Erdogan gefrustreerd over Koerdische opmars in Rojava

ypg tel abyad
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het Volksdefensieleger YPG, de militaire vleugel van de PYD (Syrisch-Koerdische zusterpartij van de PKK) is er na een succesvol offensief tegen de Islamitische Staat in geslaagd om twee Koerdische districten in Syrië (Kobani en Jezira) met elkaar te verbinden (foto is afkomstig van een reeks gepubliceerd op de site van YPG)

De YPG en een geallieerde Arabische militie hebben nu de controle over de grensplaats Tel Ayad (Girê Spî in het Koerdisch)

Dat is om verschillende redenen belangrijk. Ten eerste kan er zo eindelijk werk gemaakt worden van de heropbouw van Kobani dat bevoorradingsproblemen had als gevolg van (politiek gemotiveerde) strikte Turkse grenscontroles en -beperkingen. Goederen kunnen nu via Jezira dat een grens deelt met Irak naar Kobani worden vervoerd. Ten tweede is de Islamitische Staat een belangrijke bevoorradingsroute kwijt voor goederen en strijders tussen ‘hun’ hoofdstad Raqqa en het Turkse Akçakale. Vele Syriëstrijders gebruikten de grensovergang om aan te sluiten bij de Islamitische Staat. De grensovergang had ook een economische betekenis voor de Islamitische Staat. Tenslotte betekent de val van Tel Abyad dat de weg openligt voor stevig noordelijk front met een mogelijk offensief tegen IS in het enkele tientallen kilometers verder gelegen Raqqa.

Turkse strategische motieven

Er zijn talrijke aanwijzingen dat de Turkse staat sinds het begin van de Syrische burgeroorlog een open grensbeleid voert en zelfs actieve steun verleent aan radicaal islamistische strijders, met inbegrip van de Islamitische Staat. De AKP-regering heeft altijd geopteerd voor een dubbel strategisch objectief: de val van het regime in Damascus en het tegengaan van een Koerdische autonome of onafhankelijke entiteit in het noorden van Syrië onder het bestuur van een aan de PKK verwante partij die in Turkije (maar ook in Europa en de VS) als een ‘terroristische’ partij bestempeld wordt. De PKK handhaaft nochtans al twee jaar een wapenstilstand en heeft bij monde van de gevangen gehouden leider Abdullah Öcalan meerdere oproepen gelanceerd voor een politieke dialoog gebaseerd op de erkenning van de Koerdische rechten binnen Turkije. In de aanloop naar de verkiezingen sloot Erdogan evenwel de deuren door boudweg te stellen dat Turkije ‘nooit een Koerdisch probleem’ heeft gekend.

Erdogan bezorgd over verlies Tel Abyad

De Turkse president Erdogan uitte enkele dagen terug zijn bezorgdheid over de opmars van PYD/YPG in Noord-Syrië en maakte zich boos over het feit dat ‘het Westen’ Arabieren en Turkmenen bombardeert. Erdogan, die zich nooit eerder zorgen leek te maken over de aanwezigheid van de Islamitische Staat aan de Turkse grens, lijkt met zijn jongste uitspraken openlijk de Islamitische Staat te verkiezen boven een Koerdische militante groepering, ook al werkte die voor de verovering van het grensstadje Tel Abyad samen met Syrisch-Arabische rebellen.

Er is niets verrassends aan de AKP-houding m.b.t. Rojava. Vorig najaar kondigde Erdogan voorbarig de “nakende val van Kobani” aan terwijl hij de grenzen een tijdlang gesloten hield voor militaire steun aan de Koerdische weerstand. Erdogan weigerde de Islamitische Staat aan te pakken omdat dit de regering van Al-Assad in Damascus dreigde te versterken. Op de weigering van Erdogan om Kobani ter hulp te snellen reageerde de Turks-Koerdische bevolking met protesten. Het harde optreden van de Turkse politie maakte uiteindelijk tientallen doden. Enige internationale verontwaardiging daarover bleef overigens uit. Dat was ook het geval toen de controle over Tel Abyad – met Turkse steun – in september 2012 in handen kwam van een radicaal islamistische coalitie met Jabhat al-Nusra (al-Qaida in Syrië), Ahrar al-Sham en de Liwa al-Tawid brigades, die de Koerdisch bevolking uit de stad verdreef. De bevolking van de stad, door het Baath-regime in de jaren ’60 gedeeltelijk gearabiseerd, bestond voor de helft uit Koerden. Bij de etnische zuivering vielen – afhankelijk van de bron – tussen de tientallen en honderden dodelijke slachtoffers. De stad kwam uiteindelijk in handen van de Islamitische Staat nadat militieleden van Jabhat al-Nusra naar IS waren overgelopen.

Turkse wapens naar Syrië

Net voor de verkiezingen publiceerde de Turkse oppositiekrant Cumhuriyet een artikel dat stelde dat leden van de Turkse geheime dienst op 13 januari 2014 radicale islamistische strijders met twee bussen van een vluchtelingenkamp in Reyhanli vervoerden naar Tel Abyad. Daarvoor had de krant al beelden verspreid over vrachtwagens met wapens die voor Syrië zouden zijn bestemd. Erdogan reageerde furieus en zei dat de journalist, die voor de rechtbank is gedaagd en levenslang kan krijgen, een ‘hoge prijs’ zal betalen voor zijn onthullingen. Begin vorig jaar was er al eens een incident waarbij de militaire politie – overigens in opdracht van de openbare aanklagers van de provincies Adana en Hatay – door de MIT (de Turkse geheime dienst) verhinderd werd vrachtwagens te controleren na een tip dat ze wapens zouden vervoeren. De regering verbood vervolgens over de affaire te publiceren en de in totaal 34 betrokken militairen werden voor de rechtbank gedaagd op beschuldiging van spionage en het lekken van staatsgeheimen.

De heftige reactie van de AKP-regering op dergelijke onthullingen doet op zich al vragen rijzen en voedt alleen maar verder de vermoedens dat de Turkse regering meer dan passieve steun verleent aan radicale salafistische milities in Syrië, volgens het principe: ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers