Lola Sánchez (Podemos): “Een progressief alternatief kan wel degelijk”

Lola
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Spaanse Lola Sánchez is een van de eerste kompanen van boegbeeld Pablo Iglesias en Podemos, de nieuwe beweging die in 2013 werd opgericht en de politieke elite in Spanje en de EU totaal verraste bij de Europese verkiezingen van mei 2014. Zij is een van de vijf verkozenen. DeWereldMorgen.be sprak in Brussel met haar over Spanje en… Griekenland.

 

 

Lola Sánchez (María Dolores Sánchez Caldentey) is een 37-jarige politicologe uit de Spaanse stad Valencia. In 2014 werd zij Europees volksvertegenwoordiger voor de pas ontstane politieke partij Podemos (‘podemos’ is de éérste persoon meervoud van het werkwoord ‘poder’, het betekent ‘wij kunnen’). Met 1.253.837 stemmen – 8 procent van de Spaanse kiezers – behaalde de partij, die nog maar amper een jaar bestond, onmiddellijk vijf zetels in het Europees Parlement.

Het Spaanse politieke establishment was totaal verrast door dat succes, vooral omdat de beweging tot dan toe zo goed als volledig buiten het gezichtsveld van de grote media was gebleven. Podemos is gegroeid uit het engagement van de Indignados die de jaren ervoor actief waren. In de mainstreammedia werd Podemos verzwegen, als leugenachtig voorgesteld of beschimpt, net zoals met de Indignados was gebeurd. Het uitgesproken progressieve anti-austeriteitsdiscours van de partij beviel hen immers niet.

Getrokken door hun charismatisch boegbeeld Pablo Iglesias blijft de partij hoog scoren in de peilingen. Podemos weet de niet aflatende tegencampagnes van de klassieke media telkens weer te ontkrachten met behulp van de sociale media. Op dit ogenblik geven de peilingen Podemos vijftien procent. Iglesias slaagt er ook goed in andere degelijke kandidaat-leiders aan te trekken. Lola Sánchez is een van hen.

Het is weinig politieke commentatoren ontgaan dat de afhandeling van de Griekse crisis heel wat met het succes van Podemos in Spanje te maken heeft. Met de bikkelharde oekaze van de eurogroep aan het adres van Syriza in Griekenland, zenden de Europese instellingen een nauwelijks verholen directe waarschuwing aan de Spanjaarden: waag het niet voor een partij te stemmen die tegen ons besparingsbeleid ingaat. De huidige Spaanse regering onder leiding van eerste minister Mariano Rajoy en zijn conservatieve Partido Popular (PP = ‘Volkspartij) was in de eurogroep een van de meest fanatieke tegenstrevers van de Griekse regering.

Heeft de Griekse tragedie inderdaad een impact op de Spaanse kiezers en op nieuwkomer Podemos? Hebben nieuwe progressieve bewegingen wel een kans op slagen in de huidige context?

Lola Sánchez: “Wat in Griekenland gebeurt is tragisch. Wij voelen volledig mee met de Griekse bevolking. Dit toont aan wat we altijd al stelden. Namelijk dat in de huidige neoliberale constellatie van de Europese Unie geen herstel van de sociale welvaart mogelijk is. De Griekse regering heeft hard haar best gedaan om vanuit een bijzonder zwakke positie het beste te verkrijgen en is gebotst op een totaal ‘njet’ van de leden van de Eurogroep. De analyse die Alexis Tsipras heeft gemaakt van het recente akkoord is volledig correct (1). Ook wij geloven er niet in dat dit de oplossing gaat brengen. De wurggreep en de bedreiging met een complete ineenstorting van het land liet hen geen keus meer.”

Verandert dat iets aan jullie huidige opstelling?

“Neen. Hoe graag ze dat hier in Brussel ook zouden willen. Eerst en vooral zijn er een aantal objectieve factoren die maken dat de Spaanse situatie niet zomaar valt te vergelijken met wat nu in Griekenland gebeurt. Griekenland is de zwakste schakel in de eurogroep – meer dan waarschijnlijk is het ook daarom dat het zo hard wordt aangevallen, omdat ze dat kunnen en omdat ze zo een voorbeeld willen stellen. Spanje valt echter niet zomaar te vergelijken.”

“Spanje heeft 48 miljoen inwoners (Griekenland heeft 11 miljoen inwoners, nvdr) en heeft een veel grotere industriële basis. Dit is een van de grote economieën van de Europese Unie. Onze proportionele schuldenlast is ook helemaal niet zo groot als die van Griekenland (dat een schuld heeft van 180 procent van het bnp, nvdr), 85 procent van het bnp en de aard van de Spaanse schulden is ook anders, minder overheidsschulden, meer privé-schulden.”

“Spanje ondergaat zonder twijfel een zeer zware depressie. De Spaanse jeugd kampt met een torenhoge werkloosheid. De huizenmarkt is ingestort. Het totaal aantal werklozen is hoger dan ooit tevoren. Er zijn grote sociale problemen maar er is echter geen sprake van een humanitaire catastrofe zoals in Griekenland. Hier sterven nog geen mensen aan geneesbare ziektes, omdat ze de dokter niet meer kunnen betalen. De sociale wetgeving is hier niet uitgehold zoals dat in Griekenland is gebeurd. Met andere woorden, Spanje kan niet zomaar gewurgd worden door de eurogroep zoals ze dat met Griekenland hebben gedaan.”

“Natuurlijk vertellen de Spaanse massamedia een heel ander verhaal. Wat de media betreft is er trouwens wel een grote gelijkenis met Griekenland. Hier zijn de media – zelfs de openbare omroep – ook volledig in handen van machtige oligarchieën die dezelfde belangen delen met de politieke elite van de twee traditionele partijen van Spanje, de sociaal-democratische PSOE (Partido Socialista Obrero Español = Spaanse Socialistische Arbeiderspartij) en de conservatieve PP. Het adjectief ‘socialistisch’ van de PSOE mag je met een zeer grote korrel zout nemen. PSOE en PP, dat zijn de Spaanse PASOK en ND (PASOK is de Griekse socialistische partij, ND of Nieuwe Democratie is de conservatieve partij, nvdr).”

“Dit zijn zowel in Griekenland als in Spanje neoliberale partijen die na het fascistisch regime (2) aan de macht zijn gekomen en elkaar hebben afgewisseld aan de macht om met enige retorische accentverschillen steeds hetzelfde sociaal-economische beleid te voeren.”

“Aanvankelijk was er zeker nog een verschil tussen beide. Dat onderscheid is sinds de jaren negentig van vorige eeuw geleidelijk verdwenen. Vandaag zijn het kopieën van elkaar, twee apparaten die elkaar keihard bekampen om de macht, dat wel, maar niet om de inhoud. Podemos is de eerste echte uitdaging voor dit Spaanse tweepartijensysteem. Het is dat wat hen de stuipen op het lijf jaagt. Hun strategie is erop gericht ons te ridiculiseren of te demoniseren, in geen geval zijn ze van plan inhoudelijk iets te veranderen aan hun aanpak.”

“Door de recente Griekse tragedie van de voorbije week geven de peilingen ons nu voor het eerst geen stijging. Dat verontrust ons niet. De campagne tegen Griekenland en tegen Podemos in de Spaanse media was meedogenloos. Wij zijn er in ons prille bestaan echter telkens weer in geslaagd om via onze eigen mediastrategie, via de sociale media de leugens en roddels te weerleggen. De inhoudelijke kracht van onze argumenten haalt het uiteindelijk altijd. In de komende maanden zal blijken dat de Spaanse regering van de PP niet voor sociaal herstel staat en dat de PSOE meer van hetzelfde is.”

“Er kan echter nog van alles gebeuren. Waakzaamheid blijft geboden. Bovendien is er een groot gevaar dat de PP gaat pogen om ondanks eigen verlies van stemmen en een grote overwinning van Podemos toch aan de macht te blijven, door het verkiezingsstelsel ‘op zijn Grieks’ aan te passen.”

“Op dit ogenblik heeft de PP met 44 procent van de stemmen een meerderheid aan zetels in het Spaanse parlement. De partij overweegt de kieswet te veranderen in Griekse richting. Net als in Griekenland zou door die wijziging de grootste partij een extra aantal zetels krijgen (3). De peilingen voorspellen weliswaar groot verlies voor de conservatieven, maar ze zou wel de grootste blijven en er eventueel dus in slagen om zo een meerderheid aan zetels te behouden in het nationale parlement of minstens de grootste parlementaire minderheid te vormen en zo een regeringscoalitie te vormen. Ze hebben voor deze wetswijziging niet eens steun nodig van de andere traditionele partij, de PSOE.”

“Het is fout om na wat is gebeurd in Griekenland te gaan denken dat een progressief antwoord onmogelijk is op de neoliberale consensus van de traditionele machten ten bate van de grote bedrijven. De geschiedenis leert ons iets heel anders. Niemand die beweert dat dat gemakkelijk zal zijn. Het zal zelfs zeer moeilijk zijn, maar dat het wel degelijk nog altijd kan is zeker. Er is ondertussen een nieuwe linkse internationale solidariteit aan het groeien in heel de EU. Podemos is zich daar van bewust en wil een inspiratie zijn voor anderen.”

“Podemos heeft echter nog veel werk om zich definitief te vestigen als nieuwe politieke kracht. Ons alternatief organisatiemodel vraagt tijd en energie. Een van de weinige kritieken die we volledig aanvaarden is dat we nog een fenomeen zijn van de steden en van verstedelijkt Spanje. Dat klopt. We zijn ontstaan uit politieke acties op universiteitscampussen. Aan de uitbouw van een basis in de kleine provinciale steden en op het platteland wordt nu hard gewerkt. Onze grote vijand is daar niet zozeer de oude gevestigde machten zelf, maar de onwetendheid van de bevolking over wat er gaande is. Alternatieve informatie bereikt hen nog niet. Wie ons dat verwijt, vergeet echter te vermelden dat wij nog maar goed twee jaar bestaan.”

In de Belgische media worden jullie steevast voorgesteld als een zootje ongeregeld dat ‘aartsconservatieve’ linkse praat verkoopt, alsof jullie van een tijdmachine uit het verleden komen. Dat is wat ondermeer uw Belgische collega Ivo Belet (CD&V) beweert.

“Ik ken alleen die twee groene Belgen, daar werken we goed mee samen tegen het TTIP (Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag). Maar wat je zegt verbaast me niet (lacht). Dat is een kopie van wat ook in de Spaanse media wordt verteld. Veel anders kunnen ze niet zeggen, natuurlijk. Het is gewoon een manier om het niet over de inhoud te hebben, over het alternatief. Erg slim is dat echter niet, zeker niet op lange termijn. Heel wat van die zogezegde ‘kritiek’ is er immers zo ver over dat het op zichzelf al ongeloofwaardig klinkt. Ze zouden het kunnen hebben over het gebrek aan politieke ervaring, waarmee we onze ideeën verdedigen. Dat doen ze liever niet, want dan moeten ze het hebben over de ideeën zelf, over de dingen waar we echt voor staan.”

“Ik zie wat dat betreft een fenomeen in zowat heel de EU. In Griekenland heeft Syriza 36 procent behaald in januari terwijl de Griekse media zowat integraal opriepen om zeker niet voor hen te stemmen. Wij staan waar we staan zonder enige positieve steun in de media. Dat wijst er op hoe laag het vertrouwen nog is in de massamedia. Ik ken België niet genoeg om te weten hoe dat hier is maar ik durf veronderstellen dat het gelijkaardig is. Dat betekent niet noodzakelijk dat de mensen daarom de weg vinden naar progressieve alternatieven zoals het onze. Daarom is het zo belangrijk om hier mee door te gaan en dit de mensen aan te bieden. Anders ligt de weg open voor de andere kant en in Spanje weten we al waar die voor staat.”

“Ik maak me geen illusies over wat we hier in het Europees Parlement kunnen bereiken. Wat we hier doen, doen we vooral als uithangbord naar de Spaanse kiezers. Ik vind Brussel alvast een zeer aangename stad, helemaal niet wat ik er in Spanje over dacht te weten. Er is hier een grote Belgische Spaanstalige gemeenschap, die ons dat andere Brussel leert kennen, ver weg van de steriele zeepbel hier in deze gebouwen (van het Europees Parlement). Hoewel ik me er enigszins aan had verwacht, blijf ik me verbazen hoezeer deze instellingen verworden zijn tot een gigantische ambassade voor de grote bedrijven en de neoliberale politieke krachten. Dat reclameding hierbuiten (4) is een groteske farce.”

“In ieder geval moet Podemos er van uit gaan dat het allergunstigste scenario in december (2015) hoogstens tot een coalitieregering zal leiden. De PSOE is de meest waarschijnlijke kandidaat, maar dat is zoals je me zegt een partij die gebeiteld zit in het overheidsapparaat. Zelfs als ze de kleinere kracht zouden zijn in een coalitie blijft dat dus een zeer riskante optie.”

“Ik denk echter dat het nog veel te prematuur is om hier verder over na te denken. Alles is nog mogelijk, zelfs een voortzetting van de huidige regering, zoals ik daarnet al uitlegde. Wij gaan ons de komende maanden concentreren op de uitbouw van Podemos overal in Spanje en mensen overtuigen van het alternatief dat wij vertegenwoordigen. Na de verkiezingen zien we wel. Afspraak met de Spaanse kiezer in december.”

Noten:

(1) Op 14 juli, de dag voor dit interview, heeft Grieks eerste minister Alexis Tsipras in een interview op openbare omroep ERT verklaard dat hij niet in dit akkoord gelooft, maar geen andere keuze zag tegenover de bedreigingen van de Eurogroep én dat hij de volledige persoonlijke verantwoordelijkheid neemt voor zijn handtekening onder het akkoord. De stemming in het Griekse parlement viel de nacht na dit interview.

(2) In 1974 viel in Griekenland het fascistisch regime van kolonel Papadopoulos. In 1978 kwam in Spanje een einde aan de dictatuur van Franco.

(3) De Griekse kieswetgeving geeft 50 zetels extra aan de grootste partij. Op die manier hebben PASOK en ND zichzelf telkens weer parlementaire meerderheden verzekerd, zonder een meerderheid van stemmen. Dat systeem garandeerde hen dus afwisselend een permanente regeringsdeelname. In januari 2015 wist Syriza met 36 procent van de stemmen voor het eerst dit machtsmonopolie te doorbreken. In Spanje blijft de PP – weliswaar met groot verlies – nog steeds de grootste partij van Spanje. De recentste peilingen geven de PP 26 procent van de stemmen, een verlies van 18 procent, waarmee de partij nog altijd de grootste blijft. De PSOE en Podemos strijden voor de tweede plaats met elk rond de 15 procent in de peilingen.

(4) We kijken van uit haar bureau op de esplanade tussen het Luxemburgplein en het Europees Parlement, waar op een grote boog slogans staan, die allerlei grootse idealen verheerlijken, zoals sociale rechtvaardigheid, de strijd tegen armoede en honger.

Dit artikel verscheen eerder op De Wereld Morgen: http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2015/07/17/lola-sanchez-podemos-een-progressief-alternatief-kan-wel-degelijk

 

Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.