Ook verdwenen, François Maspero

Maspero
Facebooktwittergoogle_plusmail

Bijna samen met Eduardo Galeano en Günther Grass is een andere grote figuur uit de boekencultuur verdwenen: François Maspero (1932-2015). Mijn boekenplanken zouden dezelfde niet zijn zonder de werken die deze Parijse uitgever, vaak met zeer veel moeite, twintig jaar lang uitbracht. Ze vormden een flink deel van het leesvoer van generaties die al langer dan vandaag vinden dat er wel een alternatief is voor de kapitalistische samenleving. Dat men de wereld moet begrijpen om die wereld te veranderen.

De boekhandel ‘La Joie de lire’ in de rue Saint-Séverin, hart van het Quartier Latin, was vanaf 1957 zowat het hoofdkwartier van al wat links van de communistische PCF bewoog. Maspero was zelf tot eind 1956, de opstanden in Hongarije en Polen, even lid geweest van die PCF, maar raakte snel gedesillusioneerd in dat “reële socialisme” zoals Moskou het noemde. In het keldertje van La Joie de lire begon hij als enkeling aan zijn levenswerk: boeken uitgeven, in de eerste plaats boeken die strijdwapens waren. En dan vooral tegen de oorlog in Algerije die van 1956 tot 1962 duurde.

Algerije

Voor Maspero was uitgeven vanaf het begin een daad van militantisme tegen die koloniale oorlog. Een andere oorlog had zijn jeugd getekend, hij zei dat zijn leven echt begonnen was op de dag – 24 juli 1944 – dat de Gestapo zijn ouders kwam halen om ze naar de kampen te voeren. Zijn vader, een bekend sinoloog, overleed in het kamp van Buchenwald, zijn moeder, een historica, overleefde dat van Ravensbrück, zijn broer kwam om als verzetsstrijder.

Maspero’s uitgeverij stond aan de spits van de strijd tegen de Franse oorlog in Algerije. Het regime van president de Gaulle was natuurlijk niet blij met al die publicaties over moordpartijen en folteringen, de censuur sloeg vaak toe. Het regende publicatieverboden en boetes, vooral voor boeken over de Algerijnse oorlog. In de collectie ‘Cahiers libres’ verscheen onder meer ‘L’An V de la révolution algérienne’ van Franz Fanon. In 1961 lanceerde Maspero de revue ‘Partisans’ die een belangrijke spreekbuis werd van de antikoloniale strijd – en waarvan de eerste nummers in Frankrijk verboden werden.

Er was ook het ophefmakende boek “Main basse sur le Cameroun’ van Mongo Beti. Die verboden werden vaak omzeild door verboden boeken vanuit België, Zwitserland of vooral Italië (de bevriende uitgeverij Feltrinelli) te laten komen. De aanhangers van l’Algérie française sloegen op hun manier toe, met aanvallen op boekhandel en uitgeverij.

Maspero werd in totaal 17 keer veroordeeld, meestal met zware boetes. Dat alles betekende wel een zware financiële dobber. Bovendien stond de boekenwinkel Joie de lire bekend als een zaak waar men ongestoord boeken kon stelen, wat dan ook massaal gebeurde ondanks de oproepen van linkse groepen om daarmee te stoppen. Het leidde mee tot het faillissement van de boekhandel in 1975.

Militantisme

De uitgever had zich intussen aangesloten bij de trotskistische Ligue Communiste Révolutionaire (LCR), moederpartij van de huidige NPA. Daar waren sporen van te vinden in de uitgeverij die, in tegenstelling tot de boekhandel, wel bloeide. Zoals in de zeer vruchtbare Petite Collection Maspero waarvan er rond 1350 verschenen. Het waren pockets rond actualiteit maar ook geschiedenis en marxistische theorie. Ik koester nog altijd ‘Histoire de la Commune de 1871’ van Lissagaray en ‘Histoire du mouvement ouvrier en Europe’ van Wolfgang Abendroth.

Worden evenzeer bijgehouden de jaargangen van l’Alternative, het tijdschrift dat in 1978 werd gelanceerd om een stem te geven aan de dissidenten uit het zogenaamde “reële socialisme” in Centraal- en Oost-Europa. Het was een bijzonder belangrijke bron om te begrijpen wat er in die tijd in de landen van het Sovjetsysteem gebeurde. Het waren overwegend stemmen van linkse opposanten die later, na de implosie van het systeem, nog altijd weinig stem kregen.

Auteur

Daar zoon noch dochter interesse hadden, gaf Maspero de uitgeverij in handen van medewerker François Gèze die ze omdoopt tot ‘La Découverte’. Zelf bleef Maspero wel erg actief als vertaler (van o.a. John Reed) en als auteur. Hij schreef verscheidene romans die altijd een terugblik waren. Daaronder ‘L’Honneur de Saint-Arnaud’, verschenen in 1992, recent heruitgegeven, die volledig rond Algerije draait. Hij schreef ook reportages over andere thema’s die hem nauw aan het hart lagen, Cuba en Palestina.

Maspero leerde zijn en andere volkeren niet lezen, hij hielp generaties militanten wel om ze de wereld beter te doen begrijpen – om die wereld te veranderen.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.