‘The Do Gooders’ opent het festival Eye on Palestine

Chloe Ruthven and Lubna
Facebooktwittergoogle_plusmail

Interview met filmmaker Chloé Ruthven

De vijfde editie van het kunsten- en filmfestival opent met de documentaire ‘The Do Gooders’ van Chloé Ruthven. De film is als een ‘road movie’ naar de sinistere wereld van de internationale hulpverlening. Maar de reis mondt uit in een complexe zoektocht van Chloe (Britse) en Lubna (Palestijnse), waarbij het persoonlijke en het politieke met elkaar verstrengelen. Chloe Ruthven bijt zich vast in het onderwerp na het lezen van een boek van haar grootmoeder die er samen met haar man hulpverlener was. Onderweg ontmoet ze Lubna, chauffeur en fixer, waarna ze beiden in een emotioneel verhaal verwikkeld geraken.

 

Waarom wilde je deze film maken?

“Ik behoor zelf tot een familie van ‘do gooders’. Mijn vader werkt op de Arabische dienst van de BBC. Zijn moeder en zijn stiefvader waren heel vaak in Palestina en Jordanië en deden er aan hulpverlening. Dit bleef ergens in mijn hoofd hangen. Toen ik visuele antropologie studeerde in Goldsmiths, de afdeling voor kunsten en sociale wetenschappen aan de Universiteit van Londen, was er veel belangstelling voor ontwikkelingsstudies. Er werd in die tijd heel wat kritische literatuur bijeen geschreven over de hulpindustrie. De positie van ontwikkelingswerkers werd in vraag gesteld. Mij is vooral een schitterend essay bijgebleven, met de titel ‘Mercenaries, Missionaries and Misfits’, een soort van antropologische studie van de ontwikkelingswerker. En ik dacht, oh god, dat is mijn familie, dat is waar ik van afkomstig ben. “

“Als artiste ben ik bovendien geïnteresseerd in eerder oncomfortabele onderwerpen. Dat zette mij op weg. Ik dacht, dit gaat over mijn familie en ik wil uitzoeken wat mijn erfenis is. Misschien wilde ik ook ergens in het reine komen en een eerlijke zoektocht starten. Ik wou me niet laten verleiden tot nog eens een neokoloniaal narratief, de witte journalist die bruine mensen gaat onderzoeken. Een artieste die een waarheidsgetrouw maar ongemakkelijk pad wil bewandelen in het kijken naar de wereld, die moet in de eerste plaats kijken naar wat wij doen, naar onszelf kijken dus. Dat was het conceptuele uitgangspunt.”

“Toen we probeerden het concept van de film uit te werken ontdekten we dat we een personage nodig hadden waarlangs het verhaal zou verteld worden. Samen met de producer kwamen we aanvankelijk tot de conclusie dat ikzelf, met mijn geschiedenis, de dagboeken van mijn grootouders als hulpverleners in Palestina, het verhalende ankerpunt moest zijn van een emotionele, transformatieve reis. Ik besloot om het te brengen zoals ik het heb ervaren.”

 

Inmiddels heb je een film gemaakt die een behoorlijk negatief beeld schetst van de wereld van de ontwikkelingssamenwerking in de bezette Palestijnse gebieden.

“Ik reisde met een vriendin, een Brits-Palestijnse, die zich erg betrokken voelde met de Palestijnse zaak. Zij had zelf nooit eerder gekeken naar de aanwezigheid van de westerse hulpverleners daar. In gesprekken met Palestijnen gaat het doorgaans over Israël en dat wordt als heel gewoon ervaren. Maar toen we hen ter plaatse vroegen wat ze dachten over al die westerse aanwezigheid, was het alsof we de doos van Pandora openden. Gezien de traditionele Arabische beleefdheidsnormen, is het een onderwerp waarover ze je niet alles recht in het gezicht zullen gooien, maar er was een zeker enthousiasme over deze vraag. Er kwamen allerlei bedenkingen los zoals over de manier waarop we ons kleden of ons gedrag in de bars in Ramallah, wat soms bijna ervaren wordt als een andere vorm van bezetting.”

In de film horen we over de praktijken van USAID, waarbij de hulpverlening de bezetting lijkt te moeten ondersteunen, zorgen dat ze draagbaar blijft, dat mensen er in kunnen overleven in plaats van de situatie echt te veranderen.

“USAID is in het bijzonder problematisch en eigenlijk verhelen ze ook hun rol niet. We weten allemaal dat de VS Israël financiert en de belangrijkste bondgenoot is in de regio. Het is een soort van pose, lippendienst die geleverd wordt rond de steun aan Palestijnen. Uit de film blijkt ondermeer dat miljoenen dollars worden verkwist in projecten voor het oppompen van water uit een waterreservoir dat zo goed als leeg is, terwijl de rijke waterbronnen voor Israëlische waterleveringen gereserveerd zijn. Het is een politiek probleem dat teruggaat tot de Oslo-akkoorden. Je begrijpt al gauw dat het over macht gaat en niet over het helpen van mensen in de zeer moeilijke situatie van bezetting. In de film verwoordt een boer het heel goed. Hij is verontwaardigd over de hele absurditeit van de situatie. Hij moet immers duur water kopen dat van zijn gemeenschap is gestolen, terwijl aan de andere kant van de vallei een nederzetting het schaarse water gebruikt voor zwembaden. Zijn grond staat droog terwijl de nederzettingen over groene landbouwgrond beschikt waar groenten en fruit kunnen worden gekweekt.”

 

Moeten we dan beslissen dat ontwikkelingshulp meer kwaad dan goed doet, dat we er beter mee stoppen?

“Het is jammer dat Lubna, die in het tweede deel van de film aan bod komt, er niet is om daarop te antwoorden. Het is niet aan mij om de Palestijnen te vertellen wat ze moeten doen. Het is aan Lubna en haar volk om daarover te oordelen. Ik voel vooral hoe belangrijk het is dat we naar ons zelf en naar onze beweegredenen kijken. Het is niet dat we alles zomaar moeten stopzetten want dat zou ook erg veel negatieve gevolgen kunnen hebben. Ik heb een twintigjarige zoon die naar Tanzania is vertrokken om zijn ‘do gooding’ te doen. Je ziet in heel Europa hoe twintigers van de middenklasse er op uit trekken om iets te doen. Maar ze mogen zichzelf niet wijs maken dat ze aan het helpen zijn. Het is beter om te vertrekken met het idee dat je de wereld wil leren kennen en je daarbij beseft dat je opgegroeid bent in een westers land met alle daaraan verbonden privileges. Het gaat dus over het eigen leerproces, niet om anderen iets te leren en zeggen ‘ik ga je helpen’. Dat zou een erg verwaande houding zijn. We moeten beseffen dat de situatie in Palestina en het Midden-Oosten op dit ogenblik erg hachelijk is. Met Netanyahu opnieuw aan het roer hangt de derde intifada in de lucht. Er bestaat onenigheid over, maar volgens mij kan zijn herverkiezing Palestijnen doen radicaliseren richting Islamitische Staat, die er nu niet is. Er is een soort van oorlog aan de gang die niet beperkt blijft tot Israël en Palestina, het is het Westen versus de Arabische wereld. We moeten erg voorzichtig zijn over welk beeld we van onszelf geven. We moeten eerlijk en nederig zijn. Als we naar die landen gaan, dan moet dat op uitnodiging zijn, zonder ons te gedragen als superieure ontwikkelde wezens die mensen met minder kennis moeten helpen. Dat werkt niet meer. Die tijd is voorbij. Met deze film wilde ik een spiegel voorhouden, vragen stellen. Je krijgt er geen oplossingen aangereikt. Lubna en ikzelf hebben heel wat gesprekken gehad. Zij is heel duidelijk over wat zij er van denkt.”

 

In het tweede deel van de film krijgen we inderdaad Lubna die prominent in beeld komt. Was dat jouw oorspronkelijke bedoeling of kwam ze vanzelf op de voorgrond door de kracht van haar personage?

“Goede vraag (lacht). Ik had een bijna afgewerkte film zonder Lubna er in, waar ik enkel de dagboeken van mijn grootouders gebruikte en de reis die ik maakte door het dagelijkse leven in de Palestijnse gebieden. Toen we met de montage bezig waren en een testscreening deden, voelden we dat er iets niet werkte. We vonden niet echt wat het was. Tot een van de filmredacteurs me kwam zeggen: ‘Chloé, er is geen liefde in de film. Opdat je film zou aanslaan moet er liefde zijn, en er is niemand om verliefd op te worden’ (lacht). Ik dacht er over… deze film is niet over liefde, maar over politiek. Maar het kwam wel aan. Toen bedacht ik dat Lubna, die ik al eerder had ontmoet, de enige persoon was die kon aanslaan. Ik nam contact op met haar. Ik zei dat ik nog wat opnames en interviews moest doen en of ze daarbij kon helpen. Ik vroeg haar niet of ik haar kon filmen enkel of ze me kon helpen. Wat een logische vraag was, want ze is een bekende activiste die een heel goed zicht heeft op de situatie. Maar in mijn achterhoofd dacht ik, zij is de vrouw die ik nodig heb. Ze is zo bijzonder en uitzonderlijk, maar ook de manier waarop het klikte tussen ons. Ik vertelde haar evenwel niet dat ik haar als hoofdpersonage wou neerzetten.”

 

Ze lijkt eerder met tegenzin voor de camera te verschijnen.

“Inderdaad. De ene keer reageert ze verveeld, een andere keer al grappend. Zo reflecteerde ze op een bepaald ogenblik over het vreemde gedrag van witte mensen om alsmaar selfies van zichzelf te nemen. Dat ze zomaar alles filmen zonder dat het iets betekent. Toen ik haar de eerste montage stuurde reageerde ze eventjes geschokt, maar gelukkig was ze samen met een goede Palestijnse vriend die haar zei dat haar optreden briljant was en in de film moest blijven. Daarna stond ze er helemaal achter.”

 

Had je vooraf enig idee van wat er zich afspeelde in Palestina, over de politieke gevolgen van ontwikkelingssamenwerking onder bezetting?

“Neen, het was een echte openbaring voor me. Absoluut. Ik had wel vermoedens dat ik er problemen mee zou hebben, maar niet dat het zo erg was. Het was erg interessant om te zien hoe de film werd ontvangen in kringen van ontwikkelingssamenwerking. De reacties waren erg polariserend. Ik gooide een stok in het hoenderhok. Er was nogal wat wat boosheid. Maar er waren ook heel wat emotionele reacties of dankbetuigingen over het feit dat deze vragen over ontwikkelingssamenwerking werden gesteld.”

“De film zorgt wel eens voor controverses, maar zal alsnog op BBC World getoond worden. BBC stak er aanvankelijk geld in, maar dan kwam de boodschap dat er geen behoefte was aan nog meer van dat soort films. Maar ik ben er zeker van dat er heel erg gewaakt wordt over het feit dat er telkens als er iets kritisch over Israël wordt gebracht, er ook iets kritisch moet komen voor de andere kant. Dat is ook zo in andere landen.”

 

En jouw familie? Want dat was tenslotte de aanleiding voor het maken van de film?

Die reageerde erg goed en zeer ondersteunend. Ik denk dat ze dit verhaal erg goed begrepen. Want ik zat er natuurlijk over in over hoe mijn vader zou reageren.

 

De vertoning van ‘The Do Gooders’ vindt plaats in Théatre Marni op zaterdag 28/03 om 17u te Brussel (Engels gesproken met Franstalige ondertitels). Ze zal haar film zelf komen voorstellen. De documentaire vormt het startschot van de vijfde editie van Eye on Palestine met een hele week lang (28/03 > 05/04) een programma van films, podiumkunsten en debat op drie locaties (Théatre Marni, CC Jacques Franck en KVS) in Brussel.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers