Hollande-Valls volharden in boosheid

Elections 22 mars 2015
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Franse kantonnale verkiezingen zijn, hoe onbelangrijk de officiële inzet ook was, een debacle geworden voor de regerende PS van president François Hollande en premier Manuel Valls. De PS verliest historische bolwerken aan rechts. Het uiterst-rechtse Front National (FN) is inzake stemmenaantal nu de grootste partij. Desondanks verzekeren Hollande en Valls dat ze het (neoliberale) roer niet omgooien.

De PS bestuurde twee derde van de Franse departementen, nu schiet er nog één derde van over. De partij houdt vooral stand in het zuidwesten, elders zijn de verliezen aanzienlijk. BolwerkenI zoals Bouches-du-Rhône (Marseille), Nord (Rijsel), Isère (Grenoble), Essonne (bij Parijs, departement van Valls), Aisne en 23 andere zijn nu in handen van rechts.

Ontgoocheld FN

Het FN moet zich troosten met 31 gewonnen kantons (op meer dan 2000), waaronder enkele in het Pas-de-Calais, met – zeer pijnlijk voor links – oude traditioneel linkse mijngebieden als Lens. Dat FN haalde hoe dan ook in de eerste ronde een kwart van de stemmen, minder dan het rechtse blok UMP-UDI dat echter uit meerdere partijen bestaat. Die 31 kantons – 62 gekozenen omdat er deze keer per kanton twee gekozenen – één vrouw, één man – waren, geven een vertekend beeld van de inplanting van het FN.

Sommige commentatoren gaan er daarom al vanuit dat het in de presidentsverkiezingen van 2017 toch weer een duel tussen Hollande en zijn voorganger Nicolas Sarkozy wordt. Dat houdt geen rekening met het “effect Le Pen”. In de departementen schoof het FN meestal onbekenden naar voor die niet volledig konden teren op de populariteit van Marine Le Pen. Desondanks bewijst het FN een lokale electorale inplanting te hebben, al bleef de droom om minstens één departement te veroveren uit.

Nationaal

Op zich hebben die verkiezingen niet veel om het lijf. De regering is bezig met een territoriale hervorming. De regio’s worden herleid tot 13 en oorspronkelijk was zelfs voorzien dat de departementen zouden verdwijnen. Nu is nog altijd niet duidelijk welke bevoegdheden er zullen overblijven, maar dat zal in alle geval niet veel zijn. Dat de opkomst toch nog de helft bedroeg, was voor veel politici een “aangename verrassing”, ze hadden op minder gerekend.

Maar zowel premier Valls als Sarkozy, sinds enkele maanden leider van de UMP die binnenkort een andere naam krijgt, hadden campagne gevoerd als ging het om belangrijke nationale verkiezingen. Dat “slechts” de helft wegblijft, vindt men nu dus al positief. Sarkozy ziet in de uitslag natuurlijk een bekroning van zijn werk als oppositieleider en een bewijs dat hij door zijn zeer rechtse opstelling het FN toch zou kunnen stoppen.

Osmose

Sarkozy voert inderdaad campagne op thema’s die het FN zeer nauw aan het hart liggen, ordehandhaving en migratie. Hij vertrekt van de vaststelling dat een groot deel van zijn achterban niet uitsluit FN te stemmen. Peilingen geven ook aan dat er een osmose is tussen de kiezers van FN en UMP. Voor Sarkozy komt het erop aan die sc hare kiezers bij de UMP te houden.

Het succes van de kantonnale verkiezingen is volgens hem een bewijs dat het werkt en dat zijn grote concurrent voor de interne verkiezingen bij rechts, Alain Juppé, ongelijk heeft met zijn centrum-opstelling. Sarkozy bleef ook deze keer trouw aan zijn “ni ni”: noch FN noch PS als dat in een tweede ronde de keuze is. Juppé verdedigt het “republikeins front”: links stemmen tegen het FN.

Het valt dus te verwachten dat rechts zich radicaal rechts blijft profileren om het FN de wind uit de zeilen te nemen. Sarkozy kan daarbij ook aanvoeren dat de meeste linkse kiezers uit de eerste ronde in de tweede dan toch voor “republikeins rechts” (UMP-UDI) stemmen om het FN tegen te houden. Hij rekent nu al uit dat hetzelfde zal gebeuren als hij in 1917 in de tweede ronde tegenover Marine Le Pen zou staan.

Links

De linkse kiezers hadden dat trouwens ook al gedaan in de presidentsverkiezingen van 2002 toen het in de tweede ronde, na uitschakeling van PS-kandidaat Lionel Jospin, ging tussen president Jacques Chirac en Jean-Marie Le Pen. Maar Sarkozy is Chirac niet en dochter Le Pen is haar vader niet. Sarkozy’s ideoloog blijft, ondanks diens persoonlijke ongenade, nog altijd Patrick Buisson, op sommige vlakken nog rechtser dan Marine Le Pen.

De “linkervleugels” van de PS dringen opnieuw aan op een koerswijziging van de regeringspolitiek, onder hen ook Martine Aubry. Maar Valls en Hollande hebben al duidelijk aangegeven dat daar geen sprake van is, we gaan op de ingeslagen weg verder, aldus Valls. De premier vindt dat hij deels gewonnen heeft, want het FN verovert geen enkele departement en dat schrijft Valls aan zichzelf toe. Hollande gaat deze week nieuwe maatregelen aankondigen ten gunste van de ondernemers. En minister van Economie Emmanuel Macron wil zelfs een verdere ruk naar rechts.

De PS bereidt zich dan ook al voor op een volgend debacle, eind dit jaar als de raden van de 13 regio’s worden gekozen. In de 22 bestaande heeft links de meerderheid in 21. Links zal blij mogen zijn als het er 4 van de 13 nieuwe kan winnen.

En links

Links van links likt ook zijn wonden. Het Front de Gauche met vooral de communistische PCF en de Parti de Gauche van Jean-Luc Mélenchon, kunnen alleen wat schade beperken. De PCF behoudt één van zijn twee departementen, Val-de-Marne (bij Parijs) en verliest het meer landelijke Allier. Mélenchon wijt dat aan de onduidelijkheid van het Linkse Front, vooral omdat de PCF maar halfslachtig oppositie voert. De PCF lijdt ook onder de crisis bij de linkse vakbond CGT die er niet in slaagt tegen het regeringsbeleid te mobiliseren. De groene EELV zit helemaal in een diepe crisis. Een deel van de leiding wil liefst wee enkele ministers en vraagt daarvoor alleen wat groene bijsturing van het regeringsbeleid. De linkervleugels willen daarentegen nauwer samenwerken met het Front de Gauche en sloten bij de kantonnale verkiezingen talrijke akkoorden met links van links. De breuk tussen de groepen lijkt een kwestie van weinig tijd.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.