Griekse democratie versus Europees dictaat

syrizamanifestatie
Facebooktwittergoogle_plusmail

Als we al een ding kunnen onthouden uit de Griekse crisis, dan is het wel dat democratie helemaal niet het hoogste goed is in de EU.

 

 

Sinds de Griekse kiezer op 25 januari 2015 de linkse partij Syriza aan de macht hielp, zijn we getuige van een machtsstrijd tussen twee verschillende modellen. In het ene model wordt de EU overgeleverd aan een financieel-economisch conglomeraat dat gedicteerd wordt door banken, multinationals, rijke particulieren en de daarmee verbonden politieke elite. Daartegenover staat het model waar de Grieken voor kozen: een unie van democratische landen die werk maakt van een sociaal beleid en maatschappelijk welzijn. Deze tegenstelling lijkt een sloganeske simplificatie van de werkelijkheid, maar sinds de Griekse crisis zien wat dat dit toch de essentie vormt van de strijd om de toekomst van de Europese Unie.

Europese bezuinigingen een sociale catastrofe

Vanaf 2010 deed de Europese bankencrisis en het financieel-economisch wanbeleid van de eigen regering zich enorm voelen in Griekenland. Het Griekse begrotingstekort steeg naar 12% en de groeiende overheidsschuld zorgde dat de rente op de staatsleningen de hoogte in schoot. De vicieuze cirkel van toenemende schulden en rentelasten dreigde niet alleen Griekenland de afgrond in te duwen, maar ook een nieuwe Europese crisis uit te lokken. De EU en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) kwamen noodgedwongen over de brug met twee grote leenpakketten in mei 2010 (110 miljard euro) en in maart 2012 (130 miljard euro). In ruil moest de Griekse regering zeer zware bezuinigingsmaatregelen doorvoeren. De sociale gevolgen bleven niet uit. Gezaghebbende economen waarschuwen al een tijd dat alsmaar meer bezuinigingen in tijden van recessie de situatie alleen maar dreigt te verergeren. Zelfs het officiële bureau voor statistiek van de EU, Eurostat, gaf in november 2014 cijfers vrij die wezen op de catastrofale sociale situatie in Griekenland. Het percentage personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting was in 2013 gestegen naar 35,7% (28,1% in 2008). Het percentage ernstig materieel hulpbehoevenden was gestegen tot 20,3% (11,2% in 2008). Ook de Griekse overheidsschuld bleef verder ontsporen van 127% van het BBP in 2009 naar 175% in 2013. Het gros van het geleende geld werd zelfs niet eens in de economie geïnvesteerd. Volgens een studie van Attac uit 2013 ging 77% van het geleende geld rechtstreeks naar de financiële sector via bv. de herkapitalisatie van de Griekse banken en het terugbetalen van de staatsbons. De Europese elite duwde Griekenland een hoge werkloosheidsgraad, looninleveringen, armoede en miserie door de strot om in eerste instantie de financiële sector te redden, die nochtans zelf een grote verantwoordelijke is voor de crisis.

De wil van de Griekse kiezer

De Griekse kiezer was het beu om het gelag te betalen zonder perspectief op een betere toekomst. Hij gaf een mandaat aan Syriza voor een alternatief beleid dat helemaal niet zo radicaal is als de Europese elite ons wil doen geloven. In september 2014 maakte Syriza-leider Alexis Tsirpas het programma van Thessaloniki en de vier pijlers van een ‘Nationaal Plan van Wederopbouw’ bekend: de aanpak van de humanitaire crisis, de heropstarting van de economie en de promotie van fiscale rechtvaardigheid, het opkrikken van de tewerkstelling en het herstel van het arbeidsrecht, en de omvorming van het politiek systeem ter uitdieping van de democratie. Wie het programma leest, kan daarin alleen maar legitieme en haalbare maatregelen vinden. In een opiniestuk aan de vooravond van de verkiezingen benadrukte Tsirpas dat het “in evenwicht brengen van een regeringsbudget niet automatisch bezuinigingen vereist” en dat Griekenland de Europese verplichting van een budget in evenwicht en de Europese doelstellingen wil respecteren. Hij stelde dat het echter aan een democratisch verkozen regering is om te bepalen hoe die doelstellingen worden vervuld.

Europese chantage

Maar de Europese elite, die anders zo vol is van de Europese waarden en de democratie, verwees de wensen van de Griekse kiezer naar de prullenmand en eiste een volledige uitvoering van de Europese afspraken. Zij vrezen dat het Grieks precedent een hypotheek kan leggen op het neoliberale model. Ze maken de Spanjaarden, die eind dit jaar naar de stembus trekken, alvast duidelijk dat ze best twee keer nadenken voor ze ‘onrealistisch’ links (op de partij Podemos) stemmen. De Europese Unie wil pas met vers geld over de brug komen als Griekenland kapituleert en de asociale op neoliberale leest geschoeide maatregelen verder uitvoert. De Griekse regering die niet verantwoordelijk is voor de desastreuze financiële situatie van het land, heeft binnenkort geen geld meer om haar ambtenaren te betalen en rest vooralsnog weinig keuze. Hoewel er uiteindelijk toch wat ruimte werd vrijgemaakt voor mogelijke sociale en fiscale bijsturingen in Griekenland, is de boodschap van Europa duidelijk. De kiezer mag blijkbaar niet meer stemmen voor een beleid dat én de economie én het volk ten goede komt, dat armoede wil aanpakken en de rijke klasse meer wil doen bijdragen. In Griekenland kwam de neonazi-partij Gouden Dageraad als derde partij uit de jongste verkiezingen. Wat nu een ruk naar links is, kan morgen een ruk naar extreemrechts worden. De politieke elite lijkt niets te hebben geleerd van de Europese geschiedenis.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers