Bolivia en Ecuador tonen Griekenland dat verzet tegen het IMF loont

Tsipras
Facebooktwittergoogle_plusmail

President Evo Morales van Bolivia (http://www.agenciabrasil.gov.br) Griekenland staat niet alleen in zijn verzet tegen IMF-dictaten. De Lagardes van deze wereld probeerden ooit ook hun wil op te leggen in Latijns-Amerikaanse landen. In onder meer Bolivia en Ecuador vingen zij bot. De Europese linkerzijde kan daar inspiratie en kracht uitputten, zeker na de duidelijke NEE-stem van de Grieken.

Reeds op de dag zelf van zijn eedaflegging toonde Alexis Tsipras zich een ander politicus dan Griekenland tot dan gewoon was. Hij legde bloemen neer op een monument van de gesneuvelden van het verzet tegen de Duitse nazi’s (foto Kabinet Eerste Minister).

Het economische ‘wonder’ van Bolivia

Op 9 juli 1985 stapt een jonge VS-econoom en Harvard-professor in La Paz uit het vliegtuig. Deze Amerikaan wilde met eigen ogen de economische crisis en de hyperinflatie in Bolivia bestuderen. Zijn naam was Jeffrey Sachs en Bolivia zou zijn eerste ‘patiënt’ worden. Hij was naar het land uitgenodigd door David Blanco, een voormalig student van hem die in de jaren zeventig nog minister van Financiën in Bolivia was geweest. 

Succesvol econoom Sachs baseerde zich deels op de shocktherapie-ideeën van Nobelprijswinnaar Milton Friedman en de Washington-consensus van zijn Chicago-boys, die tijdens de Chileense dictatuur van generaal Augusto Pinochet hun theorieën al ongehinderd hadden kunnen toepassen, en deels op het werk van de Britse econoom John Maynard Keynes, die aan de overheid een belangrijke rol toebedeelde in het economische leven. 

In zijn boek The end of poverty wijdt Sachs, nu VN-adviseur die een belangrijke rol speelde in het vaststellen van de VN-Millenniumdoelstellingen, een hoofdstuk aan de manier waarop hij de hyperinflatie van het Andesland Bolivia wist te bestrijden. Hij fluisterde toen de pas verkozen president Víctor Paz Estenssoro een shocktherapie in het oor en het ‘het wonder van Bolivia’ geschiedde. 

Met behulp van  minister voor economische planning Gonzalo Sánchez de Lozada, ook een Chicago-boy die achteraf president zou worden, ramde Paz Estenssoro het draconische decreet 21060 door de strot van de Boliviaanse bevolking. In de traditionele economische literatuur wordt de interventie van Sachs als een ongelooflijk succesverhaal van de vrije markt beschouwd, maar de sociale ravage was enorm. 

De steenrijke Sánchez de Lozada werd in de jaren 1990 president en volgde het evangelie van de Washington-consensus op de voet. Tijdens zijn eerste regeerperiode werden alle staatsbedrijven in het uitstalraam geplaatst en voor weinig geld geprivatiseerd. Sánchez de Lozada noemde het eufemistisch ‘gekapitaliseerd’. 

Het spectaculairste voorbeeld van de straatreacties op deze privatiseringen was la guerra del agua (de oorlog om het water) die in 2000 in de stad Cochabamba werd uitgevochten en die onder meer via de Spaanse film Tambien la lluvia ook bekend werd in Europa. Deze wateroorlog was tevens een mooi voorbeeld van de solidariteit tussen organisaties en sociale bewegingen van het Zuiden en het Noorden. 

Wereldbekende figuren zoals de Indiase schrijfster Vandana Shiva en Danielle Mitterrand, weduwe van François Mitterrand, trokken naar Cochabamba en ondertekenden de ‘verklaring van Cochabamba’. In 2001 arriveerde Ignacio Ramonet van ATTAC – toen nog hoofdredacteur van het gerenommeerde maandblad Le Monde diplomatique – in Santa Cruz de la Sierra, waar overgegaan werd tot de stichting van een ATTAC-Bolivia. 

Sindsdien kunnen de Bolivianen ook een Spaanse versie van Le Monde diplomatique lezen. ‘In de wereld wist men Bolivia niet eens liggen, maar Cochabamaba en de wateroorlog was hun wel bekend geworden,’ zei woordvoerder Oscar Olivera. ‘Onze strijd heeft aangetoond dat een goed georganiseerde bevolking multinationals kan verslaan.’ Het is niet toevallig dat Pablo Iglesias en andere Spaanse intellectuelen die achteraf Podemos zouden oprichten, met veel aandacht gevolgd hebben wat er in die periode in Bolivia is gebeurd.

In 2002 kwam Sánchez de Lozada – hij werd door de Bolivianen een gringo genoemd, omdat hij slecht Spaans sprak met een zwaar Amerikaans accent – opnieuw aan de macht, maar dat is hem zuur opgebroken, want hij had zonder de waard gerekend die toen al Evo Morales heette. 

Amper een jaar later kwamen de verbolgen Bolivianen op straat en dan moet je opletten, want dit volk heeft een strijdtraditie van jaren. Tijdens de ‘zwarte woensdag’ van oktober 2003 vielen meer dan zestig doden. Sánchez de Lozada vluchtte hals over kop naar de VS. 

Wat ging er vooraf aan de opstand in Bolivia?

MoralesHet IMF wilde aan de regering van Sánchez de Lozada alleen een lening toestaan, indien Bolivia zijn begrotingstekort zou terugbrengen tot 5,5 procent van het BBP. Dat betekende 8 miljard euro besparen om van een tekort van 8,6 procent terug te vallen op 5,5 procent. Om het IMF en belangrijke donoren als Zweden, Duitsland en Denemarken tevreden te stellen, ging Sánchez de Lozada over tot een unfaire directe belastingmaatregel die vooral op de schouders van de zwaksten drukte. 

Sánchez de Lozada kreeg hiervoor de bloedige rekening gepresenteerd. De centen voor deze loodzare inlevering moesten, ook nu weer, exclusief opgehoest worden door de gewone Bolivianen. Tussen 1985 en 2005 betaalde Bolivia 5,4 miljard dollar aan zijn schuldeisers, wat neerkwam op 270 miljoen dollar per jaar. 

Er waren tijdens die zwarte woensdag ook IMF-mandatarissen in La Paz aanwezig. Toen het straatgeweld toenam, verlieten zij gauw het vijfsterrenhotel Plaza en vluchtten het land uit. De volgende dag maakte het IMF bekend dat zij ‘de tragische gebeurtenissen in Bolivia betreurden’, maar dat de internationale instantie bereid bleef verder te onderhandelen met de Boliviaanse regering. 

Hun onschuldige handen hadden alleen maar het recept aangereikt dat door anderen moest worden toegediend. Geen vuiltje aan de lucht dus … totdat WikiLeaks uitpakte met enkele geheime documenten van de Amerikaanse ambassade die in 2006, net na de overwinning van Evo Morales, naar Washington werden gestuurd. 

“De neoliberale politiek heeft voeding gegeven aan de groeiende politieke afkeer van de Boliviaanse arme bevolking, die tot een sociale revolutie heeft geleid”, stond er in een van die berichten. De Washington-consensus heeft dus in Bolivia als een boemerang gewerkt en L’histoire se répète, nu in Griekenland.

In die dramatische jaren trad een zekere Evo Morales op de voorgrond. Deze jonge inheemse  vakbondsleider was het product van nieuwe sociale bewegingen (inheemsen, coca-kwekers, milieu- en vrouwenbewegingen), die van onderuit en tegen de traditionele partijen in de staatsmacht wisten te veroveren. Eind 2005 werd hij met 53 procent van de stemmen tot president verkozen en in 2014 voor de derde keer met 63 procent.

Op dit ogenblik is zeker nog niet alles rozengeur en maneschijn in Bolivia [1], maar de laatste tien jaar is het land er economisch heel wat beter op geworden. Dat lees je ook in onverdachte bronnen. In de New York Times verscheen een lovend artikel over het macro-economisch beleid van Evo Morales dat als ‘voorzichtig’ werd bestempeld, ook La Nación, het dagblad van de Argentijnse oligarchie, titelde ‘Bolivia geeft de toon aan’. Het programma Money van CNN schonk een gouden medaille aan Bolivia, dat fel verbeterd is sinds 2005. 

Zelfs het IMF, zich ogenschijnlijk van geen eigen kwaad bewust, feliciteerde in 2010 Bolivia voor de economische groei van 6,1 procent, een van de hoogste in Latijns-Amerika. Dat Bolivia dat succes behaalt met een beleid dat haaks staat op de economische recepten die het IMF vorige regeringen heeft aangepraat, is blijkbaar een onbelangrijk detail voor deze wereldorganisatie.

De Economische Commissie voor Latijns Amerika en de Caraïben CEPAL berekende dat de Boliviaanse economie in 2011 met 5,3 procent groeide, wat boven het gemiddelde van heel Latijns-Amerika ligt. Bolivia heeft daarmee de lijn gevolgd die Argentinië en Brazilië eerder insloegen. 

Die landen betaalden hun schulden aan het IMF vervroegd terug, waardoor de instelling geen mogelijkheden meer heeft om in Buenos Aires en Brasilia zijn visie op het economisch beleid af te dwingen. Ook Ecuador onder president Rafael Correa kon zich op een heel slimme manier van een groot deel van zijn schuldenlast ontdoen. Bolivia wil dezelfde weg volgen.

Het tweede voorbeeld: Ecuador

Correa

Wat kunnen we in Europa nu leren van die recente ontwikkelingen in Latijns-Amerika? De Ecuadoraanse president Rafael Correa gaf hierover in 2013 een conferentie aan de Parijse Sorbonne [2]. Zijn vrouw is een Belgische en Correa is daarom regelmatig privé in België en Frankrijk. 

In Parijs had Correa, zelf econoom van opleiding, een niet onbelangrijke boodschap voor zijn Europese collega’s over hun beleid in verband met de schuldencrisis onder de titel ‘Door schulden geplaagd Europa herhaalt onze fouten’. Eerst beschrijft Correa in algemene bewoordingen wat zich op zijn continent heeft voorgedaan: 

“De diepe budgettaire crises en buitenlandse schuld, veroorzaakt door de financiële transfer van Latijns-Amerika naar zijn schuldeisers, heeft een aantal landen van de regio, op instigatie van het IMF, verplicht een intentieverklaring te ondertekenen. Die dwingende akkoorden maakten het mogelijk om nieuwe leningen te verkrijgen, alsook een onderpand bij de onderhandelingen over de bilaterale schulden met de schuldeisende landen, bijeengekomen in het kader van de club van Parijs.” 

“De structurele aanpassings- en stabilisatieprogramma’s hebben de klassieke recepten van altijd opgelegd: budgettaire strengheid, verhoging van de prijzen voor publieke diensten, privatisering, et cetera. Even zoveel maatregelen die niet bedoeld waren om zo vlug mogelijk uit de crisis te geraken, noch om de werkgelegenheid aan te zwengelen, maar om de terugbetaling van de uitstaande schulden bij privé-banken te garanderen.” 

“Per slot van rekening bleven de betrokken landen met hun schulden zitten, niet meer bij privé-banken, maar bij internationale financiële organisaties, die de belangen van de banken beschermen. De beschrijving van de crisis die Ecuador heeft doorgemaakt zal waarschijnlijk bekend zijn aan heel wat Europeanen.” 

Minder bekend misschien is dat Rafaël Correa en zijn regering steun hebben gekregen van de organisatie KODEWES/CADTM (Comité voor de Afschaffing van de Derde Wereld Schuld) waarvan de Belgische historicus en politicoloog Eric Toussaint een van de stichtende leden is. Dit is dus dezelfde Eric Toussaint die voor het ogenblik meewerkt aan de Griekse waarheidscommissie over de schuld in Athene [3]. 

Toussaint nam in Ecuador deel aan een commissie over de overheidsschuld (Comisión para la Auditoria Integral de la Deuda Pública – CAIC), gecreëerd door Rafaël Correa, die vanaf 2007 Ecuadoraans president was. Hij gaf ook advies voor de oprichting van een Banco del Sur (Bank van het Zuiden). 

Toussaint is trouwens niet de enige Belg die goede contacten heeft met Ecuador. Ook François Houtart, oprichter van het Centre Tricontinental in Louvain-la-Neuve werkte achter de schermen aan ‘buen vivir’(het goede leven), één van de sleutelbegrippen in de nieuwe Ecuadoraanse grondwet.

Ook Michel Bauwens, stichter van de p2p movement, is een graag geziene gast in Ecuador. Hij maakte deel uit van de Ecuador FLOK society (Free, Libre, Open Knowledge) project, dat begin 2015 geleid heeft tot een uitvoerig rapport Commons transitions Policy Proposals for an Open Knowledge Society

In zijn lezing aan de Sorbonne  analyseerde Rafael Correa als linkse latino en econoom wat er in Europa staat te gebeuren. “De Europese Unie lijdt nu onder een schuldenlast, veroorzaakt en uitgediept door neoliberaal fundamentalisme. Met respect voor de soevereiniteit en onafhankelijkheid van alle regio’s ter wereld, zijn wij toch verrast te moeten constateren dat Europa, eens zo verlicht, op alle punten dezelfde fouten herhaalt die Latijns-Amerika in een recent verleden heeft gemaakt.” 

“De Europese banken hebben aan Griekenland geleend en beweren dat zij niet gemerkt hebben dat het budgettair deficit drie keer groter was dan wat de staat beweerde. Hier stelt zich opnieuw het probleem van de overborrowing, maar men vergeet de keerzijde ervan, de overlending te vermelden. Het is alsof het financieel kapitaal nooit aansprakelijk kan worden gesteld.”

Rafaël Correa laat in zijn slotconclusie nogmaals de linkse stem van een deel van Latijns-Amerika doorklinken: “U beschikt over alles: menselijk talent, productiemiddelen en technologie. Ik denk dat men hieruit enkele belangrijke conclusies kan trekken. Het gaat om een probleem van sociale coördinatie, van een economische politiek van de vraag.”

“Ook de machtsverhoudingen binnen uw landen en op internationaal niveau zijn voordelig voor het kapitaal en dat is de reden waarom de economische politiek die toegepast wordt tegengesteld is aan wat sociaal wenselijk is. Murw geslagen door de zogenaamd economische wetenschap en door de internationale bureaucraten, gelooft een aantal burgers dat er geen alternatief is. Zij vergissen zich.”

Griekenland vond inspiratie in Bolivia en Ecuador

De boodschap van Rafaël Correa is niet op een koude steen gevallen. Tsipras, Varoufakis en een overdonderende meerderheid van de Grieken hebben zondag, ondanks alle bedreigingen, de druk van de media en de chantage van de schuldeisers NEEN gezegd tegen een hardvochtig Europa dat in de pas loopt van de trojka, waarin vooral het IMF, meer nog dan de Europese commissie en de Europese Centrale Bank de lakens uitdeelt. 

Griekenland toont op haar beurt hoe de Lagardes van deze wereld op een democratische manier moeten worden gecounterd. Zij gebruikten daarvoor het niet ongevaarlijke wapen van het referendum, dat ook al zo vaak in Latijns-Amerika werd gebruikt door Hugo Chávez, Evo Morales en Rafaël Correa, die telkens versterkt uit die democratische testcases kwamen. 

Het is natuurlijk een niet ongevaarlijk procédé omdat politici daardoor hun politiek lot in handen leggen van de bevolking. Machtscenakels van het technocratische IMF-type zijn als de dood voor volksraadplegingen. Lagarde deed het ongetwijfeld in haar broek, maar ook machtspolitici zijn zeer koele minnaars van referenda. Zij zweren bij de relatieve veiligheid van de representatieve democratie. 

Om de burgers meer mogelijkheden te geven dan alleen maar om de vijf jaar een stem uit te brengen is het goed dat Groen-parlementslid Wouter Van Besien recent een voorstel tot gewestelijke volksraadplegingen heeft ingediend. Bewegingen van onderuit in kaart brengen, dat is een van de kerntaken van een werkelijke participatieve democratie. 

Vandaag wijzen de Grieken het IMF-dictaat af. Zij gaan met deze afwijzing terug naar de ‘polis’ [4], naar de bakermat van de democratie. Zij zijn, zoals Rafaël Correa zei, niet murw geslagen door de zogenaamd economische wetenschap en door de internationale bureaucraten. Zij, als ervaringsdeskundigen, weten wat crisis betekent. 

De Grieken zijn nu de latino’s van Europa geworden. Who is next?

Noten:

[1] Zie Pijnen van een pachakuti: het Bolivariaanse Experiment van Evo Morales.

[2] Zie Waarschuwing president Ecuador: “Door schulden geplaagd Europa herhaalt onze fouten” en hier.

[3] Zie Onhoudbare leningen aan Grieken opgelegd alleen om Duitse en Franse banken te redden en Aan alle eerlijke journalisten die de publieke opinie echt willen informeren. http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2015/06/16/onhoudbare-leningen-aan-grieken-opgelegd-alleen-om-duitse-en-franse-banken-te-redden

[4] Het Griekse woord ‘polis’ slaat op de gemeenschap van de stad, het dorp en de omgeving er rond. Daarvan zijn de woorden ‘politiek’ en ‘politie’ afgeleid.

Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.