben het geprobeerd, Merkel en Draghi heel eventjes, maar met de Dijsselbloems, Rutten en Stubbs van deze wereld is het moeilijk kersen eten.

Dit is een les die voor de eurosceptische linkerzijde wel belangrijk is. Nooit heeft men willen geloven dat de macht bij de lidstaten ligt, altijd heeft men gesakkerd op de ‘supranationale’ instelling – de Europese Commissie – die teveel macht zou hebben. In dit dossier werd de Commissie volledig uitgeschakeld, dit is het falen van de intergouvernementele methode waarin landen tegen elkaar opbieden om hun eigen nationale belangen veilig te stellen. Europa? Welk Europa? Solidariteit? Waarom? Het is uiteindelijk Obama die – helaas – moet komen wijzen op wat hij als een gemeenschappelijk belang ziet.

Pest of cholera

Tsipras werd uiteindelijk geconfronteerd met een onmogelijke keuze: pest of cholera. Het was een onoplosbaar dilemma, twee keer leidend tot een barslecht resultaat. De eerste oplossing, die ook werd gekozen, is de verderzetting van een streng soberheidbeleid dat de keuze van het Griekse volk tegenspreekt en ondermijnt. Tsipras zelf gelooft er niet in dat die oplossing ooit een positief resultaat kan hebben. Tegen de tijd dat het begrotingsevenwicht zal zijn hersteld, zal het land zijn leeg gebloed.

Het alternatief was een grexit. De plannen waren door Schäuble inderdaad concreet uitgewerkt. Een grexit betekent: terugkeer naar een nationale munt, een heel sterke devaluatie, een onmogelijkheid om de schuldenlast ooit af te betalen en vooral, een gebrek aan middelen om de noodzakelijke import te betalen. Voor een land dat 50 % van zijn behoeften uit het buitenland haalt, is dit onmenselijk. Reken er bovendien op dat de opdrachtgevers er alles aan zouden doen om de banken totaal te laten falen en het land werkelijk droog te leggen. Een humanitair drama zonder meer.

Of met andere woorden: twee keer misère, één keer met vernedering, één keer met het hoofd rechtop. Men zou kunnen besluiten dat om die reden de grexit de betere oplossing was. Er is echter niemand die kan of durft zeggen hoe lang de misère zal duren of hoe diep ze in het vlees zal snijden.   Door sociale bewegingen werden nog twee andere oplossingen naar voren geschoven: een stopzetting van de schuldaflossingen en een plan ‘C’ ofte een ontwikkeling van de ‘commons’.

De Griekse schulden zullen nooit worden afbetaald, maar schulden zijn een chantagemiddel waarmee landen aan het lijntje kunnen gehouden worden. Het lijkt inderdaad erg redelijk om te stellen dat de schulden als onwettig moeten beschouwd worden. Probleem is wel dat ook hier geen rekening gehouden wordt met de afhankelijkheid van Griekenland van het buitenland. Er wordt vaak verwezen naar het voorbeeld van Argentinië, maar dat land had een hoge export met op dat ogenblik ook hoge prijzen. Toegang tot de internationale financiële markten is er meer dan tien jaar later nog steeds niet, en de leningen die aanvankelijk wel van Venezuela kwamen, werden heel erg duur betaald. Dus opnieuw: hoe moet Griekenland inmiddels overleven? Geneesmiddelen kopen? Reserve-onderdelen voor machines? Auto’s of vliegtuigen? Computers?

Het tweede alternatief, de ontwikkeling van de commons, lijkt heel erg aantrekkelijk en zou voor de voedselproductie b.v. wel een oplossing kunnen bieden. Maar ook hier gaat men voorbij aan het internationale aspect. Te veel productie heeft een input van buitenaf nodig, en daar zit men ook met ‘commons’ aan vast.

Hoop in bange tijden

Het werd herhaaldelijk gezegd de afgelopen jaren: Syriza was de hoop voor de Europese linkerzijde om iets in beweging te krijgen, om het Europees beleid om te buigen. Die hoop mogen we na deze mislukking niet laten varen. Het was David tegen Goliath, één tegen achttien. En voor al wie nu ‘verraad’ schreeuwt: Syriza was en is geen revolutionaire partij, wel een radicaal-reformistische partij en in feite heeft Tsipras gedaan wat Hollande na zijn verkiezing en zijn beloftes had moeten doen. Maar is nu bewezen dat je ‘de EU niet van binnen uit kan hervormen’? Ik geloof het niet.

Terecht werd er de jongste weken op gewezen dat de linkerzijde zal moeten streven naar een andere strategie, meer rekening zal moeten houden met de feitelijke machtsverhoudingen, want rationele argumenten helpen niet.

Wat is dan wel nodig?

Ten eerste is het nodig duidelijk te zien wie de vijand is. Dat is dus niet een oppermachtige Commissie, dat zijn niet de Europese instellingen op zich. Want hoe zou men anders het soberheidsbeleid in het VK kunnen verklaren? Of de afbouw van de verzorgingsstaat in het olierijke Noorwegen? Enkele jaren geleden publiceerde het Europese vakbondsinstituut een studie van alle maatregelen die er in Europese landen zijn genomen om het arbeidsrecht neoliberaal aan te pakken. Dat was lang voor het Europese semester van kracht werd, of m.a.w. het neoliberaal beleid werd op initiatief van de nationale regeringen gevoerd, niet op bevel van de EU. Overigens, wat zou de EU anders zijn dan de afspiegeling van de machtsverhoudingen in de diverse lidstaten? Zou de Europese Commissie neoliberaal kunnen zijn als er geen neoliberale regeringen zouden zijn?

De vijand is dus niet de EU op zich, maar wel een neoliberale ideologie die met kracht moet worden bestreden. Dat kan je enkel doen door in alle landen in het offensief te gaan en ervoor te zorgen dat er een ander verkiezingsresultaat uit de bus komt dan in het jongste verleden het geval is geweest. Er moet dus gewerkt worden aan andere meerderheden en daarvoor zal de linkerzijde goed moeten nadenken over wat de bevolking wil – sociaal beleid b.v. -, hoe dat kan geboden worden en hoe dat kan uitgebouwd worden. Ik geloof niet dat het anti-kapitalistische links dat vandaag weer heel even de wind in de zeilen heeft veel kan bereiken. De mensen lusten het niet.

Een tweede punt is dat dringend moet worden nagedacht over de noodzakelijke meerschaligheid van het beleid. Er werd de afgelopen weken erg veel geschreven over de ondermijning van de soevereiniteit van staten. Maar die soevereiniteit is al lang niet meer wat ze honderd jaar geleden misschien is geweest, en dat geeft niet. Landen – en mensen – zijn afhankelijk van elkaar en juist daarom ligt een grexit zo moeilijk.

Toetreden tot een muntunie betekent bovendien dat je soevereiniteit moét inleveren, anders is die unie niet leefbaar. We kunnen het er over eens zijn dat de regels van de huidige Europese muntunie niet zijn wat ze zouden moeten en kunnen zijn, maar gemeenschappelijke regels zijn wel degelijk nodig en zullen altijd de nationale beleidsruimte inperken.

Wat de linkerzijde daarom dringend moet doen is nadenken over wat we op diverse schalen willen bereiken. Vandaag gaat de aandacht bijna uitsluitend naar ‘de staat’ en wat op lokaal vlak ‘door de mensen zelf’ kan gedaan worden. Maar wat willen we precies dat de EU doet als we pleiten voor een ‘sociaal Europa’? En wat vragen we juist aan de Verenigde Naties of de Wereldbank als we zien hoe het sociaal beleid in een neoliberale saus wordt opgewarmd? Dit zijn dringende vragen die we beter samen kunnen beantwoorden.

De Europese landen worden vandaag geconfronteerd met een neoliberaal beleid dat pas aan het begin staat. De Europese Unie en de muntzone kunnen handige instrumenten zijn om zo’n beleid door te drukken, maar hebben er lang geen monopolie op. De repressie tegen sociale bewegingen is elders in de wereld volop bezig en zal ook naar hier over waaien.

In plaats van nu luid te schreeuwen dat Syriza verraad heeft gepleegd, zou het daarom goed zijn te kijken naar de echte vijand en te gaan samen zitten om een efficiënte strategie uit te stippelen. De Grieken én Syriza blijven onze solidariteit nodig hebben, het is wreed en links onwaardig om op zo’n cruciaal moment de kaart van Schäuble te trekken.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.