Leger in de straten is onwettig

leger in de straten
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het CNAPD, la Ligue des droits de l’Homme, de Liga voor Mensenrechten en Vrede vzw, juridisch bijgestaan en gesteund door Progress Lawyers Network, lanceren een procedure tegen de aanwezigheid van militairen in de straten en roepen het middenveld op om hun actie te ondersteunen.

Op 9 maart jl., besliste de regering om verder soldaten te ontplooien in de straten, ondanks de beslissing van OCAD (Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse) om het dreigingsniveau te verlagen van 3 (ernstig) naar 2 (gemiddeld). Op 30 april werd de aanwezigheid via een eenvoudige elektronische procedure opnieuw verlengd. Zoals we nu kunnen vaststellen moeten deze beslissingen zorgen voor een normalisatie van de militaire aanwezigheid (zoals ook blijkt uit de meeste van de verklaringen van de ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie).

Onrustwekkende maatregel…

Die militaire aanwezigheid in de steden is nochtans onrustwekkend en te bekritiseren om verschillende redenen. Eerst en vooral installeert de maatregel een permanent angstklimaat, zorgt ze voor een schadelijke sociale atmosfeer en verhoogt ze het subjectieve gevoel van onveiligheid. Het leger is bovendien niet bevoegd om de openbare orde te waarborgen en daar ook niet voor opgeleid. Tenslotte lijkt deze regering de normalisering van de aanwezigheid van het leger in de straten na te streven. Dat wekt de legitieme vrees op dat het voortaan kan ingezet worden op momenten van sociale of politieke spanningen, waarbij sociale bewegingen worden geviseerd. Dat blijkt ook uit een incident in de stad Antwerpen begin 2014. Naar aanleiding van een conflict met foorkramers werden er afspraken gemaakt tussen het ministerie van Defensie, de Antwerpse provinciegouverneur Cathy Berx en de Antwerpse burgemeester Bart De Wever over het eventuele inzetten van het leger. In het regeerakkoord staat ook vermeld dat het leger vanaf dreigingsniveau 3 kan worden ingezet. Maar dat is niet conform de wetgeving.

… en onwettig

De ontplooiing van het leger kan slechts een laatste redmiddel zijn in een democratische rechtsstaat. Artikel 43 van de wet van 1998 inzake de organisatie van een geïntegreerde politiedienst voorziet twee voorwaarden voor het inzetten van het leger in de straten: 1. bij een “ernstige en nakende dreigingen van de openbare orde en 2. als de lokale en / of de federale politie over onvoldoende middelen beschikt om een antwoord te bieden aan het gestelde dreigingsniveau.

Volgens de dreigingsniveaus van OCAD speelt een dergelijke ernstige en nakende dreiging zich af op het niveau 4 en niet op dreigingsniveau 3 (en al zeker niet op dreigingsniveau 2). In een reactie zegt minister van Binnenlandse Zaken Jambon dat het bewuste artikel 43 niet van toepassing is, omdat het de regering is die de beslissing neemt om het leger in te zetten. Maar het protocolakkoord dat daarover is opgesteld verwijst expliciet (zie foto) naar art. 43. Jambon verzwijgt de waarheid of hij is onwetend. protocolakkoordIn een opiniestuk op Knack.be weerlegt erevrederechter en justitiewatcher Jan Nolf die stelling: “Voor de inzet van het leger volstaat volgens het regeerakkoord een dreigingsniveau 3. Het regeerakkoord is op dat punt echter nergens wettelijk verankerd.” In een verwijzing naar de wetgeving en het KB over de dreigingsanalyses besluit Jan Nolf: “De inzet van het leger kan dus in ieder geval nog steeds maar vanaf niveau 4: de troika van burgemeester De Wever, defensieminister Steven Vandeput en binnenlandminister Jan Jambon verwart bijgevolg een regeerprogramma met een wet.”

Minister Jambon neemt bovendien een loopje met de waarheid. Op Radio 1 beweert hij dat terreurdreigingsniveau 3 een uitzonderlijke omstandigheid is. “Daar zijn alle grondwetspecialisten het over eens. Waar vzw Vrede het vandaan haalt dat alleen niveau 4 het leger op straat toelaat, is mij een raadsel.” en verder: “Het is onze ambitie om tot een genormaliseerde situatie te komen, tot terreurdreigingsniveau twee of lager. Maar dat bepaalt de politiek niet, maar wel het OCAD, elke maand opnieuw.”

De waarheid is dat OCAD het algemene dreigingsniveau al twee maanden op niveau 2 heeft gezet en niet 3 zoals Jambon beweert. Zo staat het zelfs te lezen in een mededeling van zijn eigen ministerraad van 13 maart 2015: “Het OCAD verlaagt het algemene dreigingsniveau tot niveau 2 met bijzondere waakzaamheid en behoudt niveau 3 voor een aantal instellingen en specifieke belangen.”. Jan Jambon manipuleert door de indruk te wekken dat het hele land onder dreigingsniveau 3 valt, terwijl dat enkel op een aantal uitzonderlijke plaatsen het geval is. Als de politiediensten niet in staat zijn om die enkele plaatsen te beveiligen, dan schort er iets aan de inrichting van de politiemacht en dat is nu net de bevoegdheid van minister Jambon.

De wetgever is in elk geval ook duidelijk wat betreft de tweede voorwaarde voor het inzetten van militairen. Als we de wet, zoals dat in een rechtsstaat hoort te zijn, boven een regeerakkoord plaatsen, moet vastgesteld worden of de middelen van de lokale en federale politie daadwerkelijk ontoereikend zijn.

Klachtenprocedure

Er is geen plaats voor het leger in onze straten. Dat is simpelweg niet de rol die verondersteld wordt van het leger in een democratie. Het CNAPD, de Ligue des droits de l’Homme en Vrede vzw zullen daarom officieel klacht neerleggen op dinsdag 5 mei. De gekozen weg is die van een klachtenprocedure bij de Gouverneurs van de betrokken provincies waar het leger is ontplooid (Antwerpen, Brussel en Luik). Deze procedure is het resultaat van de voorbereiding en het juridisch advies van Progress Lawyers Network, dat ons ook juridisch zal bijstaan.

Er is geen plaats voor het leger in onze straten. Dat is simpelweg niet de rol die in een democratie van het leger wordt verwacht. Het CNAPD, de Ligue des droits de l’Homme, de Liga voor Mensenrechten en Vrede vzw zullen daarom officieel klacht neerleggen op dinsdag 5 mei. De gekozen weg is die van een klachtenprocedure bij de Gouverneurs van de betrokken provincies waar het leger is ontplooid (Antwerpen, Brussel en Luik). Deze procedure is het resultaat van de voorbereiding en het juridisch advies van Progress Lawyers Network, dat ons ook juridisch zal bijstaan.

 

Noten:

(1) Met het oog op een zo breed mogelijke steun van het middenveld en om ons toe te staan om de aanzienlijke juridische kosten verbonden aan dit dossier te dekken, doen we een beroep op u.

We vragen aan organisaties en burgers om hun steun uit te spreken voor deze zaak alsook om dat te bevestigen middels een storting op het rekeningnummer BE49 0010 6244 8171 met mededeling ‘Straat zonder Soldaten’ + (eventl) de naam van de organisatie.

(2) ‘Straat zonder Soldaten’ is een initiatief van CNAPD, la Ligue des Droits de l’Homme, de Liga voor de Mensenrechten en Vrede VZW met de steun van Progress Lawyers Network.

(3) In dit opiniestuk op Knack.be schrijft Jan Nolf, erevrederechter en justitiewatcher, hoe inzake de inzet van militairen op straat de regeringsverklaring verward wordt met een wet .

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers