Experiment van Syriza eindigt in debacle

Syriza
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het Griekse experiment van de regering-Syriza eindigt in een debacle, en misschien wel in de premature dood van Syriza zelf. De Trojka, trouw aan zichzelf en aan het Europa van het grote geld heeft besloten al zijn macht aan te wenden om Griekenland en Syriza te vernederen, te doen bloeden, langzaam dood te knijpen.

Zeker, de afhandeling van de crisis zorgt voor spanningen tussen de grootmachten, maar die fricties tussen Parijs en Berlijn gaan in wezen slechts over de vraag hoe groot de slachting moet zijn. Europa, dat zichzelf presenteert als het continent van het humanisme, de democratie en de mensenrechten, demonstreert vandaag op eigen bodem wat het al eeuwen buiten zijn grenzen aanricht: het is een machine die genadeloos volkeren onderwerpt, onderdrukt en uitbuit, in het belang van de grote financiële en industriële groepen.

Op de sociale media en ver daarbuiten is de verontwaardiging groot. Analisten zoals Marc Ostwald van ADM Investor Services schrijven dat de deal “oneindig slechter” is dan wat de Grieken in het referendum hebben verworpen, en “slechter dan het Verdrag van Versailles” uit 1919, dat de deur opzette voor Duits revanchisme en fascisme, en uiteindelijk voor de Tweede Wereldoorlog. Paul Krugman schrijft in The New York Times:

  “The Eurogroup list of demands is madness. The trending hashtag ThisIsACoup is exactly right. This goes beyond harsh into pure vindictiveness, complete destruction of national sovereignty, and no hope of relief. It is, presumably, meant to be an offer Greece can’t accept; but even so, it’s a grotesque betrayal of everything the European project was supposed to stand for.”

Le gouvernement de gauche (1981)

Er komt evenwel een moment dat we onze woede moeten overstijgen en lessen trekken uit de gebeurtenissen. Syriza vertegenwoordigt de belangrijkste ontwikkeling om in Europa een alternatief, progressief project in de steigers te zetten sinds 1981. Toen werd François Mitterrand de Franse president en vormde hij le gouvernement de gauche, na de verkiezingsoverwinning van socialisten en communisten old school. 1981, en nu, in 2015, een nieuwe poging: we krijgen niet elk jaar de kans om op het oude continent een hoopvol alternatief te zien groeien en bloeien.

Reden te over dus om stil te blijven staan bij het debacle. Was het onvermijdelijk? Of anders gezegd, valt er niks op de aanpak van Syriza aan te merken? In dat geval is de dominantie van het grootkapitaal een ijzeren natuurwet geworden, waarbij we ons maar kunnen neerleggen. Of zijn er fouten gemaakt door Syriza? Of nog meer: misschien zit er een systeemfout in Syriza’s project zelf, wat helpt te verklaren wat er zich vandaag voor onze ogen afspeelt? In dat geval kunnen we leren, lessen trekken, en beter doen. Laten we daarom de zaak eens goed bekijken, te beginnen met het vorige experiment, van begin jaren ‘80 van vorige eeuw, waar in zekere zin de wortels van Syriza zijn terug te vinden.

We weten hoe het met het presidentschap van François Mitterrand is vergaan. Na twee jaar decreteerde hij “le tournant de la rigueur”: een complete capitulatie voor the powers that be en het neoliberale offensief dat in die jaren door Reagan en Thatcher op gang werd getrokken. De architect van dat beleid, Jacques Delors, zou nadien in de Europese Commissie dat proces op Europees niveau voortzetten. Deze draai zorgde voor een versnelde transformatie van de internationale sociaal-democratie in zuiver neoliberale partijen, in Frankrijk en elders, onder leiding van Fabius, Blair, Kok, Schröder, etc.

In dat klimaat evolueerden ook de groene partijen, waarvan velen ontstonden op de rijke humus van basisacties en –bewegingen, tot (would-be) medebeheerders van de burgerlijke orde, met als verst doorgeschoten voorbeeld de Duitse Grüne. De Grünen en hun vice-kanselier Joschka Fischer waren in de rood-groene regering van Gerhard Schröder mee verantwoordelijk voor de invoering van de infame Hartz-wetten (2002-2005) die eerst Duitsland en dan Europa in een spiraal van sociale afbraak duwden. Het was ook Fischer die de Grünen in het oorlogskamp loodste dat in 1999 onder NAVO-bevel massale bombardementen boven Servië uitvoerde.

Een radicaal reformisme wordt geboren

De les die uit die ontwikkelingen moest worden getrokken was simpel: wie écht een progressief alternatief in de praktijk wil brengen, keert zijn rug naar het (sociaaldemocratisch en ecologisch) reformisme. Die les is de afgelopen jaren ook getrokken en in de praktijk gebracht, vooral in Zuid-Europa (ik beperkt me nu tot het oude continent). Er zijn bewegingen/partijen ontstaan en politieke hergroeperingen gebeurd die de sociaaldemocratie rechts laten liggen en aan een radicaal, consequent reformisme zijn beginnen te werken, met als belangrijkste kenmerken, op organisatorisch vlak, een eerder losse, heterocliete structuur en samenstelling, en vooral gefocust op electorale successen om krachtsverhoudingen te wijzigen. Schoolvoorbeelden zijn natuurlijk Podemos, Syriza en Front de Gauche.

Na enkele decennia met lange politieke winters hoopten we allemaal dat Syriza dat alternatief zou vormgeven. Vandaag volgt de ontnuchtering. Verontwaardiging en woede over de coup van de EU en sympathiebetuigingen met het kleine Griekenland en zijn moedige bevolking dat in het referendum een middenvinger naar de Europese geldmuur opstak zenden schokgolven door de sociale media. Maar stoom aflaten helpt ons niet echt vooruit. Evenmin zijn we gebaat met illusies over de strategie van Syriza. Het is op termijn demoraliserend: als Syriza met een feilloze strategie tegen de Europese geldmuur te pletter smakt, waarom zouden we dan nog überhaupt proberen om aan een betere wereld te werken? Moeten we ons dan niet neerleggen bij de heersende orde? Om vooruitgang te kunnen boeken moeten we dus koel analyseren wat er schortte; wat de verpletterende nederlaag van Syriza en het Griekse volk aan lessen inhoudt (al is het best mogelijk dat de extreem harde opstelling van Merkel en co, die de Grieken een protectoraat wilden opleggen, in de EU tot fricties leidt en dit Europa secundaire politieke schade doet oplopen).

Electoralisme, links-populisme

Hier is mijn voorlopige input: om het Europa van het kapitaal te slopen is meer nodig dan een los conglomeraat van politieke fracties, aan de macht gekomen zonder veel zelforganisatie van onderuit, zonder echte massamobilisaties, en vooral, zonder een programma dat de fundamenten van het Europa van de euro en deze Europese Unie in vraag stelt. Het Griekse volk was (en is vooralsnog) niet bereid om de sprong uit de eurozone te wagen en Syriza is op basis van dat pro-euro-standpunt verkozen – wat natuurlijk zijn onderhandelingspositie met Brussel van bij het begin fataal verzwakte. (De stelling dat het “neen” in het referendum een neen tegen de euro impliceerde, is te kort door de bocht, ook al klopt het dat in de praktijk een breuk met de euro in het verlengde ligt van een neen tegen de Europese spelregels)   Om een metafoor te gebruiken: het links-populistische discours van Tsipras en co kwam erop neer dat de Griekse regering ongewapend de oorlog verklaarde aan de Trojka. Want de Griekse premier zou, louter op basis van zijn democratisch mandaat van de Griekse kiezer, de spelregels in Europa veranderen, maar zonder echt drukkingsmiddel in de handen.

Forbes, een van de spreekbuizen van het mondiale kapitalisme, stelde daarom al kort na Syriza’s verkiezingsoverwinning nuchter vast wat de gevolgen zouden zijn als de Griekse premier zou vasthouden aan zijn politieke lijn. En dat Tsipras de afgelopen week de indruk wekte aan die lijn vast te houden, gesterkt door de grote overwinning van het ‘neen’ in het referendum, is duidelijk:

 “Mr. Tsipras has said that he wants to stay in the euro zone, but if the troika refuses to continue sending money his way, then he is likely to have no choice but to suspend Greek banks’ convertibility into euros, default on Greek debt payments (more than three-quarters of which are owed to the troika), leave the euro zone to finance his deficits by printing a new domestic currency, and re-denominate bank deposits, loans and contractual wages into that new domestic currency (otherwise, mass insolvencies of borrowers, employers, and banks would result, as euro-denominated obligations will be much harder to fulfill). And if Greek depositors become sufficiently uneasy, Mr. Tsipras may not even have the chance to climb down from his pre-election rhetoric, even in the unlikely event that he comes to his senses; after all, once a run on the banks occurs, Greece could be forced out of the euro within a matter of hours rather than months. Thus, the likely consequences for Greece of Sunday’s election are a chaotic future of bank runs, devaluation, capital flight, and even more worrying, new radical leftist policies to respond to the economic collapse produced by the crisis (e.g., huge expansions of government spending, and nationalizations).” (“What Tsipras’s Victory Means For Greece And EU”, 26/1/2015 – de columnist van Forbes “vergat” een ander waarschijnlijk gevolg van de Europese overval op Griekenland te vermelden, want dat botst op de mythe van het ’democratische, humanistische Europa’: een versterking van de fascistische tendensen in Griekenland en elders in Europa)

Een overwinning die een nederlaag was

De grote overwinning van het “neen” in het referendum zorgde dus niet voor een versterking van de positie van Athene, maar voor meer irritatie, wantrouwen en verbetenheid vanwege Brussel om Tsipras een lesje te leren. Een Tsipras die geen hefbomen in handen had om wat dan ook af te dwingen. Juncker zei het vanochtend nog op zijn persconferentie: “ik zei voor het referendum dat de toestand na het referendum slechter zou zijn dan ervoor, en dat is ook het geval”. Ondertussen bleven sinds de verkiezingsoverwinning van Syriza, zes maand geleden, de volksmobilisaties erg beperkt (met uitzondering van de periode voor en na het referendum), daarbij aangemoedigd door de Griekse leiders, die voortdurend verklaarden dat een akkoord nakend was, en niet zomaar een akkoord, maar een akkoord dat aan de Griekse eisen tegemoet zou komen.

Het was populistische retoriek, volledig in electoralistische lijn van Syriza: de verkiezingsuitslag (en de referendumuitslag) zou op zichzelf de partij de nodige macht geven om een alternatief af te dwingen. (De uitspraken van Tsipras, Varoufakis en andere leiders van Syriza dat na de verkiezingen een nieuwe toekomst voor het land zomaar voor het grijpen lag, zijn niet te tellen. Het Griekse volk wachtte dus af, vertrouwen als het had in de aanpak van Tsipras en co.)

De enige keer dat de Grieken hun stem werd gevraagd was in het referendum, en ze lieten daar dan ook hun mening luid horen. Het was, om dicht bij de metafoor te blijven, een oorlogskreet aan het adres van Brussel, maar dat was niet van die aard om de tot de tanden bewapende Europese machten mild te stemmen. Louis Michel, vader van, zei het vanochtend nog op RTBF-radio, in La Première: Tsipras had “de democratie misbruikt” door het referendum te organiseren. In de newspeak van Brussel: het referendum deed het vertrouwen in de Griekse regering geen goed.

Gevolg: Tsipras werd de duimschroeven nog wat vaster aangedraaid. Het catastrofale resultaat voor Syriza, het Griekse volk en Europees links ontrolt zich nu voor onze ogen: Syriza wordt voor het blok gezet: het neoliberale beleid voortzetten, maar dan in verhevigde mate, als een soort van onderaannemer van Brussel waarbij Griekenland onder verscherpte voogdij komt te staan, of onvoorbereid uit de eurozone geduwd worden, met chaos, verarming, implosie van de Griekse economie en desintegratie van Syriza tot gevolg.

Het radicaal reformisme overstijgen

Er dringt zich een conclusie op: om vandaag, in dit Europa van bankiers en grootindustriëlen, vooruitgang te boeken volstaat radicaal reformisme niet (meer). Er is een revolutionair perspectief gedragen door een antikapitalistische partij nodig, die steunt op de mobilisaties en zelforganisatie van onderuit. We moeten weg van anarchistische en postmarxistische schema’s à la Ernesto Laclau, die een inspiratiebron voor Syriza en Podemos is, en predikte over een democratische “transgressie” – in feite dure woorden voor een op verkiezingen gefocuste strategie die de klassenstrijd als motor van de geschiedenis opzij schuift en een populistisch geloof belijdt in de kracht van “het volk”, wat dat ook moge betekenen.

We moeten herbronnen en terug aanknopen bij de tradities van het democratisch socialisme, de lessen van het failliet van het stalinisme incorporeren en het ecologische vraagstuk omarmen als een existentiële kwestie. (Om met Naomi Klein te spreken: het kapitalisme is in oorlog is met het klimaat en zal uiteindelijk, als we de kapitalistische groeidynamiek niet breken, de aarde en de mensheid naar het leven staan)

Akkoord, vandaag is de tijd voor zo’n revolutionair perspectief nog niet rijp. Maar de kiemen van verzet, de eerste bouwstenen ervoor zijn er. Het is zaak daarover een open discussie te voeren, daaraan te werken, zodat de ontgoochelingen van vandaag wordt omgezet in een positief project, en niet in cynisme en politieke lethargie. Het is bijvoorbeeld essentieel dat een partij als de PVDA, die zich de zusterpartij van Syriza noemt/noemde, een ernstige balans opmaakt van het mislukte Griekse experiment en er lessen uittrekt, opdat de partij niet in reformistisch vaarwater terechtkomt, maar evenmin terugplooit in een steriele positie zoals de stalinistische Griekse KKE die inneemt.

Pogingen om een open debat daarover af te blokken door Syriza boven elke discussie te stellen, zoals een Jan Blommaert bijvoorbeeld deed, zijn contraproductief en demoraliserend (zie bvb. zijn bijdrage in DeWereldMorgen.be van 10 juli, ‘Een Griekse capitulatie?’ [1], waarin hij Syriza afschermt van een nuchtere analyse, met zinnen staan als “de logica van de austeriteit wordt gebroken”, “er komt een enorme tax-shift die erop neerkomt dat de austeriteit ook naar de rijken wordt uitgebreid” of “het gewicht van de toegevingen in dit compromis ligt in overweldigende mate op de schouders van de geldschieters” – zie voor een kritiek op Blommaerts bijdrage, het artikel van Herman Michiel [2]).

En dat schrijf ik met alle sympathie voor Syriza, dat daadwerkelijk heeft geprobeerd om heel eerlijk een radicaal-reformistisch project in de praktijk te brengen, en met diepe verachting voor de Europese sociaaldemocratie die als onderaannemer van de Europese geldmachten overuren werkte en blijft werken om de hoop die Syriza vertegenwoordigde de kop in te slaan.

Noten

[1] http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2015/07/10/een-griekse-capitulatie

[2] “Griekse capitulatie ? Reactie op het standpunt van Jan Blommaert, door Herman Michiel, 11 juli 2015”, zie: http://www.andereuropa.org/griekse-capitulatie-reactie-op-het-standpunt-van-jan-blommaert/

Dit artikel verscheen eerder in De Wereld Morgen: http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2015/07/13/griekenland-eerste-lessen-voor-europees-links-uit-het-debacle