Syriza, recht op respijt

Syrizaa
Facebooktwittergoogle_plusmail

Capitulatie. Door de knieën gegaan. Dat waren enkele beknopte commentaren na een slopende partij ‘arms wrestling’ tussen “de instanties” van de EU en de nieuwe Griekse regering. Er klonk triomf in de mainstream media, er was ontgoocheling bij een deel van links, er was gerommel binnen Syriza waar het ‘links platform’ herinnerde aan het programma waarmee Syriza de parlementsverkiezingen van 25 januari 2015 won. Er was daarentegen opluchting en zelfs opgetogenheid bij de meerderheid van de Grieken. De meeste Grieken geven Syriza graag wat respijt na vijf jaar zwaar lijden.

Merkwaardig was dat enkele ontgoochelde linksen verwezen naar titels in zeer burgerlijkje kranten, zoals De Tijd die het over ‘capitulatie’ had. Het was de algemene toon van de grote media in de EU: Syriza had bakzeil gehaald. De toon milderde toen iets duidelijker werd dat de Griekse regering “de instellingen” (de term die de beruchte trojka vervangt) ook wel een beetje voor schut had gezet. OK, we mogen geen nieuwe schulden maken en de vinger op de knip houden, maar we denken dat te doen met geld te halen bij de bevoorrechten van het oude systeem, degenen die geen belastingen betalen, die massaal belastingen ontdoken. Wat kunnen “de instellingen” daartegen inbrengen?

Alleen

Geen illusies, die “instellingen” staan fundamenteel vijandig tegenover een regering die hun fundamenteel beleid aantast. Ook al heeft dat beleid het land in een dieperik gestort waarvan de bodem nog niet in zicht was. Erger dan wat de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk veroorzaakte, schrijft Le Monde Diplomatique (maart 2015) verwijzend naar de instorting van het bruto nationaal product. Het recept van de trojka werd een fiasco. Maar toch vond de Franse minister van Financiën Michel Sapin dat Griekenland op die weg had moeten verder gaan…

Sapin is lid van de socialistische PS. Het illustreert hoe de Europese sociaaldemocratie Syriza volledig in de steek liet. Het had er even naar uitgezien dat sommige sociaaldemocraten, onder wie de Franse en Italianen, van de zege van Syriza gebruik wilden maken om het EU-beleid wat minder strak te maken. Maar het bleek ijdele hoop, de sociaaldemocratie bleef in haar volgzame rol van de voorbije jaren, ze biedt geen weerwerk tegenover de ideologische dogma’s van rechts. Het resultaat is dat Syriza tegenover de “instellingen” geïsoleerd stond.

Revolutionair?

De rechtse pers had het voorbije jaar, toen duidelijk werd dat Syriza kon winnen, altijd maar beklemtoond dat het om een radicaal-linkse beweging ging. Ook een groot deel van links nam die term over en schiep zo zijn eigen illusies.

Syriza is en blijft een coalitie van diverse linkse groepen, met als kern de erfgenamen van de Eurocommunistische partij ontstaan uit een afsplitsing van de communistische KKE. Dat leidde tot een links sociaaldemocratische partij, geen revolutionaire. Binnen het huidige Syriza zitten diverse radicaal-linkse (onderling verdeelde) bewegingen, ongeveer een derde van het totaal van de militanten. Bij de stemming in het centraal comité van Syriza haalden de linkse critici 41 %. In zijn geheel is Syriza echter een coalitie gedomineerd door linkse socialisten.

Het programma van Syriza is niet linkser dan dat van de Union de la gauche, de linkse unie van de Franse PS met de communistische PCF. Toen hun kandidaat François Mitterrand (PS) in 1981 de verkiezingen won en Pierre Mauroy premier werd, voerde die regering een beleid van onder meer nationalisaties, verhoging van het minimumloon, pensioen op 60 jaar, vermindering van de werkduur, vijfde week betaald verlof en een belasting op de grote fortuinen. Frankrijk zat toen niet in een diepe crisis zoals Griekenland nu. Maar inzake teneur in het vergelijkbaar met Syriza.

In 1984 werd Mauroy de laan uitgestuurd en sindsdien zit de PS op een neoliberale lijn. Zo werd er onder de regering Jospin drastisch geprivatiseerd. De sociaaldemocratie is naar rechts opgeschoven. Na zijn verkiezing in 2012, haastte de socialist François Hollande zich naar Berlijn om daar zijn volgzaamheid te tonen. Het vervolg kennen we: zelfs lauwe verkiezingsbeloften werden niet ingelost, zijn regeringen gingen volkomen de neoliberale toer op.

Hoop en steun

Syriza zit nog waar bij voorbeeld de Franse PS in 1981 zat. Erg gesimplifieerd, maar om duidelijk te maken dat Syriza geen revolutionaire partij is. Syriza heeft in de verkiezingscampagne ook gezegd niet met de EU en de eurozone te willen breken en houdt zich daar aan.

Toch is Syriza een grote hoop voor de Europese linkerzijde. Syriza kan inderdaad de ommekeer brengen, een breuk met het neoliberale verarmingsbeleid, met een beleid waar de aandeelhouders groot garen bij spinnen, ten koste van wie moet leven van loonarbeid én van de investeringen.

Syriza heeft de handen vrijgemaakt om aan de slag te gaan. De Griekse schatkist derft alleen al door het (bewust) slecht innen van de belastingen 10 tot 20 miljard euro per jaar. Op bevel van de trojka werden de al onderbemande fiscale diensten nog verder ontmanteld. De Griekse regering In bijlage ons voorlopig lenteprogramma kunnen voeren en af te zien van verdere privatiseringen. Syriza heeft alle recht op respijt om daar werk van te maken.

Confrontatie

Geïsoleerd staat de Griekse regering zwakker. Op andere regeringen en sociaaldemocratische partijen zal ze niet veel moeten rekenen. De steun moet dus vooral van elders komen, zoals van de vakbonden. Minder geïsoleerd kan Athene dan de worstelpartij aangaan met de “instellingen”, ook over de schuldafbouw. De schuldeisers weten zeer goed dat men een kei niet kan stropen en zullen tot een drastische herschikking moeten komen.

Maar alleen als de krachtsverhoudingen gunstiger zijn, zal de Griekse regering sterk genoeg staan om de confrontatie, wellicht over enkele maanden, aan te gaan. Want zonder confrontatie wordt het inderdaad capitulatie, en dat zou een ramp zijn voor de ganse Europese linkerzijde. Thatcher zou in haar graf fluisteren “ TINA, there is no alternative.

 

 

 

 

 

 

Capitulatie. Door de knieën gegaan. Dat waren enkele beknopte commentaren na een slopende partij ‘arms wrestling’ tussen “de instanties” van de EU en de nieuwe Griekse regering. Er klonk triomf in de mainstream media, er was ontgoocheling bij een deel van links, er was gerommel binnen Syriza waar het ‘links platform’ herinnerde aan het programma waarmee Syriza de parlementsverkiezingen van 25 januari 2015 won. Er was daarentegen opluchting en zelfs opgetogenheid bij de meerderheid van de Grieken. De meeste Grieken geven Syriza graag wat respijt na vijf jaar zwaar lijden.

Merkwaardig was dat enkele ontgoochelde linksen verwezen naar titels in zeer burgerlijkje kranten, zoals De Tijd die het over ‘capitulatie’ had. Het was de algemene toon van de grote media in de EU: Syriza had bakzeil gehaald. De toon milderde toen iets duidelijker werd dat de Griekse regering “de instellingen” (de term die de beruchte trojka vervangt) ook wel een beetje voor schut had gezet. OK, we mogen geen nieuwe schulden maken en de vinger op de knip houden, maar we denken dat te doen met geld te halen bij de bevoorrechten van het oude systeem, degenen die geen belastingen betalen, die massaal belastingen ontdoken. Wat kunnen “de instellingen” daartegen inbrengen?

Alleen

Geen illusies, die “instellingen” staan fundamenteel vijandig tegenover een regering die hun fundamenteel beleid aantast. Ook al heeft dat beleid het land in een dieperik gestort waarvan de bodem nog niet in zicht was. Erger dan wat de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk veroorzaakte, schrijft Le Monde Diplomatique (maart 2015) verwijzend naar de instorting van het bruto nationaal product. Het recept van de trojka werd een fiasco. Maar toch vond de Franse minister van Financiën Michel Sapin dat Griekenland op die weg had moeten verder gaan…

Sapin is lid van de socialistische PS. Het illustreert hoe de Europese sociaaldemocratie Syriza volledig in de steek liet. Het had er even naar uitgezien dat sommige sociaaldemocraten, onder wie de Franse en Italianen, van de zege van Syriza gebruik wilden maken om het EU-beleid wat minder strak te maken. Maar het bleek ijdele hoop, de sociaaldemocratie bleef in haar volgzame rol van de voorbije jaren, ze biedt geen weerwerk tegenover de ideologische dogma’s van rechts. Het resultaat is dat Syriza tegenover de “instellingen” geïsoleerd stond.

Revolutionair?

De rechtse pers had het voorbije jaar, toen duidelijk werd dat Syriza kon winnen, altijd maar beklemtoond dat het om een radicaal-linkse beweging ging. Ook een groot deel van links nam die term over en schiep zo zijn eigen illusies.

Syriza is en blijft een coalitie van diverse linkse groepen, met als kern de erfgenamen van de Eurocommunistische partij ontstaan uit een afsplitsing van de communistische KKE. Dat leidde tot een links sociaaldemocratische partij, geen revolutionaire. Binnen het huidige Syriza zitten diverse radicaal-linkse (onderling verdeelde) bewegingen, ongeveer een derde van het totaal van de militanten. Bij de stemming in het centraal comité van Syriza haalden de linkse critici 41 %. In zijn geheel is Syriza echter een coalitie gedomineerd door linkse socialisten.

Het programma van Syriza is niet linkser dan dat van de Union de la gauche, de linkse unie van de Franse PS met de communistische PCF. Toen hun kandidaat François Mitterrand (PS) in 1981 de verkiezingen won en Pierre Mauroy premier werd, voerde die regering een beleid van onder meer nationalisaties, verhoging van het minimumloon, pensioen op 60 jaar, vermindering van de werkduur, vijfde week betaald verlof en een belasting op de grote fortuinen. Frankrijk zat toen niet in een diepe crisis zoals Griekenland nu. Maar inzake teneur in het vergelijkbaar met Syriza.

In 1984 werd Mauroy de laan uitgestuurd en sindsdien zit de PS op een neoliberale lijn. Zo werd er onder de regering Jospin drastisch geprivatiseerd. De sociaaldemocratie is naar rechts opgeschoven. Na zijn verkiezing in 2012, haastte de socialist François Hollande zich naar Berlijn om daar zijn volgzaamheid te tonen. Het vervolg kennen we: zelfs lauwe verkiezingsbeloften werden niet ingelost, zijn regeringen gingen volkomen de neoliberale toer op.

Hoop en steun

Syriza zit nog waar bij voorbeeld de Franse PS in 1981 zat. Erg gesimplifieerd, maar om duidelijk te maken dat Syriza geen revolutionaire partij is. Syriza heeft in de verkiezingscampagne ook gezegd niet met de EU en de eurozone te willen breken en houdt zich daar aan.

Toch is Syriza een grote hoop voor de Europese linkerzijde. Syriza kan inderdaad de ommekeer brengen, een breuk met het neoliberale verarmingsbeleid, met een beleid waar de aandeelhouders groot garen bij spinnen, ten koste van wie moet leven van loonarbeid én van de investeringen.

Syriza heeft de handen vrijgemaakt om aan de slag te gaan. De Griekse schatkist derft alleen al door het (bewust) slecht innen van de belastingen 10 tot 20 miljard euro per jaar. Op bevel van de trojka werden de al onderbemande fiscale diensten nog verder ontmanteld. De Griekse regering In bijlage ons voorlopig lenteprogramma kunnen voeren en af te zien van verdere privatiseringen. Syriza heeft alle recht op respijt om daar werk van te maken.

Confrontatie

Geïsoleerd staat de Griekse regering zwakker. Op andere regeringen en sociaaldemocratische partijen zal ze niet veel moeten rekenen. De steun moet dus vooral van elders komen, zoals van de vakbonden. Minder geïsoleerd kan Athene dan de worstelpartij aangaan met de “instellingen”, ook over de schuldafbouw. De schuldeisers weten zeer goed dat men een kei niet kan stropen en zullen tot een drastische herschikking moeten komen.

Maar alleen als de krachtsverhoudingen gunstiger zijn, zal de Griekse regering sterk genoeg staan om de confrontatie, wellicht over enkele maanden, aan te gaan. Want zonder confrontatie wordt het inderdaad capitulatie, en dat zou een ramp zijn voor de ganse Europese linkerzijde. Thatcher zou in haar graf fluisteren “ TINA, there is no alternative.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.