Intussen zoekt Kaboel nieuwe vrienden

afgaanOpium
Facebooktwittergoogle_plusmail

De oorlogen in Irak, Syrië, Jemen, Libië… slorpen blijkbaar zoveel aandacht op, dat de toestand in Afghanistan nog nauwelijks ten berde komt. De Taliban zijn er aan hun lenteoffensief begonnen, Pakistan, India en China zijn volop de gaten aan het opvullen na het vertrek van de Navo-troepen. De Navo heeft dan ook alle redenen om discreet te blijven. Want wat de vroegere secretaris-generaal, Rasmussen, omschreef als de meest essentiële operatie van de Navo, werd een fiasco.

Peetvaders

Sinds enkele weken volgen de aanslagen door Taliban en andere islamistische groepen elkaar snel op. Ze testen de samenhang van leger en politie en zoeken vooral het moreel van de ordediensten – al zo erg ondermijnd door corruptie en deserties – verder te ondergraven. De regering in Kaboel is een moeizame alliantie van diverse chefs met Ashraf Ghani als president, zijn rivaal Abdullah Abdullah als regeringsleider en Rashid Dostom als vice-president. Ghani heeft vooral steun onder de Pathanen, Abdullah onder de Tadzjieken en Dostom leidt een Oezbeekse militie.

Waar zijn voorganger Hamid Karzai vooral op goede voet stond met India, grote rivaal van Pakistan, zoekt Ghani sterkere toenadering tot Pakistan. De Pakistaanse militaire geheime dienst en de Pakistaanse legerleiding blijven nu eenmaal de peetvaders van de Afghaanse Taliban. Pakistan blijft hen onderkomen, uitvalsbasissen, opleiding enz. bezorgen, die Taliban  zouden niet zo een grote bedreiging vormen indien ze niet op Pakistaanse steun konden rekenen.

China

Ghani hoopt via de Pakistaanse weg tot een compromis met die Taliban te komen. Maar hij rekent daarvoor ook op Beijing. China ontving deze winter in alle openheid een delegatie van de Afghaanse Taliban. De Chinezen hopen die Taliban ervan te overtuigen dat ze tot een compromis moeten komen met de regering in Kaboel door deel te nemen aan de Afghaanse politieke instellingen. Beijing wil daarbij zelfs de rol van bemiddelaar spelen, een rol die Qatar tot nog toe op zich nam.

Vanwaar die Chinese belangstelling? Daar zijn vele redenen voor. Beijing wil op zijn minst goodwill van Pakistan en Afghanistan om de Oeigoerse islamitische opstandelingen niet vanuit hun grondgebied te laten opereren. Sommige Oeigoerse groepen smeedden al van in de jaren 1990 goede banden met de Taliban en Al Qaida. Zij voeren actie in Xinjiang (Oost-Turkestan) tegen de Chinese aanwezigheid in dit gebied die ze als kolonisatie bestempelen.

Corridor

China heeft alle belang bij een stabiel Afghanistan dat aansluit bij China’s bondgenoot Pakistan. Bij zijn bezoek op 20-21 april aan Pakistan, het eerste van een Chinees staatshoofd aan Pakistan sinds 2006, zong China’s president Xi Jinping de lof van de grote vriendschap tussen de twee landen, waarna hij 51 akkoorden voor in totaal 26 miljard euro tekende. Beijing spreekt van de corridor via Pakistan waardoor China toegang heeft tot de Indische Oceaan. Het is China dat de haven van Gwadar uitbouwt en wegen, spoorlijnen en oliepijpleidingen aanlegt om van een echte corridor te kunnen spreken.
Chinese maatschappijen hebben ook zeer grote belangstelling voor de mijnrijkdommen van Afghanistan. In 2011 zei een ploeg van het Pentagon dat er in de Afghaanse bodem voor minstens 1000 miljard dollar aan mijnrijkdom zit – latere schattingen gingen tot mogelijk 3000 miljard. Chinese maatschappijen zitten op vinkenslag, maar zijn niet gehaast, ze willen eerst een veilige omgeving en die is er nu absoluut niet. Vandaar ook hun drang om de Taliban aan tafel te krijgen.

India

Het eerste buitenlandse bezoek van Ghani als president was naar Beijing. Pakistan kwam nadien aan de beurt, wat in slechte aarde viel in India. China is de nauwste bondgenoot van Pakistan, ook de grootste wapenleverancier aan dat land. Beijing gebruikt nu zijn economische en politieke invloed in Islamabad om Pakistan ervan te overtuigen dat het de Taliban onder druk moet zetten om met Ghani tot een akkoord te komen.

Tegen die achtergrond worden de relaties met India minder belangrijk dan ze onder Karzai waren. Die had in 2011 een strategisch partnerschap met India gesloten, waarbij India Afghaanse militairen zou opleiden en wapens zou leveren. Ghani heeft die leveringen opgeschort, tot misnoegen van Delhi dat hem eind april niet echt met open armen ontving. Onder Karzai leek het alsof Pakistan kon worden ingesloten tussen India en Afghanistan, met Ghani wordt dat anders.

Puinhoop

Karzai verwachtte van de samenwerking met India ook economisch voordeel, zoals dat eveneens van China werd verwacht. Even werd gedroomd dat de bodemschatten de overheidskas zouden spijzen. Daar is niets van in huis gekomen, de enig goed draaiende sectoren zijn corruptie en opium. Afghanistan blijft onbedreigd veruit de grootste opiumproducent van de wereld, met een aandeel van tegen 90 %.

De bodemschatten blijven nochtans niet onaangeroerd: er zijn naar schatting 1400 illegale mijnuitbatingen. Die zijn in handen van personen of clans die via hun politieke contacten de opbrengsten en winsten naar het buitenland kunnen smokkelen. Van belastingen betalen aan de staat heeft niemand gehoord, er wordt alleen commissie betaald aan de lokale krijgsheren. Die leveren dan onderling slag voor de controle over mijngebieden. In veel regio’s is de onveiligheid vooral daaraan te wijten, niet aan de Taliban.

Er was in 2007 heel wat te doen rond het contract dat de Chinese ‘Metallurgical Corporation of China’ (MCC) met Kaboel sloot voor de ontginning van de grote kopermijn van Mes-Aynak. Kaboel rekende al op 250 miljoen dollar inkomsten per jaar. MCC verbond zich tot het aanleggen van spoorwegen, een staalfabriek en een elektriciteitscentrale. Maar daar kwam niets van in huis, MCC probeert nu het contract te doen herzien om van zijn verplichtingen en hoge royalties af te komen. Van werken en ontginning dus nog geen sprake. De droom dat de mijnuitbatingen zeer veel werk zouden opleveren, komen dus niet uit.

Fiasco

De Navo laat dus in alle opzichten een puinhoop achter. Ook op het vlak van de mensenrechten. Dat een oorlogsmisdadiger als Dostom vice-president kan zijn, is al veelbetekenend. De moord op Farkhunda Malekzada in Kaboel op 19 maart is een illustratie van de belabberde toestand in de hoofdstad – waar het wellicht minder erg is dan daarbuiten. Een fanatieke menigte lynchte, onder het toekijkend oog van de politie, de jonge vrouw omdat ze een koran zou hebben verbrand. Dat bleek later niet waar – alsof men haar wel had mogen vermoorden indien ze het wel had gedaan. De staatssecretaris voor informatie en cultuur en de woordvoerder van de politie verdedigden die moord (ze moesten daarop wel aftreden), terwijl ook imams de lynchpartij goedpraatten. Waarom nog wachten op de Taliban?

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.