Britse verkiezingen, onvoorspelbare politieke uitkomst

britelect15
Facebooktwittergoogle_plusmail

Donderdag 7 mei is verkiezingsdag in het Verenigd Koninkrijk. In 650 kiesdistricten wordt er gestemd om een vertegenwoordiger naar Westminster te sturen. Wie in het kiesdistrict de meeste stemmen haalt wordt parlementslid. Ook in onze ‘grote’ pers wordt met wenkbrauwengefrons gekeken naar dit “first past the post” systeem. Het is toch een beetje eigenaardig dat een partij die 12 of 13%  totaliseert misschien maar drie zetels haalt, of nog dat 10% maar één zetel oplevert, terwijl een partij die maar 5% van het totaal van de stemmen krijgt meer dan 50 zetels krijgt. Maar dat is hoe het werkt, en hoe het wellicht zal zijn.

 

 

Lees ook de andere artikels over de Britse verkiezingen:

Cameron: 1000 nieuwe jobs per dag

inzet National Health Service

Labour wil geen coalitie met SNP

Welke coalitie na de verkiezingen?

Britse economie stelt ’t beter dan de Britten

 

De recentste peilingen zetten de Conservatieven aan de leiding met – naargelang het agentschap – een zetelaantal dat schommelt tussen de 284 en de 273. Labour zou tussen de 272 en de 257 zetels veroveren, de Liberaal Democraten tussen de 24 en 28. UKIP staat op 3 zetels, Groen op 1. De SNP varieert tussen de 51 en 56 zetels. 22 à 23 zetels zijn er dan voor de specifieke Welshe en Noord-Ierse partijen.

De belangrijkste vaststelling die op dit moment gemaakt kan worden is dat geen van beide grote partijen – Labour en Conservatieven – een absolute meerderheid zal halen. Het is ook helemaal nog geen uitgemaakte zaak dat een coalitie tussen één ‘grote’ en één ‘kleinere’ tot een parlementaire meerderheid zal leiden. Misschien zullen er dus drie of vier partijen nodig zijn, niet noodzakelijk in een vastgeklonken regeringscoalitie. Eventueel komt er een situatie waarin een minderheidskabinet gedoogsteun (qua stemmen van de budgetten, qua steun bij een vertrouwensstemming bijvoorbeeld) van enkele andere partijen zou krijgen. Dergelijke situatie is echter moeilijk vijf jaar vol te houden, want dat is de vaste regeerperiode geworden. Een regering kan theoretisch wel vallen in de tussentijd maar dit leidt niet automatisch naar nieuwe verkiezingen. De laatste minderheidsregering van het Verenigd Koninkrijk dateert uit 1974 toen Harold Wilson korte tijd eerste minister was zonder dat Labour over een absolute meerderheid beschikte. Na enkele populaire maatregelen nam hij ontslag en schreef nieuwe verkiezingen uit die hij nipt won. Dit scenario kan nu door de wetsverandering met een vaste regeerperiode niet meer worden toegepast.

Labour slaagt er niet in als voornaamste oppositiepartij de partij van de eerste minister achter zich te laten. Ondanks de stijgende armoede, het groeiend aantal werkende armen, de aanvallen op de publieke gezondheidszorg, de woonproblematiek. Dat heeft veel vandoen met het te verwachten dramatische resultaat in Schotland, waar de travaillisten waarschijnlijk maar een vijf- of zestal zetels zullen recupereren van de 41 die ze er bij de vorige verkiezingen hadden gehaald. Nu, het weze duidelijk, elke stem voor de SNP – Scottish National Party – is een duidelijke anti-Cameron stem. Het regeringsbeleid wordt er overtuigend verworpen, maar Labour heeft daar niks aan. Miliband is er niet echt in geslaagd om de toekomst van de National Health Service centraal in het verkiezingsdebat te krijgen.

Misschien vergis ik me, maar ik heb de indruk dat het lidmaatschap van de Europese Unie, hoewel notoir aanwezig in de propaganda, geen overweldigende, beslissende rol speelt in het kiesgedrag van de Britse kiezer. UKIP, de anti-EU partij, doet het wel nog goed in de peilingen: zo’n 13%. Maar dat is natuurlijk ver onder hun superscore van 26% tijdens de Europese verkiezingen een jaar geleden. Het levert hen 3 of misschien 5 zetels in Westminster op. De partij bespeelt met enig succes wel heel hard het thema arbeid en migratie en weert zich fel tegen de Europese regels rond vrij verkeer van personen (en arbeidskrachten, dus). Zoveel is duidelijk. UKIP slaagde er in elk geval ook in uittredend premier Cameron zenuwachtig te maken, want deze voelde zich verplicht tijdens de campagne een wet te beloven die nieuwkomers maar na vier jaar recht zou geven op sociale uitkeringen zoals kindergeld. Er wordt door waarnemers herhaaldelijk gesteld dat UKIP er in slaagt ook heel wat kiezers van Labour te verleiden, maar de verhouding onder de ‘overlopers’ zou toch 1 Labour tegen 3 Conservatieven  betreffen. ‘UKIP is here to stay’, kan je toch wel stellen.

Cameron heeft dus aangekondigd een referendum te willen houden over het EU-lidmaatschap in 2017 mocht hij opnieuw de regering leiden. UKIP eist dat dergelijk referendum zo snel mogelijk zou plaats grijpen. De huidige coalitiepartner, de Liberaal Democratische Partij, is ook voorstander van een referendum over Europa, waarbij direct gepleit wordt om in de Unie te blijven. Dat is ook het standpunt van de Groene Partij. Labourleider Miliband wil een referendum bij eventuele nieuwe overdrachten van bevoegdheden van Londen naar Brussel, dus niet over het EU-lidmaatschap op zich. In een recente toespraak voor het Chatham House verweet hij Cameron een desastreuze politiek ten opzichte van de Europese Unie te hebben gevoerd. “We moeten meer met de Unie samenwerken precies om er een grotere Britse stempel op te kunnen drukken; nu staan we veel te veel aan de zijlijn en vinden we geen bondgenoten voor onze ideeën”, is zijn stelling.

In Noord-Ierland zijn er 18 zetels te begeven, waarvan Sinn Fein er vijf zou moeten winnen. De sterkste partij hier is DUP, Democratic Unionist Party, een centrum-rechtse partij die verklaart zowel Labour als de Conservatieven te willen steunen in het parlement. Naar verluidt stemt Wales grotendeels Labour. De nationalisten (Plaid Cymru) willen een onafhankelijk Wales binnen de EU. Ze zouden hier drie of vier zetels halen, afhankelijk van de uitslag van de Lib-Dems.

Links van de travaillisten is het uitkijken naar één partij die in 135 (van de 650) kiesdistricten opkomt: TUSC, Trade Unionist and Socialist Coalition. De linkse partij Respect met George Galloway, die via een tussentijdse verkiezing in 2012 parlementslid was geworden, komt bij deze verkiezingen slechts op in 4 plaatsen. Verder zijn er nog tientallen kleinere partijen van allerlei gezindheid die in enkele of slechts één kiesdistrict opkomen.