De multinationals: onze echte regeerders

Facebooktwittergoogle_plusmail

Bart De Wever, voorzitter van de Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) en burgemeester van Antwerpen, verklaarde onlangs dat ‘de het de regering is die moet regeren’. Heeft De Wever dan toch enige zin voor humor of was dit zijn zoveelste staaltje van cynisme? De laatste hypothese zal wel de juiste zijn, want niemand weet beter dan De Wever dat het niet de regeringen zijn die regeren, maar wel de financieel-economische grootmachten die de regeringen naar hun pijpen doen dansen. Zelfs Willy Claes (SP.A) gaf op 13 maart 2015 tijdens het VRT-radioprogramma De Ochtend toe dat ‘politici afhankelijk zijn van de financieel-economische grootmachten’. Susan George toont in haar boek ‘Les usurpateurs’ overduidelijk aan dat die grootmachten, meer bepaald de multinationale of transnationale bedrijven, de ware regeerders van de wereld zijn.

Susan George, ere-voorzitster van Attac-Frankrijk en voorzitster van de raad van bestuur van het Transnational Institute (Amsterdam), verkiest de term transnationale bedrijven (TNB)boven het meer gebruikelijk multinationale bedrijven of multinationals. Dat is een goede keuze. Want een multinationaal bedrijf is een bedrijf dat in vele landen actief is. De term transnationaal geeft beter weer dat zulke bedrijven als een mes door boter dwars door de staten, hun wetten, voorschriften, normen en beslissingsprocedures gaan, om hun macht op te leggen, die de ongebreidelde stijging van de winst als enig doel heeft.

Met het oog op die voortdurende winsttoename nemen niet verkozen individuen en bedrijven, die niemand enige rekenschap moeten afleggen, de macht over om het officieel beleid ertoe te dwingen hun belangen te doen dienen. Dat gebeurt op alle gebieden: arbeidswetgeving, sociale regels, investeringen, volksgezondheid, landbouw- en voedingsnijverheid, leefmilieu, belastingen, financiën, handel enz. Ze nemen ook deel aan geheime onderhandelingen over strategische handelsakkoorden. Zo ontstaat een ‘onwettige autoriteit’. Met als gevolg dat de wettige autoriteit (de regeringen) steeds meer in dienst van de TNB staat en niet van het volk.
Susan George beschrijft hoe de sociale strijd die na de Grote Depressie van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog werd gevoerd om de democratie te vestigen en onze rechten te doen gelden, een verloren strijd lijkt te worden. Wat we kortweg de welvaartstaat noemen, lijdt schipbreuk. De neoliberale regressie haalt de bovenhand, met de ontbinding van de staat en de uitholling van de sociale rechten tot gevolg. Een catastrofe voor de meerderheid van de bevolking, maar een droom die in vervulling gaat voor de rijkste klassen en bedrijven.

In de plaats van de welvaartstaat kwam de markt. Het kapitalistische of liberale model wil dat de markt vrij kan opereren. Reglementen en staatsinterventie zijn uit den boze. De privé-sector is voor het kapitaal doeltreffender en rendabeler dan de openbare sector, vandaar dat openbare diensten moeten worden geprivatiseerd. Vrijhandel is een absoluut dogma. Om de staatsschulden aan de banken af te betalen wordt loon- en bijstandtrekkers een uiterst streng soberheidsbeleid opgelegd. De bedrijven moeten van hun kant minder sociale bijdragen betalen, wat de Franse bedrijven in 2014 tientallen miljarden euro opbracht. De belastingvlucht en -fraude wordt in de Europese Unie voor 2012 op minstens duizend miljard euro geraamd.

Ondertussen kunnen de banken hun gangen gaan. Ze stortten ons in de zoveelste crisis, maar voor hen bestaat geen gevaar. Ze zijn nu eenmaal ‘too big to fail’ (de belastingbetalers zullen de banken wel  redden) en te machtig om gestraft te worden (zit er al een bankier die verantwoordelijk is voor de crisis van 2008 achter de tralies?) Of werd er al werk gemaakt van de splitsing tussen spaar- en investeringsbanken om nieuwe drama’s te voorkomen? Die zullen niet worden voorkomen, omdat de financiële sector de minst gereglementeerde van alle economische sectoren is. De voormalige Amerikaanse president Franklin Roosevelt zei in 1936 dat het ‘even gevaarlijk is om door de georganiseerde financiën te worden bestuurd als door de georganiseerde misdaad.’

Bedrijven schrijven akkoord EU-VS

Hoe groot de invloed van de transnationale bedrijven op het beleid is, blijkt uit de totstandkoming van het Transatlantisch Handels- en Investeringspartnerschap (TTIP)waarover de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Unie al geruime tijd onderhandelen. Zoals een Maleisisch volksvertegenwoordiger zei gaat het hier geenszins om een handelsakkoord, maar om een actie van de grote bedrijven om de handel in hun belang te organiseren. De onderhandelingen worden door die grote bedrijven gestuurd, met name in de schoot van de Transatlantische Dialoog waarin de belangrijkste Amerikaanse en Europese bedrijven zetelen en van de Transatlantische Economische Raad die alle hinderlijke reglementeringen wil afschaffen om de ‘privé-sector te versterken’. Het laat zich raden dat het TTIP schadelijk zal zijn voor de consumentenbescherming, de sociale rechten, de volksgezondheid, de werkgelegenheid en het leefmilieu.

Hoezeer de TNB hun stempel drukken op het toekomstig TTIP blijkt uit de voorgestelde geschillenregeling.  Als die er komt zullen bedrijven een gerechtelijke procedure tegen een staat kunnen beginnen als ze oordelen dat een of andere wetgevende maatregel hun huidige en toekomstige winsten bedreigt. De klachten van de bedrijven zullen evenwel niet door een normale rechtbank behandeld worden, maar wel door een privé-hof dat uit privé-personen zoals zakenadvocaten zal bestaan. Dat hof zal in het grootste geheim beslissen en tegen zijn beslissingen is geen beroep mogelijk. Dat is dus de wereld op zijn kop. Staten zullen buitenlandse bedrijven niet voor een scheidsrechtelijk hof kunnen dagen als die de nationale wetten en voorschriften overtreden. Bedrijven zullen daarentegen staten voor een scheidsrechtelijk privé-hof kunnen dagen om hun belangen te behartigen.

Weg met de normen

Uit wat over de geheime TTIP-onderhandelingen uitlekte blijkt wat de TNB onder vrijhandel verstaan: de mogelijkheid om volledig hun zin te doen. Vooral van Amerikaanse zijde wordt op het opheffen van een aantal Europese normen voor Amerikaanse exporteurs of investeerders aangedrongen. De VS willen dat een product dat in een land wordt goedgekeurd, zonder meer in alle andere landen wordt toegelaten. Dat betekent dat de Europeanen hormonaal bewerkt vlees, genetisch gemanipuleerde graangewassen, met pesticides behandeld fruit, met chloor gewassen kippen uit de VS zullen moeten verorberen.

De VS wijzen iedere verplichting af om de genetische manipulatie op de etiketten van producten te vermelden. Ze willen evenmin van een bescherming van de geografische oorsprong (zoals bijvoorbeeld voor champagne) weten. De Amerikanen kanten zich ook tegen het in Europa gehuldigde voorzorgsbeginsel, waardoor een product pas op de markt mag als bewezen is dat het onschadelijk is. De Amerikanen willen zoveel mogelijk producten commercialiseren. Als ze schadelijk zijn, moet dat achteraf maar bewezen worden. Het gevaar dat onder het mom van een ‘harmonisering’ voor een afschaffing van normen wordt geopteerd, is dan ook reëel. Maar Europese bedrijven hebben het daar geenszins moelijk mee. Markus Beyrer van de Europese werkgeversorganisatie BusinessEurope zei onomwonden dat ‘de verschillen inzake reglementering afgeschaft moeten worden’.

Als de TNB hun wil kunnen doordrijven, zal de wetgevende en reglementerende macht bijgevolg bij hen en niet langer bij de regeringen liggen. Zij zullen de wereld besturen. Maar liggen de regeringen daar wakker van? Bill Clinton zei al toen hij nog president van de VS was: ‘Tegen de grote bedrijven vermag ik niets’. Susan George is er dan ook van overtuigd dat het TTIP de bedrijven zoveel mogelijk voorrechten zal waarborgen ten koste van de democratisch verkozen regeringen.

De auteur wijst ook op de toenemende invloed van de transnationale bedrijven op de Verenigde Naties en een groot aantal van hun instellingen,zoals de Wereldgezondheidsorganisatie, die de neiging hebben voor de transnationale bedrijven te buigen. De voormalige secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, liet die machtsgreep van TNB op de VN toe. Niet voor niets zetelt hij nu in de raad van bestuur van het Wereldeconomisch Forum van Davos, de hoogmis van het kapitalisme, waar de TNB de regeringen ieder jaar de les komen spellen.

Ondanks haar scherpe analyse van het wereldgebeuren, stelt Susan George toch enige hoop in het beleid van de huidige voorzitter van de Europese Commissie, de conservatieve  politicus Jean-Claude Juncker, die jarenlang minister van Financiën en eerste minister was van het belastingparadijs Luxemburg. We kunnen alleen maar hopen dat haar hoop niet ijdel is.

Usurpateurs. Comment les entreprises transnationales prennent le pouvoir (Les)
Susan George
Social Science
Le Seuil
2014
192
9782021213782