Boeddhistisch extremisme in Myanmar

Rohingya
Facebooktwittergoogle_plusmail

Myanmar telt officieel rond 135 etnische minderheden. Er is daarnaast één minderheid die officieel onbestaande is: de Rohingya’s. Zij zijn sinds 1982 bij wet apatride, statenloos. Daar blijft het niet bij: sinds 2012 maken boeddhistische extremisten, onder het lakse oog van de militaire regeerders, jacht op de islamitische Rohingyas. Tienduizenden zoeken via smokkelboten te ontsnappen naar moslimlanden, zoals Maleisië, waar ze niet welkom zijn en vaak in slavernij terechtkomen.

Een van de meest vervolgde volkeren op aarde, aldus een VN-rapport over de Rohingya’s in Myanmar. Maar Rohingya, dat bestaat gewoon niet, zeggen de autoriteiten van Myanmar. Rohingya, dat zijn Chittagongi of Bengali, illegale immigranten uit Bangladesh. “We moeten onze etnische minderheden beschermen. Maar de Rohingya’s zijn illegaal in het land gekomen en zijn dus geen minderheid”, zegt Thein Sein, de president van Myanmar waar de generaals ondanks de schuchtere democratisering nog steeds de lakens uitdelen.

Zuiveringen

De havenstad Sittwe, in de staat Arakan (vlakbij Bangladesh) telde tot 2012 ongeveer een derde Rohingya’s. Nu zijn er geen meer. In 2012 kwam het tot bloedig treffen tussen de overwegend boeddhistische Arakanezen en de Rohingya’s. Meer dan 200 Rohingya’s kwamen om het leven, de stad werd etnisch gezuiverd, sindsdien leven ongeveer 140.000 Rohingya’s in kampen in de buurt, volgens de regering om hen te beschermen. Ze zijn er verstoken van elementaire diensten, zelfs gezondheidszorg. Artsen Zonder Grenzen moest vorig jaar het gebied verlaten.

Er waren eerder al zeer veel Rohingya’s gevlucht. In 1978 trokken er 200.000 de grens over naar Bangladesh waarvan de meeste Rohingya’s zouden afkomstig zijn. Zouden, want over hun geschiedenis bestaat controverse. Rohingya’s zeggen dat ze al altijd in die gebieden in Myanmar leefden, terwijl de meest gangbare theorie is dat ze in de 18de eeuw door de Britse kolonisator uit Bangladesh naar Arakan werden gebracht om er als goedkope arbeidskrachten te werken.

Verdelen

De Britten pasten ook hier het principe van ‘verdeel en heers’ toe. De Rohingya’s – wier eigen taal verwant is met de taal van het Bengalase Chittagong – werden opgezet tegen de Arakanezen. Die waren in 1785 zelf het slachtoffer geworden van gewelddadige Birmese invallen waarbij ook al ganse dorpen waren platgebrand. Tijdens de Tweede Wereldoorlog namen de Rohingya’s het op voor de Britten, de Arakanezen overwegend voor de Japanners. Volgens de Arakanezen hebben Rohingya’s in 1942 talrijke Arakanezen uitgemoord. Na de onafhankelijkheid van Birma (toenmalige benaming van Myanmar) kwamen de Arakanezen op voor een eigen staat, wat hen weer tegenover de Rohingya’s bracht.

Myanmar leeft sinds de onafhankelijkheid in staat van permanente oorlog in tal van de oostelijke en noordelijke minderheidsgebieden. Nog steeds ontsnappen grote delen van het land aan de controle van de militairen. De Karens, de Kachin, de Shan, de Was en anderen zijn bijna permanent in opstand; naargelang de krijgskansen worden er bestanden afgesloten die dan weer worden geschonden. Maar de Rohingya’s zijn dus een geval apart, de overheid van Myanmar zou liefst van al hebben dat ze allemaal het land verlaten. Bij volkstellingen zullen ze niet meer meegeteld worden.

Erbarmelijk

Sinds 2012 is de toestand van dat volk dagelijks verslechterd. In 2012 werden talrijke dorpen en stedelijke handelszaken in brand gestoken, meer dan 200 werden omgebracht, hun land wordt geconfisqueerd, alle rechten zijn ontnomen. Vandaar dat de meesten nu alleen nog heil zien in vluchten per boot.

Mensensmokkelaars hebben zich als gieren op deze markt gestort. De vluchtelingen betalen aan de smokkelaars die dan zelf vaak commissie betalen aan militairen en politie. Mensen die niet genoeg kunnen betalen, worden in Thailand of Maleisië aan land gezet, waar ze dan vaak als slaven worden be- of verhandeld. Van de naar schatting 90.000 die al in Maleisië terechtkwamen, hebben de VN er slechts 40.000 kunnen registreren, waardoor de meesten verstoken zijn van elke bijstand. Vooral in Thailand is de toestand zeer erg, onder het medeplichtig oog van de Thailandse militairen die niet opgezet zijn met deze gevluchte moslims – het Thailandse leger vecht in het zuiden van Thailand zelf een strijd uit tegen moslimopstandelingen.

Met een beetje “geluk” komen de vluchtelingen in Atjeh, het noorden van het Indonesische eiland Sumatra, terecht. Dat gebied wordt bestuurd door radicale moslims die jarenlang een guerrillastrijd tegen Jakarta voerden. In Indonesië staken in 2012 islamisten als vergelding voor de moordpartijen in Myanmar tientallen boeddhistische pagodes in brand.

Monniken

De regering van Myanmar – generaals die het uniform aflegden om regerende “burgers” te worden – doet zelf weinig. Ze doet vooral niets om de extremistische boeddhistische milities iets in de weg te leggen. De belangrijkste is de beweging 969, aangevoerd door haatpredikende monniken met als leider U Wirathu. Deze boeddhist ziet er geen graten in om bruut geweld te prediken tegen alle moslims. Die moslims zijn voor hem een bedreiging voor de Birmese cultuur die alleen maar boeddhistisch kan zijn.

Die beweging stuurt aan op de goedkeuring van een wet die onder meer gemengde huwelijken zou beperken “om boeddhistische vrouwen te beschermen tegen moslimmannen die hen zullen dwingen zich te bekeren”. Nobelprijswinnares voor de Vrede Aung San Suu Kyi, boegbeeld van de beweging voor democratie, noemde dat voorstel een schending van mensen- en vrouwenrechten. Overigens blijft zij opvallend op de vlakte als het over de vervolging van de Rohingya’s gaat.

Vreedzaam?

De boeddhistische groep 969 is in alle opzichten het tegengestelde van het traditionele imago van boeddhisme: dat het vreedzaam zou zijn. Het “vreedzame Tibetaans boeddhisme” is er altijd een geweest van gewelddadige onderdrukking. De boeddhistische heersers van Sri Lanka hebben de Tamil opstand op een zeer bloedige manier onderdrukt. In Myanmar laat het boeddhisme zich van zijn slechtste kant zien: die van monnik Wirathu die pogroms organiseert.

Tolerantie? Drie personen die publiciteit wilden maken voor een cocktail en daarbij op Facebook een blauwe boeddha met oortjes afbeeldden, kregen onlangs 2,5 jaar dwangarbeid. Onthoofden is er nog niet bij.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.