Een opiniepeiling in een verdeeld land onder censuur

uk0515-1 600 x 338
Facebooktwittergoogle_plusmail

Sinds de Maidan-bezetting zijn Oekraïne en Rusland een ongelooflijke splijtzwam geworden. De discussies tussen academici, denktanks, financiers, politici en niet in het minst de media zijn dan ook legio. Voor de Westerse politici en media lijkt Rusland de rol van de Sovjet-Unie, de niet te vertrouwen eeuwige vijand, te hebben overgenomen. Alles wat Poetin, de vleesgeworden satan (niet) zegt of (niet) doet wordt uitvergroot en (meestal negatief) beoordeeld. De Russische pers verspreidt propaganda, de westerse pers brengt nieuws. Of hoe zat het nu weer?

Opiniepeiling

Het International Republican Institute (IRI), een rechts Amerikaans Instituut dat ijvert voor ‘vrijheid en democratie’ en waarvan havik en ex-presidentskandidaat John McCain ooit voorzitter was, heeft enkele dagen geleden de resultaten bekend gemaakt van een grootscheepse opiniepeiling in Oekraïne. 17.000 respondenten werden bevraagd. Ze woonden verspreid in 22 steden die momenteel onder de controle van de centrale overheid staan. Daaronder alle hoofdsteden van elke oblast (provincie). De peiling wilde de mening kennen over politiek, corruptie, de economie, de NAVO, de Europese Unie, Rusland en  nog vele andere dingen.

De meest traditioneel pro-Russische gebieden van Oekraïne, zeg maar Lugansk, Donetsk en de Krim werden niet opgenomen in de peiling, want, ofwel zijn die momenteel in handen van rebellen/opstandelingen/terroristen/Rusland (vul zelf maar in), ofwel maken ze nu deel uit van Rusland.

Hoe meer oorlogstaal er gebruikt wordt, hoe dieper de partijen zich op hun posities ingraven, hoe langer het conflict zal aanhouden. Misschien kan de wetenschap hoe de inwoners van Oekraïne  dezelfde werkelijkheid ervaren en beschrijven daarom helpen om een ‘oplossing’ te vinden. Het IRI is echter geen neutraal instituut. In het beste geval kan de peiling misschien een indruk geven van wat er in sommige gebieden van Oekraïne leeft.

Enkele illustraties die de politieke en culturele tweedeling van Oekraïne duidelijk maken verklaren misschien ook de grote tweedeling in de resultaten van die peiling. Het eerste beeld is een weergave van de uitslagen bij de presidentsverkiezingen van 2010 toen de strijd tussen Yulija Timoshenko en Viktor Yanukovitsj ging. Het tweede beeld stelt de politieke uitslag naast de culturele (taalkundig) roots van de Oekraïners.

 

uk0515-2 600 x 338

 

De resultaten

Grosso modo zijn de resultaten als volgt: 57% van de respondenten zou kiezen om tot de Europese Unie toe te treden terwijl 13% wil toetreden tot de door Rusland geleide douane-unie waar Wit-Rusland en Kazachstan ook deel van uitmaken. Verder zou 47% ook  ja stemmen in een referendum over de toetreding tot de NAVO, 29% zouden tegen stemmen.

ukr-cities 600 x 457

 

In een cultureel en economische verdeeld land als Oekraïne zijn de regionale verschillen echter bijzonder belangrijk. Over het NAVO-lidmaatschap waren die bijvoorbeeld opmerkelijk. In Odessa zou 51% niet, 18% tegen en 20% voor stemmen. Terwijl die cijfers in Lviv respectievelijk 4% niet-stemmers, 3% neen- en 83% ja-stemmers bedragen. Op de vraag over het lidmaatschap van de Europese Unie is het verschil nog veel groter. Slechts 30% van de inwoners van Odessa, Kharkiv, en Mykolaiv willen toetreden tot de EU terwijl dat in Ternopil oploopt tot 92%. De tweedeling Oost-West is opmerkelijk maar niet onverwacht.

Kanttekeningen

Opiniepeilingen (en zeker als die uitgevoerd worden door instituten die een duidelijk politiek agenda hebben) moeten met kilo’s zout genomen worden De recente peilingen bij de verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk hebben ons daar nog maar eens aan herinnerd..

Volgens het IRI was er bijvoorbeeld ook geen statistisch significant verschil tussen de antwoorden van de Russische en Oekraïense sprekers. Dit klinkt enigszins ongeloofwaardig maar we moeten afwachten of dat resultaat bevestigd wordt door andere peilingen van meer neutrale instituten..

Het per definitie ook meer traditioneel politiek en sociaal conservatieve platteland werd uitgesloten. De peiling is enkel uitgevoerd in stedelijke gebieden wat waarschijnlijk tot een meer prowesters resultaat leidt. Verder werd de peiling gehouden in een land dat een oorlog uitvecht en waar de vrije meningsuiting steeds meer in de verdrukking komt. Bepaalde concrete gebeurtenissen kunnen de antwoorden zeker beïnvloed hebben.

Geweld en censuur

Sinds begin verleden jaar werden in Oekraïne een aantal pro-Russische parlementsleden, ambtenaren en journalisten vermoord. Of ze ‘pleegden zelfmoord’.

In 2014 zijn 8 journalisten vermoord of omgekomen tijdens gevechten. Dit jaar in maart werd Olga Omoz, die onderzoek deed naar illegale houtkap, thuis vermoord aangetroffen en in april werd de pro-Russische journalist Oles Buzina op straat doodgeschoten. Een maand ervoor had hij ontslag genomen als hoofdredacteur van de krant Segodnya (‘Vandaag’). In zijn blog vertelde hij dat dit om reden van “censuur” was. Volgens Buzina was de redactionele lijn van de krant in die zin aangepast dat eerste minister Arseniy Yatsenyuk immuun was geworden voor kritiek.

Volgens Amnesty International is journalist en blogger Ruslan Kotsaba de eerste Oekraïense gewetensgevangene in vijf jaar. Kotsaba werd in februari gearresteerd in Ivano-Frankivsk nadat hij een video postte waarin hij het conflict in het oosten van het land als “de Donbas broedermoord burgeroorlog” beschrijft. Hij verzette zich op zijn blog eveneens tegen de militaire dienstplicht die onlangs werd heringevoerd. Hij riskeert meer dan 10 jaar gevangenis  op beschuldiging van “hoogverraad”.

Laat ons ook niet de tientallen journalisten en bloggers vergeten die doodsbedreigingen kregen, gearresteerd en meer dan eens in elkaar geslagen, later weer vrijgelaten werden. Andere journalisten, vooral Russische, mogen het land niet meer binnen of zijn hun accreditatie kwijt  nadat het parlement in februari een wet in die zin goedkeurde. Op de maatregel staat geen einddatum. Het is ‘tijdelijk’, of tot de ‘beëindiging van de antiterroristische operatie’.

De vrijheid van meningsuiting staat echter ook op andere manieren sterk onder druk. Alle Russische zenders en uitzendingen in het Russisch zijn verboden. Concerten en optredens van artiesten die reeds in de Krim optraden zijn afgelast en als je als buitenlands artiest ooit maar een zweem van iets positiefs over Poetin of Rusland hebt geuit hoef je zelfs geen visum aan te vragen. Je ontvangt er toch geen.

De voorbije maanden zijn al meer dan 100 films op de zwarte lijst gezet. In januari heeft het parlement immers een wet aangenomen die de vertoning of uitzending verbied van na 1 januari 2014 in Rusland gemaakte shows, films en televisieseries. Het verbod behelst ook alle films of video’s van na januari 1991 (Oekraïne werd in januari 1991 onafhankelijk) die ‘propaganda’ maken voor het Russische leger of de politie. Uiteraard zijn ook films en video’s van waar ook ter wereld die ‘anti-Oekraïens’ zijn verboden.

Een week geleden werd het land nog op de vingers getikt door Dunja Mijatović, de Vertegenwoordiger voor Persvrijheid van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Het parlement had een wet aangenomen die “De Communistische en Nazi totalitaire regimes in Oekraïne veroordeelt en het propageren van hun symbolen verbiedt”. Het overtreden van de wet kan leiden tot het verbieden van media-activiteiten en een gevangenisstraf van 5 tot 10 jaar. Volgens Mijatovic is de wet in zo’n zo brede en vage taal opgesteld dat ze ‘de mensen kan beperken in het uiten van hun opvattingen over het verleden.’ De wet kan volgens haar ook gemakkelijk leiden tot onderdrukking van politieke, provocerende en kritische meningen, vooral in de media.

Een andere wet maakt “gebrek aan respect voor bepaalde groepen van strijders voor de Oekraïense onafhankelijkheid in de 20e eeuw” strafbaar. In de praktijk betekent het dat de met Hitler collaborerende Oekraïners die tijdens de oorlog tegen de USSR vochten in eer worden hersteld.

Voor Dunja Mijatović van het OSCE is dit alles zorgwekkend. “Onevenredige beperkingen op de persvrijheid kunnen nooit worden gerechtvaardigd in een democratische staat,” schrijft ze.

President Poroshenko stapte begin dit jaar, op het ogenblik dat die specifieke wetten in het parlement voorbereid werden, in Parijs mee op in de ‘Je suis Charlie’-betoging voor vrije meningsuiting. Dat heeft hem er sindsdien echter niet van weerhouden de censuurwetten in zijn land te bekrachtigen met zijn handtekening.

Het lijkt erop dat de democratische welvaartsstaat waar heel wat Maidan-betogers van droomden binnen het verloop van iets meer dan een jaar verderaf ligt dan ooit.

 

Francis Jorissen woont in het midden van nergens ergens in Frankrijk, nieuwsgierig, schrijver en free-lance journalist, activist, would-be wereldreiziger en geïnteresseerd in Rusland, de landen die ooit behoorden tot wat men toen 'Het Oostblok' noemde en het Midden-Oosten