Amerikaanse denktank wil strakkere strategie tegen China

Facebooktwittergoogle_plusmail

De VS-denktank “Council on Foreign Relations” vindt dat de huidige welwillende politiek van de VS tegenover China dit land te veel voordelen biedt en versterkt, wat op termijn dreigt te leiden tot een Azië waar China de VS overvleugelt. Bijgevolg vindt de groep dat de VS zich strakker moet opstellen tegenover het land, zonder in een politiek van “containment” te vervallen.

In maart liet David Shambaugh voor het eerst vanuit het establishment van de VS een  kritischer anti-China geluid horen. Blijkbaar was hij de voorbode van de groep waartoe onder meer hij en ook Paul Wolfowitz behoren. Zij vormden binnen de “Council on Foreign Relations” een studiegroep rond de grote strategie tegenover China die nu in een rapport is uiteengezet.

Het startpunt van het zoeken naar een nieuwe “Grand Strategy” is zonneklaar. Omdat de Amerikaanse inspanningen China te integreren in de internationale orde nieuwe gevaren opleveren met mogelijk een uitdaging van de  Amerikaanse macht op wereldschaal, heeft Washington de behoefte aan een nieuwe strategie. Die moet door het geven van tegengas meer evenwicht brengen en niet zomaar de huidige opgang van China in de hand werken.

“Containment” , zoals met de Sovjet Unie vroeger, is niet het antwoord, gezien de globaliseringsrealiteit. Vermits de huidige politiek van integratie evenmin genade vindt, menen de opstellers van het rapport dat er cruciale veranderingen moeten komen om de gevaren te beperken dat China de VS zou gaan overvleugelen.

Dit vereist onder meer dat de VS-economie gerevitaliseerd wordt, dat er met de vrienden nieuwe preferentiële handelsakkoorden worden gesloten en dat Washington China de toegang weigert tot defensietechnologie. In het randgebied rond China moet de VS potentiële vrienden aaneensmeden en de militaire slagkracht verbeteren, aldus de recepten.

Waarom is dit nodig? De geschiedenis van de voorbije 30 jaar heeft aangetoond dat de Chinese economie omhoog schiet als een komeet en dat het land op termijn deze macht zou kunnen misbruiken als het tot een strategische rivaliteit komt tussen beiden. Het is niet omdat China nu wat trager groeit dat het gevaar geweken is: neen, enkel een weinig waarschijnlijke ineenstorting van het land zou de dreiging voor de VS kunnen doen verdwijnen. Het is zeker dat China nog decennialang de belangrijkste concurrent zal blijven voor VS en de door de supermacht gedomineerde wereldorde. Tot zover de inleiding die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat.

Het “Chinese model”

Het belangrijkste doel van het Chinees regime is het bewaren van de interne orde, zo stelt het rapport dat opmerkt dat de “People’s Armed Police” of oproerpolitie al groter is dan het Volksbevrijdingsleger. Amerikaanse democratische waarden verspreiden wordt geïnterpreteerd als aansturen op regimewissel. Sinds Mao verdween staat het bereiken van hoge economische groeivoeten voorop. Het bewind hoopt zo met meer welvaart de steun van de bevolking te verwerven en op het ogenblik lukt dat.

De economische goede prestaties hebben bijgevolg als politiek doel de communistische partij aan de macht te houden, zo wordt scherpzinnig opgemerkt. Maar terwijl de prijzen van goederen en arbeid worden geliberaliseerd, is dit niet het geval met de prijs van grond, kapitaal en energie. Privé-bedrijven konden ontstaan, maar de studie doet dit af als door de staat gedomineerd kapitalisme, gekoppeld aan een autoritaire politiek. De financiële crisis na 2008 deed  twijfels rijzen over de Washingtonse recepten voor vrije markten en democratie.

BRICS: zonder Amerika!

De studiegroep erkent dat het Beijing-model tot nu toe goed gewerkt heeft: het bezit veel te investeren surplussen, verhoogde zijn technologische capaciteiten en heeft de Chinese economie meer geïntegreerd in de wereldeconomie. Hoewel de ontwikkeling welstand bracht, werkt dit de studiegroep op de zenuwen. China is zo machtig geworden dat sommige landen bang zijn het grote buurland voor het hoofd te stoten en dit noemt de groep een “verstikkende omhelzing”.

Dat China vindt dat de Aziatische veiligheid het beste door Azië zelf geregeld wordt, gaat volgens de denktank in tegen de Amerikaanse belangen. Het is voorts ook geen verrassing dat China meer invloed wil in de Wereldbank en in het IMF, maar minder evident vindt de studiegroep het dat China nu ook voor de dag komt met eigen organisaties zoals de BRICS-bank, het AIIB en het Zijderoutefonds en eigen vrijhandelsassociaties.

Met andere woorden: de VS hoopte China op te nemen in een blijvend door Amerika gedomineerde internationale gemeenschap en onder de voorwaarden gesteld door Washington. Nu wil China echter deze integratie gebruiken voor eigen rekening. De opkomst van China dreigt de komende jaren voor velen in de VS een verontrustend perspectief te worden. China werkt alleen maar samen met de VS wanneer dit zijn eigen belangen dient, vindt de studiegroep en het vermijdt confrontaties met de VS omdat het land weet dat het daarvoor nog niet sterk genoeg is. Bijgevolg is het fout om te hopen dat China gewoon een bijkomende handelspartner is, want zijn doel is een volledige politieke en militaire macht te worden die de VS minstens in Azië naar de kroon steekt.

Tegenmaatregelen

Voor de Council on Foreign Relations is het duidelijk dat China zich niet ontwikkelt als een “verantwoordelijk lid” van de internationale gemeenschap zoals  toenmalig onderstaatssecretaris R. Zoellick had gehoopt, maar dat het land integendeel dreigt eigen opvattingen na te houden over die gemeenschap.

Daartegen beveelt de studiegroep volgende 4 hoofdelementen aan van een nieuwe strategie: op het binnenlands front een revitalisering van de economie en daarnaast handelsovereenkomsten die China uitsluiten (bv.TPP); met de partners een controlesysteem opbouwen voor technologiecontrole. Ten tweede, en hoe kon het ook anders, moet de defensiecapaciteit opgetrokken. Ten derde moet rond de Indische- en Stille oceaan een net worden opgebouwd van niet enkel traditionele bondgenoten, maar ook anderen. Tenslotte zal met China een diplomatie van hoog niveau moeten worden ingezet om te vermijden dat het tot een confrontatie komt tussen de beide grote machten.

De studie sluit af met een waslijst van concrete maatregelen om die vier principes in de praktijk te brengen: een snelle totstandkoming van het Trans Pacific Partnerschap (TPP), de uitbreiding van de defensiebegroting, het opvrijen van Japan, Zuid-Korea, India en Australië en last but not least offensieve cyberaanvallen tegen China. Symbolisch is het dat de “samenwerking” met Zuid-Korea (en Japan) gericht moet zijn op een regimewissel in Noord-Korea. Australië moet meer langeafstandsraketten krijgen, India meer atoomtechnologie en Taiwan meer defensieve wapens. Tenslotte suggereert de studiegroep dat de nieuwe diplomatieke strategie tegenover China aangestuurd en vorm gegeven wordt door drie personen: voormalig Obama adviseur Thomas Donilon, Ex-Wereldbank voorzitter R. Zoellick en ex-president George Bush. In het besluit staat nog dat de VS ook moet pogen zijn bondgenoten van deze Chinapolitiek te overtuigen.

Wat de te verwachten Chinese reactie betreft, meent de studie dat hoe heviger de Chinese reactie zal zijn, des te meer dit de geallieerden zal overtuigen van het gelijk van de Amerikanen. De studiegroep gelooft niet dat China als reactie zijn Amerikaanse schatkistbonnen zou gaan verkopen.   Het rapport heeft alvast het voordeel van de duidelijkheid en van coherentie. Van milieu- of klimaatproblematiek is enkel pro forma sprake in het rijtje van samenwerkingsterreinen als antiterrorisme, Noord-Korea en het Iraanse atoomprogramma. De win-win mogelijkheid is de nochtans uitgebreide studiegroep onbekend: in de beste Amerikaanse schutterstraditie is de vermeend nieuwe “Grand Strategy” blijkbaar “I kill you or you kill me”. Met twee door de Aziatische deur is geen optie. Jammer dat het kruim van de Amerikaanse geleerden niet boven het intellectuele niveau van een spelletje Risk weet uit te stijgen.

Het document zelf kan worden gelezen op de website van de Council of Foreign http://www.cfr.org/china/revising-us-grand-strategy-toward-china/p36371

De auteurs van het rapport: Robert D. Blackwill is Henry A. Kissinger senior fellow for U.S. foreign policy at the Council on Foreign Relations (CFR); Ashley J. Tellis is a senior associate at the Carnegie Endowment for International Peace.

Revising U.S. Grand Strategy Toward China
Robert D. Blackwill en Ashley J. Tellis
China
Council on Foreign Relations
2015
70
978-0-87609-621-5