Wervel-end doorheen Brazilië

SaoPaulo
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Vlaamse norbertijnenpater Luc Van Krunkelsven richtte in 1990, 25 jaar geleden dus, de organisatie Wervel, werkgroep voor rechtvaardoge en verantwoorde landbouw op. In het kader van de feesten rond die verjaardag trok hij met een groep naar Brazilië. Uitpers publiceert hier enkele van zijn stukken over die rondreis. Tijdens reis werden ook filmbeelden gemaakt, zie: http://www.worldofcrowdfunding.com/docu-reportage-het-ritme-van-de-rups

 

 

Waterschaarste alom

De Verenigde Naties publiceerden n.a.v. Wereldwaterdag (22 maart 2015) een rapport over de dreigende waterschaarste: “Tegen 2050 zal de globale vraag naar water naar verwachting met 55 % zijn toegenomen, vooral door een stijgende vraag vanuit de maakindustrie, de productie van thermische elektriciteit en thuisgebruik. Verandert niets aan het waterbeleid, dan ziet de wereld tegen 2030 een globaal watertekort van 40 % tegemoet.”

Van Californië naar…

De toekomst is nu al volop bezig. Er komen alarmerende berichten binnen van Californië, waar de watervoorraden op een historisch dieptepunt zitten. Op de Sierra Nevada ligt rond deze tijd normaal een dikke laag sneeuw. Nu loop je er door dor gras. Iedereen wordt in zijn waterverbruik drastisch beperkt, behalve de landbouw, die er nochtans 80 % van het blauwe goud verbruikt. Het leeuwendeel van de groente- en fruitteelt van de Verenigde Staten komt namelijk uit deze deelstaat. Californië exporteert ook heel wat landbouwproducten. Jerry Brown, de Gouverneur van Californië, stelt: “De opwarming van de aarde is geen vals gerucht. Dat kan ik van hieruit melden. Wij moeten er het hoofd aan bieden en het is erg.” De staat kampt dan ook al vier jaar met de ergste droogte in 1200 jaar.

São Paulo

We zitten met onze Wervelgroep in Zuid-Oost Brazilië, dat al meer dan een jaar geteisterd wordt door extreme watertekorten (zie foto). Vooral in Groot-São Paulo is het heel acuut. Wereldwijd is 70 % van het zoete water bestemd voor de landbouw. Althans voor een bepaald landbouwmodel dat gestoeld is op zogenaamde efficiëntie en monocultuur. Deze ‘rechttoe rechtaanlandbouw’ heeft dikwijls irrigatie nodig en heeft een hekel aan bomen. Ik zeg altijd aan de Brazilianen dat ze veel te goedkoop hun gron, water en zonneënergie onder de vorm van soja uitvoeren naar Europa en China. De export van landbouwproducten brengt een overdracht naar het buitenland mee van 112 miljard liter water per jaar.

In een artikel vorig jaar berichtte ik over de wateroorlog tussen São Paulo en Rio de Janeiro. Ondertussen is de spanning alleen maar hoger opgelopen. Het blijft wel irritant om te constateren dat de consumenten worden aangemaand om bewuster met water om te gaan (wat uiteraard prima is), maar dat nog maar weinig gesproken wordt over de oorzaken van de opeenvolgende crisissen. Er is de massale ontbossing duizenden kilometers hogerop, wat de regenval elders verandert en vooral vermindert. Maar ook dichterbij loopt er heelwat mis. Door de nieuwe boswet, de ‘Código florestal’ van 2012, mag er meer ontbost worden. Wie vóór 2008 bijvoorbeeld de toppen van heuvels ontboste, moet deze permanente beschermingszone niet herstellen. In de wet wordt gestipuleerd dat men vooral rond rivieren en bronnen niet mag ontbossen. Maar neem nu de streek van Rio Pomba in de Mata Altântica. Veel bergtoppen zijn ontbost, terwijl in de valleien de bronnen liggen. Door de geringe regenval van de laatste jaren zijn deze dikwijls uitgedroogd. Nochtans was er 80 jaar geleden een veel langduriger droogte, maar stonden de bronnen niet zo droog. Verschil? De toppen van de bergen waren minder ontbost. Het water kon in de bodem dringen en een ondergrondse voorraad opbouwen die de bronnen en rivieren in de valleien voedde. Nu dondert het water op vele plekken meteen van de bergen. Het brengt heel wat erosie mee, die de bronnen dreigen te verstikken. Bovendien verdwijnt zo het water al te vlug via de rivieren naar de oceaan.

Waterreservoirs en stuwmeren bijna leeg

De aanhoudende droogte heeft grote gevolgen. De koffieoogst viel vorig jaar 15 % lager uit dan normaal en ook dit jaar zullen de suiker- en sojaoogsten lager uitvallen. Koffie heeft een tweejarige cyclus, waardoor de oogst van dit jaar al gehypotikeerd is, ook al zou het nu beginnen regenen. 17 van de 18 belangrijkste waterreservoirs staan op een lager niveau dan tijdens de laatste watercrisis, in 2001.

In de deelstaat Rio de Janeiro staan de vier waterreservoirs met ongeveer één procent van hun capaciteit op hun laagste niveau ooit. In honderden steden worden maatregelen genomen om het waterverbruik in te perken. Volgens een recent rapport zou 37 % van het Braziliaans leidingwater verloren gaan via lekken of diefstal. De mensen hamsteren water in allerlei recipienten op de momenten dat er water uit de kraan komt. Uitgerekend wat al jaren bestreden wordt in de strijd tegen de denghe(mug), wordt nu massaal gedaan: water opslaan, waar de muggen hun eitjes in kunnen leggen. De dengheplaag is dan ook terug van weg geweest. In Brazilië zijn voor dit jaar al 460.000 gevallen geregistreerd; 240 % meer dan in dezelfde periode vorig jaar. In totaal vielen er al 132 doden, waarvan 99 in São Paulo. Vorig jaar waren er rond deze periode nog ‘maar’ 15 doden.

Omdat de meeste elektriciteit in dit immense land vanuit waterkracht wordt opgewekt, komt ook de elektriciteitsvoorziening in gevaar. De meren voor deze stuwmeren staan bijna leeg, met een lagere productie tot gevolg. De elektriciteitsprijzen zijn het laatste jaar bijna verdrievoudigd, wat dan weer sociale ontrust meebrengt.

Luc Vankrunkelsven, Rio de Janeiro, 10 april 2015

De haven van de kippen

Vandaag is het ‘Tiradentes’: nationale feestdag, omdat lang geleden een tandarts uit Minas Gerais het verzet organiseerde tegen de Portugese kolonisator (1). De man werd opgehangen, maar dat deert de Brazilianen niet om een brug te maken: een ‘feriadão’. Brazilianen zijn tuk op feriados/verlofdagen. Het wordt nog leuker als zo’n dag op dinsdag of donderdag valt. Dan kan je een lange feriadão nemen. Ideaal dus om naar het strand te trekken.

Slavernij vandaag

Ik ben al van zondag in Recife. Er zit niets anders op dan van twee dagen stil te vallen. Welverdiende rust? Morgen begint het terug met een palestra in de rurale universiteit van Recife en ’s avonds een avond met de vegetariërs van hetzelfde Recife in Boekhandel Cultura. Ik word gastvrij ontvangen bij Tiago Franca Barreto en Bárbara Bastos, een veganistisch koppel. Beiden doctoreren: Bárbara over de groeidwang in bedrijven en organisaties met haar inzet of het niet anders kan; Tiago over ‘dieren eten en ethiek’. Argumenten om vegetariër te worden. Gesprekken ontwikkelen zich over en weer, o.a. over de nieuwe vormen van slavernij. Tiago stelt dat meer dan 50 % van de huidige slavernij zich in de  veehouderij bevindt. “Ja, da’s dan Brazilië” kan je zuchten, maar hoe zit dat in Europa? De vleesprijs in België komt al jaren onder druk te staan, deels omdat in de Duitse slachthuizen slachters tegen minimumlonen moeten werken. “Maar dat is toch nog geen slavernij?!”

Naar schatting 1.500 mensen in België verkeren in een toestand van “moderne slavernij”. Dat zegt de Walk Free Foundation, een ngo die jaarlijks een Global Slavery Index opstelt om de problematiek van slavernij in beeld te brengen. Wereldwijd waren er anno 2014 volgens de organisatie liefst 35,8 miljoen “moderne slaven”(2).

Slavernij gisteren

Als Recife en omstreken naar het strand trekt, dan is dat bij voorkeur naar de ‘Porto de galinhas’. Het gaat om een natuurlijke haven, omwille van de versteende koraalriffen, de ‘recifes’. Het is een kuststadje vol met grote, kunstzinnig gemaakte kippen in de straten en kleine kippen in de souvenirwinkels. Honderden buggy’s met joelende Brazilianen rijden door de duinen, in de straten, langs de opgeschrikte kippen. Werden hier dan indertijd écht kippen aangevoerd? Nee, in de koloniale tijd ging het vooral om slaven die vanuit Angola gedeporteerd werden. Als er weer een volle lading aankwam, werd er geroepen: ‘Er zijn terug kippen!’: ‘Galinhas de Angola’/’Parelhoenen’ in het Nederlands. Is het niet wat cynisch om hier nu alles rond de kip te organiseren? De slaven en hun afstammelingen (die hier komen zwemmen) verdienen wat meer ingetogenheid om wat hier gebeurd is. Toch koop ik een kippetje in keramiek voor abt Jos in Averbode. Hij houdt al 25 jaar vrije Brabantse hoenders.

Over naar Salvador da Bahia. Daar is het zo mogelijk nog erger. De gidsen in Pernambuco zeggen tenminste nog dat ‘kippen’ een schuilnaam was voor Afrikaanse slaven. In Salvador/De Redder krijgen we een historische rondleiding van Eduardo Hoornaert. Langs cruciale plekken van de koloniale tijd met zijn ruggengraat: de slavenhandel. Zo gaan we naar de ‘Solar da Unhão’. Het betreft een mooi gebouw aan de zee. Oorspronkelijk, begin 16e eeuw, was het van de plaatselijke Benedictijnenabdij. Nadien van een handelaar in Braziliaanse stenen. We drinken iets in het café-restaurant dat in de buik van het gebouw is ingericht. Met zicht op zee vragen we de ober naar de geschiedenis. Hij mompelt iets van een suikerfabriek en dat er ook slaven waren. Fier geeft hij een print van de geschiedenis. Geen woord wordt er in het document gerept over de stenen- en slavenhandel. Wel een uitvoerige uitleg over welke kunstzinnige mensen hier al wel niet verbleven hebben, want het is nu het ‘Museum van moderne kunst’.

Herman Wauters merkt terecht op: “Is dit geen heiligschennis? Het is te vergelijken met als zouden wij in Breendonk een café zouden inrichten op de plek waar de Duitse nazi’s mensen martelden en gevangen hielden.”

Stenen en kippen. Wie heeft het hier over slaven?

De Britten hebben eeuwenlang mee geprofiteerd van de slavenhandel, maar waren gaandeweg in de 19e eeuw verontwaardigd over deze mensonterende handel. Al was hun verontwaardiging wat hypocriet (ze konden door de industriële revolutie bijvoorbeeld in de mijnen slaven vervangen door machines en de suikerproductie was dankzij de slaven in Brazilië goedkoper dan in de Britse kolonies), vanaf 1850 werd de internationale trafiek verboden. Brazilië schafte de slavernij officieel af in 1888. Officieel, want bij de ‘steenhandelaar’ in Salvador-de-Redder kwamen jaren later nog stiekem scheepsladingen vol Afrikaanse stenen aan. In de Kippenhaven bleven ze nog jarenlang roepen dat aan de einder kippen verschenen.

O! Wat mooi.

Bij het wegrijden zie ik op een knalgele buggy de slogan staan: ‘O homen sonha, Deus realiza./De mens droomt, God realiseert’. Wat verderop is het gehucht ‘Nossa Senhora do Ô’: ‘Onze Lieve Vrouw van de O’. Een erfenis van de Portugezen, zoals later ook ‘Nossa Senhora de Fátima’ werd ingevoerd. De ‘Ô’ spreekt me wel wat meer aan. ‘O’ van verwondering is het mooiste gebed dat er bestaat. Ô Linda (O, zo mooi!) riepen de Portugezen uit, toen ze de kust van Pernambuco bereikten. Het werd het latere Olinda, waar vier eeuwen later (Dom) Hélder Câmara aartsbisschop werd. Ik sta nog altijd in verwondering/bewondering over hoe hij consequent koos voor armen en verdrukten. Hij was helemaal niet ‘dom’, maar heel helder in wat hij in beweging bracht.

 ‘O’ is ook van de O-antifoon die een week lang vóór Kerstmis o.a. in de abdij van Averbode wordt gezongen. Opdat met Kerstmis nieuw leven en hoop zou kunnen geboren worden. De ‘O’ heeft volgens een eerder biologische interpretatie te maken met de eeuwenlange ‘strijd’ tussen de christelijke Maria met de grote godinnen van het cultuurgebied rond de Middellandse Zee en het Midden Oosten, met Isis (moeder en kind), Demeter (moeder in overvloed, met vele borsten), enz. In de Middeleeuwen ontstonden in die lijn de O-antifonen, om de schoot te openen voor de geboorte van het kind Jezus.

Wie staat er in de kiekenshaven nog stil bij wat deze Afrikaanse voorgangers verwonderde? Waar waren ze opgetogen over? Wat waren hun dromen in het leven? Zo bezochten we in Salvador nog de ‘Rosário’, de kerk van de rozenkrans. Een kerk van en voor de slaven. Zij vielen er in verwondering voor hun eigen, zwarte heiligen. Zou religie het laatste houvast kunnen zijn, als de ontmenselijking compleet is? De laatste ‘loopgracht’ in tijden van slavernij, zoals de Franse marxist Roger Bastide het verwoordde. Hij was onder de indruk van de Afro-religie Candomblé in Brazilië. Een marxist wiens mond in ‘O’ openviel voor hoe ‘ontzag voor het heilige’ mensen houvast kan geven. Het moet niet per se ‘opium van of voor het volk zijn’. Bloemen kunnen uit de modder van mensonwaardigheid opbloeien.

Luc Vankrunkelsven, Recife, 21 april 2015.

(1) Joaquim José da Silva Xavier (16 augustus 1746 – 21 april 1792), beter bekend als Tiradentes, was een van de leiders van een revolutionaire beweging, genaamd Inconfidência Mineira. Deze beweging had als doel een volledige onafhankelijkheid van de Portugese kolonie en een zelfstandige Braziliaanse Republiek. Nadat de plannen van de beweging werden ontdekt, werd Tiradentes gearresteerd en in het openbaar opgehangen. Hedendaags wordt hij in Brazilië gezien als een nationale held en zijn sterfdatum (21 april) is nu een nationale feestdag. Joaquim José da Silva Xaviers bijnaam (wat nu generaal als zijn ‘gewone naam’ wordt gezien) ‘Tiradentes’ betekent tandentrekker. Deze pejoratieve beroepsnaam werd gebruikt tijdens het proces tegen hem. (bron: Wikepedia)

(2) http://www.vandaag.be/binnenland/156014_belgie-telt-1500-moderne-slaven.html Onder moderne slaven verstaat de Walk Free Foundation onder meer slachtoffers van mensenhandel, gedwongen arbeid, gedwongen huwelijken of seksuele uitbuiting. In 2013 telde de organisatie wereldwijd ‘maar’ 30 miljoen moderne slaven, maar nu werd een verbeterde methodologie gehanteerd. Moderne slavernij bestaat volgens het rapport in alle 167 onderzochte landen, maar is procentueel het grootst in Mauritanië (4 procent van de bevolking), Oezbekistan (3,97 procent), Haïti (2,3 procent), Qatar (1,36 procent) en India  (1,14 procent). In Europa is het probleem het grootst in Oost-Europa, met Bulgarije (0,38 procent) als koploper. België zit met 0,013 procent bij de beste landen. Het is niet toevallig dat in mijn straat in Brussel vooral Bulgaarse en Roemeense vrouwen zich moeten laten prostitueren. Over de problematiek meer concreet in Brazilië, zie: http://www.escravonempensar.org.br/http://blogdosakamoto.blogosfera.uol.com.br/http://www.escravonempensar.org.br/upfilesfolder/materiais/atividades/Atv_OIT_Soja_29.11.2010.pdf

 

België exportland richting Brazilië

Om de reis af te ronden verblijf ik in een sympathieke hostel in São Paulo. De laatste jaren schieten hier zulke goedkope verblijven als paddestoelen uit de grond. Uiteraard zijn die eerder bedoeld voor rugzakjongeren, maar een ouderling als ik wordt hier toch wel geduld.

Amsterdam in São Paulo

Ik wissel de tijd af met rustig wat schrijven, bezoeken afleggen en een wandeling maken om te gaan eten. Zo zie ik in een restaurant reclame prijken van ‘Amstelbier, successo em Amsterdam. Agora no Brasil’. Ja, het meeste bier is hier in handen van  biergigant AB Inbev, de Braziliaans-Belgisch-Amerikaanse brouwer: Number One in bierland. Toch zijn er ook enkele andere biersoorten te bespeuren, zoals Heineken met o.a. zijn Amstel. Gezegd wordt dat, naast de bieren in de hype van Brazilianen die zelf artisanaal bier beginnen te brouwen, Heineken de enige biersoort is zonder genetisch gemanipuleerde maïs. Inderdaad, in Braziliaans bier wordt veel mout vervangen door maïs. Maïs is goedkoper. Bovendien kan gerst alleen maar in Zuid-Brazilië geteeld worden. Veel te weinig dus. Heineken houdt zich volledig aan het moutrecept. Het Hollands bier is alleen aan mij niet besteed, maar da’s een andere zaak.

België, exportland …

Vandaag krijg ik toevallig een nieuwsbericht binnen over de exportsuccessen van België: ‘Voedingsindustrie legt beste handelsbalans ooit voor’ (1). Wat blijkt? De grootste groei wordt gerealiseerd naar verre exportlanden. Ons Belgisch exportmodel staat echt wel haaks op voedselsoevereiniteit, de banner  waar vele basisbewegingen op onze planeet achter staan. Terwijl de boeren al jaren kreunen onder lage prijzen, halen de voedings- en exportfirma’s goud binnen. We evolueerden sterk naar een exportlandbouw, in dienst van de internationale agrobusiness. Boeren en boerinnen moeten wereldwijd tegen elkaar concurreren om de laagste ‘grondstofprijzen’ te leveren.

“Buurlanden Frankrijk, Nederland en Duitsland blijven onze belangrijkste afnemers (aandeel van 57,1%), maar de belangrijkste groei doet zich voor in de nieuwe lidstaten (+5%) en in de verre export (+12,5%). De export naar de VS steeg opnieuw fors (+17,4%) tot 452 miljoen euro, waardoor het de onbetwiste verre exportkampioen wordt. Andere sterke groeiers waren Brazilië (+31,9%) – schepen vol mout vertrekken vanuit de Antwerpse haven – en China (+23,6%). De vijf productcategorieën die het best scoren in het buitenland zijn vlees, zuivel, groenten en vruchtenbereidingen, bereidingen van graan en dranken.” En nog: “De top vijf van verre uitvoermarkten wordt vervolledigd door Japan (173 miljoen euro), Brazilië (139 miljoen euro), Algerije (138 miljoen euro) en China (121 miljoen euro). De Verenigde Staten behoren tot de belangrijkste groeimarkten voor Belgische voedingsproducten, net zoals Brazilië en China. De uitvoer naar de VS is aan een steile en continue groei bezig (+73,2% ten opzichte van 2010) maar Brazilië (+64,6%) en vooral China (+115,9%) moeten daar niet voor onderdoen.” De TTIP-onderhandelingen (2) zullen deze tendens alleen maar versterken.

Wat mout betreft, daar zal Cargill in Herent wel mee te maken hebben. De laatste 30 jaar stootten, in de concentratiebeweging van de sector, de bierconcerns hun mouterijen af. Cargill kocht deze op en werd zo razendsnel dé grote moutproducent. Dat is trouwens de algemene strategie van het ‘familie’bedrijf Cargill (3): als ze zich ergens op werpen, dan willen ze binnen de vijf jaar de Number One zijn voor dat product, of het nu koffie is of mout of soja. Het is al gelijk! Cargill dicht zichzelf een bijna diaconale taak toe: ze staan ‘in dienst van’ de voedingssector.

… ten koste van exportland Brazilië!

Tegelijk gaat momenteel op facebook een bericht viraal over dodelijke slachtoffers in landconflicten: ‘Global killings of land and environmental defenders, 2002-2014’ (4). Honduras en Brazilië zijn de gevaarlijkste plekken op aarde voor zulke verdedigers. Brazilië is de absolute koploper met 477 doden. CPT (Comissão Pastoral da Terra: Pastorale Commissie voor de Grondproblematiek) geeft al 30 jaar een boek uit over de treurige conflictensaga op het Braziliaanse platteland. Het bevestigt dat Brazilië niet alleen de kampioen is in landbouwgifgebruik (met de nodige zieken en doden), maar ook van dodelijk geweld waar soja, suikerriet en rundveehouderij oprukt. (5)

Alternatieven mogelijk?

Is er een link met ons exportmodel? Ja zeker, onze exportmanie van vlees en zuivel, is alleen maar mogelijk met immense veevoederstromen (vooral soja) van overzee. Hét stokpaardje waar Wervel al 25 jaar mee afkomt! Wanneer zal dit ooit eens ten volle doorsijpelen, bijvoorbeeld bij het bejubelen van onze exportcijfers? Interessant is dat uitgerekend nu ook een TV-programma uitkomt over de zoektocht naar alternatieven in de veevoedersector (6). Na jaren Wervelwerk en weerwerk bieden, geeft de sector eindelijk toe dat er een probleem is. Meer nog: er wordt gezocht naar oplossingen die verder reiken dan uitgeholde labels voor overzeese soja. Uiteraard blijft waakzaamheid geboden, want het kadert natuurlijk binnen een industriële visie op landbouw. Laat staan dat onze hoge vleesconsumptie en exportbelangen meteen in vraag worden gesteld. Maar goed, jaren op dezelfde nagel van ‘eiwittransitie’ (7) kloppen, werpt op termijn zo nu en dan, hier en daar, wat vruchten af.

Luc Vankrunkelsven, São Paulo,  24 april 2015.

(1) http://www.vilt.be/voedingsindustrie-legt-beste-handelsbalans-ooit-voor (2) TTIP: Transatlantic Trade and Investment Partnership (3) Locaties in België: http://www.cargill.be/nl/locations/index.jsp. Over Brazilië zwijg ik maar even. In dit immense land is Cargill alomtegenwoordig, als één van de goden. (4) https://www.globalwitness.org/campaigns/environmental-activists/how-many-more/ (5) ‘Conflitos no campo Brasil, 30 anos’, CPT, abril 2015; www.cptnacional.org.br  CPT ontstond 40 jaar geleden uit de christelijke basisgemeenschappen CEBs, maar is al jaren een orgaan geworden van de nationale bisschoppenconferentie CNBB. CPT is lid van Pax Christi International. (6) https://vimeo.com/117780342 (7) Eiwittransitie in Wervels werk = 1. Minder afhankelijk worden van overzeese soja en terug inzetten op eigen, Europese eiwitbronnen; 2. Minder dierlijke eiwitten en meer plantaardige eiwitten rechtstreeks tot ons nemen.

 

Big Paraiso of 50 tinten bruin

Brazilianen houden van Groot. Van ‘Big’, zoals hun noorderburen, de Amerikanen, waar ze nogal een ambigue relatie mee onderhouden. Het land is met zijn 28 deelstaten dan ook groter dan de Europese Unie met zijn 28 landen. In vele steden vind je BIG, Macro, Wal*Mart, immense shoppingcentra, grote kerken van de Igreja Universal en zoveel meer. Groot-São Paulo, waar ik nu verblijf, is een Big City met meer dan 18 miljoen inwoners.

Vriendelijk volk!

Ik sluit nu deze tournee af in de buurt van metrostation Paraiso en zit te mijmeren in bar-lancheria Big Paraiso. Groot Paradijs!  Wat maakt dit land en zijn bevolking zo groots, zo paradijselijk? De Wervelgroep die me in Salvador da Bahia verliet, evalueerde unisono: “De Brazilianen zijn toch zo’n vriendelijk volk! Hoe kómt dat toch!?”

Uiteraard zijn er de grote economische, sociale en culturele tegenstellingen, heerst er verborgen racisme en kan je elk moment geweld tegenkomen. Hun land en hun rijkdom wordt door grote buitenlandse coöperaties en hun Braziliaanse collaborateurs ingepikt, maar de evaluatie van de groep is ook meer dan waar. Echte apartheid, zoals Zuid-Afrika gekend heeft, is hier onbestaande, al heb je enerzijds favela’s en anderzijds afgesloten condominiums.

Eduardo Hoornaert, een padre casado (een Brugse gehuwde priester en historicus) deed een poging tot (een begin van) antwoord: ‘Misschien is het omdat ze in de loop der tijden wel moésten samen leven: Afrikaanse (ex)slaven, afstammelingen van inheemse volkeren en nazaten van Europese immigranten.’ Voor São Paulo mag je er gerust nog Aziaten bij tellen, met o.a. 600.000 Japanners. Antwerpen en Vlaanderen met hun eng Bart De Wever-discours kunnen er nog een puntje aan zuigen.

… in vele tinten

Ik drink op een terrasje Original, een bier van AB Inbev. Met mout, maar ook met GGO-maïs. Er is niet aan te ontkomen.  Naast mij staan een achttal jongeren paradijselijk te genieten van hun weekafronding. De ene fles Serramalte na de andere wordt gekraakt. Malte/mout, maar toch ook maïs, zo blijkt uit het etiket met zijn ingrediënten. En ja, hoor, ook van ons aller AB Inbev. Er is niet  aan te ontkomen. Door de ongelooflijke mayonaise van culturen en bevolkingsgroepen delen deze jongeren in de vijftig tinten bruin die deze samenleving kleurt. Sommigen hun bruin verwijst subtiel naar (vooral) inheemse wortels. Bij anderen overheerst de Afrikaanse origine. Bij enkelen zou je gaan denken dat het ‘blanken’ zijn, al hebben ze bijna allen tikkeltjes bruin van de andere bloedgroepen. ‘Blank’ mag dan wel het ultieme ideaal zijn, vijftig tinten bruin is de overheersende realiteit. Er is niet aan te ontkomen.

Zij combineren bier met cachaca. Ik drink bier en vraag er een flesje water bij. Blijkt dat het water opgekocht is door Danone. Het kon ook Nestlé of Coca Cola geweest zijn. Er is niet aan te ontkomen. Het land van rijst en bonen met zijn grote diversiteit aan fruit wordt stoemelings overgenomen door fastfood en cola. Er is niet aan te ontkomen.

Overvloed en tekort alom

Ondertussen vloeit water langs de straten, zoals je ook in Parijs kan meemaken. Je voelt je in een Paradijselijk Tweestromenland, alhoewel São Paulo al een jaar in een acuut-chronische watercrisis zit. Toch blijven hectoliters water verloren gaan langs verouderde buizen, in WC’s die niet willen stoppen met vloeien, in waterkranen die openblijven tijdens de typische manier van afwassen. Er is niet aan te ontkomen. “Dit is nu eenmaal Brazilië”, krijg ik als antwoord, als ik er als gringo durf over beginnen.

Zijn er grenzen?

Het is een land van overvloed. Van melk en honing. De laatste 50 jaar is de bevolking wel verdrievoudigd tot iets meer dan 200 miljoen tinten bruin, maar ze zijn nog ver af van de 1,4 miljard Chinezen. Toch leeft nog volop het idee dat dit paradijs van zon, water en veel grond onuitputtelijk is. Brazilië ís een paradijs, waar heel veel goeds over te zeggen valt.

Toch ga ik elk jaar wat treuriger terug naar huis. Het Paradijs ís niet oneindig. Het brokkelt af. Hoe lang kan dit nog doorgaan? Wanneer gaat dit Aards Paradijs landen tussen de limieten van de draagkracht van Planeet Aarde? Welk is in dit aftakelingsproces onze verantwoordelijkheid als Europeanen en Chinezen?

Er valt heel veel moois en opwindends te vertellen over Brazilië en zijn Brazilianen. Steevast vragen ze: “Gostou?” “Beviel het je hier?” Het standaardantwoord hoort dan te zijn: “Gostei!” “Ja, hoor. Fantastisch. Paradijselijk is het hier.”

Mag ik toch maar de lastigaard blijven uithangen en zo nu en dan de schaduwzijden van Big Paraiso belichten? Er is niet aan te ontkomen.

São Paulo, 26 april 2015.