Een linkse sociaaldemocratie mag niet in de EU

Facebooktwittergoogle_plusmail

De ECB,de Europese Raad zowel van de ministers van financiën als van de staatsleiders, de Eurogroep en het IMF spelen het geweldig hard tegen het Griekenland van Syriza. Het gaat ‘m eigenlijk helemaal niet om de centen, maar wel om het soort economische politiek dat moet worden gevoerd. Het antwoord van Griekenland zal neo-liberaal zijn of zal niet zijn, dat is wat Dijsselbloem, Draghi, Schäuble en Lagarde als beleidslijn hebben. Aangezien de Griekse coalitieregering Syriza-Anel in hun ogen onvoldoende de neoliberale kaart trekt, worden de achtereenvolgende voorstellen van Griekenland weggewuifd. Intussen is er al een hele tijd een geweldige propagandamachine aan het draaien die ‘de’ Grieken afschildert als fraudeurs, profiteurs, als onbetrouwbare en incompetente prutsers.

 

Onze EU-leiders stellen hun eigen doctrinaire oekazes ver boven de (linkse) wil van de kiezers in een lidstaat. Het toont aan hoe diep het neoliberalisme is geworteld in de verschillende structuren van de Europese Unie. De eurogroep ziet voor zichzelf de rol weggelegd van absolute bewaker van de neoliberale orthodoxie. Dat dit alles vloekt met de democratische keuze die de Griekse bevolking heeft gemaakt, is wel duidelijk.

Commentaren als ‘het einde van de speeltijd is aangebroken’ spreken boekdelen over het hautaine superioriteitsgevoel van heel wat functionarissen, politieke leiders en gezagsdragers. Het lijkt me dat er zich de laatste weken een bijkomende lijn is beginnen te ontwikkelen: een die op ‘regime change’ in Griekenland uit is. De troïka wil helemaal geen akkoord met de regering Tsipras, zo lijk het wel, ze is er op uit de linkse regering echt tegen de muur te krijgen in functie van een machtswissel. Je voelt het ook aan de toon van de artikels die beschrijven hoe de linkerzijde van Syriza van mening is dat premier Tsipras te veel toegevingen doet; of hoe men naar de pro-EU-betogingen in Athene kijkt. Tegelijkertijd zien we  het lobbywerk van ex-premier Samaras bij de EU-instellingen, zijn aanbod om een grotecoalitieregering te maken, etc.

De houding tegenover Tsipras en zijn ministers is er vooral een die scherp ingaat tegen een links-sociaaldemocratisch beleid. Want zo zou je de politieke lijn van Syriza wel kunnen noemen. Het gaat bij Tsipras niet om een politiek programma dat een breuk wil zijn met het kapitalistisch systeem, het gaat om een programma dat de besparingen wil stoppen. – In Griekenland blijft de klassiek communistische partij, KKE, hameren op fundamentele systeemverandering in plaats van het te willen inkapselen met sociale afspraken, regels en wetten. Hoewel ze er in slaagt heel wat grote betogingen op te zetten, lijken de KKE en haar vakbond PAME toch sterk geïsoleerd in het Griekse politieke landschap. – De markante voortrekkersrol in deze Europese aanval tegen een linkse partij komt van de klassieke sociaal- en christendemocraten: Dijsselbloem van de Nederlandse PvdA, het duo Schäuble-Merkel van de christendemocraten, maar ook Juncker van de christendemocraten of Hollande van de Franse PS.  Om het met een cliché te zeggen: de sociaal- of christendemocratie is niet sociaal en niet democratisch. Het werd al meermaals geschreven, het gaat ‘m ook niet echt om Griekenland. Het draait ‘m om het fnuiken van een linkse (regerings)partij opdat ze geen ‘voorbeeld’ zou kunnen vormen voor de kiezers van gelijkaardige linkse partijen in andere, grotere landen: in de eerste plaats Spanje met Podemos. Het helpt niet om een linkse partij aan de macht te brengen, zo gaat de boodschap, want er is geen andere weg dan die van de strikte uitvoering van de opgelegde besparingen.

Het komt er dus op neer dat een links-sociaaldemocratisch beleid in een lidstaat niet wordt getolereerd door de EU, en dat een regering van een lidstaat bijgevolg ook niet anders kan dan de main-stream-neoliberale politiek te volgen. Op straffe van stopzetting van de mogelijkheid tot lenen, durf ik te schrijven op straffe van uithongering? Dit neoliberalisme staat gebeiteld in het EU-verdrag van Lissabon, maar het zit eveneens totaal ingebakken in de analyses, beleidslijnen en praktijk van de nationale leiders in elke lidstaat, van welke strekking die ook mogen wezen: christendemocraat, sociaaldemocraat, liberaal, conservatief, nationalistisch.

Er zijn wellicht heel wat verschillende antwoorden mogelijk op bovenstaande problematiek. Een ervan zou kunnen zijn dat links overal volop kiest om uit de Unie te treden. Het zou zich dan in gezelschap bevinden van uiterst nationalistische en rechtse groepen en partijen om een eiland te bouwen in een oceaan van neoliberalisme.  Een andere strategie zou er kunnen in bestaan om precies uit de nationale benadering te stappen en een echt internationaal links perspectief, links van de sociaaldemocratie, proberen gestalte te geven; om een gemeenschappelijke, Europese, linkse politieke stroming uit te bouwen die de ideologie van ‘there is no alternative’ onderuit haalt en een groot machtsblok vormt tegenover de 1%, grootkapitaal en financiële spelers.