Erdogan grijpt naast de troon

Demirtas
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan kreeg een zware opdoffer te verwerken bij de parlementsverkiezingen van zondag. Niet alleen kan hij de grondwet niet naar eigen inzicht veranderen, waardoor hij zijn verhoopte troon niet kan bestijgen, maar hij krijgt zelfs niet eens de absolute meerderheid – 276 zetels -waarop hij sinds 2011 kon rekenen.

 

 

 

De Koerden triomfeerden nu de zware gok van  Selahattin Demirtas (zie foto), de leider van de Democratische Volkspartij ((HDP), lukte voor het overschrijden van de kiesdrempel van 10%. De partij kreeg 13 % van de stemmen. Daarmee zou de partij 80 parlementszetels binnenhalen van de 550. Nog nooit zullen er zoveel Koerden in het parlement gezeten hebben als nu.

Erdogan hoopte zoniet de tweederde meerderheid van 376 zetels, dan toch de drievijfde van 330 te behalen. Met die 330 zetels zou hij onrechtstreeks, via een referendum, alsnog een sterk  presidentieel systeem, met hem als onbetwiste leider, mogelijk kunnen maken. De kiezer besliste er anders over. Erdogans Partij voor Gerechtigheid en Democratie (AKP) incasseerde een  verlies van ongeveer 9 % – voor de definitieve cijfers zal het nog even wachten worden.

Erdogan heeft, als leider van de grootste partij, 45 dagen de tijd om een coalitie te vormen. Bij gebrek daaraan kan het eventueel tot nieuwe verkiezingen komen, maar of Erdogan dat zal riskeren is nog maar de vraag. Zijn partij zou daarbij nog verder kunnen afglijden. Maar ook een coalitie ligt niet direct voor de hand.

Partijdige en agressieve campagne

De president heeft zichzelf in de voet geschoten door openlijk campagne te voeren voor zijn AKP, in plaats van zich te gedragen als president van alle Turken. Tot in Europa, ook in België, kwam Erdogan propaganda maken voor zijn partij. Het is ongezien dat Europese landen toestaan dat een buitenlandse staatshoofd op hun grondgebied verkiezingsmeetings komt houden.

De drie andere partijen die in het nieuwe parlement zetelen lieten nog voor de verkiezingen weten dat ze niet van plan waren met hem in zee te gaan, laat staan zijn plannen voor een streng autoritair bestuur te helpen realiseren. In het beste geval zou de AKP een minderheidsregering kunnen vormen, maar dan zal ze veel wijn bij haar islamitisch water moeten doen om gedoogsteun te kunnen kopen.

Niet alleen de openlijk partijdige campagne van Erdogan was een miskleun, ook de agressieve houding tegenover de andere partijen stoorde vele Turken. De seculiere Republikeinse Volkspartij (CHP) werd met Allah om de horen geslagen. De pro-Koerdische HDP werd verweten dat ze (christelijke) Armeniërs evenals homoseksuelen op haar lijsten zette. Vermoedelijk is ook een deel van het geweld tegen vooral de HDP, dat 70 aanvallen registreerde tegen haar kantoren en propagandisten, in de aanloop naar de verkiezingen op rekening van regeringsdiensten te schrijven. HDP-leider Demirtas daarentegen maakte een goede indruk door zich niet te laten gaan tot tegenprovocaties. Hij riposteerde daarentegen gevat en met gevoel voor humor.

Religieus huwelijk

Uiteindelijk hebben ook het steeds autoritairdere optreden van president Erdogan, zoals het muilkorven van de pers, de corruptieschandalen, tot in de familie van de president, de oorlogspolitiek tegenover Syrië en de Syrische Koerden, en de voortdurende islamiseringspolitiek bij voldoende Turken kwaad bloed gezet om op een andere partij te stemmen.

Een mooi, recent voorbeeld van die islamiseringspolitiek is het religieus huwelijk. Officieel werd in Turkije de polygamie verboden door de stichter van het moderne Turkije, Kemal Pasha Atatürk. Gedaan dus met de islamitische wet die toestaat dat mannen vier echtgenotes hebben. De Turkse wet stipuleerde – zoals dat ook bv. in België het geval is – dat er geen religieus huwelijk mag worden afgesloten zonder dat er eerst een burgerlijk huwelijk met een akte op gemeentehuis werd beklonken.

Nu is het geen geheim dat er in Turkije losjes met die wet werd omgesprongen, ondanks het feit dat de wet tot zes jaar gevangenisstraf voorzag. Vele Turken huwden toch met meer dan één vrouw voor een imam. Er wordt gezegd dat sedert Erdogan aan de macht kwam in 2002, er zelfs ministers waren die meerdere religieuze huwelijken aangingen.

Die situatie lijkt nu te worden gelegaliseerd. Op 29 mei hief het Grondwettelijk Hof de beperkingen op religieuze huwelijken op. Dit arrest lokte felle reacties uit. Gezegd werd dat daardoor de polygamie werd heringevoerd en de vrouwenrechten in Turkije een zware slag werd toegebracht. Ook zou het kunnen leiden tot kinderhuwelijken en zelfs tot hoererij omdat een religieus huwelijk snel kan worden gesloten en even snel ontbonden. Er zou dus een praktijk van “tijdelijk huwelijk” kunnen ontstaan, waarbij contracten voor een paar uur, dagen, weken, maanden… zouden kunnen afgesloten worden.

Misrekening

Erdogan misrekende zich toen hij dacht dat hij er ook dit keer goed vanaf zou komen en dat zijn conservatief-religieuze kiezers hem trouw zouden blijven. Bij de presidentsverkiezingen van augustus vorig jaar, de eerste directe presidentsverkieingen in Turkije, haalde Erdogan het immers in de eerste ronde met 51,89 %, ondanks de onvrede bij Turken. Maar deze keer lukte het niet.

Hij moet nu proberen bij één van de oppositiepartijen toch ergens steun te zoeken. Zowel de grootste oppositiepartij, de seculiere Republikeinse Volkspartij (CHP), de ultranationalistische en rechtse Partij van de Nationalistische Beweging (MHP) en pro-Koerdische HDP zijn absoluut gekant tegen een presidentieel regime. Voor de CHP en de HDP is ook de Syrische politiek van Erdogan een grote struikelpaal.

Nog voor de verkiezingen werd gespeculeerd dat Erdogan in zee zou kunnen gaan met de HDP als hij de Koerden in Oost-Turkije een beperkte vorm van autonomie zou geven. Daarover wordt echter al jaren lang onderhandeld met de gevangen zittende leider van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), Abdullah Öcalan. Maar er is nog altijd niets uit de bus gekomen. Erdogans pogingen de grootste partij in Koerdistan te worden zijn mislukt, maar hij lijkt nog altijd te hopen dat de gemeenschappelijke godsdienst van Turken en Koerden, deze laatsten ertoe zou kunnen aanzetten af te zien van hun eisen omwille van de “oemma”, de islamitische eenheid. Demirtas zal zich dus niet laten vangen met beloften.

Als seculiere partij is voor de CHP een alliantie met de islamistische AKP vrijwel uitgesloten. Ze hoopt ook ooit terug de grootste partij van het land te kunnen worden. Blijft dan nog de MHP, die als nationalistische partij van geen toegevingen aan de Koerden wil weten. De islam is voor haar een deel van haar nationalistische ideologie. Denken we maar aan de mislukte moordaanslag op paus Johannes Paulus II in 1981. De dader kwam uit kringen rond de MHP, meer bepaald die van de fascistische en racistische “Grijze Wolven”. Misschien is de MHP bereid in beperkte mate mee te werken, maar ze is zeker niet van plan Erdogan aan de absolute macht te helpen, die de partij in haar voortbestaan zou kunnen bedreigen. Er is nu al censuur en repressie genoeg in Turkije, die bewijzen dat er reëel gevaar voor de democratie bestaat.

Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.